Op zoek naar de mooie instrumentale uitvoering van Coisich a rùín (Walk, my beloved) van Julie Fowlis (zang) en Nicola Benedetti (viool) kwam ik met Google met lege handen thuis. Niets gevonden, althans niet de door mij vorige week vrijdag op Hilversum 4 gehoorde versie. Misschien dat ik ‘m via Uitzending gemist, of hoe dat voor de radio ook mag heten, nog eens kan terug luisteren.
Vond al zoekende via Spotify, Google en YouTube wel een ander heerlijk Schots instrumentaal werkjen. Lust van de Schotse folkband Rura. Nooit gehoord van deze band, maar het klinkt best wel lekker up tempo. Daar ga ik meer nummers van beluisteren de komende tijd.
Vanmiddag een kijkje genomen achter de schermen van de Goudse Schouwburg. De techniekruimte, de orkestbak, kleedkamer, artiestenfoyer, podium, coulissen enzovoorts.
Heb dat één keer eerder gedaan, maar dat was meer dan een kwart eeuw geleden, tijdens de bouw. Toen was er nog gen toneeldoek, de lampen hingen er nog niet. Een kale boel.
De Goudse Schouwburg is mijn theater. Hier zie ik de meeste voorstellingen. Dan is het best eens leuk om te zien hoe hoog het decor de lucht in kan en hoe al die spotlights worden bediend.
Geleerd dat het theater (nog) niet kan overschakelen op de veel zuiniger led-lampen: die zijn niet dimbaar. En dat moet wel. Vindt de schouwburg zelf ook jammer. Er hangen een paar honderd lampen en een groot deel van het energieverbruik resulteert in warmte, maar een klein deel in licht. Ook gezien hoe live kan worden gemonitord of er niet teveel geluid wordt geproduceerd. In die techniekruimte is ook een mini-museumpje met oude apparatuur. Normaal niet toegankelijk voor het publiek, net als trouwens de andere ruimten achter de schermen.
Als kers op de taart op het podium de soundcheck meegemaakt van het Jazz Orchestra of the Concertgebouw, dat vanavond een concertje geeft in de grote zaal. Grappig om achter de muzikanten langs te lopen, al waren er maar een paar aan het oefenen. De foto boven dit verhaal heb ik van achter het orkest gemaakt.
Mooi om in de orkestbak aan een waslijntje programmaboekjes van decennia geleden te zien hangen, met daarin onder andere voorstellingen met Rita Reys, Toon Hermans en vele, vele anderen. Er is veel veranderd. Waren er vroeger zo’n 50 voorstellingen per jaar, nu het zesvoudige.
Als ik volgende maand weer naar de schouwburg ga voor een toneelvoorstelling (Othello, door Het Nationale Toneel) ga, kijk ik toch wat anders naar de toneelruimte en de decors.
HIeronder (in YoutTube) nog enkele foto’s van vanmiddag:
Muziek uit de film 1917 (zie hieronder). Delen die ik twee weken geleden hoorde op Hilversum 4 waren voor mij de aanleiding de film te bezoeken in Cinema Gouda vanochtend. Wilde jullie een stukje van die muziek niet onthouden.
Ik kende zijn naam helemaal niet, maar Thomas Newman blijkt een gevierd componist van muziek voor tv en film (o.a. Skyfall).
Als je zijn muziek in Dolby Atmos wilt horen (een aanrader), bezoek dan de film 1917. Sowieso een aanrader.
Voor het eerst sinds, ik denk wel, jaren weer eens naar de film geweest. Gelokt door de muziek van componist Thomas Newman, de beschrijving opgezocht van 1917. Verhaal, gebaseerd op ware gebeurtenissen, op de Eerste Wereldoorlog*.
Extra lokkertje dat ik hoorde op de radio was dat dit geen film is die je op je tv-scherm thuis moet bekijken, maar op groot scherm in de bioscoop.
Hoe het er thuis zou uitzien, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat de film, ‘geschoten ‘ in 4K (scherpte van ongeveer 4000 pixels) oogverblindend is. Haarscherp, loepzuiver, of welk woord je er ook maar voor wilt gebruiken. Een ongeëvenaarde lust voor het oog.
En het geluid – Dolby Atmos – is ook onovertroffen. Als in de film van regisseur Sam Mendes de granaten inslaan, voel je je stoel in de filmzaal trillen. Als korporaal William Schofield (een overtuigende rol van George McKay) over een deels ingestorte brug moet rennen hoor je hem rechts uit de speakers komen. Als de camera draait en hij links in beeld is, komt het geluid ook daar vandaan. Voor de ervaren bioscoopbezoeker wellicht niet nieuw, maar voor mij als tv-kijker wel.
Hier een idee hoe er gefilmd is:
Maar goed, het gaat natuurlijk (ook) om het verhaal. Twee korporaals (naast Schofield, Tom Blake – Dean-Charles Chapman – maar die sneuvelt halverwege) krijgen de opdracht een boodschap van generaal Erinmore te brengen naar kolonel MacKenzie (Benedict Cumberbatch, Sherlock Holmes in de huidige versie) dwars door vijandelijk gebied. Indrukwekkend gefilmd. Ik weet dat het filmsets zijn en dat niets is wat het lijkt, maar het komt met 4K en Dolby Atmos allemaal heel echt echter. Dat mag gerust een compliment worden genoemd voor de makers.
Hoe knap het kan zijn, weet ik van een vakantie in Schotland jaren geleden. Met vriend G. P. daalden we in Glencoe met een skilift af en zagen standing stones. Die kende ik wel in Schotland, maar niet hier. We klommen weer naar boven en zagen er mensen bij lopen. We dachten dat de stenen net ontdekt waren en dat er onderzoek naar werd gedaan. De stenen bleken van piepschuim te zijn en werden vanwege een naderende storm verankerd. Het betrof een filmset voor Rob Roy…
Nu weer. Waar Schofield over de deels ingestorte brug rent, zie je op de achtergrond een gebouw. Een deel is echt het pompgebouw van de Govan Graving docks in Glasgow. De rest is nep. Of ‘prop’ zoals het mooier klinkt in de filmwereld.
Fraaie opname ook van Schofield (of een stuntman?) in het water van de rivier Tees in Noord-Engeland wordt meegesleurd. Een groot deel van de film werd opgenomen op een oude militaire basis in Salisbury, waar voor deze film loopgraven werden aangelegd.
Gelukkig een film zonder pauze. De zit van twee uur (langer als je de reclame en de rest van het voorprogramma meerekent) is geen straf. Cinema Gouda heeft uitstekende stoelen, met voldoende beenruimte. 1917 is daar te zien tot en met (in elk geval) volgende week woensdag.
Een aanrader!
Mooie quotes uit de film:
Down to Gehenna or up to the Throne, He travels the fastest who travels alone.
(Rudyard Kipling, The Winners (‘The Story of the Gadsbys’)
There is only one way this war ends – Last man standing
O hope today might be a good day Hope is a dangerous thing
Through this holy unction, may the Lord pardon you your faults, and whatever sins thou hast committed.
They went to sea in a Sieve, they did,
In a Sieve they went to sea:
In spite of all their friends could say,
On a winter’s morn, on a stormy day,
In a Sieve they went to sea!
And when the Sieve turned round and round,
And every one cried, ‘You’ll all be drowned!’
They called aloud, ‘Our Sieve ain’t big,
But we don’t care a button! we don’t care a fig!
In a Sieve we’ll go to sea!’
Far and few, far and few,
Are the lands where the Jumblies live;
Their heads are green, and their hands are blue,
And they went to sea in a Sieve.
They sailed away in a Sieve, they did,
In a Sieve they sailed so fast,
With only a beautiful pea-green veil
Tied with a riband by way of a sail,
To a small tobacco-pipe mast;
And every one said, who saw them go,
‘O won’t they be soon upset, you know!
For the sky is dark, and the voyage is long,
And happen what may, it’s extremely wrong
In a Sieve to sail so fast!’
Far and few, far and few,
Are the lands where the Jumblies live;
Their heads are green, and their hands are blue,
And they went to sea in a Sieve.
The water it soon came in, it did,
The water it soon came in;
So to keep them dry, they wrapped their feet
In a pinky paper all folded neat,
And they fastened it down with a pin.
And they passed the night in a crockery-jar,
And each of them said, ‘How wise we are!
Though the sky be dark, and the voyage be long,
Yet we never can think we were rash or wrong,
While round in our Sieve we spin!’
Far and few, far and few,
Are the lands where the Jumblies live;
Their heads are green, and their hands are blue,
And they went to sea in a Sieve.
And all night long they sailed away;
And when the sun went down,
They whistled and warbled a moony song
To the echoing sound of a coppery gong,
In the shade of the mountains brown.
‘O Timballo! How happy we are,
When we live in a sieve and a crockery-jar,
And all night long in the moonlight pale,
We sail away with a pea-green sail,
In the shade of the mountains brown!’
Far and few, far and few,
Are the lands where the Jumblies live;
Their heads are green, and their hands are blue,
And they went to sea in a Sieve.
They sailed to the Western Sea, they did,
To a land all covered with trees,
And they bought an Owl, and a useful Cart,
And a pound of Rice, and a Cranberry Tart,
And a hive of silvery Bees.
And they bought a Pig, and some green Jack-daws,
And a lovely Monkey with lollipop paws,
And forty bottles of Ring-Bo-Ree,
And no end of Stilton Cheese.
Far and few, far and few,
Are the lands where the Jumblies live;
Their heads are green, and their hands are blue,
And they went to sea in a Sieve.
And in twenty years they all came back,
In twenty years or more,
And every one said, ‘How tall they’ve grown!’
For they’ve been to the Lakes, and the Torrible Zone,
And the hills of the Chankly Bore;
And they drank their health, and gave them a feast
Of dumplings made of beautiful yeast;
And everyone said, ‘If we only live,
We too will go to sea in a Sieve,—
To the hills of the Chankly Bore!’
Far and few, far and few,
Are the lands where the Jumblies live;
Their heads are green, and their hands are blue,
And they went to sea in a Sieve.
(The Jumblies, door Edward Lear)
* (in maart 2019 verklaarde Mendes dat het verhaal geïnspireerd werd door een anekdote over zijn grootvader Alfred Mendes, een oud-strijder van de Eerste Wereldoorlog. Die had in 1917 tijdens de derde slag in Ieper als boodschapper twee dagen lang granaatinslagen, sluipschutters en machinegeweren getrotseerd. Zijn oorlogservaringen werden in 2002 ook neergeschreven in The Autobiography of Alfred H. Mendes 1897–1991)
Terry Jones (77), een van de makers van Monty Python is overleden.
Samen met John Cleese, Eric Idle, Michael Palin, Terry Gilliam en Graham Chapman maakte hij surrealistische en absurde humor. De serie Monty Python’s Flying Circus en later films als The Meaning of Life, Life of Brian en Monty Pythonand the Holy Grail. Vaak vertoond is de scène uit The Meaning of Life waarin Jones zich in een restaurant zo vol vreet dat hij na een laastste ‘After Eight’ uit elkaar spat.
Ik heb veel, zo niet alle afleveringen van Flying Circus wel gezien en uiteraard ook de films. Keer op keer. De beste screen humor ooit vertoond.
Voor de fans, hieronder de film Monty Python en de Holy Grail.
En natuurlijk het mooiste Monty Python lied: Always look on the bright side of life:
Me vanavond heerlijk ondergedompeld in de folkmuziek van de Nederlandse formatie Scrum. Al paar keer eerder naar concert van deze band geweest. Opnieuw niet teleurgesteld.
In een uitverkochte kleine zaal van de Goudse Schouwburg klonken vele voor mij totaal onbekende nummers, maar ook bekend werd van de vermaarde Ierse folkband The Dubliners. Maar ook zeer bekende nummers als Amazing Grace,Caledonia (Oh, but let me tell you that I love you That I think about you all the time Caledonia you’re calling me And now I’m going home If I should become a stranger You know that it would make me more than sad Caledonia’s been everything I’ve ever had).
Het mooiste nummer van de avond vond ik de Loch Lomond song (You’ll take the high road and I’ll take the low road, And I’ll be in Scotland afore you. Where me and my true love will never meet again, On the bonnie, bonnie banks of Loch Lomond). NIet alleen omdat ik Loch Lomond natuurlijk ken van mijn reizen door Scotland, of omdat ik het al heel vaak in heel verschillende uitvoeringen heb gehoord (zoals door de SChotse band Runrig, live-opname van concert aan de oever van Loch Lomond). Nee, vanavond ontroerd door de a capella versie door de zes mannen en zangeres Miriam Meijer. In de zaal is het doodstil. Geen kuchje, niks. Iedereen is kennelijk – net als ik – diep onder de indruk van deze uitvoering.
OK, toch nog iets te zeuren door de kniesoor. De tekstfout in het decor is niet hersteld. De setting van het optreden is een kroeg en op de achterwand hangt een geschilderd bord met daarop de whisky’s en bieren die er te krijgen zijn. Tobermoray moet natuurlijk Tobermory zijn. Is al eens gemeld bij Scrum, maar er is niets mee gedaan.
En nog iets. Dat ‘hallo Gouda, laat je horen …’ en varianten hier op is misschien één keer leuk, maar na een paar keer begint zoiets behoorlijk te irriteren. Afschaffen, of in elk geval minder vaak doen. Hallo Scrum, kunnen jullie me horen…
Hieronder een van die fantastische instrumentale nummers van vanavond
Laatste trip voor dit proefpensioen heeft me vandaag naar Leeuwarden gebracht. Nee, nu niet om het Ljouwerter skûtsje op te zoeken, maar voor een bezoek aan het Fries Museum voor de tentoonstelling Wij Vikingen.
Vikingen zijn me als Scotlandbezoeker niet vreemd. Zeker Orkney en Shetland ademen de sfeer van de vroegere veroveraars. Maar wat hun betekenis voor ons land en dan vooral de noordelijke provincies is geweest van de achtste tot de elfde eeuw, was me tot nu toe onbekend.
Waar de Vikingen me vooral als moordenaars en plunderaars zijn bijgebleven uit de verhalen en de films, leert de tentoonstelling me ook een andere kant zien. Zeker ze hebben huisgehouden in Friesland (of Frisia de oude naam van die provincie), maar de Vikingen die niet alleen het noorden van Europa bezochten, maar ook Constantinopel en zelfs Bagdad, zijn ook van invloed geweest op de handelsgeest van de Friezen. De Vikingen brachten uit het noorden barnsteen en glaskralen en uit het zuiden zijde en zilver, alsmede aardewerk en wapens. Niet alles was handelswaar, het ging voor een groot deel ook om geroofde goederen.
De Friezen nemen die handelsgeest over. Ze halen wijn uit Duitsland en verkopen dat weer in het noorden. Enkele van de grote, houten vaten zijn te zien op de tentoonstelling.
Munten om te betalen werden niet gebruikt. Ze bestonden wel, maar werden al dan niet in stukken gehakt om als betaalmiddel (‘hakzilver’) dienst te doen. Een deel van het hakzilver (gevonden in Wieringen) is tentoongesteld.
Het roven namen de Friezen ook over. Niet zelden sloten ze zich aan bij de Vikingen.
Wij Vikingen schetst ook een geheel ander beeld dat dat uit films als Wickie de Viking naar voren komt. Zo droegen ze helemaal geen gehoornde helmen. Ze vochten schouder aan schouder, voeren op smalle schepen, dus die hoorns zouden maar in de weg zitten. Sterker nog, de tentoonstelling leert dat veel Vikingen helemaal geen helm droegen. Het waren vaak arme boeren en konden zich zoiets niet veroorloven. Vermoedelijk hebben romantici in de kunststroming van de achttiende eeuw naar het beeld van de Germanen gekeken en dat over de Vikingen geplakt.
En nog iets. Het beeld van rauwe Vikingen met lange baarden en een onverzorgd uiterlijk blijkt ook helemaal niet te kloppen. Ze waren zelfs zeer bezig met hun uiterlijk. Er zijn metalen oorlepeltjes gevonden, de voorlopers van de wattenstaafjes. En kammen. En ze trimden hun baarden laten opgegraven attributen zien. Er is zelfs een voorloper van een strijkijzer te zien. Ze wilden kennelijk netjes voor de dag komen na een dag van roven en plunderen. Een echte eyeopener dus.
Niet alleen het roven en de economie uit de Vikingtijd komen aan bod op de tentoonstelling. Ook de kerstening die later volgde. Zo zijn er enkele houten doopvonten te zien.
Uit die tijd dateren ook de eerste (?) wetteksten waar de Friezen mee te maken kregen. Zo is er een wet die zegt dat een Friese Viking wordt uitgestoten. Als hij geplunderd, verkracht en gemoord heeft, wordt hij berecht. Er volgt alleen geen straf als hij er door de Vikingen toe gedwongen werd. Dan volgt geen boete of vredegeld en hij hoeft zelfs geen schadevergoeding te betalen.
Wat heel bijzonder is op de tentoonstelling, is de replica van een origineel vikingschip. Tien leerlingen van de opleiding Bouw en Infra en Maritieme Techniek van ROC Friese Poort hebben die in tien maanden gebouwd. Als basis gebruikten ze de afmetingen van het vikingschip Skuldelev V dat zich in het vikingmuseum in het Roskilde bevindt. Het schip, of wat er van over was, werd in 1959 gevonden door duikers in een fjord in de buurt van deze Deense stad.
Om het vijftien meter lange schip in het museum te krijgen is het in drie delen ‘geknipt’ en in het museum als een puzzel in elkaar gezet. Niet alleen mooi om naar te kijken, je mag ook aan boord.
De tentoonstelling is maar één doel voor de reconstructie. Als de expositie half maart is afgelopen, wordt het schip gereed gemaakt om door Friesland te varen. Na meer dan duizend jaar vaart er straks dus weer een vikingschip door Friesland. Het zou me niks verbazen als dat ook gebeurt tijdens het SKS skûtsjesilen.
Weer klassiek en weer Bach. Johan Sebastian Bach blijft toch een van mijn favo componisten. En de vioolconcerten komen bij mij op nummer 3, na zijn orgelconcerten (en daarbinnen volgens mij zijn mooiste werk: Toccata en Fuga d moll BWV 565) en de Matthäus Passion. De opname van de vioolconcerten hieronder met Camerata en Emmy Verhey op de viool is van grote schoonheid.
Helaas valt er bij zo’n lange opname op YouTube niet te ontkomen aan reclame tussendoor. Dat moet je maar voor lief nemen. Een gegeven paard…
Met al zes museumbezoeken in de afgelopen vier weken en nog een (vrijdag) te gaan, ben ik al goed op stoom om mijn Museumjaarkaart flink terug te verdienen. Hoewel, hoe vaak zou ik een museum bezoeken zonder die kaart? Juist!
Hoe kan ik deze vier weken, die ik als proefpensioen beschouw, doorkomen. Kan ik echt vier weken zonder mijn werk doorbengen ook als ik niet de heuvels in Scotland in trek? Welnu, met gemak leert deze ervaring. Van alles gedaan. Ook wel een of een paar dagen (soms aaneengesloten) thuis gebleven, omdat daar ook nog wel wat vrijwilligerswerk lag te wachten, maar uiteraard ook naar Maastricht en voorts volop ingezet ook op musea.
De meeste niet bij toeval, maar vanwege een tentoonstelling of andere bijzonderheid. Neem nu het Rijksmuseum in Amsterdam. Al een paar keer geweest, maar nog niet in de periode dat het voorwerk wordt gedaan voor de restauratie van de Nachtwacht, Rembrandts beroemdste schilderij. Dus hier gisteren (dinsdag) heen.
Leuk om gezien te hebben, maar het viel wat tegen. Indrukwekkend is de grote glazen constructie om de muur waar het immens grote doek hangt. Maar ik heb pech. In dit glazen huis overleggen drie mensen aan een bureau. Weinig spannend dus.
Gebouw
Maar goed, ronddolen door dit museum is al een genot op zichzelf. Zoveel kunstschatten. En het gebouw van architect Pierre Cuypers is een lust voor het oog. De eerste keer dat ik het Rijksmuseum bezocht, in augustus 2017, ging ik voor de Nachtwacht, maar werd betoverd door het gebouw zelf. Ik neem aan dat iedereen die dit leest en er geweest is, dit kan beamen.
Ook een bezoek gebracht aan het naastgelegen Van Goghmuseum. Eerder bezocht in augustus 2017. Maar de werken van deze schilder blijven me imponeren. Zoveel moois en door de goede uitleg op de bordjes, leer je het tijdsbeeld kennen. Zoals de werken die hij maakte in de periode dat Van Gogh was opgenomen in een ziekenhuis of inrichting in Arles.
Aardappeleters
Een tweede bezoek aan dit museum is geen overbodige luxe. De eerste keer is het totale overzicht van de werken van Van Gogh zo overweldigend, kan niet alles in een keer is te bevatten. Je moet er dus wel een tweede keer heen en ik denk ook een derde, om dieper in deze nalatenschap van de beroemde schilder te duiken. Al is het alleen maar om het schilderij Aardappeleters nog eens te zien.
Een derde schilderijenbezoek deze periode was vorige week zaterdag het Mauritshuis in Den Haag. Ook een herhaalbezoek en ook omdat de collectie zo omvangrijk en indrukwekkend is om alles in een keer te bevatten. Zaal na zaal zie je de mooiste schilderijen die Nederlands rijk is. Neem alleen al het betoverende Meisje met de parel van Johannes Vermeer.
Een speciale reden om nu naar het Mauritshuis te gaan, is de overzichtstentoonstelling Nicolaes Maes, een van de beste leerlingen van Rembrandt. Vooral de portretten van de slapende oude vrouw, en de verschillende uitvoeringen van de Luistervink zijn het bezoek meer dan waard. Je ziet werken die uit beroemde musea elders op de wereld komen, zoals Jezus zegent de kinderen (‘Laat de kinderen tot mij komen en verhindert ze niet…’) uit de National Gallery in Londen. En Abraham die zijn zoon Izak offert, uit het Agnes Etherington Art Centre in Ontario, Canadese zie je ook niet elke dag.
Aphrodite
Een geheel ander museum waar ik weer ben geweest deze periode is het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Nu hierheen vanwege de tentoonstelling Cyprus, Eiland in beweging. Een mooi overzicht van beelden en andere voorwerpen uit het zeer oude Cyprus. Het aanbod heeft een spanwijdte van wel negenduizend jaar.
Veel archeologische topstukken uit het Cyprus Museum zelf zijn hier nog tot half maart te zien, zoals het grote beeld boven dit verhaal. Heel veel beelden van Aphrodite de godin die volgens de legendes uit het schuim van de zee bij Palaepaphos zou zijn geboren. Ik wist het niet, maar onze maand april is naar haar vernoemd. Interessant ook om de invloeden van andere landen zoals Egypte en Griekenland.
Twee andere musea die ik heb bezocht zijn Speelklok en het Catharijneconvent in Utrecht. Zie daarvoor het verhaal hieronder, ‘Van klok tot kerststal’.
Nog één museum staat op mijn lijstje tijdens dit proefpensioen. Komende vrijdag zet ik koers naar Leeuwarden, het Fries Museum. Daar is nu de tentoonstelling Wij Vikingen. Die is gewijd aan de tijd van de vele Vikingaanvallen in Friesland, of Frisia, zoals dit noordelijke stukje Nederland ruim duizend jaar geleden heette.
Hoe ik deze tentoonstelling waardeer, lees je over een paar dagen in dit blog.
Laatste Muziek voor het weekeinde van 2019 is Schafe können sicher weider van J. S. Bach uit 1713, uit de cantate Was mir behagt, ist nur die muntre Jagd (BWV 208), ook bekend als de Jachtcantate. Hier gespeeld door de broers Lucas en Arthur Jussen.
Ben al fan van het tweetal om zijn vertolkingen van veel werken van tal van componisten. Maar als het om Bach (favo componist voor mij als gereformeerde/ Calvinist) gaat, ben ik wel kritisch (mag ik dat als toch een leek zeggen?) op uitvoeringen. Dit is er een met een 10 op de schaal van 10.
Wie geen Bachfan is, zal het stuk toch wel herkennen en omarmen?
Geweldig werk, fantastisch uitgevoerd door de broers in de uitzending van Podium Witteman van afgelopen zondag. Even doorscrollen hier naar 09.42 minuten voor het betreffende stuk. Doe je ogen dicht en geniet.
Wie denkt dat de tekst slaat op de gelijkenis van de goede herder, heeft het mis. Het komt uit een wereldlijke jachtcantate die Bach in 1713 schreef voor zijn werkgever in Weimar, hertog Christian von Saxen-Weissenfels (31). De tekst, waarvan de aria van de muziek die je hoort in het tv-fragment hierboven staat, is van Salomon Franck, de hofdichter van Weimar.
Het werd op 23 februari 1713 voor het eerst uitgevoerd als tafelmuziek bij een banket in het jachtslot van hertog Christian, na een jachtpartij ter gelegenheid diens eerste verjaardag als hertog in functie, na het kinderloos overlijden van zijn oudere broer in 1712.
Plezierig weekeinde. En alvast een goede jaarwisseling!