Hoorde afgelopen zondag, maar dan in een strijkerssessie bij Podium Witteman, onderstaand nummer van Miles Davis. Heerlijke muziek die je moet beluisteren met niet teveel gedoe om je heen en met een glas met iets moois er in je hand.
Vanuit Parijs wens ik jullie een prettig weekeinde.
Niet bijgewoond afgelopen december (want vakantie in Scotland), maar toch leuk om een filmpje er over te zien op YouTube. En in begin van de film is te zien dat mijn huis donker is. Een geruststellende gedachte… 🙂
O ja, de zangeres is de Goudse mezzo-sopraan Tania Kross.
Een betere versie van het nummer Shotgun door de Schotse rockformatie Tide Lines tijdens Hogmanay in Inverness: Red Hot Highland Fling. Zie onderste deel van het vakantieverslag hieronder. Nummer is een cover van de Engelse zanger George Ezra, die wij vooral kennen van zijn nummer Budapest (2014).
De cameraman van bovenstaand filmpje stond aan het beeld te zien ergens schuin achter mij hier in het Northern Meetingpark, verder weg dus van het podium. Vast bij een goede geluidbox of zo. Of hij heeft betere apparatuur.
Zo’n heerlijke late zomervakantie in Scotland gehad, dat ik al overweeg dit jaar opnieuw net voor kerst te gaan en in het begin van het nieuwe jaar terug te keren. Toegegeven, de dagen zijn kort, dus zeer lange wandelingen zitten er niet in. Maar het is er in die periode (behalve tijdens de kerstdagen zelf en de jaarwisseling) heerlijk rustig.
De korte dagen (lees: de zon komt laat op en de duisternis valt vroeg in) hebben me deze vakantie bijvoorbeeld beperkt tot lang wandelen in Glen Nevis.
Het is er heerlijk toeven, vanwege de gorge (nauwe doorgang tussen bergwanden) de waterval Steall Falls en de rest van het dal of glen richting Rannoch. Maar in de gorge moet je wel goed opletten waar je loopt. Eén vervelende misstap en je hebt vermoedelijk nog één keer een kortdurende hoofdpijn, daarna nooit meer.
Die doorgang doe je dus het liefst bij daglicht en niet als het donker is. Het lampje van je mobiele telefoon geeft te weinig licht voor een veilige loop. En in de gorge is het kort na 15.30 uur in deze periode wel zo’n beetje afgelopen met daglicht. En daar waar ik (ook met anderen gedaan, onder wie K+K en R+M en met R alleen) in de zomer ver voorbij de houten, decennia geleden door het legerregiment uit Oxford gebouwde houten brug over een van de bronnen van de Water of Nevis richting Rannoch kan lopen, moet ik nu na korte pauze net voorbij het bruggetje al rechtsomkeert maken.
Eén vervelende misstap en je hebt vermoedelijk nog één keer een kortdurende hoofdpijn, daarna nooit meer.
Spijtig is dat nu niet. Heb hier zo vaak uren en uren gewandeld, dat ik er mee kan leven. En ten opzichte van de zomer is het in dit deel van de glen nog stiller dan stil. Op de laatste parkeerplaats, niet ver van de gorge, stonden deze dag wel tien auto’s, maar waar al de inzittenden heen zijn gegaan, is mij niet duidelijk. In het eerste deel, bij de waterval en de touwbrug, kom ik een gezin tegen en nog een loslopende wandelaar. Meer de glen in is er verder he-le-maal niemand te zien.
Rugby
Na toch een druk begin van de vakantie in de (heerlijke) grote stad Edinburgh (dank Laurence om me mee te nemen naar mooie, gewonnen rugbywedstrijd van Heriots), begint hier de retraite – als ik het zo mag noemen – na anderhalf jaar werken pas echt. De regen tikt op mijn capuchon, het geluid van de wind dringt door in mijn oren, net als het kletterende geluid van alweer een waterval. Ik luister naar wat regen, watervalwater en wind me te vertellen hebben. Ik hoor je denken: Ruud is van het padje… Maar wandel hier onder dezelfde omstandigheden als ik deze dag en je zult me gelijk geven. Zittend op wat eens een muur van een schuur of een woning was, geniet ik van het uitzicht.
Als herboren loop ik terug naar mijn auto, om naar de Glen Nevis youth hostel te gaan. De laatste keer dat ik hier verbleef, was het een vervallen zooitje. Nu hypermodern. En om modern te verduidelijken: bij elk bed twee stopcontacten, met elk ook nog eens een usb-ingang voor het opladen van mobiele telefoon en Ipad of dergeljke. Het loungegedeelte heeft een werkende hout haard, met heerlijke Chesterfield fauteuils en bankjes. En vanuit mijn bed kijk ik zo (waarom zou je in deze donkere dagen het gordijn dicht doen) zo tegen de bergen/heuvels aan. Prima douches, een belangrijk aspect na een dag in de heuvels. Hostelling Scotland weet waar de gasten behoefte aan hebben.
Doorkey
Men heeft hier ook anderszins oog voor het welbevinden van de gasten. Zo laat je (net als op campings en andere logeeradressen) bij voorkeur gegevens achter als je aan een tocht begint. Je vult een kaartje in met daarop de plek waar je gaat lopen, waar je je auto parkeert, merk en kenteken van het voertuig, etc. In deze hostel wil men ook je doorkey hebben. Waarom? Wel, als je terugkomt van een tocht wil je eerste douchen en je omkleden. En dan heb je uiteraard de sleutel nodig. Dus als de sleutel uit het mapje is, weet iedereen dat je veilig bent teruggekeerd.
Aanvankelijk leek het me vlak voor vertrek uit Nederland ineens lang om tien dagen één standplaats te hebben, In de zomer heb ik dat nog nooit gedaan. Toch is het me uitstekend bevallen. Had een eetafspraak met vrienden nabij Fort William, wandelingen in de buurt en tochten naar Rannoch Moor en Skye. Dan ’s middags/’s avonds terugkeren naar je eigen bed is dan wel heerlijk. Het voelt na een dag als thuiskomen. De stand van de douchekraan is vertrouwd, in de keuken hoef je niet te zoeken naar je eigen spulletjes en eten, enzovoort.
Pelgrimage
O ja, Rannoch Moor en Skye. Eerst Rannoch Moor. Elk jaar als ik in Glencoe/Lochaber ben, moet en zal ik naar Rannoch Moor. Om precies te zijn: de Corrour Estate. Per trein (een weg voor de auto is er niet heen vanuit Fort William) in dik een uur naar Corrour. Daar lopend langs Loch Ossian (met jeugdherberg waar ik met vriend G. twee keer ben geweest), over de heuvels richting Rannoch.
Op goede Ordnance Survey kaarten (de ‘stafkaarten’ van de UK) staat Peters Rock aangegeven, het is nabij de bocht die je neemt vanaf de heuvels bij Loch Ossian richting de old lodge en Rannoch.
Peters Rock is vernoemd naar Peter Trowell, de beheerder van de Loch Ossian youth hostel begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Hij is toentertijd, vermoedelijk bij het maken van wak, onder het ijs verdwenen. Zijn lichaam werd in het volgende voorjaar gevonden, Trowell is begraven in Engeland. Op Peters Rock herinnert een plaquette aan hem, met de tekst:
I have a friend, a song and a glass gaily along life’s road I pass joyous and free out of doors for me over the hills in the morning
Sinds ik dit heb ontdekt zo’n tien jaar geleden, is dit mijn levensmotto geworden. En elk jaar als ik in Lochaber ben, moet ik hier even zijn. Een pelgrimage.
Het is wel aanpoten. Rannoch Moor is zo betoverend mooi, zo stil. Je blijft rondkijken, je blijft foto’s en filmpjes maken. Maar je moet om 15.15 uur terug zijn op het treinplatform. Als je trein terug naar Fort William mist, moet je zes uur (!) wachten op de volgende.
Sligachan
Skye mag natuurlijk nooit ontbreken tijdens mijn vakanties. Een Scotland in minitiature In de zomer kampeer ik standaard op de bij wandelaars en klimmers geliefde camping Sligachan. De camping zelf is zeer eenvoudig, maar de douches zijn puik en de pub is al decennia een van mijn favo horecagelegenheden in Scotland. Goed bier en een bijna ontelbaar aantal malt whisky’s. En met ontelbaar bedoel ik meer dan honderd verschillende drams…
Maar de camping is dicht in de winter en ik heb geen tent en andere toebehoren bij me. Dus een dagrit. Met de veerboot Mallaig naar Armadale, in het zuidelijke puntje Sleat van Skye. Ook een nadeel van de wintervakantie: de veerboot vaart nu niet zo vaak. Sterker nog, er is een kleinere boot ingezet. Dus achteruit de boot op…
De pont vertrekt rond 08.30 uur, dus al rond 07.00 uur uit Fort William op weg naar de haven. Een uitdaging. Je wilt doorrijden, want de veerboot wacht niet. De weg naar Mallaig kent letterlijk hoogte- en dieptepunten, bochten en is niet verlicht. Gelukkig weinig tot geen verkeer op de weg, dus ik kan aan alle lampen aan voorzijde van de auto aanzetten. Ik wist niet dat ik zovel lampen had op mijn auto…
Al met al werd zo’n rit nog wel een dingetje, maar ben blij dat ik het gedaan heb, Na anderhalf jaar weer de bekende plekken zien, het oude, door iedere bezoeker gefotografeerde bruggetje bij Sligachan, de hoofdstad Portree, de Old Man ofStorr, de Quiraning, Uig… Heerlijk om allemaal weer terug te zien.
Betoverend
Onder andere vanwege de jaarwisseling (Hogmanay) na de kerstdagen naar Inverness verkast. Ook hier weer een feest der herkenning met nog minder mensen dan in de zomer. Een van de wandelingen in op Coulin Estate in Torridon. Voor de kenners: niet ver van Kinlochewe.
In de zomer al vaak gelopen, maar het is er nu nog veel stiller. Geen wind, geen vogelgeluiden, geen andere wandelaars. Zo stil dat je na een uurtje zou kunnen denken: ik zal toch niks aan mijn oren mankeren? Na Glen Nevis is de Coulin estate het tweede retraite momentje.
En natuurlijk mag een bezoek aan Glen Affric niet ontbreken. Een fantastisch, betoverend gebied op drie kwartier rijden (in zuidwestelijke richting) van Inverness. Helft van de reistijd voert langs (boring) Loch Ness, maar bij Drumnadrochit buig je af en na 20 minuten duik je Glen Affric in. Plekken met een donderend geraas van watervallen, stilte in de bossen… Bekend gebied voor velen, dus veel drukker dan op de Coullin Estate. Maar toch heerlijk om hier weer even rond te sjouwen.
En dan Hogmanay zelf. Eenmaal, eind jaren negentig, meegemaakt in Edinburgh. Nu bewust voor Inverness gekozen, vanwege het kleinschaliger karakter. Hoewel, toch nog altijd tienduizend man (!) bij dit Red Hot Highland Fling in het Northern Meeting Park, niet ver van het centrum en de Inverness Cathedral.
Hier genoten van drie puike bands, met als opwarmertje de The Trad Project, jongelui met opzwepende muziek. Daarna heerlijke folk vioolmuziek van de Blazin’ Fiddlers (foto rechts). Nou, als er één band is die de koukleumen (tering wat een straf koude wind) bezoekers weet warm te krijgen is het deze formatie wel. Opzwepend. Je kunt niet stil blijven staan.
De echte eye- en earcatcher voor mij is echter Tide Lines, een rockformatie die herinneringen oproept aan Runrig.
De leadzanger Robert Robertson (voormalig zanger van de band Skipinnish) heeft dezelfde hoge (volgens mijn omstanders betere…) tenorstem dan Donny Munro van Runrig.
Hoe dan ook een geweldige gig. Op een van de filmpjes hieronder hoor je delen van het optreden van Tide Lines, als is door de afstand van publiek tot podium de sound verre van ideaal.
Bijna aan het einde van de vakantie nog even een bezoek gebracht aan Glen Orchy en Glen Etive. Vooral het laatst bezoek was (weer) schitterend, vanwege het grote aantal herten (deer) dat dichtbij of zelfs op de weg kwam. Niet schuw, dus gemakkelijk te fotograferen. R., eat your heart out! Bovendien is Glen Etive een heerlijk gebied om te zijn, ook al weer vanwege de stilte. Zie de foto bovenaan dit verhaal.
Minpuntjes
Zijn er dan geen minpuntjes in mijn vakantie geweest? Jawel, de overtocht met DFDS Seaways.
Al en paar jaar merk ik dat deze Deense maatschappij het visaanbod in het buffetrestaurant sterk heeft verminderd. Het was altijd een genot aan het begin en einde van mijn vakantie te genieten een goede fles Chablis en de vele vishapjes. OK, dat er geen lappen zalm meer liggen op schalen is te begrijpen. Ik heb mensen gezien die een bord vol metselen met zalm en dan na éen hap zegen dat ze het niet lekker vinden. De op het bord overgebleven zalm kon vervolgens in de afvalbak.
Maar daarna bleven er op de veerboot nog genoeg vissige belevenissen over ter combinatie van de Chablis. Mosselen, een mooie mousse, garnaaltjes, noem maar op.
En nu: piepkleine mosseltjes in een zeer pittige dressing of wat dan ook, een ‘roll’, waar aan de ijskristalletjes was te proeven dat ie net uit de vriezer kwam. Tot overmaat van ramp, geen Chablis voorradig. Zou te maken hebben met feit dat schip in januari in ‘dry dock’ ging in Gdansk. Kan zijn, maar dan had DFDS vooraf een verontschuldiging kunnen maken dat niet alles voorradig is.
Maar het belangrijkste minpunt is dat de vissige onderdelen van het buffet plaats hebben moeten maken voor pizza en nog meer soorten patat dan in het verleden. Van buffet naar vreetschuur dus. Alleen van het ontbijtbuffet ga je ’s morgens nog stralen. Heb mijn kritiek ook laten weten in een online survey van DFDS, maar denk dat er niets mee wordt gedaan.
Tot overmaat van ramp, geen Chablis voorradig.
En nu, weer aan het werk!
Wat filmpjes:
Coulin estate
Corrour estate
Glen Nevis
Hogmanay Inverness (geluidskwaliteit helaas niet al te best)
Mijn verlate zomervakantie is begonnen. Gisteravond al goed ingeluid op de veerboot van IJmuiden naar Newcastle (*plop*). Vanmiddag, na bijna anderhalf jaar weer voet gezet op Schotse bodem. Dit weekeinde in het drukke Edinburgh, maar vanaf maandag drie weken in de stilte van de Hooglanden. Het hoofddoel voor de Kerst en jaarwisseling
Vakantiebelevenissen verschijnen verspreid over de weken op deze weblog en natuurlijk ook op Facebook, Twitter en Instagram.
Om mijn Schotse weken muzikaal te starten hier het Schotse volkslied. Wie kent kent mag uit volle borst meezingen! Flower of Scotland
Soms heb je ineens van die heerlijke muziek voor het weekeinde. In dit geval het einde van het afgelopen het weekeinde. De geweldige trompettist Eric Vloeimans en de pianist Juan Pablo Dobal waren te gast bij Podium Witteman.
Helaas geen filmpje kunnen vinden (maar zolang het kan terug te zien via Uitzending gemist en dan ff doorspoelen nar de tweede helft van het programma) en via de link hieronder naar Spotify en zoek dan naar het nummer Viento Zonda. Draai de volumeknop op als de buren niet thuis zijn.
Voor de tweede keer deze week bezoek gebracht aan Radio Kootwijk. Kende het wel van naam, maar was er nog nooit geweest. Afgelopen woensdag de buitenzijde gezien, tijdens ‘dagje Veluwe’, dat ik voor mezelf had bedacht. Fraai complex. Het zendstation, dat de Sfinx als bijnaam heeft, maar in de volksmond ook wel de kathedraal heet, is imposant. Een ander woord is er niet voor. Fraai ontwerp van de vroegere rijksarchitect Julius Luthmann.
Op briefje achter een van de ramen, las ik dat er vandaag een rondleiding was. De kans om binnen te kijken liet ik mij niet ontnemen.
Na een uitleg door een deskundige gids, een filmpje met onder andere oude beelden, ben ik met de 27 andere deelnemers het gebouw. Je waant je al bij binnenkomst in een andere wereld. De Art Deco stijl van bijna 100 jaar geleden is nog vrijwel geheel te zien. Op alle plekken merk je dat destijds alles in het werk is gesteld iets bijzonders van het gebouw te maken. Niet alleen de fraaie hal, maar ook de trapleuningen naar de grote (900 m2) zaal.
In de zendzaal is niets meer te zien van het eigenlijke doel van Radio Kootwijk: de verbinding onderhouden met Nederlands Indië (“Hallo Bandoeng”) en later ook nog als zendpost van Scheveningen Radio. Alle apparatuur is verdwenen. Ook de grote zendmasten op het terrein zijn naar de schroot. Op één apparaat na, dat naar museum in Denemarken is gegaan. Er was zelfs een spoorlijn van Assel (bij Apeldoorn) naar Radio Kootwijk ten tijde van de bouw. Behalve de muur van het perron en het patroon in het landschap (waarop deels een fietspad is aangelegd) herinnert daar ook niets meer aan.
Wat is gebleven is de immense ruimte van het hoofdgebouw, het fraaie tegelpatroon van de vloer. Dat is in de zaal zelf al te ervaren, maar nog beter vanaf het balkon. Je snapt direct waarom het gebouw de bijnaam Kathedraal heeft. Een lust voor het oog. Het gebouw wordt nu vooral gebruikt voor evenementen en congressen. En er zijn dus rondleidingen in de weekeinden (17,50 euro).
Staatsbosbeheer, eigenaar van het gehele complex, is wel bezig allerlei gebouwen op het terrein te restaureren. De watertoren is al af, een van de twee pompgebouwen ook. En als alles meezit wordt volgend jaar begin gemaakt met de restauratie van het deels afgefikte hotel (ooit het woonverblijf voor ongehuwde ambtenaren van Radio Kootwijk)
De bonus van de kathedraal is de toren. Daar heb je een schitterend uitzicht over het Kootwijkerzand. Jammer dat het mistig was, waardoor ver kijken niet mogelijk was. OK, een reden om nog eens terug te keren.
Hieronder een filmpje van mijn bezoek vandaag. En daaronder nog een fotomap via YouTube met oude foto’s van Radio Kootwijk.
Wederom een heerlijk International Whisky Festival meegemaakt in Den Haag vanmiddag. Heerlijk, omdat dit festival vooral is bedoeld om te proeven. Whisky’s uit tal van landen.
Toen ik ruim 40 jaar geleden begon met whisky was dat (ik denk vanwege eerdere vakantie in Canada) Black Velvet, een Canadese blend. Bestaat nog steeds. In 1982, mijn eerste bezoek aan Schotland kwam de liefde voor de èchte whisky. En die is nooit weggegaan.
Toch is het fantastisch om op dit jaarlijkse festival in de Grote kerk in Den Haag te ontdekken wat andere landen soms voor mooie whisky’s produceren. Twee zijn er wat dat betreft uitgesprongen voor mij.
De eerste, Nomad, is een blend waarin 30 malts zijn verwerkt. De barrels met malt whisky zijn overgebracht naar Spanje om daar te worden geblend. Een beetje een Spaanse whisky dus. Uiteraard geproefd – ik was er toch. Heerlijke blend, mooie afdronk van fruit. Geen doordrinkwhisky, maar wel bijzonder om een maaltijd mee te besluiten bijvoorbeeld.
De tweede komt van honderden kilometers oostelijk, van de Israelische (Tel Aviv) distilleerderij M&H: melk en honing, hoe Bijbels. Bij de stand op het festival onder andere geproefd van de Young single malt. Zo’n bijzondere, uitdagende smaaksensatie in de mond en op de tong, dat ik gelijk besloten heb een fles te kopen. Is verder uitverkocht, dus een fles om zuinig aan mee te doen.
Wat is er verder nog naar binnen gegleden? Wel, een whisky die op rumvaten is gelagerd, de Caribbean cask 14 y van Balvenie, de hoogst gelegen distilleerderij van Schotland. Verrassend hoe de invloed van de rumvaten je een totaal andere whiskybeleving kan geven. En dan was daar de Vault edition van Bowmore. Mooi, maar voor minder geld heb je ook een prachtige whisky van deze Islay.
Mooi waren ook 12 years sherry wood en de Glen Dronach 12 years original. Grappige is dat je dus twee bijna identieke whisky’s hebt (12 y, sherry wood), die toch verschillend smaken.
En met Highland Park Dragon Legend waande ik me weer even terug op Orkney. Dit soort whisky’s van HP zijn een marketingdingetje, maar je proeft het er wel aan af. Maar om al die verschillende typen aan te schaffen gaat mijn begroting te boven…
Ook nog iets Nederlands geproefd vandaag? Ja, Cley whisky uit Rotterdam. Een whisky op basis van mout en rogge. Van een micro distilleerderij. Begonnen in 2015 in samenwerking met het Jenevermuseum in Schiedam. Leuk om geproefd te hebben een whisky van om de hoek, maar niet echt mijn smaak.
Niet geproefd op het festival, maar wel meegenomen is de Glenfarclas Festival botteling. Een mix van twee maltvaten uit mei (re-fill sherry hogshead) en september (1st fill sherry hogshead) 2009. Denk dat ik hier woensdag 12 december een glaasje van neem, om mijn verlate zomervakantie die dan begint te vieren.
Ga ik volgend jaar weer naar dit whiskyfestival? Jazeker, kaartje al gekocht via internet.
Geen Schotse, maar Deense muziek. Maar wel prachtig. Het Danish String Quartet. Hoorde dit nummer Ae Romeser (Last leaf, laatste blad) op Classic FM afgelopen woensdag ’s morgens rond 07.45 uur op weg naar het werk. Hoe mooi kan het begin van je werkdag dan zijn…
Vanavond afscheid bijgewoond van Nel Oskam. Ruim 40 jaar lang was ze verbonden aan het Goudse theater, de langste tijd als directeur. We kennen elkaar al die jaren ook al. Regelmatig met haar gesproken over mijn liefde voor het genre voorstelling in haar theater. Maar ook beroepsmatig bijvoorbeeld bij de presentatie van het aanbod voor het nieuwe theaterseizoen.
Afgaande op de belangstelling van avond van de genodigden, onder wie veel, heel veel mensen uit de theaterwereld zelf, ben ik niet de enige die dol is op Nel. Cabaretier Bert Visscher zei in een interview enkele maanden geleden al dat veel artiesten niet in de Goudse Schouwburg gingen optreden, maar ‘bij Nel’. Ze heeft altijd heel dicht bij de artiesten gestaan, bleek wel uit uitspraken vanavond op het toneel door Paul de Leeuw, Richard Groenendijk, Conny Janssen (van dansgezelschap Conny Janssen Danst) en de flamencogitarist Eric Vaarzon Morel.
Nel woonde haar voorstellingen heel vaak ook bij, gezeten op haar vaste hoekplek, links op rij 11. En na afloop in de buurt van de uitgang om van het publiek te horen of het had genoten. En ze introduceerde de artiestentafel in het theatercafé, waar bezoekers de kans kregen de optredende artiest zèlf te laten weten wat men van de voorstelling vond.
Ooit, toen de sloop van de oude schouwburg en zaal Kunstmin aan de orde kwam, was er in Gouda twijfel of er wel een nieuw theater moest komen. Gouwenaars konden toch ook in Rotterdam of Den Haag naar de schouwburg… Nel zette door. Gouda kreeg zijn nieuwe schouwburg en gelet op de belangstelling – zelfs bij een toneelvoorstelling zit de grote zaal vaak bijzonder vol – is het een gouden zet geweest.
Iemand die 40 jaar aan de Goudse Schouwburg verbonden is geweest, laat je niet met lege handen vertrekken. En dus kreeg ze naast alle kleine cadeautjes en flessen wijn, uit handen van Gouda’s burgemeester Milo Schoenmaker ook een Koninklijke Onderscheiding: Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Lieve Nel, het ga je goed in je nieuwe levensfase en ik hoop je nog vaak te ontmoeten in wat toch blijft jouw schouwburg.