In de voetsporen van de ridders

Kende de naam natuurlijk wel, maar nog nooit geweest: het Muiderslot. Mijn ogen uitgekeken vandaag. En niet alleen van binnen mooi, ook op de wallen en de tuin is het goed toeven.

Na werken in het weekeinde (mijn eigen piketdienst en een overgenomen van een collega) en werken op Koningsdag, nu anderhalve week tijd om de laptop van de krant dicht te laten. En er is voor mij maar één manier om niet in de verleiding te komen om toch in te loggen en dat is: de deur uit. Dat heeft al eerder gewerkt.

Had idee om stadsbezoek te doen vandaag en dan een vestingstad, zoals eerder Heusden, Gorinchem en Naarden. Maar welke dan? Al zoekende kwam ik Muiden tegen, met het 700 jaar oude Muiderslot. Nog nooit geweest, zoals gezegd, dus koers gezet naar Muiden, op de grens van vier waterlinies: de Oude en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Utrechtse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam.

Herengracht

Goed geregeld daar. Gratis parkeerterreinen rond de stad en in tien minuten loop je naar het kasteel/museum. Voor wie ook eens gaat: kies voor parkeerterrein P2. De Herengracht (inderdaad, langs het water en de sluis) met zijn mooie gebouwen voert van parkeerterrein naar kasteel, dus routeplanner raadplegen voor die korte wandeling is niet nodig.

Het kasteel zelf is een lust voor het oog. Het torent als een vorst boven de omgeving uit. Via de ophaalbrug over de slotgracht naar het binnenplein en je bent in de woning van beroemde bewoners Graaf Floris V en P. C. Hooft (drost van Muiden en baljuw van Naarden.

Twee routes voeren je door de verschillende delen van het kasteel. Ondanks de meivakantie zijn er geen files op de smalle wenteltrappen in de toren. Doorschietgaten van de verdedigingsmuren heb je een prachtig uitzicht op de omgeving, ja ook op de moderne windturbines.

Muiderkring

In een van de vertrekken is de woon- en werkkamer van Hooft te zien. Een tafel, een ganzenveer en noem maar op moeten verbeelden dat hij hier zijn toneelstukken en gedichten schreef. De ridderzaal waar de Muiderkring (groep letterkundigen en geleerden rond P. C. Hooft) bijeen kwam. Voor de hongerige maag waren er maaltijden, bereid in de keuken die ook te bezoeken is. Een audiotour geeft uitleg.

Hoewel een oud kasteel, zijn er moderne voorzieningen voor de bezoekers: toiletten (nee, niet het gemak. Daar zijn er een paar van zichtbaar, maar niet te gebruiken…), horeca, garderobe en kluisjes.

Minstens zo mooi als het kasteel is de directe omgeving Via goed aangelegde paden loop je op twee niveaus rond het kasteel. Uitrusten en je eigen boterham eten kan aan de talloze picknicktafels, of in de kasteeltuin met talloze planten, waarvan ik de Hemelsleutel wel een bijzondere benaming vind.

Waterschild

In die tuin ook een zeer modern, betonnen paviljoen. Deels ondergronds: het Waterschild. Daar wordt het verhaal verteld van het water rond het kasteel en het midden van Nederland. Water als vriend en als vijand. Zeer informatieve, zeven minuten durende film over het verleden van water als verdediging tegen de vijand.

Een bezoek aan het Muiderslot vliegt voorbij, zeker als je weet dat het in de loop van de middag nog gaat regenen en je toch droog je auto wilt bereiken. Er zit niets anders op; zoals bij zoveel musea kom ik hier nog wel eens.

Historie
Rond 1285 koopt graaf Floris de Vijfde van Holland (die Gouda zijn stadsrechten gaf in 1272) een burcht aan de rivier de Vecht.
Hij laat de burcht moderniseren. Zo ontstaat het Muiderslot: een vierkant kasteel met vier hoektorens, een grote zaal op de binnenplaats en een slotgracht. Floris raadt niet dat hij zijn eigen gevangenis koopt. In 1296 wordt hij hier gevangengezet, voordat hij bij Muiderberg vermoord wordt.

Na zijn dood wordt het slot verwoest. Vanaf 1363 wordt het weer opgebouwd en krijgt het kasteel langzaam zijn huidige vorm. Op de 13e-eeuwse muurresten verschijnen hoge muren, torens en twee woonvleugels. In het begin met rieten daken, maar die worden al snel vervangen door daken van leisteen.

Ondanks alle verbouwingen en restauraties blijft het slot er door de eeuwen grotendeels hetzelfde uit zien. Dat maakt het één van de oudste én best bewaarde kastelen van Nederland.

Filmpje (4:30 minuten):

Er was eens….

Als kind ongetwijfeld eens geweest en jaren later nog tweemaal: een keer tijdens wintertijd en nog eens tijdens een jaarvergadering van mijn vakbond. En nu een kijkje min of meer achter de schermen: de tentoonstelling over 70 jaar Efteling, in het Noordbrabants museum in Den Bosch.

Een aantal attributen uit de opslag van het sprookjesbos in Kaatsheuvel/Loon op Zand, maquettes en ontwerptekeningen.

Mooi om te zien hoe de schetsen van een van de bedenker van sprookjes attracties Anton Pieck werkelijkheid worden. De schets van de sprookjesboom naar maquette of modellen, de ontwikkeling van puur sprookjesbos tot attractiepark met achtbanen zoals de Python en nog veel meer.

De Efteling werd 70 jaar geleden geopend om het leven in de omgeving na de teloorgang van de schoenindustrie een nieuwe (toeristische) impuls te geven.

Deze grote tentoonstelling in het museum in Den Bosch met wel honderden voorwerpen neemt je mee vanaf het begin tot het heden. Muur na muur kun je je vergapen aan de originele ontwerptekeningen van de verschillende attracties. Schetsen soms die anders nooit te zien zijn. Dus voor wie warme herinneringen heeft aan De Efteling is de tentoonstelling (nog tot 21 mei te bezoeken) een must.

Langnek
Een groot aantal bekende sprookjesverhalen en attracties komt voorbij. De schone slaapster, de wolf uit Roodkapje, de Indische waterlelies, ‘spiegeltje, spiegeltje aan de wand…’, Holle Bolle Gijs, Langnek. Herkenbaar en leerzaam.

Natuurlijk kan zo’n groot attractiepark niet compleet in een museum getoond worden. Dus zit er voor mij niets anders op dan deze zomer nog eens naar De Efteling te gaan om meer te zien. Geen straf zo’n vooruitzicht.

En alleen al om de Indische waterlelies (naar het sprookje van de toenmalige koningin Fabiola van België weer eens te zien en vooral te horen. Zie onderstaand filmpje.

100 jaar oude Kersentuin van Anton Tsjechov blijft het bekijken waard

Na – op één dag na – tien jaar weer een opvoering gezien van De Kersentuin. Het uit 1904 daterende werk van de Russische schrijver Anton Tsjechov. Het laatste stuk dat hij schreef voor zijn dood handelt over de weduwe Ljoebov die treurt om de ontrouw van haar Parijse minnaar.

Zij komt uit Parijs om de zomer door te brengen bij haar broer op het landgoed waar ze is opgegroeid. Daar wachten haar echter andere problemen. Wegens financiële nood moet het landgoed worden verkocht, tenzij er zomerhuisjes op gebouwd worden voor vakantiegangers uit de stad. Ljoebov weigert de werkelijkheid en de veranderende tijd onder ogen te zien. Maar die werkelijkheid is meedogenloos.

De Kerstentuin die Toneelgroep Maastricht vanavond in de Goudse Schouwburg heeft opgevoerd, is aan gepast aan de huidige tijd. En wat andere aanpassingen. Zo komt Ljoebov nu niet uit Parijs, maar uit New York. En ook niet omdat haar geliefde haar heeft verlaten, maar vanwege een mislukte carrière als actrice. Geen idee waarom deze veranderingen zijn doorgevoerd.

Nou ja, regisseur Michel Sluysmans zegt dat het dik 100 jaar oude stuk nog steeds actueel is, maar wel een actualisatie nodig had. ,,Het stuk gaat over de veranderende tijd en hoe daarmee om te gaan, een thema dat ruim 100 jaar later niet minder relevant is maar wel en geactualiseerde interpretatie verdient. Jibbe Willems heeft op de fundamenten van Tsjechov een prachtig nieuw stuk geschreven, waarin zijn humor, melancholie, liefdesperikelen en mensbeeld helemaal zijn geïmplementeerd in de wereld van nu.’’

Toch blijft het heerlijk om het verhaal opnieuw (na april 2013 en ergens in 2010) weer te zien in de Goudse Schouwburg. Goed spel van Anniek Pheifer (Ljoebov) en Jeroen Spitzenberger (ondernemer Lopachin) en de andere spelers. Bijzonder vond ik de bijdrage van Beppe Costa die niet alleen de rol van bediende Firs speelt, maar ook een multi-instrumentalist is tijdens de voorstelling.

En uiteraard was ik weer blij dat de voorstelling geen pauze kende die je uit het verhaal rukt. Gewoon iets meer dan twee uur genieten. De tijd vloog voorbij.
Al met al: 5 sterren van mij.
Fotocredits: Ben van Duin

Hieronder de trailer van het stuk:

Hoe 70 jaar geleden mijn stad bijna werd verzwolgen door de watersnood

Na het zien van de zeer leerzame  en daarmee ook indrukwekkende vierdelige tv-documentaireserie Het water komt op Nederland 2, vandaag een bezoek gebracht aan het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland. Minstens zo indrukwekkend als de tv-serie.

De watersnoodramp is deze periode 70 jaar geleden. Ook in mijn Gouda kwam het water via de Hollandsche IJssel gevaarlijk hoog de zuidkant binnen. Al tientallen jaren zie ik tijdens een rondje lopen bij de Havensluis de gedenksteen die aangeeft hoe hoog het water hier gekomen is.

Dankzij de Deltawerken (de Hollandsche IJsselkering bij Krimpen aan de IJssel) wordt – in ieder geval tot de zeespiegelstijging dramatische gevolgen krijgt – een herhaling voorkomen. Zelfs op tweehoog waan ik me al meer dan 40 jaar extra veilig!

Kende de naam van het museum in Ouwerkerk alleen omdat oud-stagiair/collega M. er werkzaam is.

Bezoek aan het Watersnoodmuseum stond dus al even op mijn lijstje, maar vanochtend na het terugkijken van de laatste aflevering van die prachtige tv-serie (dank Winfried Baijens)  koers gezet naar de oever van de Oosterschelde in Zeeland. 

Schijn bedriegt

Bij op het eerste gezicht tegenviel was hoe klein het museum (in één caisson dat ik zie en dat is geplaatst na het breken van de dijk bij Ouwerkerk) oogt. Maar de uitdrukking schijnt bedriegt is hier zeer van toepassing. Het gehele museum telt vier aan elkaar gekoppelde caissons, die per caisson een verhaal vertellen.

Het begint bij de ramp van die bewuste nacht van 31 januari op 1 februari 1953, naar  de emoties van die gebeurtenis, naar de wederopbouw en de bewustwording tot in het laatste caisson de toekomst.

Ik verwachtte het niet van een tot nu toe voor mij onbekend museum, maar het is zeer interactief. Van alles te zien (foto’s, films, voorwerpen), op knoppen drukken (altijd leuk voor kinderen en het kind in mij) en te lezen.
Zeer, echt zeer leerzaam. Had gedacht er met een uurtje wel doorheen te zijn, maar het werd veel meer dan twee uur.

Geen opsmuk

Misschien dat ik het dan combineer met een stadsbezoek aan Zierikzee, een paar kilometer verderop. Ging daar na het museumbezoek even naar toe voor een boodschap. De historie die me via de autoruiten aankeek, heeft me in dat besluit bevestigd. Misschien moet ik het dan combineren met een maaltje mosselen of oesters ergens hier of op Zeeuws-Vlaanderen.

Zoals vaker bij musea ben ik niet alleen geïnteresseerd in de collectie (allerbelangrijkste, maar toch…) maar ook in het gebouw. En dit museum is dus ondergebracht in echte caissons uit 1953, net iets minder oud dan de ramp zelf.


Je ziet dus al lopende door het museum hoe indrukwekkend die betonnen constructie is. Kale muren, geen opsmuk om de ruwbouw te verstoppen.

Je loopt door de caissons zelf en de tentoonstellingen heen door een belangrijk stuk geschiedenis van ons land. Ik was zeer onder de indruk. Het was al met al zo overweldigend dat ik al heb besloten het museum later dit jaar of volgend jaar nog eens met een bezoek te vereren.

Kortom een meer dan welbestede zaterdag.  

Volgende keer ook ff over die Zeelandbrug (foto rechts) heen…

Duik in geschiedenis waatersnood die ook mij stad heeft geraakt

Na het zien van de zeer leerzame  en daarmee ook indrukwekkende vierdelige tv-documentaireserie Het water komt op Nederland 2, vandaag een bezoek gebracht aan het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland. Minstens zo indrukwekkend als de tv-serie.

De watersnoodramp is deze periode 70 jaar geleden. Ook in mijn Gouda kwam het water via de Hollandsche IJssel gevaarlijk hoog de zuidkant binnen. Al tientallen jaren zie ik tijdens een rondje lopen bij de Havensluis de gedenksteen die aangeeft hoe hoog het water hier gekomen is.
Dankzij de Deltawerken (de Hollandsche IJsselkering bij Krimpen aan de IJssel) wordt – in ieder geval tot de zeespiegelstijging dramatische gevolgen krijgt – een herhaling voorkomen. Zelfs op tweehoog waan ik me extra veilig

Kende de naam van het museum in Ouwerkerk alleen omdat oud-stagiair/collega M. er tegenwoordig werkzaam is.
Bezoek aan het Watersnoodmuseum stond al even op mijn lijstje, maar vanochtend na het terugkijken van de laatste aflevering van die prachtige tv-serie (dank Winfried Baijens)  koers gezet naar Zeeland. 

Schijn bedriegt

Bij op het eerste gezicht tegenviel was hoe klein het museum (in één caisson dat ik zie en dat is geplaatst na het breken van de dijk bij Ouwerkerk) oogt. Maar de uitdrukking schijnt bedriegt is hier zeer van toepassing. Het gehele museum telt vier aan elkaar gekoppelde caissons, die per caisson een verhaal vertellen.
Het begint bij de ramp van die bewuste nacht van 31 januari op 1 februari 1953, naar  de emoties van die gebeurtenis, naar de wederopbouw en de bewustwording tot in het laatste caisson de toekomst.

Ik verwachtte het niet van een tot nu toe voor mij onbekend museum, maar het is zeer interactief. Van alles te zien (foto’s, films, voorwerpen), op knoppen drukken (altijd leuk voor kinderen en het kind in mij) en te lezen. Zeer, echt zeer leerzaam. Had gedacht er met een uurtje wel doorheen te zijn, maar het werd veel meer dan twee uur.

Geen opsmuk

Zoals vaker bij musea ben ik niet alleen geïnteresseerd in de collectie (allerbelangrijkste, maar toch…) maar ook in het gebouw. En dit museum is dus ondergebracht in echte caissons uit 1953, net iets minder oud dan de ramp zelf. Je ziet dus al lopende door het museum hoe indrukwekkend die betonnen constructie is. Kale muren, geen opsmuk om de ruwbouw te verstoppen. Je loopt door het gebouw zelf en de tentoonstellingen heen door een belangrijk stuk geschiedenis van ons land. Ik was zeer onder de indruk. Het was al met al zo overweldigend dat ik al heb besloten het museum later dit jaar of volgend jaar nog eens met een bezoek te vereren.

Misschien dat ik het dan combineer met een stadsbezoek aan Zierikzee, een paar kilometer verderop. Ging daar na het museumbezoek even naar toe voor een boodschap. De historie die me via de autoruiten aankeek, heeft me in dat besluit bevestigd. Misschien moet ik het dan combineren met een maaltje mosselen of oesters ergens hier of op Zeeuws-Vlaanderen.

Kortom een meer dan welbestede zaterdag.  

Hemelse muziek

De laatste ‘extra’ vakantiedag op maandag vandaag doorgebracht in museum Catharijneconvent in Utrecht. Al eerder geweest om al het schoons aan kerkelijke kunst te aanschouwen. Nu een bezoek gebracht vanwege de tentoonstelling Gospel.

Een mooie, uitvoerige reis langs de opkomst en hoogtepunten van de gospel. Niet alleen in foto’s en teksten, maar ook in filmfragmenten. Die laatste maakten het bezoek extra bijzonder.

Onder andere de bijzondere uitvoering van Amazing Grace door Aretha Franklin in de New Temple Missionary Baptist Church in 1972, Clara Ward in een nachtclub en Mahalia Jackson met Keep your hand to the plow. Hemelse muziek.

De laatste was een uitvoering van een door 23.000 protestantse jongeren bezochte bijeenkomst met concerten in de Jaarbeurs in Utrecht. Het evenement was georganiseerd door het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) ter gelegenheid van zijn 150 jarig bestaan.

Kon er geen opname van vinden op YouTube, maar wel deze. Maar de cleane studio-opname haalt het niet bij een live-uitvoering.

Stevie Wonder
En bijzonder de overgang van gospel en negro-spirituals naar popmuziek en meer, uitgebeeld in tal van platenhoezen (vinyl) aan de wand. Onder andere een mij zeer bekende hoes van een album van Stevie Wonder. Deed me terugdenken aan mijn jeugdjaren. Op de jongerenvereniging 18+ werd deze grijsgedraaid.

En wat te denken van een stokoude Hammondorgel. Een veelgebruikt instrument in de gospelmuziek.

Ook de andere geluidsfragmenten, maar ook de verhalen, de foto’s maakt het tot een boeiende tentoonstelling. Een aanrader. Nog te bezoeken tot in april volgend jaar. En ik ben niet de enige die enthousiast is.

Wie al in de stemming wil komen is er een uur durende opname van een gospelcopcnert (ze hieronder) dat tot stand is gekomen in een samenwerking tussen het Catharijneconvent en de EO. Mooie nummers.

Wie geen zin of tijd heeft het hele concert te zien/te horen: ga naar 40:00 voor Way Maker door Muriel Blijd. Een heerlijk nummer.

En voor wie nog even de sound van een Hammond-orgel wil horen:

Twaalf keer Slaìnte!

Voor de zoveelste het International Whiskyfestival bijgewoond. Natuurlijk samen met neef D.

Deze middag dertien whisky’s geproefd. Niet schrikken. Je krijgt een bodempje in je proefglas. Opgeteld drink je op deze zondagmiddag drie tot vier whisky’s, afhankelijk van hoe gevuld je glas gewoonlijk is.

De organisatie van het festival is zoals altijd fantastisch. Volop water punten zodat je je glas kunt omspoelen of water drinken. En ook overal mandjes met stokbrood. Niet echt om de maag te vullen (daarvoor kun je bij verschillende stands terecht), maar wel om de mond ‘schoon’ te maken als je van bijvoorbeeld een rokerige whisky overgaat naar een wat lichtere.

En vergeet de gezelligheid niet. De Grote Kerk in Den Haag – een zeer sfeervolle gelegenheid voor een evenement als deze – is gevuld met honderden gelijkgestemden. Iedereen wil genieten van mooi (malt) whisky’s uit Schotland, Ierland, Nederland en verschillende andere landen.

Je komt hier niet om dronken te worden. Dan kun je beter bij de slijter een fles whisky kopen die aanmerkelijk goedkoper is dan de bijna vijftig euro entree waarbij onbeperkt een x-aantal standaard whisky’s bij is inbegrepen. En zoals hierboven gemeld, is opgeteld drie tot vier gewone glazen whisky al snel de max.

Toeslag
De middag wordt nog duurder, want voor de bijzondere whisky’s betaal je een toeslag van een tot soms tien euro.
Ik hoorde dat er zelfs een heel bijzondere, zeer kostbare fles op het festival is, waarvoor je een toeslag van 181 euro moest betalen. Dat heb ik maar aan mij voorbij laten gaan.

Los van het proeven zelf, is het natuurlijk ook de gelegenheid bij uitstek om de verhalen achter de whisky’s en de distilleerderijen te horen van de standhouders en soms zelfs afgevaardigden van de distilleerderij zelf.

Dat was onder andere het geval bij de stand van Mossburn distillers. Daar kan de Torabhaig (spreek uit Toraveeg met een g die bijna als een zachte k klinkt) van het eiland Skye. Een nieuwe distilleerderij en pas de tweede op het eiland na Talisker. Operationeel sinds 2017.

Water
Afgelopen september heb ik er een bezoek aan gebracht. En natuurlijk de Torabhaig geproefd. Een heel bijzondere, licht peated whisky, die met een paar druppels water heel anders proeft/smaakt dan zonder. Leuk om het verhaal te horen. De vertegenwoordiger van de distilleerderij wil van me weten wie me heeft rondgeleid. Ik omschrijf de dame in kwestie en hij weet onmiddellijk wie ik bedoel.  Natuurlijk met D. ook in Den Haag de Torabhaig geproefd.

Minstens zo bijzonder is de Highland park 20 years, gerijpt op sherry en PX vaten. Niet in de winkel te koop. De flessen zijn voorbehouden aan de leden van de stichting International Whisky Society (IWS). Een heel mooie whisky, echt een van de lekkerste deze middag. Maar om er nou lid van de club voor te worden gaat me wat ver.

De elf andere die we deze middag hebben geproefd zijn Talisker Storm, Arran Barrel Reserve (een aanrader; citrussmaakje dat aanwezig is kan me wel bekoren), Caisteal Chamius, Mossburn blended malt, Mc Connels sherry (de sherry geur/smaak is wel erg overheersend), Ardnamuchan AD single Malt (nee, geen whisky van mijn krant!), The Balvenie Caribean cask, The Balvenie Caribean cask (geweldige whisky), Milk&Honey Dead Sea (uit israël, ofwel het land van melk en honing…) en Kilchoman Casado.

Van de laatste ben ik blij die hier geproefd te hebben. Een fles gaat over de toonbank voor bijna honderd euro. Dan drinkt een proefglaasje voor een paar euro toch beter…

Huwelijk
Wel een heel mooie whisky met een lange afdronk. Casado (Portugees voor huwelijk) klopt aardig voor deze limited edition-botteling. Eerst zes jaar gerijpt op “verse” bourbon vaten, waarna 38 vaten zijn geselecteerd om een huwelijk aan te gaan met twee heel grote Portugese rode wijn vaten.

Een heerlijke middag. Het enige wat ontbreekt (want niet meer toegestaan) is de rokerstent waar je kunt genieten van een prachtige Balmoral sigaar. Desondanks kan ik me nu al verheugen op de volgende editie van het International Whisky Festival in november volgend jaar.

Proost, of Slaìnte!

Heerlijk bezoek aan Genève

Voor kerkbijeenkomst namens presbytery of classis twee dagen naar Geneve. De zaterdag is volgepland met praten, maar de vrijdagochtend en deel middag bood tijd voor hernieuwde kennismaking met deze mooie Zwitserse stad.

Breng mijn vakanties altijd door in Schotland, maar zo’n korte trip naar een Europese stad is niet te versmaden.

Prachtig weer (anders dan deze vrijdag in Nederland), dus heerlijk gewandeld door de oude stad met haar prachtige monumentale gebouwen. En natuurlijk ook even naar het meer van Geneve, al is het maar om bij het park Jardin Anglais te genieten van de fontein die het water tot 140 meter hoogte spuit.

En natuurlijk als protestant weer even langs de Muur van de hervormers in het Bastions park, met enorm hoge beeltenissen van onder andere Johannes Calvijn (de kerkvader van de Nederlandse protestantse kerken) en John Knox (van mijn kerk).

Bier
Om de calvinist in mij niet te vergeten de middagwandeling besloten met een lekker glas Calvijnbier.  En wat het extra lekker laat smaken is dat ik op terras zit, met de zon op mijn gezicht. En dat voor half november. OK, wel een jas aan, maar toch…

De zaterdag stond in het teken van het overleg met de Church of Scotland in Geneve, die een fraai onderkomen heeft in het Auditoire de Calvin, klein afstekend naast de grote kathedraal Saint Pierre. Beide in het hart van de oude stad op een heuvel. Het overleg is vertrouwelijk, dus zo je al geïnteresseerd zou zijn, meld ik hier geen details van de bespreking.

Na afloop een lunch in een pannekoekenrestaurant zoals we dat in Nederland niet kennen. Heb gekozen voor een hartige pannenkoek met gerookte zalm. Daarbij een paar heerlijke glazen Zwitser cider. Niet te versmaden.

Twee leden van de delegatie blijven nog in Geneve tot en met de kerkdienst op zondag. Zelf keer ik vanavond al terug naar Nederland in verband met een afspraak zondagmiddag.

Schema
Een zeer voorspoedige terugreis. Maar een handvol passagiers, dus de boarding is in een oogwenk voorbij. Vliegtuig kan eerder vertrekken en krijgt onderweg nog eens een kortere route aangereikt. Uiteindelijk drie kwartier voor op schema geland op Schiphol. De vlucht biedt net genoeg tijd voor een glaasje whisky en een kop koffie.

Volgende kerktrip is in maart. Dan naar Brussel. Dan met de trein uiteraard. In 2024 ben ik met pensioen. Dan knoop aan dit soort bezoeken misschien wel een dagje extra verblijf voor eigen rekening.

Mistig Stavoren

Dagje Stavoren, want het zou het zou een prachtige zonnige dag worden. Wandeling over de dijk langs het IJsselmeer. Beetje uitwaaien, het hoofd leeg maken. Je kent dat wel. 

Wel op tijd terug naar de trein, voor de drukte van de intocht van St. Nicolaas daar.
Dat laatste is gelukt. De wandeling over de dijk en door de stad ook, maar de zon…. Die was er niet.

De verwachtingen waren al niet hoog gespannen meer toen de trein door Friesland reed. Mist, mist en nog eens mist. Maar ja, je bent er bijna, dus toch maar heerlijke wandeling gemaakt. Het is nooit vervelend om in Stavoren te zijn.

Nadeel van bezoek in deze periode is wel dat vrijwel alle horeca gesloten is. Op één zaak na. En laat daar nou vanmiddag een feestje zijn voor een 80-jarige. In de serre klinkt de muziek van een feestmuziekmaker. Snel doorlopen…

Ook maar wat foto’s gemaakt en op Facebook geplaatst. Als ik thuis op de pc de foto’s nog eens goed bekijk, valt me er eentje op: schapen op de dijk in de mist. De foto die je boven dit verhaal ziet. Een gelukje. 

Achteraf blijk ik verkeerd gegoogeld te hebben. Sint komt deze dag nog helemaal niet naar Stavoren. 

Griezelen en genieten in het Rijksmuseum

Amsterdam staat voor mij vaak synoniem met het Rijksmuseum. Ben daar graag. Nee, de Nachtwacht heb ik onderhand wel gezien. Maar er is zoveel meer moois. Dit keer genoten van de tentoonstelling Clara en de Onderkruipsels.

Reden voor het bezoek vandaag is er niet echt. Of het moet zijn dat ik voor het einde van het jaar nog aantal vakantiedagen moet opmaken en ervoor heb gekozen dat met een aantal aaneensluitende maandagen te doen. 

De grote collectie is altijd te zien, dus bij binnenkomst eerst koers gezet naar de tentoonstelling. Had al over gehoord in een radioprogramma dat het zo mooi was allerlei kunstwerken met insecten, padden en andere onderkruipsels bij elkaar te zien. Ben niet teleurgesteld. Het griezelen valt mee. Wel bewondering hoe kunstenaars in verschillende uitingen die kleine beestje hebben vorm gegeven. 

En natuurlijk ook de grote schilderijen zoals Het hoofd van Medusa (zie foto boven dit verhaal). Het verhaal van de Medusa, een figuur uit de Griekse mythologie.  Gedood en onthoofd na conflicten. Het werk is uitgeleend door Kunsthistorisch museum in Wenen, dus een buitenkansje het hier te zien. 

Alleen kunst kan het afstotelijke aantrekkelijk maken, vermeldt het kaartje het schilderij.  Dat klopt wel. Het ziet er vreemd uit, maar is een prachtig werk van Peter Paul Rubens.

Bij de tentoonstelling hoort een podcast die je hier kunt beluisteren.

Clara

Vrolijker is het tweede deel van de tentoonstelling, Clara. Het draait om de gelijknamige neushoorn, een dier dat tot 1515 nog nooit in Europa was gezien. De expositie toont meer afbeeldingen van neushoorn, maar die waren vooral op fantasie gebaseerd, want in het echt kwam het dier hier dus voor die tijd niet voor. 

Clara werd, toen ze slechts een maand oud was, in 1738 door Jan Albert Sichterman in huis genomen, nadat Indische jagers haar moeder hadden gedood. Sichterman was directeur van de VOC-vestiging in de Bengalen. Clara werd tam en mocht vrij rondlopen in en om het huis van Sichterman.

In 1740 toen het dier te groot was geworden om nog als huisdier te houden schonk Sichterman Clara aan Douwe Mout van der Meer, kapitein van het schip de Knappenhof, die Clara vervolgens meenam naar Nederland en er eerst 17 jaar mee toerde door Europa. .

Behalve het beeld van Clara zijn er ook tekeningen en andere uitbeeldingen van neushoorns te zien. Een genoegen om naar te kijken.

Bedreigde zwaan

Na deze bijzondere tentoonstelling gewoon genoten van het ander moois dat ‘het Rijks’ te bieden heeft. Weer ademloos zitten kijken naar twee topwerken van Rembrandt Marten en Oopjen. Al vaker aanschouwd, maar elke keer ontdek je toch weer iets nieuws.

Hetzelfde geldt voor De bedreigde zwaan, een werk van Jan Asselijn. Naar ik heb begrepen is dit het allereerste schilderij dat in het bezit kwam van het museum. Indrukwekkend, maar dankzij de vertelling via de app van het museum ontdek ik nu links onderin een hond, de reden waarom de zwaan haar vleugels spreidt om ‘de vijand’ angst in te boezemen. En natuurlijk is ook de politieke boodschap die aan het schilderij wordt toegeschreven mooi.