Mijn allerlaatste ‘eigen’ wijn

Mijn jaarlijkse voorraad van zestig flessen wijn van Domaine le Clos des Lunières is wijn 2017zojuist gearriveerd. Een leverantie met een traan. Het is voor het laatst dat importeur Rob Groot mijn ‘eigen’ wijn naar Gouda heeft gebracht. Hij stopt er mee en daarmee stopt ook het project Mas Aupellière/Domaine Saladin na dertig jaar!

gall2Begin jaren 90 ontdekte ik via de Volkskrant een wijnproject, waarbij de deelnemers jaarlijks een vast bedrag storten en in mei/juni hun deel van de wijkopbrengst kregen. Het kwam, inclusief eigen etiket, neer op ongeveer tien gulden per fles.
Ik ben vooral gaan deelnemen vanwege de verjaardagen. U weet hoe dat gaat. Een vriend of familielid is jarig en bij de slijter wordt nog snel even een flesje van het een of ander gehaald. Na een uur zijn gever en ontvanger allang weer vergeten wie welke fles heeft gegeven. Met een fles Mas Aupellière – voorzien van eigen etiket – gaf je een eigen wijn, die door de ontvanger dan ook altijd als zodanig herkenbaar zou blijven.
Geen doel op zichzelf, maar wel mooi meegenomen werd een grotere interesse in wijn. Vooral dankzij mijn zus Elly (ook ‘wijnvriend’) werd kennis opgedaan van wijnen in het algemeen en die van de Bourgogne in het bijzonder. Ze leerde me de levensloop van wijn van druif (en grond) tot het ruiken en proeven. Samen hebben we enkele wijnreizen naar Frankrijk gemaakt. We leefde er dan als ‘god in Frankrijk‘ en genoten mateloos van masau3een mooi glas (wat zeg ik: fles) wijn en een mooi stuk vlees, artisjokken, kaas en wat er nog meer voor lekkers is.

Een kleine tien jaar later hield de Mas Aupellière op te bestaan. Het wijnhuis (waarover hieronder meer) was verkocht aan een coöperatie. In 1998 vond de stichting Wijnvrienden associatie Mas Aupellière een waardige opvolger, Domaine Saladin en werd de clubnaam veranderd in Wijnvrienden Domaine Saladin. In mei 1999 kwamen de eerste flessen. De hooggespannen verwachtingen werden waargemaakt. De wijnvrienden hadden een prima keus gedaan. Zelfs jong rook de Saladin al fantastisch. Dat beloofde wat als de wijn enkele jaren zou zijn opgeslagen. Hieronder enkele wetenswaardigheden over de beide wijnen (deels eigen informatie en deels afkomstig van de Wijnvrienden).

Gallician
Het wijnhuis Mas Aupellière was van 1979 tot 1998 eigendom van de Nederlander Leo Grootemaat. Het wijnhuis staat in Gallician, in het diepe zuiden van Frankrijk, halverwege de stad Nîmes en de Middellandse Zee. Het wijngoed, nu eigendom van een coöperatie, omvat 22 hectare. De appellation Costière de Nîmes bestond toen nog niet zo lang. Ze was ontstaan na een meningsverschil tussen een aantal wijnboeren in het gebied. In veel wijnboeken moet u voor de Mas Aupellière de oorspronkelijke aanduiding voor het gehele gebied, Costière du Gard, opslaan.
De bodem van de wijngebieden zijn zeer rijk aan kiezel. In Gallician zitten de kiezels tot wel tien meter diep. Mas is de Zuidfranse uitdrukking voor een (wijn)boerderij van groot aanzien, door gebouwen en door oppervlakte. In het Nederlands zouden we van een herenboerderij spreken.

De kwaliteit van de wijn verschilde uiteraard van jaar tot jaar. Voor alle jaargangen gold galdruifechter dat het opslagwijn was. De wijn die in het voorjaar werd afgeleverd kon bijvoorbeeld al met Kerst worden gedronken, maar na een paar jaar was de wijn voller van smaak. In mijn kelder ligt nog een fles van het allereerste jaar, 1989. Of die nog te drinken is, weet ik niet. De fles heeft echter eeuwigheidswaarde: het was het allereerste jaar van ‘mijn eigen wijn’.
Mas Aupellière is van het type Syrah. Dat betekent dat dit druivenras dominant is. Doch een wijn van 100 procent Syrah zou teveel tannine bevatten en over en jaar of vijftien niet meer drinkbaar zijn. Daarom zijn de druivenrassen Mourvèdre, Carignan, Grenache en Cinsault toegevoegd, supplementaire rassen, die aan de smaak weinig bijdragen, maar die de wijn wat lichter maken en daardoor eerder drinkbaar.
Algemene gegevens: alc. gehalte: 12%; druivenrassen: zie boven; oogst (in de tijd van Grootemaat) handmatig; vinificatie: klassiek na ontstelen van de druiven; rijping: 6 maanden in grote eiken foeders; kleur: helder diep paarsrood; boeket: wisselt per jaar, maar meestal veel fruit, vooral sterke impressies van druiven, bessen en moerellen.

Domaine Saladin
De deelnemende wijnvrienden hadden op een proefavond eind jaren negentig gekozen voor Domaine Saladin als opvolger. De familie Saladin was al meer dan 250 jaar een wijnbouwersfamilie. Het dorp St. Marcel d’Ardèche was eeuwenlang een pleisterplaats op een kruispunt van pelgrimroutes. Er werd gewerkt (of misschien nog steeds) met klassieke en moderne inzichten. Zo kwamen er geen insecticiden en pesticiden de wijngaarden in. Voor de gisting wijngaardsaladinbetekende dit dat deze natuurlijk is en er geen gistcellen moeten worden toegevoegd. Dit kan alleen wanneer de druiven en de wijngaard in een goede conditie zijn. De toplaag van de bodem bestaan uit ‘cailloux’ keien. Deze houden de zonnewarmte vast, wat de rijping bevordert en de keien zorgen bovendien voor een goede drainage. De wijngaarden van Louis en Annick Saladin strekken zich uit over zo’n 15 ha op het zogenaamde Plateau van Brissand . ‘Onze’ wijn kwam van de wijngaarden Chaveyron en Peyraube. De bodem is kiezelhoudend en watert goed af.
De cépages zijn ‘klassiek Rhône’: grenache (altijd minimaal 40 procent verplicht), cinsault, syrah en mourvèdre. De druiven worden met de hand geoogst en geselecteerd. De druiventrossen worden in hun geheel vergist. Dat bevordert de natuurlijke gisting, de souplesse van de wijn en de structuur. De gisting of fermentation duurt vijf tot zes dagen. Behalve een rode wijn, produceren de eigenaars Louis en Annick Saladin ook een heerlijke witte wijn, kan ik uit eigen ervaring vertellen. Ook is een rosé beschikbaar, maar daar zijn we na de proeverij niet zo enthousiast over.

Het echtpaar Saladin, althans Annick, was zeer hartelijk. Dat merkten we tijdens een bezoek aan de domaine in het najaar van 1999. De ontvangst was allerhartelijkst. Gezeten in de fraaie, grote woonkeuken dronken we koffie (en doopten we naar gebruik het koekje in de koffie). Annick nam alle tijd ons te vertellen over de familie, de wijnproductie, de druiven, enzovoorts.

Zoals ik de allereerste fles nog heb, zal ik ook van deze laatste levering één fles achter houden als blijvende herinnering aan een bijzonder wijnproject.

De wijnvrienden zijn echt haar vrienden geworden, als we mogen afgaan op de ontvangst. In de moderne proefruimte nam Annick ons mee naar de wijnvelden en naar de opslagruimten. Deels in het Frans en deels in het Engels gaf ze een heldere uitleg. We proefden een Domaine Saladin van 1995. Een prachtige wijn. Ze vertelde ons dat de 1998 (de eerste die via de wijnvrienden werd verdeeld) nu al beter smaakte dan de ’95er na de botteling. Dat beloofde dus wat.

Fond Croze
Na een aantal jaren stopte de samenwerking met Saladin. Het ging goed, te goed met de dochters van het echtpaar Saladin die de domaine van hun ouders hadden voortgezet. Ze konden het zich veroorloven de club het recht van ‘eerste importeur’ te ontnemen. Samen met de stijgende (en in het geval van Domaine Saladin fors stijgende) prijzen en accijnzen, werd de wijn te duur voor het Nederlandse project.
dorpspleinDe organisatie zocht naar alternatieven. Mijn keus viel op Domaine Fond Croze. Uiteraard weer met eigen etiket. De wijn kwam van de 64 hectare grote wijngaard St. Roman de Malegarde, een dorpje in de Vaucluse. De Confidence die ik geleverd kreeg, bestond voor 70 procent uit grenache en voor de rest uit syrah. De wijn heeft een houtlagering gehad. Het alcoholgehalte is 14 procent. Een stevige, maar niet zware wijn met een breed smaakpalet, kruidig en wat aards.

Le Clos des Lumières
Nadat de wijnvrienden stopten in 2004, is Rob Groot doorgegaan. Hij hield de ‘groepsnaam’ Saladin aan, maar de keuze voor de wijn veranderde. Het werd een Le Clos des Lumière (cuvée prestige), wederom uit de Côtes du Rhône, Fournès (globaal tussen Orange, Nîmes en Avignon, A9/D19) om precies te zijn. Gemaakt door het uit 1946 etiketdaterende familiebedrijf van Gérald Serrano. Leuk, zo’n familiebedrijf. Decennia geleden (1979) toegetreden tot een coöperatie en die in 2003 verlaten om weer een eigen bedrijf te worden.

Al die jaren genoten van mijn nieuwe wijn. Er ligt nog steeds een voorraad in mijn opslagruimte. Van de vanavond gebrachte vijf dozen blijft er één in huis om te testen en om alvast wat flessen weg te geven. De rest gaat in de opslag.
En zoals ik de allereerste fles nog heb, zal ik ook van deze laatste levering één fles achter houden als blijvende herinnering aan een bijzonder wijnproject.

A votre santé!

 

 

Van hunebed tot heden

Het lijkt nu bijna een jaarlijkse traditie te worden. Heb vandaag, net als in 2017 en 2018, een bezoek gebracht aan het Openluchtmuseum in Arnhem.

dorp kleinDit keer veel tijd besteed aan de Canon van Nederland, het zeer fraai vormgegeven overzicht van de historie van Nederland, zoals het museum zelf zegt: van ‘hunebed tot heden’. Interactief, leerzaam.
Voordeel van bezoek op deze zaterdag boven een doordeweekse dag: gen schoolreisje, dus geen rondrennende kinderen. Tijd genoeg om ongestoord van de verschillende tijdvakken kennis te nemen.

In de middag veel door het park gelopen en soms afstanden per oude tram van de RETtram klein afgelegd. Al is het sinds mijn kinderjaren de derde keer dat ik hier ben, het bezoek aan het Openluchtmuseum blijft boeien. Het kan dus nog niet van mijn museumlijstje worden geschrapt.

O ja, ter afsluiting op zonnig museumterras genoten van ter plekke gebrouwen Zwarte Barrie. Vanwege hoge alcoholgehalte (10 procent), maar bij eentje gelaten…

Hieronder een foto-overzicht (in YouTube-indeling) en daaronder een filmische impressie van vandaag.

 

Sneeuw zorgt drie keer voor overlast

4 sterrenSneeuw zorgt drie keer voor overlast: als het valt, als het ligt en als het smelt.
Zomaar een zin uit het absurdistische toneelstuk van een favoriet gezelschap van mij, Het Volk uit Haarlem.Ooit uit nieuwsgierigheid hun voorstelling Het volk in Dothan bijgewoond en ik was verkocht. Daarna nog genoten van bijvoorbeeld De god van de slachting, Oidiepoes en Veteranen

Wigbolt Kruijver (in de rol van Herr) en Bert Bunschoten (Mess) zetten in de voorstelling van vanavond twee mannen neer die elkaar niet kennen. Het chalet raakt ingesneeuwd en de twee mannen, die elkaar niet kennen, zijn tot elkaar veroordeeld. Ze proberen HetVolkelkaar te leren, maar hun totaal verschillend taalgebruik bemoeilijkt dat proces. Ze uiten zich in vormelijkheden, maar ze zijn onderhuids vooral lomp en onbeleefd.

Het stuk heeft als titel Het vermoeden van Poincarré, een verwijzing naar Jules Henri Poincaré )1854 – 1912), de Franse wiskundige en wetenschapsfilosoof. Over hem wordt uitvoerig verhaald in de gesprekken, maar het waarom van juist deze man wordt niet duidelijk. Maar niet te lang getreurd.

Het vermoeden van Poincarré levert prachtige scenes met tal van losse verhalen op. En hoe moeilijker de relatie tussen de twee mannen lijkt te worden, hoe hoger het lachgehalte. Dat de twee, gekleed in lederhosen en met een jagershoed op het hoofd, constant droog blijven kijken, maakt het voor de kijker nog leuker.

Een toneelstuk met een boodschap? Diepgravend? Welnee. Het is ook geen Tsjechov. Het Volk brengt als altijd prachtige, vrolijke stukken met ingrediënten voor een onbezorgde avond theatervermaak. Benieuwd wat de volgende voorstelling van Kruijver en Bunschoten is.

 

Over tulpenbollen, Prinsenstad en een Spiegeltent

In aanloop naar diner in Roosendaal deze zonnige Tweede Paasdag door deel van het land gekruist. Was van plan ‘even’ een blik te werpen op strand Zandvoort.
Trein Haarlem naar de kust was zo vol als de treinbeelden van Japan je altijd tonen. Op perron besloten rechtsomkeert te maken. Via de Bollenstreek (mooie kleuren) naar Delft.

markt delft kleinKan me niet heugen dat ik het centrum van de Prinsenstad heb bezocht. Vanwege kort tijdbestek (er moest even tijd overblijven voor inspectie van het terras van Willem van Oranje) slechts klein deel kunnen bezien. Ook geen tijd genoeg om de Nieuwe Kerk in te gaan. De korte rondwandeling door binnenstad biedt me in elk geval voldoendeHugo de Groot klein informatie om nog eens terug te gaan, maar dan voor wat meer uren.

In Roosendaal nog even tijd voor bezoek binnenstad. Blijkt er kermis te zijn. Niet mijn grootste vermaak, maar laat ik in het gebied van de Markt, Bloemenmarkt en het Tongerloplein stuiten op de Ronde Spiegeltent. Die herken ik uit duizenden, want de fraaie, historische feesttent was jarenlang het centrale punt van het Randstad Jazzfestival, het jaarlijkse, zeer succesvolle evenement begin diner kleinseptember, waarvan ik aantal jaren medeorganisator heb mogen zijn. Nostalgie.

Het diner? Dat houd ik privé. Maar het was geweldig. Fantastisch gezelschap en goed eten (lamsvlees). Wat wil een mens nog meer. Dank dus G. R. voor de uitnodiging.

Gezang bij het ochtendgloren

Vanochtend vroeg bij de ruïne van de St. Walrick kapel in Overasselt (bij Nijmegen) de jaarlijkse uitvoering – bij het ochtendgloren – bijgewoond van de Sint Walrick processie koor klein 1door het Schola Cantorum Karolus Magnus. Twaalf als Benedictijner monniken geklede leden van het koor zingen zeer oude Gregoriaanse gezangen. Gregoriaanse gezangen komen voort uit de oude katholieke traditie. De schola brengt gezangen ten gehore over Sint Walrick en Sint Willibrord en gezangen voor het komende Paasfeest. Gesprekken van het publiek verstommen als uit de bossen het gezang luider en luider richting de koor klein 2kapel komt. Scouts van het naastgelegen scoutingkampeerterrein kijken verbaasd naar wat er gebeurt.

De kapel (of wat er van over is) is gewijd aan Sint Walrick, of eigenlijk St. Valéry (overleden in het jaar 622). Hij zou als prediker wonderen hebben verricht,. Koortslijders zouden door hem van hun kwaal zijn verlost. Zijn volgelingen hebben in kapel klein 1952 een Benedictijnerklooster gesticht. Het kloostergebied bestond verder uit twee boerderijen. De huidige kapel stamt uit de 15e eeuw.

Al in de vijftiende eeuw zijn er bedevaarten naar St. Walrick. Sinds het begin van de vorige eeuw fungeert een eik als koortsboom. Door een kapel klein 2kledingstuk van een zieke in de boom te hangen, zou de zieke genezen.

Honderd jaar geleden stond er nog een veel grotere ruïne overeind. Juist toen er opgravingen werden gedaan en de ruïne gerestaureerd zou worden, brak de Tweede Wereldoorlog uit. De koortsboom klein 1geallieerden gingen niet zo netjes om met de ruïne, waar weinig meer van overbleef. Na de oorlog is de kapel deels weer opgemetseld met oude stenen van het voormalige kasteel van Balgoij.

Klik hier voor het programmaboekje van vanochtend (voor zolang het op de site van het koor beschikbaar blijft uiteraard).

In de film hieronder enkele gezangen van vanochtend.

 

Ruhe sanfte sanfte ruh

Een begin om te onthouden. Bij de cantatedienst in de Grote of St. Laurenskerk in Rotterdam vanochtend met de Matthäus Passion, trok ds. Bernard van Verschuer de volgende lijdensvergelijking:
,,Mensen die naar de Matthäus Passion gaan hebben iets gemeen  met mensen die naar De Kuip gaan om Feyenoord te zien spelen. Je weet bij allebei hoe het afloopt. Bij de eerste zeker, bij de tweede meestal. En dat stemt mensen droevig…”

Een vrolijke noot bij een zeer mooie Matthäus Passion door de Laurenscantorij en het Laurensconcert. Het is in de setting van de cantatedienst, dus ruimte voor Schriftlezingen, een korte overdenking (met de bovengemelde woorden van Verschuer), samenzang, gebed en collecte.

Hoofdmoot uiteraard de volledige Matthäus Passion. Vier uur (twee uur voor het eersteBach en twee uur voor het tweede deel. Met de partituur op de schoot genieten van de akoestiek in deze prachtige, beroemde Rotterdamse kerk genoten.
Weer genoten, moet ik zeggen. Heb deze cantatedienst al vaker bijgewoond, zelfs nog met mijn vader, een groot liefhebber van ‘de Matthäus’.
De Laurenscantorij voert de Matthäus al jarenlang op deze manier uit. Sterker nog: de Matthäus is door Bach zelf voor een kerkdienst geschreven. Zo beleef je de muziek pas echt goed.

Palmpasen
De Matthäus Passion of Matteüspassie (BWV 244) is een oratorium gecomponeerd door Johann Sebastian Bach. Het is in Nederland een van zijn bekendste composities en een van zijn langste. De Matthäus Passion vertelt het lijdens- en stervensverhaal van Jezus als in het Evangelie volgens Matteüs. Van de intocht in Jeruzalem (het is vandaag Palmpasen), de instelling van het Laatste Avondmaal, het verraad door Judas (voor 30 zilverlingen), de verloochening door Petrus (Eer de haan kraait, zult gij mij driemaal verloochend hebben), de rechtszaak, de kruisiging en de graflegging (Ruhe sanfte, sanfte ruh).

Wat mij jaar op jaar verbaast is het aantal mensen dat tijdens de lunchpauze, dus na het eerste deel, vertrekt. Zelf vind ik het tweede deel het meest indrukwekkend. En dan vooral het slotkoraal Wir setzen uns mit Tränen nieder (…) ruhe sanfte sanfte ruh.
En dan die stilte erna. Een concert, maar misschien mag je het zo niet noemen, zonder applaus. Een complete stilte in de kerk. Iedereen onder de indruk van met name dat laatste lied.

Partituur
Het ligt er uiteraard ook aan hoe het gezongen wordt. Als ik thuis met Spotify of dergelijk mee zing, is dat niet te vergelijken met de prachtige stemmen van de Laurenscantorij en de solisten.

Bijzonder onder de indruk van de bas (mijn stempartij) Pieter Hendriks. Waar koor en solisten toch wel altijd hun partituur voor zich hebben, zingt hij zijn solo Mache dich, mein Herze rein volledig uit het hoofd. OK, het zal niet de eerste keer zijn dat hij de Matthäus zingt, maar zo recht richting de toehoorders, komt het lied zeer mooi tot zijn recht.
En ook onder de indruk van de alt (hier althans, in het echt een countertenor), de Zuid-Koreaan Minho Jeong, gen onbekende in de Bachmuziek, -cantates. Wat een stem. De evangelist Stephan Adriaens kwam wat minder uit de verf, omdat hij – zeker wat achterin de kerk – erg zacht overkwam.

Maar al met al weer een indrukwekkend begin van de Stille week in deze hectische tijd. Goed om weer op de essentie van ons christelijk geloof te zijn gewezen met deze Matthäus Passion.

Muziek voor het weekeinde

Mooie muziek afgelopen zondag bij Podium Witteman, een van mijn favo programma’s op de zondagavond. Ben zo’n fan dat ik al paar keer de live-uitzendingen heb bijgewoond.

Afgelopen zondag niet, maar weer een geweldige uitzending op tv gezien.2
Bijzonder geraakt door het stuk Les Beautidudes van de Russische componist Vladimir Martynov. (met de klemtoon op ty).
Gebruikt in de film La Grande Bellezza (De grote schoonheid). Niet geschreven voor de film, zoals je denkt bij het voorbij schuiven van de beelden van het oude Rome. De muziek was er eerder dan de rolprent.

Minimal music (à la Canto Ostinato, maar dan veeeeeel korter) in optima forma. Er zijn 1uitvoeringen met zang, maar met strijkers zoals in de opname van de uitzending is ie veel mooier volgens mij.

Hieronder de uitvoering met dubbel quartet (Dudok Kwartet en Viride Kwartet) in de uitzending van Podium Witteman.
Klik hier voor het bewuste fragment, wellicht na een verplicht reclameblokje.

Beluisteren met een glas met iets lekkers er in en ogen even dicht.

Plezierig weekeinde!

 

Freek nog lang niet op zijn retour

4 sterrenFreek de Jonge op zijn retour, of over zijn houdbaarheidsdatum heen? Niks van gemerkt vanavond. Zijn voorstelling De suppoost (de eerste soloproductie in vijf jaar) ‘staat’ van begin tot einde.

De cabaretvoorstelling van de inmiddels 75-jarige cabaretier is opgebouwd rond de tentoonstelling van hem en zijn vrouw Hella in het Groninger Museum (Het Volle Leven, 2018). Niet dat je daar geweest moet zijn om de verhalen en grappen te begrijpen. Naast vragen of en wanneer iets kunst is (zoals het urinoir van Marcel Duchamp uit 1917, datfreek voor een nieuwe kijk op kunst moest zorgen) is er volop ruimte voor een vlotte grap. Zoals een groep schoolkinderen dat gillend om hem afrent bij de tentoonstelling, omdat ze zijn voornaam met iemand anders associëren…

De Jonge blijft de zoon van een predikant, dus begint met een kort vragenronde over Jacob en Ezau, Lea en Rachel (dochters van zijn oom Laban), Izak en Rebecca. Je hoort de hersenen van het publiek kraken om de juiste personen bij elkaar te zetten.

Ronduit hilarisch is zijn verhaal over een begrafenis. De vraag of hij zijn bril zou ophouden in de kist (,,nou, in de hel heb je er niets aan en als je in de hemel is ie niet nodig, want daar is alles perfect, toch?), de grappige anekdote over een overledene die niet op zijn foto lijkt die op de kist staat. En zijn bevreemding van de tekst die hij hoort in de begrafenishit van Frans Bauer Er rijdt een trein naar niemandsland, Hij is op weg naar het beloofde land, En onderweg hoor je de engelen zingen… ,,Nou, als u wel eens met de NS reist…’’ En dan weer een verhaal over de eigenlijke suppoost die nog met die moeder van Mark Rutte nog heeft gekend en een vaasje had.

Crosskicking
Geweldig is zijn onzinverhaal over Zwarte Cross, waar een bezoeker hem in nauwelijks verstaanbaar dialect een mop vertelt over het verschijnsel ‘crosskicking’. En uiteraard kreeg het publiek aan het begin ook nog even een korte terugblik op Freeks tirade tijdens het Boekenbal, vorige maand over het uitblijven van kritiek op Thierry Baudet.

Bij een cabaretvoorstelling hoort, naar ik weet, een kop en een staart te zitten. Een boodschap ook die je op weg naar huis aan het denken zet. Een boodschap. Dat lukt niet. Althans, niet bij mij. Daarvoor is de voorstelling misschien te fragmentarisch. Het zijn teveel losse onderdelen. Maar wel ontzettend leuke onderdelen. Misschien wat minder scherp dan jaren geleden, maar als je als 75-jarige met je show nog volle zalen trekt… Nee, voor mij is hij nog (lang) niet op zijn retour.