Heerlijke vakantie in eigen land

Twee vakantieweken, onderbroken door een werkweek (met 24/7 piketdienst) voor de Kerst en na de jaarwisseling onder andere besteed aan dagjes uit. Geen bijzonderheden. Onder andere gewoon weer even naar Maastricht en Stavoren.

De dagtrips wel zo geagendeerd dat het droog en zelfs zonnig is. Soms koud, zeer koud, maar een strakblauwe lucht met het felle licht van de zon compenseert dat ruimschoots.

Verschil met vorige bezoeken aan Friesland en Zuid-Limburg: de horeca is dicht. Dus even neerstrijken op een terras om te genieten van een glas van het een of ander is er deze dagen niet bij. Met mini-voorraadje in rugzak voor treinreizen terug naar huis, worden die dagtrips echter toch vrolijk afgesloten.

Bezoek aan Maastricht vooraf laten gaan aan rondkijken in Valkenburg. Zien wat er nog herinnert aan de watersnood van afgelopen zomer. Nou, de straten zijn schoon, maar foto’s aan gebouwen en strepen op pilaren in de kerk (‘tot zo hoog kwam het water’) geven wel een idee hoe erg het is geweest.

Zonlicht
Hoewel alles behalve de essentiële winkels) is gesloten, is het bezoek aan de fraai gerestaureerde binnenstad van Valkenburg zeer de moeite waard. Door het zonlicht laten de gevels zich van hun mooiste kant zien. En de treinreis Heerlen – Valkenburg en Valkenburg – Maastricht is door het uitzicht op de heuvels altijd iets om van te genieten.

In Maastricht is het stiller dan anders. Het ‘click & collect’ als alternatief voor het fysieke winkelen is handig voor de ondernemers en het publiek dat per se nog een (kerst)cadeau of iets anders nodig heeft, maar ik het de Grote Straat wel drukker meegemaakt.

En de opgestapelde terrasstoelen op het Onze Lieve Vrouweplein waar zich mijn favoriete horeca-etablissement Charlemagne bevindt zie ik liever allemaal op de grond en gevuld met mensen die net als ik willen genieten van een wijntje of een mooi glas Maastrichts bier.

Stadsmuur
Ook museumbezoek is er niet bij deze periode. Wat wel kan is en van de zon genieten op een bankje bovenop de stadsmuur langs de Nieuwenhofstraat en aan de rivier de Jeker.

Ook een middagje wandelen net voor kerst in het Baarnse bos is niet te versmaden. De trein stopt aan de rand van het bos.
Wel druk op een zonnige dag in de coronavakantie . Het vriest al een paar dagen en de kinderen vermaken zich met ‘ijsje kraken’’. Het mistige zonlicht geeft de bomen in het bos iets magisch.

Waar het ook druk is op een zonnige dag in de tweede vakantieweek is, is Zandvoort. Aangetrokken door het fraaie weer is het druk met gezinnen, kinderen en kitesurfers. Ik ben duidelijk niet de enige die voor vandaag een strandwandeling op de agenda heeft gezet.

Netflixen
Ondanks de zon wel koud door de straffe wind. Maar het blijft genieten. En alles beter dan op zo’n stralende dag thuis achter de pc blijven zitten of te netflixen.

En als je dan toch een dag thuis blijft, is het heerlijk om in deze periode zodra het donker wordt een wandeling door de binnenstad van mijn eigen Gouda te maken.

De ramen van de St.-Janskerk zijn van binnenuit verlicht, wat een prachtige blik op de kerk achter mijn huis geeft.

Ook de aanlichting van het stadhuis, de Waag, Jeruzalemkapel en de Agnietenkapel is mooi.

Er is niks mis met toerist zijn in eigen stad.

Vrouwtje van Stavoren
Het laatste uitje gisteren (donderdag) voerde mij naar Stavoren. De rit wel goed plannen, want de trein van Leeuwarden naar Stavoren rijdt meer een keer per uur. Voordeel is dat je van Gouda tot aan Leeuwarden nergens hoeft over te stappen.

Natuurlijk het Vrouwtje van Stavoren even begroet. Ook zij geniet van de zon en tuurt nog steeds richting het IJsselmeer, al zal zij het nog wel Zuiderzee noemen…

Het doel is een heerlijke wandeling over de dijk van de oude haven richting de Johan Frisosluis, met een uitstapje over de strekdam (heet dat zo) die vanaf de dijk een stuk het IJsselmeer in steekt.

Beduidend minder druk hier dan in Zandvoort. En je gelooft het niet, maar een buurtbewoonster loopt richting het water om even te zwemmen. Even, want ze vindt het kennelijk wel koud, want ze blijft dicht bij de wal en is na een paar minuten al uit het water.

Boerenkool
Met bovenstaande uitjes zijn de twee vakantieweken niet geheel gevuld. Een dagje thuiszitten, tv kijken, muziek luisteren, nieuwe laptop (Chromebook Lenovo) inrichten, boerenkool eten bij schoonzus, na Driekoningen de kerstboom inpakken en een boosterprik laten zetten gaat mij prima af. Mij geen seconde verveeld die dagen.

Ook dit weekeinde zal ik relaxed doorkomen. Zaterdag verse mosselen halen in Scheveningen om de vakantieperiode feestelijk af te sluiten. Wijntje erbij en zo. Je moet jezelf af en toe kietelen.

Maandag weer wekenlang vol aan de bak voor de krant. Da’s geen straf hoor!

Bekijk hieronder enkele korte filmpjes van de verschillende dagtochten.

Achterkant van de Nachtwacht

Bijzonder is het niet, sterker nog, er valt niets aan te zien. Maar om één keer in je leven de achterkant van de Nachtwacht te kunnen zien….

Die kans laat ik niet liggen. Het beroemdste en grootste werk van Rembrandt, de Nachtwacht, wordt gerestaureerd. In de voorbereidingen wordt het schilderij door deskundigen van alle kanten onderzocht. En deze periode dus ook de achterkant.

Terwijl de meeste bezoekers in het Rijksmuseum alleen oog hebben voor wat is geschilderd, loopt slechts een enkeling om de hoek van de grote glazen vitrine, om de achterzijde te aanschouwen.
Nou, je wilt het een keer gezien hebben – die kans doet zich de komende decennia vermoedelijk niet weer voor; de laatste keer was in 1975  – maar indrukwekkend is het niet. De achterkant van het schilderijdoek en het houten frame of psieraam. Meer zie je niet.

Bedoekt

En het is niet eens het linnen van het schilderij zelf dat je ziet. Het Rijksmuseum zegt hierover: Verreweg de meeste schilderijen op doek zijn in de loop der tijd bedoekt. Bedoeken, in het verleden ook wel doubleren (letterlijk: verdubbelen) genoemd, wil zeggen dat er een extra doek, een steundoek, tegen de achterzijde wordt geplakt.
Voor De Nachtwacht weten we dat dit tenminste vier keer is gebeurd; de laatste keer in 1975 na de mesaanval op 14 september. Een beknopte geschiedenis van de bedoekingen van De Nachtwacht staat elders op de website beschreven. Het doek dat we tegenwoordig aan de achterkant van De Nachtwacht zien, is dus het bedoekingsdoek uit 1975.

Zelfs het houten psieraam is niet origineel. Het Rijksmsueum: Uit bronnen weten we dat in 1935 een ouder spieraam van De Nachtwacht is vervangen door een nieuwe.

Hoe dan ook blijft een bezoek aan de Nachtwacht altijd indruk maken. En  als ik er toch ben geniet ik ook van de vele andere werken en natuurlijk van het prachtige gebouw. Kortom een heerlijk bezoek weer.

Heerlijk Haydn

Heerlijk vioolconcert bijgewoond in de Posthoornkerk in Amsterdam. Nou ja, concert, het was eigenlijk keen uur durend programma rond de presentatie van de cd van Rosanne Philippens en de Vondel Strings, met werken van Haydn en Stravinsky.

Een voorproefje gezien bij Podium Witteman zondag 10 oktober . Daar speelden ze onder andere het bekende Vioolconcert nr. 4 in G gr.t., Hob. VIIa:4: deel 1. Allegro moderato. Heerlijk in het gehoor liggend. (hier ook terug te zien en te horen op 14.25)

Heb de cd al in mijn Spotify-account gezet en hoewel alles fantastisch klinkt, is het hierboven genoemde zo mooi, dat het al bijna grijsgedraaid is hier in huis en onderweg…
Wie Spotify heeft (of een andere streamingdienst) en van klassieke muziek en in het bijzonder van vioolmuziek zeg ik: luisteren.

Het werk in het echt uitgevoerd zien en horen door Rosanne Philippens en de Vondel Strings is zo mogelijk nog mooier. En voor het eerst in mijn leven live een 300 jaar oude Stradivarius gehoord. Niet dat ik het verschil merk, maar het kan toch mooi van mijn bucklist af…
De Posthoornkerk is er een fraaie ruimte voor een concert als dit. Een niet te grote concertruimte, intieme sfeer. En met een borrel bij binnenkomst en na afloop was de cd-presentatie een echt feestje.

Bekijk hieronder eenYouTube filmpje over het cd-project, met dat mooie stukje Haydn

Eeuwenoude embedded verslaggever

In het Scheepvaartmuseum in Amsterdam vanmiddag de bijzonder fraaie tentoonstelling met werken van vader en zoon Willem van de Velde bezocht.

Schilders uit de zeventiende eeuw. Van de Velde de Oude legde grote zeeslagen van de Hollandse vloot tegen de Engelsen vast. De Admiraliteit zorgde voor zeilscheepje, van waaruit hij de gevechtshandelingen van dichtbij kon bestuderen.
Hij zag de manoeuvres, het schieten en uiteraard de oorlogsschepen op gedetailleerde wijze vastleggen. Ook die van de beroemde de Slag bij Solebay in het rampjaar 1672. Die laatste slag is niet alleen op schilderijen te zien, maar ook op twee enorme wandtapijten die het museum een paar jaar geleden heeft weten te bemachtigen.

Terug aan land moet Van de Velde zijn bevindingen van de zeeslagen aan de Admiraliteit hebben verteld, wat hem dus tot misschien wel de eerste embedded verslaggever maakte. Een journalist dus.

Zijn tekeningen en ook de schilderijen van zijn zoon zijn een lust voor het oog. De werken die hier hangen zijn niet alleen afkomstig uit de collectie van dit Amsterdamse museum, maar ook van het ‘Rijks’, National Maritime Museum in Greenwich en één schilderij komt zelfs uit de privé-collectie van de Britse koningin.

Vanwege de relatief korte tijd die ik hier vanmiddag had, niet alles goed kunnen bestuderen. Maar goed, de tentoonstelling is nog tot eind maart te zien, dus ik moet – met plezier – nog een keer terug.

En voor wie er nog nooit is geweest, het museum is alleszins een bezoek waard. Het fraaie gebouw, de kunstvoorwerpen, er valt genoeg te zien.

Per trein naar Kralingen

Al vaker langs haar depot gekomen op weg naar Rotterdam en ook de fraaie locomotief gezien en gehoord in Gouda, maar nog nooit met de stoomtrein mee geweest van Gouda naar Rotterdam-Kralingen. Tot vandaag.

Toeval, zag via Twitter melding voorbij komen dat de Stoomstichting Nederland (SSB) vandaag en morgen een stoomweekeinde heeft. Met ritjes op en neer. Daar mee eens gebruik van gemaakt.

Door het open raam genieten van het nu langzaam voorbij schietende landschap, de reuk van de rook uit de schoorsteen en gesprekjes met andere enthousiaste passagiers. Wel veel (jonge) spoorfanaten die aan hun gesprekken te beoordelen vaak bijzondere spoordagen in Nederland en Duitsland bezoeken.

De rit is leuk, vooral het deel waar de stoomtrein bij Kralingen het hoofdspoor verlaat en naar ‘het depot’ van de SSN rijdt. Zoals gezegd altijd alleen van de buitenkant gezien en nu rijdt de trein er naar toe.

Bij het perron wordt de locomotief verwelkomd door enthousiaste fotografen en andere die zich verlekkeren aan de wielen, de remschijven en andere onderdelen van de grote zwarte locomotief.

Niet alle treinen zijn van de SSN. De ‘23 076’ die me later deze middag terugbrengt naar Gouda bijvoorbeeld is van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij (VSM).

Modeltreinen
In de loods van de sinds 1976 bestaande SSN is een kleine expositie van rijdende modeltreinen en tafels voor doosjes met treinstellen, locomotieven en van alles en nog wat dat met (model) treinen te maken heeft. Dat heb ik al snel bekeken. Buiten regent het, dus weer snel met de stoomtrein terug naar Gouda. Zat ik op de heenreis bewust in de 3e klasse met houten bankjes, nu verkies ik de 2e (een rijtuig van een Oostenrijkse spoorwegmaatschappij) met betere zittingen. 

Hoewel, van zitten komt weinig terecht. Het leukste is toch met hoofd en camera half uit het geopende raam te hangen en te filmen, te luisteren naar het geluid van wielen die over het spoor denderen en op gezette tijden de stoomfluit. Net als op de heenreis staan bij spoorwegovergangen bij Moordrecht fotografen klaar om de passage vast te leggen.   

Wachtspoor
De rit naar Gouda kent een bonus. De trein rijdt na een korte stop door naar het wachtspoor net voorbij Gouda Goverwelle. Daar wordt de locomotief losgekoppeld en via een andere spoor naar de achterzijde gereden, die dan de voorzijde wordt.

Al met al een leuke middag treinen. Zal niet elk jaar meegaan, maar een ritje met de stoomtrein van Gouda naar Rotterdam-Kralingen is voor herhaling vatbaar.

Bekijk hieronder een filmpje van de rit van Gouda naar Kralingen en terug.

Zomerdag eind september

Goed vooruitzichten voor het zuiden van het land, dus vandaag weer eens koers gezet naar Limburg. Hoofddoel de mergelgrotten in de St. Pietersberg. Dan niet de grote, drukke grotten in Maastricht of Valkenburg, maar de kleine, stille in Ternaaien (België).

Al eerder gedaan, Twee vliegen in één klap. De grotten van zoals hert hier heet Montagne Saint-Pierre, zelf natuurlijk maar ook de reis erheen. Trein naar Eijsden (tien minuten vanaf Maastricht), dwars door dat stadje naar de Maas wandelen (met halverwege een kop koffie op het terras), een overtocht met het voet- en fietsveer naar Ternaaien. Dan opnieuw een wandeling dwars door het stadje en dan de brug over het Albertkanaal.

De grond naar de grotten is kurkdroog, want de wandeling omhoog met gewone schoenen gemakkelijk maakt.
Weet precies waar ik heen wil. Natuurlijk een paar van de lage grotten in, maar ook op het enige bankje hier zitten in de stralende, warme zon genieten van het uitzicht over het kanaal.  

Zoals gezegd: heerlijk rustig. Eenmaal een man met twee honden gezien, later nog een stel aan de wandel en bij terugkeer naar beneden een klein gezin.

Verder alleen stilte. Je kunt het slechter treffen op een zomerse dag eind september.

En tja, als je dan toch in Zuid-Limburg bent, ook maar even Maastricht in, om deze heerlijke dag te besluiten met een glas (OK, twee) Royale Martinus op – kan dat na al die jaren wel zeggen – het terras van mijn stamcafé Charlemagne op het Onze Lieve Vrouweplein . De trein brengt me toch terug naar Gouda.

Hieronder eerst een filmpje over de zonnige overtocht over de Maas tussen Eijsden en Ternaaien (B). Daronder een kijkje in de mergelgrotten.

Circuit van Zandvoort

Met de F1 races op Zandvoort voor de deur: Je zult het niet geloven, maar het is echt waar: in de jaren negentig ben ik in de befaamde/beruchte Tarzanbocht op Circuit van Zandvoort tijdens een skeelerevenement waar ik met mijn nichtje D. aan deelnam vreselijk op mijn plaat gegaan. Een spagaat waar menig balletdanser jaloers op zou zijn.

Pijnlijk, vooral letterlijk, maar ja, als je valt dan doet het ‘au’. De volgende dag gewoon aan het werk. Pijntjes? Niet zeuren! Op de redactie van de krant ging het in de loop van de ochtend wel slechter met me. Misschien toch even langs de huisarts. Voor de zekerheid…

Even later de vraag aan mijn collega om mij daar even heen te brengen, want ik weet niet of het verstandig is om zelf te rijden. Collega ziet me en zegt: we gaan helemaal niet naar de huisarts, ik rijd je naar de EHBO-afdeling van het ziekenhuis Toen heette dat nog niet Spoedeisende hulp.

112
Hij had zijn autosleutels nog niet gepakt of ik ging onderuit. In katzwijm. Had nog net het besef om op de grond te gaan zitten met rug tegen kast en muur. 112 gebeld en per ambulance naar het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda. Wat bleek: door de spagaat was een ader gesprongen in een bovenbeen ter hoogte van het kruis en door het lopen was er uiteindelijk zoveel bloed uit mijn directe systeem gevloeid dat ik in een shock was geraakt.

Met rust en zo is alles goed afgelopen. Het betekende wel het einde van mijn skeeleravonturen. De skeelers, gehavende knieschermers en handschoentjes liggen nog op een plank in de garagebox. Stille getuigen van mijn laatste sportieve activiteit.

Lopen door drie eeuwen geschiedenis

Stond al even op mijn lijstje, maar door corona was het complex niet toegankelijk. Vandaag dan binnen geweest in het 300 jaar oude fort Sint Pieter in Maastricht.

Het fort rijst op aan de zuidkant van de Limburgse hoofdstad. Een jaar geleden zag ik vanuit het Monseigneur Nolenspark, bij de voormalige Tapijnkazerne iets dat luiken leken van een groot gebouw. Hoog bovenop een heuvel. Na erheen te zijn gelopen, ontdek ik het fort.

En geen luiken, maar kanonsgaten of zo. Een fort, leerde ik van een informatiebord. Rondom gelopen. Rondleidingen waren er niet vanwege corona; de boel was op slot.

Nu dan de kans gekregen om onder leiding van een gids van Maastricht Underground het complex uit begin 1700 te betreden.

Belegerd
Het fort is ooit gebouwd om de Fransen die oprukten naar de stad Maastricht tegen te houden. Door de eeuwen heen is vestingstad Maastricht talloze malen belegerd en veroverd. De Sint-Pietersberg net buiten de stad is daar meermalen bij betrokken, meldt Natuurmonumenten, de huidige eigenaar van het complex.

De directe aanleiding om er een fort te bouwen is het beleg van 1673 door Lodewijk XIV, de Franse Zonnekoning. De stad wordt dan vanaf de berg beschoten. Stadscommandant Daniël Wolf van Dopff begint daarna aan de bouw van een stenen, vijfhoekig fort met maar liefst twaalf geschutsopstellingen.
In 1794 belegeren de Fransen de stad opnieuw. Vergeefs proberen zijn dan het fort op te blazen vanuit een gang in de Sint-Pietersberg. Het fort blijft ongedeerd, maar stad en dorp moeten zich uiteindelijk toch overgeven.

De Fransen blijken rond 1815 een ander fort (fort Willem I, op de Caberg), meer aan de noordkant van Maastroicht wel te kunnen passeren. Daar wordt nu mogelijk nog wel eens gevochten. In dit fort is thans een studentenvereniging gehuisvest…

Kruitdampen
Terug naar fort Sint Pieter. Gids Thom vertelt over de wijze waarop vanuit het complex de vijand werd tegengehouden door 400 soldaten met kanonnen en musketten.
De kanonnen staan er nog, maar zo verklapt de gids, ze zijn niet origineel. Te zien zijn kanonnen uit Zeeland. Toen daar een fort niet meer nodig was, hebben ze eerst dienst gedaan als afmeerpalen in een haven en sinds een jaar of tien, twintig hier neergezet om de geschiedenis van het fort te doen herleven.

De gids vertelt ook dat hoewel het fort in slechts een half jaar (!) is gebouwd, het wel een serieus bouwwerk is. Er is over van alles nagedacht. Om kruitdampen af te voeren was er zelfs een ventilatiesysteem.

Het fort is later verstevigd ofwel hoger gemaakt. Een tweede fort dus eigenlijk. En tijdens een rondleiding mag je helemaal naar boven.

Daar ontdek je de laatste militaire toevoeging van nog geen 100 jaar geleden: een ronde uitkijkpost met ramen. Gebouwd aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog. Het is voor zover bekend nooit in gebruik geweest.

Nadat het fort niet meer nodig was voor de verdediging van de stad, is het in verval geraakt. Het werd in 1867 verkocht (als opslagruimten), de bovenste geschutstellingen moesten worden vernietigd. In 1936 kwam er een feestgelegenheid. In 2012 is het complex gerestaureerd en is nu samen met het omringende park een toeristische trekpleister. 

Bewust kiest men ervoor bij de restauratie bepaalde delen niet te reconstrueren maar ruïne te laten. Zo blijft de geschiedenis zichtbaar en is er ook plaats voor bijzondere planten en dieren.

Verdrag
Helemaal boven wappert de vlag van Maastricht: een rood veld met een witte ster. Niet zomaar, aldus de gids. Het is herleidbaar tot het Verdrag van Maastricht in 1843, toen de Nederlanden werden opgesplitst tussen wat nu Nederland en België is. 

België kreeg Antwerpen en Brussel, maar Maastricht moest bij Nederland horen werd afgesproken. Zeer tegen de zin in van de Maastrichtenaren die liever bij de zuiderburen wilden horen. De Maastrichtse vlag symboliseert de afkeer tegen het besluit.

De Nederlandse driekleur gaat hier alleen op Nederlandse nationale feestdagen in top. E als eerbetoon aan de Franse voor wie het fort is gebouwd, gaat de Franse vlag op 14 juli (quatorze juillet) in top.

Vanaf de top van het fort toont de gids nog even hoe Maastricht min of meer omsloten wordt door België. Alle windmolens die je rond de stad ziet, staan allemaal op het grondgebied van de zuiderburen.

Niet onvermeld mag blijven dat deze zaterdag een prima dag is voor een bezoek aan het fort. Stad en ommeland schitteren onder een strakblauwe hemel en een heerlijke temperatuur. Het maakt het bezoek alsmede de wandeling erheen tot een feestdag. 

Terras
En als ik dan toch een feestje met mezelf vier aan het einde van mijn vakantie, moet er ook gegeten en gedronken worden.

Dat doe ik als altijd op het terras van café Charlemagne op het Onze Lieve Vrouweplein. Een Maastrichts biertje (nou ja, twee) Royale Martinus en het typische Limburgse streekgerecht zoervleis.

Hoop dat het echte Walcheren er beter aan toe is

Doel van de dagtocht was Miniatuur Walcheren, maar Het had niet meer de aantrekkingskracht die ik als kind had. Het valt in het niet bij Madurodam.

Meer dan een halve eeuw geleden dat ik er was (toen nog op een andere plek in Middelburg), dus herinneringen aan de miniatuur-uitvoering van het eiland Walcheren heb ik niet. Toch leek het me aardig deze stralende donderdag uit te kiezen voor een hernieuwde kennismaking. 

De eerste aanblik is mooi. Ook al herken ik behalve de Lange Jan en de Abdij van Middelburg geen der gebouwen, het is leuk om het eiland in het klein te zien.

Een tweede rondgang toont echter dat onderhoud hier dringend noodzakelijk is. Het mini-eiland heeft betere tijden gekend. Scheuren tussen de delen van verschillende gebouwen, ontbrekende figuren, een deel van een kermisattractie, afgebladderde verf…

Voor kinderen (en daar is het park natuurlijk primair voor bedoeld) maakt het ongetwijfeld niet uit. Maar kom op Miniatuur Walcheren, of Mini Mundi zoals het nu heet, wees eens trots op je collectie en doe er wat aan! Ik vermoed zomaar dat het echte Walcheren er een stuk beter aan toe is.

Voor de kinderen is er nog genoeg te beleven in het attractiepark. Een naastgelegen speeltuin zo groot als Miniatuur Walcheren zelf, een rondrit met een treintje. Ouders hebben … uhhh geen kind aan het grut hier. De alleenreizende volwassene heeft het echter na een kleine twee uur wel bekeken. 

Kloostergang
En dus keer ik te voet (40 minuten) terug richting centrum van het echte Middelburg.

Wie even de rust zoekt, is de Abdij van Middelburg een mooie plek. Vroeger het het klooster van de norbertijnen, nu het domein van het provinciebestuur en het Zeeuws Museum. 

Zeker op deze marktdag een levendige binnenstad, een keur aan terrassen. Die terrassen zijn vol.

Een paar jaar geleden al eens geweest. Nu zag ik mensen een openstaande deur passeren. Ben ze gevolgd en kwam nu terecht in de kloostergang. Een fraaie binnenplaats waar stilte heerst. Een genot om een kwartiertje op een bankje te zitten.

Ook bijzonder is de binnenplaats van het oude stadhuis en vleeshal, nu het domein van University College Roosevelt.

Inderdaad, vernoemd naar de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt, wiens voorouders uit Zeeland (Tholen) afkomstig zijn. Een buste van hem was er al (in een museum) en in de jaren tachtig is er een bijgekomen van zijn vrouw. Ze zijn nu te bewonderen op de binnenplaats.

Park
Miniatuur Walcheren was tot 2009 gevestigd vlakbij dit deel van de stad. Daar is nu het Molenwater Park, maar op Google Maps zie ik de contouren van wat mini-Walcheren moet zijn geweest te zien. Dat maakt dat ik een volgend bezoek aan de Zeeuwse hoofdstad in gedachten houd. 

Niet alleen daarom hoor. Heb bij café De Zaak (Pottenmarkt) genoten van het Zeeuwse bier Zeeuwsche Zonneschijn (heel toepasselijk voor deze dag). Een lekkere bite, een zuurtje, zes procent alcohol. Heerlijk dorstlessend.
De kroegbaas vertelde dat hij meer bieren van de lokale brouwerij Baardaap heeft. Dus moet ik proefondervindelijk ontdekken of die net zo lekker zijn…

Hieronder eerst een filmpje van Miniatuur Walcheren. Het tweede, korte filmpje laat je kennismaken met de stilte in de kloostertuin van de Abdij van Middelburg.

In de voetsporen van Napoleon

Dankzij (?) corona al mijn dertiende museumbezoek dit jaar. Het Teylersmuseum in Haarlem. Geen verkeerde keuze. Daarmee treed ik in de voetsporen van de Franse keizer Napoleon die hier 210 jaar geleden ook de collectie bewonderde.

Het Teylersmuseum (‘Museum van de Verwondering’), vernoemd naar zijn stichter Pieter Teyler van der Huls, dateert uit 1778 en is daarmee het oudste museum van ons land dat ook nog eens in hetzelfde (wel uitgebouwde) gebouw is gevestigd. 

En net als met het Rijksmuseum in Amsterdam is dat een van de pluspunten van dit museum.

Zo mooi als de collecte (alleen al de zeer uitgebreide collectie fossielen en mineralen) is, het gebouw is dat zo mogelijk nog meer. En dan in het bijzonder het interieur. De houten/glazen vitrines ademen geschiedenis. Zeer oud en daardoor zeer mooi. Alles nog in originele staat. Een lust voor het oog.

Wie na de indrukwekkende entreeruimte de eerste zalen bereikt, zal de kasten misschien niet direct opwindend vinden. Dat verandert in de Ovale zaal. Een prachtige ruimte vol kasten met de mooiste instrumenten die je je maar kunt voorstellen. 

Oogverblindend
Zeer oud, dus aanraken is er niet bij. Wie zich nu verbaast over wat de pc en internet vermogen, moet een paar eeuwen geleden net zo hebben gereageerd bij de (wetenschappelijke) instrumenten die hier worden getoond. En als het aanbod in de kasten dreigt te vervelen, gaat je oog omhoog door de ovale ruimte. Wat een geweldig gebouw.

Net zo indrukwekkend om te zien is de collectie schilderijen, penningen en munten. Het is oogverblindend allemaal.

Zoals na mijn eerste bezoek aan het Rijksmuseum in Amsterdam, moet ik ook hier nog een keer terug gaan. De collecte en het gebouw waren teveel om met één bezoek af te doen.

Bonus vandaag: een afsluitende lunch in het museumcafé met de in Haarlem woonachtige zus E.