Getuige van eerste Vrije Statenvergadering

Getriggerd door recente verhalen in mijn eigen krant en opmerkingen van burgemeester Pieter Verhoeve van Oudewater (vanaf 13 november ‘van Gouda) vandaag een bezoek gebracht aan Hof van Nederland.
Willem van Oranje kleinAanleiding voor de recente aandacht was het nieuwe beeld van Willem van Oranje, gewijd aan de eerste Vrije Statenvergadering in juli 1572 in Dordrecht. Op de sokkel staan de steden die er aan deelnamen, alleen die van Oudewater ontbreekt. Een omissie die nog goedgemaakt moet worden.

Het museum Hof van Nederland is onder andere gewijd aan die eerste Vrije Statenvergadering. Informatie over de voorloper van ons huidige Nederland, de republiek, is overal te vinden. En je hebt het natuurlijk ook gehad bij het vak geschiedenis op school. De Tachtigjarige Oorlog, de opstand tegen de Spaanse koning Filips II en zijn bestuurder in ons land, de hertog van Alva, de geloofsvervolging.

Opstand
Willem van Oranje stuurt aan op een vrije Statenvergadering (tegenhanger van de tot dan officiële in Den Haag) om een opstand tegen de Spaanse koning Filips II te organiseren. Met het beleid van Filips II en zijn Hertog van Alva is hij het oneens; de Spanjaarden leggen hoge belastingen op, beperken de macht van de Nederlandse adel en er heerst hongersnood. Bovendien worden mensen om hun geloof vervolgd door het katholieke regime.
De eerste Vrije Statenvergadering legt de basis voor de onafhankelijke Republiek der Nederlanden, de voorloper van ons Nederland van nu.

Wat de aandacht hiervoor in Hof van Nederland in Dordt bijzonder maakt, is de film. Alleen die is het bezoek aan het in 2015 geopende museum al meer dan waard. Na de aankomst van de burgemeesters van de deelnemende gemeenten, schermafdruk film kleinschakelen decor en kostuums over naar 1572.

Watergeuzen
Je bent, gezeten in de echte Statenzaal (tot de Beeldenstorm de refter van het Augustijnen-klooster) waar de vier dagen durende vergadering 4,5 eeuw geleden in het echt plaats had, getuige van het overleg. Je zit als het ware op de tweede rij bij die bijeenkomst. Je ziet en hoort Marnix van St Aldegonde (gespeeld door René van Zinnicq Bergmann), de vertegenwoordiger van Willem van Oranje, die het verzet zou gaan leiden. En ook de wrede opperbevelhebber van de Watergeuzen Willem van der Marck, heer van Lumey (gespeeld door Cees Geel).

Opvallend, zo had ik het nog niet eerder gehoord, is dat de vergadering geen uitroeiing wilde van het katholicisme in Nederland. ,,Laat ons niet doen zoals Alva en zijn Bloedraad’’ klonk het echter. In die context zou de tweede wapenspreuk van Nederland kunnen luiden: Een land waar je vrij bent om te denken wat je denkt, te geloven wat je gelooft en te zijn wie je bent.’’

Vergadertafel
Na afloop van de vijftien minuten durende film (geregisseerd door Theu Boermans, bekend van Soldaat van Oranje) gaat het scherm omhoog en kun je vervolgens om de statenvertaling kleinvergadertafel lopen.
Ik vond het zo boeiend om op deze manier die eerste Vrije Statenvergadering te hebben bijgewoond, dat ik hem zelfs twee keer heb bekeken vandaag.

Het museum geeft ook aandacht aan de oudste Nederlandse Bijbel, de Statenvertaling. Met natuurlijk aandacht voor de Nationale Synode van 1618 (in Dordrecht). Mooi om de gravure van Bernhard Picart uit 1729 van die vergadering in het echt te zien.
Het was bovendien schitterend weer vandaag, dus een wandelingetje door het oude centrum was de kers op de taart.

Hieronder de promo van de film over de eerste vrije Statenvergadering:

 

Op een mooie herfstdag

Tweede keer dit jaar naar het Openluchtmuseum. Prachtig weer, dus een uitje verzonnen om buiten te zijn. Geen spijt van gehad. Het museumpark liet zich van zijn mooiste kant zien. Gebouwen steken prachtig af tegen de blauwe lucht.
In de afgelopen twee jaar nu drie keer in het museum geweest. En ik kan u zeggen, het verveelt niet. Ik blijf me verwonderen in die oude gebouwen. Al is het alleen maar om te sfeer kleinzien hoe goed geconserveerd alles is. Het is soms echt alsof je in een tijdmachine bent gestapt.

Tijdens mijn vorige bezoek in mei vooral ruim tijd besteed aan de Canon van Nederland (aanrader als je hier nog niet bent geweest), nu gekozen voor wandeling en tramrit door het park zelf.

Gouda in Openluchtmuseum
Gekeken naar hoe iets kleins iets belangrijks kan doen. Het Aanbrengertje of weidemolen dat uit Gouda afkomstig blijkt. OP de foto bovenaan dit verhaal net links van het midden te zien. Het molentje bemaalde ooit de kleine polder tussen de Oude en Nieuwe Gouwe. Nu zorgt het er in het Openluchtmuseum sinds 1946 voor dat water uit de sloot naar de grote vijver wordt gepompt.

En natuurlijk een bezoek gebracht aan de oude boerderijen uit Beerta, Giethoorn, tram kleinStaphorst, Varik en Arnhem zelf. In een aantal oude gebouwen wordt daadwerkelijk gekookt, zodat het in het monument ook ruikt als vroeger, inclusief de lucht van petroleum. Eén bezoeker merkte bij binnenkomst in de keuken van de boerderij uit Beerta op dat de geur hem deed denken aan bezoeken aan zijn oma. ,,Dan wist je dat je die dag iets heel lekkers te eten kreeg.’’

Barak
Waar het ook al lekker rook was in de Molukse barak uit het Brabantse Lage Mierde. De toegevoegde kruiden zorgen voor een extra dimensie als je hier binnen rondloopt en je je verdiept in de geschiedenis van de KNIL-militairen en hun gezinnen die in dit soort barakken leefden.

cafe kleinMooi om te zien hoe het museum moderne foefjes toevoegt om de sfeer uit het verleden nog meer boven te laten komen. Zoals in het oude café van de Westerstraat in Amsterdam, rechts voorbij de ingang. Je stapt de kroeg binnen en met een druk op de knop zie je Tante Leen of Johny Jordaan met muziek uit oude speakers hun oude liederen zingen.

En als je even wilt bijkomen van al die gebouwen? Uiteraard is er dan genoeg horeca Dag klein(ook in of bij oude gebouwen) en op deze zonnige dag is het bovendien heerlijk toeven in de tuinen midden in het park. Hoe druk het ook is in het Openluchtmuseum, hier is het een oase van rust.

Kortom, een bezoek om met genoegen op terug te kijken. Volgend jaar maar weer eens doen.

Bekijk hieronder een kort filmpje. Inclusief het koken in de Molukse barak. Zonder de geuren helaas…

Schip Ahoy!

Na een paar jaar de Wereld Haven Dagen in Rotterdam bezocht. Er mijn vrije vrijdag voor gebruikt. Goede beslissing. Het kwam me minder druk over dan op zaterdag.

Boskalis kleinGeen vast programma gevolgd. Gewoon, eerst langs en op schepen rond de Wilhelminakade. Bijvoorbeeld aan boord geweest van De Zonnebloem, het schip van de gelijknamige organisatie. Het dateert uit 2005, maar als mij was verteld dat het net in de vaart was, zou ik het ook geloven. Het zag er tiptop uit.

Bijzonder ook om eens rond te kijken op een schip dat de vaargeul in de Botlek diepstuurhut klein genoeg uit. Indrukwekkend hoeveel power zo’n schip uitstraalt.
Zelfde geldt voor de schepen van Rijkswaterstaat en de KNRM. Mooi om er eens op geweest te zijn.

Aan de andere kant van de Maas, bij de Parkkade geneusd bij de vele kraampjes. Wilde in de hoek vlakbij de Maastunnel nog even de Zr. Ms. Rotterdam op. Maar de Veerhaven kleinrij voor de entree was zo lang dat ik dat maar aan me voorbij heb laten gaan.

In plaats daarvan voor het eerst van mijn leven onder de Maas gelopen, door de Maastunnel.
Ken de autotunnel vooral uit de tijd dat ik als kind met mijn ouders met de bus naar opa en oma op Heijplaats ging. En op een zondag wil ik af en toe nog wel eens een ritje door Rotterdam maken en kom dan ook wel eens door de tunnel. Maar het voetgangersdeel mastunnel kleinwas compleet nieuw voor me. Leuke ervaring.

maastunnelgebouw klein

Aan de zuidzijde via de Brielselaan richting Katendrecht gelopen en over een brug terug naar de Wilhelminakade. Dat heb je hier sneller gelezen dan de wandeling duurde. Maar het was prachtig weer en leuk om zo een nieuw stukje Rotterdam te leren kennen.

Bekijk een kort filmpje van vandaag hieronder:

En hieronder nog een foto-overzicht:

Lakenhal

Kende dit museum in Leiden wel van naam, maar door publiciteit rond de heropening van De Lakenhal besloten er eens te gaan kijken. Vandaag gedaan.

Mooi museum, mooie collectie, met een wow-factor. Je komt er – in beeld – veel te weten over de kunst, kunstnijverheid en geschiedenis van de lakenstad Leiden. De rijkdom die het een deel van de bevolking vroeger heeft gebracht. Het Beleg van Leiden tijdens de Tachtigjarige Oorlog en zo nog wat. Een stadsmuseum dat zijn naam eer aan doet. En een heel aansprekend gebouw ook, zowel het oude als het nieuwe deel.

(Lees verder onder het fotomozaïek)

Mooiste stuk voor mij als journalist is echter het glas-in-loodraam uit het vroegere Algemeen Handelsblad-gebouw aan de Nieuwezijds Voorburgal in Amsterdam. Het raam is in 1927 vervaardigd door de Leidse kunstenaar Harm Kamerlingh Onnes ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de krant.
De voorstellingen in het raam laten zien hoe dagelijks de krant gemaakt wordt en van de persen rolt. Je ziet een verslaggever bellend achter zijn bureau en op straat aan het werk (met blocnote in de hand). Zie fotomazaïek hierboven. Ook het drukken van de krant en ja zelfs de bezorging zijn in beeld gebracht. Prachtig om dat raam nu hier te zien. Heb er lange tijd bij gezeten om zoveel mogelijk details tot mij te nemen.

Maar er is meer moois, zoals het drieluik en een van de topstukken van het museum, Het Laatste Oordeel van Lucas van Leyden en de Brillenverkoper, een vroeg werk *hij was 18 toen hij dit schilderde) van Rembrandt van Rijn.
En heel Bijbels ook is het werk van Jan Lievens van de Romeinse stadhouder Pilatus die zijn handen (in onschuld) wast nadat hij Jezus, op verzoek van een woedende menigte had veroordeeld tot de kruisdood, zoals beschreven in Mattheus 27:24 (Toen Pilatus inzag dat zijn tussenkomst nergens toe leidde, dat het er integendeel naar uit zag dat men in opstand zou komen, liet hij water brengen, waste ten overstaan van de menigte zijn handen en zei: ‘Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Zie het zelf maar op te lossen).
Rechts in de hoek van het schilderij zie je nog hoe Jezus door soldaten wordt weggevoerd. Zie de foto boven dit verhaal.

Leesbril en Ipod
Ipod kleinBijzonder fraai is de ‘nieuwe vertaling’ van het Beleg van Leiden van kunstenaar-fotograaf Erwin Olaf. Indrukwekkend werk. Minutenlang naar gekeken. Toch viel me pas na het lezen van de beschrijving op dat Olaf er twee elementen in heeft verwerkt die in 1574 echt nog niet bestonden: een leesbril en een Ipod…

Echt onder de indruk was ik in een van de eerste zalen bij binnenkomst. Het drieluik De kruisiging van Christus van Cornelis van Engebrechtsz. Een altaarstuk uit een vroeger drieluik kruisigng kleinklooster in Leiden. Zoveel details, zoals de strook onder het drieluik waar Adam ligt, terwijl uit zijn borst hout opstijgt, een link met het houten kruis waaraan Jezus stierf.

En heel boeiend is ook een van de belangrijkste verhalen van Leiden tijdens het beleg, De zelfopoffering van burgemeester Pieter van der Werf van de hand van Mattheus Ignatius Bree. Het verbeeldt het moment waarop de burgemeester in 1574 zijn eigen lichaam als voedsel aanbiedt aan een hongerige menigte.

Extra punten voor dit museum voor de rondleiding met je eigen mobiele telefoon. Bij een aantal werken van de collectie kun je met de te downloaden L@kenhalApp een deel van een schilderij of het tekstbordje scannen (net zoals een QR-code) en krijg je details te zien en kun je luisteren naar een korte uitleg. Wie geen oordopjes bij zich heeft, kan een koptelefoon lenen bij de informatiebalie. De App is zeer nuttig gebleken. Bovendien kun je met die App thuis nog eens door het museum wandelen.

De Lakenhal komt op mijn lijstje met musea die ik nog eens moet bezoeken.

 

Een vrije week is voor mij niet compleet zonder een bezoek aan Maastricht. Niet alleen voor het terras. De Zuid-Limburgse hoofdstad is voor mij hoe druk het er ook is, een oase van rust. OK, op het Vrijthof kan het druk zijn, maar dat plein mijd ik dan ook als het even kan.

De dag begonnen met een bezoek aan het Museum aan het Vrijthof. Voor mij het staalfabriek kleintoonbeeld van waar een (piep)klein museum groot in kan zijn. Vandaag was het doel de overzichts-tentoonstelling van foto’s van de kunst-fotograaf Jan Stel.
Nooit gehoord van de man, maar in dit museum (als ook in het aan de overkant van de Maas gevestigde Bonnefantenmuseum) laat ik me graag verrassen. Een goede keus ook dit keer.
Prachtige foto’s van wat ik maar noem vergane glorie. Verlaten gebouwen met een casino kleinkarakteristieke architectuur. Locaties die ooit bruisten van leven en bedrijvigheid, zoals het museum wervend schrijft. Zoals een vroegere staalfabriek in Frankrijk, een glasbedrijf (kristal) in België, een textielfabriek in Spanje en een cathedrale de vino, ook in Spanje. En een imposante vroegere Kamer van Koophandel in België en – zeer bijzonder – casino in het Roemeense Constanta.
Gelet op de aandacht in het museum vormen de foto’s gemaakt in een vroegere gashouder (gazomètre) in Frankrijk min of meer het hoogtepunt. Toch kunnen die mij het minst bekoren.
Maar al het al een heel leuke tentoonstelling, waar je ongemerkt langer blijft dan gedacht.

Voordeel als je vaker een dagje Maastricht doet, is dat je steeds eens wat afwijkt van de geijkte paden. De stadsomwalling al een paar keer bezocht en ook het terrein van de nimf kleinvroegere Tapijnkazerne (nu gebouwen universiteit Maastricht en een brasserie) in het Aldenhof-park bekeken, maar nooit verderop gelopen.
Boven de stadsmuur een prachtige rustige tuin van de universiteit met banken en tafels (nu verlaten, want vakantietijd). Bijzonder fraai beeld van een bosnimf (Luk van Soom, brons, 2006) waar je ook op mag zitten.

En beneden in het Aldenhofpark de Berenkuil bekeken. Inderdaad, zoals de naam al doet vermoeden zat hier tot 1993 een echte bruine beer. Nu is het een kunstwerk, de Troostmachine. Verschillende dieren, maar als blikvanger een vrouw die het hoofd van een dode giraffe streelt. Zie foto boven dit verhaal. Klik in vorige zin op Troostmachine om het complete verhaal beer kleinachter dit kunstwerk te lezen.
De beer is niet helemaal verdwenen. Die zit, nu in brons gegoten, in de buurt op een bankje.

Het Aldenhofpark is vanwege de schoonheid, de rust, de kunst en de nabijheid van het riviertje de Jeker een prachtig deel van Maastricht om te vertoeven. Een aanrader.

Zoals gezegd is een bezoek aan het Bourgondische Maastricht voor mij niet compleet zonder een versnapering op het terras van café Charlemagne aan het Onze Lieve Vrouweplein. Prettige, vlotte, attente bediening. Fantastisch. Vergeet het Vrijthof. Dit intieme plein is een verademing. Een stilteplek in een grote stad.
Heerlijk was ook het glas (OK, twee…) Maastrichter Maltezer hier voor de terugreis naar de drukke Randstad werd aangevangen.

Bekijk hieronder een filmpje. Daaronder nog een fotocollage (in filmvorm)

 

Blijdorp

Om te voorkomen dat ik in mijn vrije week elke dag achter de pc zit, enkele uitjes gepland. Vandaag Blijdorp.
Het schijnt dat uitjes in fors prijs zijn gestegen. Met een jaarabonnement merk je daar niks van. Sterkerk nog. Ik ga zo regelmatig naar deze dierentuin in Rotterdam (heb zelf geen balkon of tuin, dus voor ‘buiten’ moet ik altijd iets bedenken), dat ik de prijs er al lang en breed uit heb.

wallabie kleinVoordeel is ook dat je niet steeds de gehele dag (‘want ik heb dat dure kaartje toch niet voor niets gekocht…’) hier hoeft te vertoeven. Ben ik het na een uur of twee, of drie zat, dan keer ik huiswaarts.

Zo niet vandaag. Was er tegen tienen en ging pas rond de klok van drie naar huis. Prachtig weer en – oh joy – nauwelijks jengelende kinderen die altijd een ijsje willen of blijven dreinen tot de ouders toegeven aan het verlangde ritje in het Blijdorptreintje.neushoornvogel klein

Waar het aan heeft gelegen weet ik niet, maar veel van de dieren waren vandaag in een actieve bui. Bijvoorbeeld de olifanten (zie filmpje verderop in dit verhaal) die trompetterden en vernuftig bleken om voedsel te pakken. Of de in een grote, wel afgeschermde ruimte rondspringende en etende wallabies. In twee buidels zag ik een jong zitten. En de parmantige neushoornvogel.
Vandaag ook even kijkje genomen bij de nieuwe bewoners, de gekko’s in het begin 2019 geopende natuurbehoudscentrum in Oceanium.

waterlelie kleinEn voor een moment van absolute rust, mag een bezoek aan de Victoriaserre (aan oostzijde van de Rivièrahal) niet ontbreken op mij lijstje. Is het niet voor de stilte (en warmte en de waterlelies), dan wel voor de architectuur van dit (en trouwens ook de 20 andere 20 rijksmonumenten van Blijdorp van de hand van Sybold van Ravesteyn. Hoe vaak je ook in Blijdorp bent, het is altijd weer een genot om naar te kijken.

Al met al een dag in Blijdorp om met genoegen op terug te kijken.

HIeronder filmpjes de olifanten, de wallabies en de neugdhoornvogel.

 

 

Woudagemaal

Het ‘Stavoren weekeinde’ van de Goudse fans van het SKS skûtsjesilen is niet compleet zonder een nevenprogamma. Zeilwedstrijd kijken op zaterdag vanaf dijk IJsselmeer bij Stavoren en op zondag een activiteit ergens in Friesland.
Dit jaar aan mij de schone taak iets te bedenken. Dat valt nog niet mee. In Friesland is gebouw buitenzijde kleinvan alles te doen, maar niet alles is op zondag toegankelijk. Het Woudagemaal bij Lemmer gelukkig wel in de zomermaanden juli en augustus.

Vooraf gesteld: het bezoek aan het gemaal is een gouden keuze gebleken, al zegt ik het zelf. Een stoomgemaal dat nog steeds functioneert. Een aantal keren per jaar (bij langdurige en hevige regenval) wordt het gemaal ingezet om overtollig water uit de Friese boezems naar het IJsselmeer te pompen. De provincie telt sinds 1966 het J. L. Hooglandgemaal in Stavoren dat het werk grotendeels aan kan. Maar op piekmomenten is het honderd jaar oude gemaal nog altijd nodig. Naast noodzaak blijkt dat ook een nuttige en gewilde aantrekkingskracht uit te oefenen opketels klein personeel van het Friese waterschap, het Wetterskip Fryslân. Zo blijft de kennis van de werking van een stoomgemaal behouden. Ook wordt – voor bezoekers toegankelijk – sowieso twee keer per jaar het gemaal onder stoom gebracht, vroeger met steenkool, nu met stookolie.

Sinds 1998 staat het gemaal (sinds 1977 een Rijksmonument) op de Unesco-Werelderfgoedlijst. Het gemaal is vernoemd naar de bouwer ir. Dirk Frederik Wouda (1880-1961), al draagt het zijn naam pas sinds 1947.
Deze hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat in Friesland was verantwoordelijk voor het ontwerp en de uitvoering van het gemaal in de stijl van het rationalisme (en al lijkt het er op, niet de Amsterdamse school) en gelijkenis tonend met zijn ‘voorbeeld’ oliekannetje kleinBerlage. Het gemaal werd in 1920 (volgend jaar dus 100 jaar geleden) geopend door koningin Wilhelmina.

Is het gebouw aan de buitenkant al mooi, binnen weet je niet wat je ziet. Uiteraard de ruimte met de ketels, maar vooral de kathedraal met de imposante pompen. Hier wordt duidelijk dat het Woudagemaal niet alleen functioneel moest zijn, maar dat de bouwer ook oog had voor de inrichting. Zelfs prachtig tegelwerk aan de muren. Een imposante ruimte. Je blijft je vergapen.

De pompen in de kathedraal zien er zeer goed onderhouden uit. Voor zover ik dat met lekenogen kan beoordelen. Zelfs de koperen oliekannetjes op een zo te zien honderd jaar oude kast glimmen alsof een belangrijke inspectie staat gepland.
Klik hier voor wat technische uitleg over de werking van het Woudagemaal.

Wie het gemaal wil bezoeken, kan het historische complex niet missen als Lemmer wordt genaderdmachines klein. De zestig meter hoge schoorsteen is al van verre te zien.
Een bezoek aan het Woudagemaal begint in een modern bezoekerscentrum. Daar leer je van alles over het gemaal, er is een korte film (zie hieronder de promo daarvan) en een gids neemt je mee naar en door het eigenlijke gemaal. Weet niet of ze allemaal dezelfde kennis en manier van vertellen hebben, maar die van onze groep is zeker een compliment waard. Zeer onderhoudend. Zelfs kleine kinderen luisterden aandachtig.
Er is een audiotour beschikbaar (in tien talen!)en een 360° App.

Voor mij was het bezoek aan het Woudagemaal zo geweldig, dat ik me heb voorgenomen nog eens een keer te gaan.

Een filmpje van het Wetterskip Fryslân over nu en werking van het Woudagemaal:

Zie ook onderstaand promofilmpje voor het 100-jarig bestaan van het gemaal in 2020. De eigenlijke film, in 3D, duurt vijftien minuten en wordt dagelijks vertoond in het filmzaaltje van het Woudagemaal.

En hieronder een filmpje vol foto’s die ik vanmiddag heb genomen.

 

Lemmer

Vandaag bezoek aan Lemmer, of De Lemmer, zoals ze in Friesland zeggen. Ondanks de zondag een drukte van belang met de recreatievaart. Bruggen en de sluis worden continue bediend. Het is dan ook een belangrijke verbinding tussen het IJsselmeer en het Friese merengebied.
Niemand lijkt het erg te vinden als de slagbomen van de brug omlaag gaan. Geduldig wordt gewacht, intussen genietend van de bootjes die passeren.

Na er een paar uur te hebben rondgewandeld, snap ik wel wat bezoekers naar (De) Lemmer tekst klein(tienduizend inwoners) trekt. Neem alleen al de Lemstersluis uit 1888. OK, een sluis is een sluis, maar hier moet je vooral oog hebben voor de bebouwing aan weerszijden.
De sluis is ontworpen naar voorbeeld van Franse en Belgische sluizen. De architectuur van de bebouwing op de sluishoofden, alsmede van de woningen aan de sluiskolk is geïnspireerd op de vormtaal van de Hollandse renaissance, leer ik via internet. Aparte benamingen: sluisknechtswoning, de sluismeesterwoning en een Rijksgetijmeter (bordjes op de muur geven aan wat wat is) waarin het peil van het IJsselmeer nog altijd wordt gemeten. En de ‘tegeltjeswijsheden’, zoals ’t Getij gaat zijnen beeld kleinkeer, ’t En wacht naar Prins noch Heer.

De drukte op het water in de stad vindt zijn weerklank op de kaden. Het stikt er van de terrassen, die ook op deze zeer zonnige zondagochtend al goed gevuld zijn. Van en naar het skûtsjesilen passeren we Lemmer altijd via de hoofdweg. Leuk om nu eens kennis gemaakt te hebben met de (binnen)stad zelf.
En wie daar niet wil zitten, kan altijd nog terecht op de Lemsterakenbank (gemaakt in de vorm van de steven van een lemsteraak), naast het standbeeld van de Lemster Fiskerman bank klein(brons, Bert Kiewiet). Of bij het brugwachtershuisje (brêgehokje) op een van de bankjes van de laag ommuurde zithoek met in staal weergegeven tekst ‘Onder de Hoek foar in praatsje en it lêste nijs’.

 

Lemmer weet hoe het de bezoeker zo aangenaam mogelijk moet maken.

Filmpje:

 

Ljouwert hjirûnder

Nou, de Goudse stroopwafels en het aanmoedigen vanaf de IJsselmeerdijk in Stavoren heeft niet geholpen. Het Ljouwerter skûtsje heeft het vandaag niet best gedaan tijdens de zevende wedstrijd van het jaarlijkse SKS Skûtsjesilen. We zijn zevende geworden, dus nog net in het linker rijtje (er doen veertien skûtsjes mee aan dit streng gereglementeerde evenement), maar in het algemeen klassement staat de bemanning van Ljouwert met 50 punten nu op de tiende plek. Ljouwert hjirûnder dus vandaag, in klein1plaats van Ljouwert Boppe.

Zonde van de reis van Gouda naar Stavoren? Geenszins. Het is altijd fantastisch om een wedstrijd van de veertien oude tjalken (skûtsje is Fries voor schuitje) gade te slaan.
Uiteraard in de ochtend eerst een bezoek gebracht aan het volgschip, Vrouwe Nieske. De ontvangst was als altijd zeer hartelijk. De Goudse stroopwafels werden in dank aanvaard. Dit is inmiddels zo’n traditie, dat toen ik vanochtend bij de Johan Frisosluis keek hoe het skûtsje naar het IJsselmeer ging, er van het voordek ‘Stroopwafels!’ klonk…
Ljouwert kleinNa de regen van de afgelopen dagen was het vanmiddag goed toeven op de dijk. Prima zicht op het wedstrijdveld (een kruisrak) en met Beerenburg van de Weduwe Joustra binnen handbereik.

We waren bepaald niet de enigen. De dijk tussen de oude haven en de sluis zat vol met toeschouwers met koelboxen en verrekijkers bij zich. Iedereen genoot met volle teugen van de wedstrijd. Kinderen waagden zich – brrrr – zelfs in het IJsselmeer.kerk klein

De wedstrijd werd uiteindelijk gewonnen door Akkrum, die nu op vijfde plaats staat in het klassement.
Klik hier voor een uitgebreid wedstrijdverslag.

Zoals al jaren gebruikelijk, gaan we (ik ben er met twee vriendenstellen) na afloop van ‘Stavoren’ niet terug naar Gouda, maar overnachten we in Friesland. Dit keer in Oudemirdum, of Âldemardum op zijn Fries, dat zichzelf als De parel van Gaasterland afficheert.
hotel kleinNiet gekozen om het dorp, maar om de beschikbaarheid van voldoende hotelkamers. De keus was gevallen op hotel Boschlust. Een zeer goede keuze. Prima kamers met goede bedden en goede douche. Wat heeft een mens meer nodig voor een overnachting.
Hier ook gegeten. Fantastische keuken.
Mijn keuze viel vanavond op de gestoofde lamsrump op parelcouscous met een jus van honing en munt. Het smaakte geweldig.
De maaltijd besloten (buiten) met een sigaar en een glaasje Talisker Skye.

Hieronder filmbeelden van het zeilen op het IJsselmeer:

 

En hieronder nog wat verzamelde foto’s van het IJsselmeer:

En een fotoverzameling van Oudemirdum:

VR-tijdmachine naar Batavia in 1627

Nog nooit een VR-beleving meegemaakt tot vandaag. Vliegen over en ronddwalen door Batavia in 1727 in het Westfries Museum in Hoorn. Een prachtige belevenis.

Wie ervaring heeft met VR-belevenissen zal het wellicht nu al aan het gapen zijn, maar voor een schip kleinnieuweling als ik is het een eyeopener.
Geweldig om aan de hand van de kaart van de VOC-post van Floris van Berkenrode door het Batavia van 1627 te gaan.

Het museum meldt dat de kaart in 1918 zwaar beschadigd werd terug gevonden op de zolder van het oude stadhuis van Hoorn. In die staat is de kaart nog altijd in het museum te zien. Om dat voor iedereen makkelijk te maken, brengt het museum deze bijzondere kaart met de nieuwste virtual reality technieken tot leven in een prachtige nieuwe presentatie: Batavia 1627 VR.

Hierin is kaartenmaker Floris van Berkenrode de gids die de bezoekers door de stad Gezicht op Hoorn kleinheen leidt. Dat begint met een bezoek in vogelvlucht over de stad met zijn kasteel, haven, stad en omgeving. Om vervolgens ergens in de stad te landen, waar je als bezoeker getuige bent van het dagelijks leven in deze levendige en multiculturele handels- nederzetting.

Bootsman
In een zaal met plek voor dertig bezoekers (vanwege drukte is het noodzaak om vooraf gratis te reserveren!) weet je niet wat je overkomt. Zodra de voorstelling begint, vergeet Batavia kleinnje dat je een VR-bril op je hoofd hebt. Je daalt echt af naar Batavia. Draai je je hoofd naar links, dan zie je links ook gebouwen, de zee, de schepen. Ga je naar rechts, zie je het kasteel van Batavia en de haven. En dan vaar je mee op een sloep. Kijk naar een blauwe pin, verschijnt het leven in Batavia tot in detail op je netvlies.
Draai je 180 graden, zie je de bootsman van jouw bootje roeien. Naar beneden, zie je onder je de zee of de kokospalmen of boven je de blauwe lucht. Echt geweldig! Je hoort via de koptelefoon de vogels fluiten, de golven.

Kijkend en luisterend snap je gelijk het begrip virtual reality. En volgens mij moeten de biervaten kleintwee suppoosten in de zaal de grootste lol hebben als ze de gezichten van de VR-kijkers heen en weer zien gaan…

Eerlijk gezegd het ik weinig met Batavia van vier eeuwen geleden, maar was ik nieuwsgierig naar VR. Mijn nieuwsgierigheid is volledig bevredigd. O ja, en de rest van het museum is ook in één woord prachtig. Vooral alleen al die VR-ervaring ga ik nog een keer terug naar het Westfries Museum in Hoorn.

Hieronder een filmpje van schaalmodellen van VOC-schepen zoals die in het museum zijn te zien