Dineren tussen de rails

Mooie van een Museumjaarkaart is dat je vaker naar hetzelfde museum gaat. Niet om weer van alles kennis te nemen, maar gericht. Zoals vandaag voor de tentoonstelling Tosti’s Truffels Treinen in het Spoorwegmuseum in Utrecht.

TEE kleinInderdaad, over eten en drinken in de treinen vroeger en koffie op de perrons. Een breed spectrum wordt getoond. Van, zoals gezegd, koffie die in sneltreinvaart werd verkocht als een trein even halt hield op een station. Maar ook de luxe sterrendiners in de luxe restauratierijtuigen van de internationale treinen.

Het aardige is dat je door een aantal restauratierijtuigen kunt lopen om een beetje te ervaren hoe de hongerige reiziger erbij zat. Op een aantal tafels staat het servies uitgestald en op informatieborden in de nabijheid kan het menu gelezen worden. Een Rheingold kleinkijkje in de kleine, benarde keukens.

Ken de Trans Europ Express (TEE) van naam, maar leuk om nu eens door zo’n rijtuig van die vroegere internationale trein te lopen. Hetzelfde geldt voor de Rheingold met het panoramische dak. De sjieke Pullman en de tot de verbeelding sprekende rijtuigen van de Compagnie Internationale des Wagons-Lits. En zelfs een Belgische bar-discotrein.

Wie van treinen houdt en wil weten hoe het luxe reizen er vroeger uit zag, is deze tentoonstelling zeker aan te bevelen.

Hieronder een filmisch overzicht van mijn bezoek

 

Marten en Oopjen

De coronamaatregelen maken het bezoek aan het Rijksmuseum een stuk rustiger verloopt dan anders. Net als elders moet een – gratis – tijdslot boeken.

Nog wel steeds veel mensen, maar aanmerkelijk minder dan ik eerder heb meegemaakt. Dat geeft je de gelegenheid om volop te genieten van de kunstwerken.  Voor het eerst langdurig zitten kijken naar de twee schilderijen van Rembrandt uit 1634: Marten en Oopjen.

Vier jaar geleden zijn de twee werken met veel moeite gezamenlijk aangekocht door Nederland en Frankrijk voor opgeteld 160 miljoen euro. Door de gezamenlijke aankoop kon worden Marten en OOpje Playmobil kleinvoorkomen dat de twee doeken nooit meer samen te zien zouden zijn. Nu zijn beurteling te bewonderen in het Rijksmuseum en het Louvre in Parijs.

Ik snap het doel, de reden. Maar het blijft wel heel veel geld. Als ik na bezoek de trap afdaal naar de grote hal van het museum om mijn jas en tas op te halen, zie ik twee grote Playmobil versies van Marten en Oopjen. Vast een stuk goedkoper. In elk de kleinere versie die in de museumshop verkrijgbaar is…

 

Terug naar het verleden

Vrije week en er mag weer gewoon gereisd worden met de trein. Dus vandaag maar weer eens koers gezet naar het Openluchtmuseum in Arnhem.

boerderij kleinWeer eens, inderdaad. Was hier in september 2017, maart 2018 en in mei en september vorig jaar. En het verveelt nog steeds niet. Alle keren wel iets nieuws ontdekt. Zoals vandaag in de uit 1696 daterende stellingmolen Het Fortuyn uit Delft met daar het verhaal en foto’s over Arnhemse evacuees die in de Tweede Wereldoorlog verbleven in het Openluchtmuseum. Alles komt aan bod, in inclusief een geboortekaartje van een meisje brug kleindat hier in die periode werd geboren en drie namen Nora Olga Marijke, een verwijzing naar Nederlands Openlucht Museum.

Keuken
Het is geen schoolvakantie, het is een maandag en het museum werkt, als andere instellingen, met een tijdslot. Zodoende is het vandaag rustig wandelen door het park en in alle rust genieten van de gebouwen. Het zal zijn omdat het weckpot kleineen maandag is, maar de medewerkers/vrijwilligers die gewoonlijk bijvoorbeeld de keukens in de boerderijen het leven van toen een beetje laten terugkeren. Weet van een vorig bezoek dat iemand in een keuken waar werd gekookt, opmerkte dat het vroeger bij zijn oma ook zo rook…

Maar ook zonder die toevoegingen blijft het mooi hier te wandelen vandaag. Ik zie schilders en timmermannen aan het werk om de verschillende gebouwen te onderhouden, zoals bij de wasserij. Terwijl een vrouw in historische kledij op het bleekveld uitleg geeft over het drogen van de was, staat bij haar wasserij een moderne steiger waarop een schilder en hedendaagse werkkleding aan het werk is.huiskamer klein

Corona
Het museum is een maand open, maar met coronabeperkingen. Dat is in het Openluchtmuseum iets gemakkelijker te realiseren dan in een krappe instelling met smalle trappetjes en gangen. Overal goede en duidelijk aangegeven looproutes. Een beperkt aantal zitplaatsen in de tram. In een aantal huizen en boerderij kunnen kamers niet worden betreden. Er kan immers geen 1,5 meter afstand worden gehouden. Maar ach, dat vind ik niet erg. Heb ik een goede reden om post corona nog eens terug te keren.

Hieronder een filmpje over het bezoek. Daaronder een fotomap (scheelt ruime en daarmee kosten voor mijn weblog. Ja, ik ben een Nederlander…)

 

Pilgrims en planten

Vrije dag voor de piketweek (24/7) van mijn werk ingaat, besteed aan bezoek aan Leiden. Dat vraagt tegenwoordig planning, want bij musea moet je tijdslot boeken mondkapje klein(coronamaatregel). En met twee museumbezoeken op een dag vergt dat enig puzzelwerk. Maar het is gelukt.

O ja, met de trein van Gouda naar de Sleutelstad betekent dat ik voor het eerst mondkapje heb gedragen. Het is te doen, maar ook niet meer dan dat. Het ademt niet prettig. Maar ik heb de verleiding kunnen weerstaan om de verder lege 1e klas coupé het mondkapje omlaag te schuiven.

Was al keer eerder in museum De Lakenhal geweest. Toen heb ik – versalggever klein gespiegelvond ik achteraf – te weinig tijd besteed aan het prachtige glas-in-loodraam dat Harm Kamerlingh Onnes bijna 100 jaar geleden maakte voor het gebouw van het Algemeen Handelsblad in Amsterdam.
De onderste rij verbeeldt de verslaggeverij. Nog maar eens de tijd genomen voor het raamdeel dat de journalist laat zien die aantekeningen maakt bij een brand (foto hier rechts; vanwege de opmaak op de weblog is beeld gespiegeld). Zo mooi, dat ik als logo gebruik voor mijn werkaccount op Twitter en ons interne communicatie app Slack.

De hoofdreden voor het bezoek aan de De Lakenhal vandaag is echter de tentoonstelling Pilgrims naar Amerika – en de grenzen van vrijheid. Het verhaalt in woord en beeld van eerst de ballingschap van protestantse Engelsen naar Holland, hun rol en betekenis voor Leiden en hun latere oversteek naar Amerika. Geen toevallige tentoonstelling.  Het is dit jaar 400 jaar geleden ze met het schip de Mayflower vanuit Europa naar Amerika vertrokken om daar Plymouth Colony te stichten.

raam kleinHierboven zei ik dat verhaal in woord en beeld wordt verteld. Bij woord moet in dit geval ook aan het gesproken woord worden gedacht. Met de App van de De Lakenhal krijg je bij een aantal schilderijen en historische schatten van het museum een gesproken uitleg.
Dat mag van mij best worden uitgebreid met de vaste collecte van het museum. En over het monumentale gebouw, want de eeuwenoude lakenhal is op zichzelf al een bezoek waard.

Mooie gelegenheid mijn recent aanschafte draadloze earphones uit te proberen. Net als muziek beluisteren tijdens het fietsen (ja, dat doe ik soms als het weer het toelaat, ik zin heb, als fiets zonder gehannes het huis uit gedragen kan worden) en in de trein. Vooral van de noise cancelling ben ik onder de indruk. O ja, en de muziekweergave is subliem!

Het tweede bezoek in Leiden is de Hortus Botanicus. Ook al eerder geweest. Net als bloem 1 kleinBlijdorp (abonnement) verveelt me dit niet. Mijn huis ontbeert tuin en balkon, dus dit is een mooi alternatief. Heb geen verstand van bloemen (voor mij is alles gerbera J, heb ook geen bloemen en planten in huis), maar de kleurenpracht en de geuren zijn voldoende bloem 2 kleinvoor een paar mooie uurtjes in de zon hier.

En het gaat niet alleen om de bloemen en planten die te vinden zijn in de hortus. Het park zelf, midden in de stad, is van een ongekende schoonheid.

Al met al weer een wel bestede dag. Laat de 24/7 werkweek maar komen.

 

 

Vliegen met beide benen op de grond

De Museumjaarkaart vandaag eens gebruikt voor een bezoek aan luchtvaartmuseum Aviodrome in Lelystad. Nog nooit geweest en blijkt zeer de moeite waard.

Had gedacht dat veel van de vliegtuigen alleen van buiten zijn te bewonderen, maar niets is minder waar. Verschillende toestellen kun je betreden. OK, vanwege de coronamaatregelen niet alle die gewoonlijk toegankelijk zijn. Of maar gedeeltelijk.

Zo kun je in de Boeing 747 die buiten staat (ongelooflijk wat een groot toestel als je er wielen kleinonderdoor loopt en wat een wielen) wel in de economy class, maar niet naar de verdieping om daar een kijkje te nemen in de cockpit. Een ruimte van een vliegtuig waar je normaal gesproken niet naar binnen mag. Vandaag, of beter: deze coronaperiode – ook niet. Niet erg, een reden om nog eens terug te komen hier.

Wel een kijkje nemen binnen mag in de Lockheed Constellation, Zie foto boven dit verhaal. Een vroeger toestel van de KLM, dat daarna dienst heeft gedaan bij de Amerikaanse luchtmacht. Voor het terugkeerde naar Nederland moest het toestel (met Connie cockpit kleinkoosnaampje Connie) eerst geheel worden gerestaureerd en luchtvaardig worden gemaakt.

En bij de toestellen die binnen staan, moet – net als bij de supermarkt en op de warenmarkt – in de rij worden gewacht. Voordeel: ik vorm een gezelschap van één persoon, en heb dus verschillende vliegtuigen geheel voor mezelf. Wachten onderaan een trap duurt niet lang. Er zijn veel gezinnen met kleine kinderen. De spanningsboog van sommige kinderen is niet groot, dus voor je het weet kun je naar binnen.

Bijzonder mooi is de replica van het oude luchthaven- of stationsgebouw van Schiphol uit 1928. Destijds gebouwd om gemeente luchthaven Schiphol cachet te geven. De deelnemers en bezoekers aan de Olympische Spelen in Amsterdam moesten in stijl gebouw kleinontvangen worden.
Het origineel is in 1943 bij een bombardement verwoest.  Maar de replica laat je wel de schoonheid van de bouwstijl Amsterdamse School ervaren, zowel buiten als binnen.

Zoals ik ook eerder met het Rijksmuseum heb gehad, geldt ook nu dat de collectie in Aviodrome zelf en de informatie over de verschillende vliegtuigtypen te uitgebreid is om achterin de middag te concluderen dat ik het wel allemaal gezien heb. Een keer terug dus om me meer te verdiepen in verschillende toestellen.

Kwintelooyen blijft voor mij ‘de zandafgraving’

Het nuttige met het aangename verenigd vandaag. Een boodschap (die hier verder niet ter zake doet) die ik in veel steden kan doen, maar ook in Veenendaal. Het bood me de gelegenheid op deze zonnige dag te genieten van de regio waar ik als kind vele jaren de zomervakanties (twee weken, meer was het nooit) heb doorgebracht.

Cuneraweg Google Maps
Bergbad

Uiteraard was er elk jaar wel een bezoek – met de bus, een feestje – vanuit ons vakantiehuisje langs de Cuneraweg (voor de kenners van het gebied: achter het inmiddels ter ziele zijnde tankstation) naar Ouwehands Dierenpark.
Of naar het kleine openlucht zwembad Bergbad (gesloten tijdens het lunchuur, dan werd de chloortoestand bekeken en zonodig aangepast, via van de grote groene glazen flessen).

En altijd achterop de fiets bij pa of ma. En als we de heuvel opgingen klinkt het steevast: niet ouwehoeren als ik de heuvel op ga…

Kw1 klein
Kwinteloyen klein 1

Maar zeker brachten we menig uur door bij de zandafgraving. Iets voorbij het Bergbad, aan de Oude Veensegrindweg. Een echte zandafgraving, maar als wij er waren in de ‘bouwvak’,  lag het werk stil en konden we genieten van de rust, de ruimte en de speelmogelijkheden. Of de heuvel opwandelen, het bos in. Ik denk daar nog vaak met genoegen aan terug.

Maps klein

Het gebied ken ik niet meer terug. Weg zijn de kranen die het zand afgroeven voor de aanleg van wegen en woonwijken. Het is een heerlijk natuurgebied met voor elk wat wils. Dat was het toen en is het nu: Ik zie wandelaars, hardlopers, picknickers, kortom genieters. Jong en oud. Kwintelooyen heet het nu. Ik vraag me af of menig bezoeker herinnering heeft aan de – naamloze – zandafgraving van een halve eeuw geleden. Mooie naam of niet, voor mij blijft het ‘de zandafgraving’.

Genoten vandaag, al mis ik de refentiepunten op het gebied uit mijn jeugd. Door de hoge bomen zie je minder. Toch mooi genoeg om mezelf voor te houden dat ik er nog eens terug ga.

 

Filmpje:

 

 

Gifkikker op minder dan 1,5 coronameter

Week vakantie en dan staat een bezoek aan Blijdorp altijd wel op mijn lijstje. Gelukkig zijn de ‘coronaregels’ voor uitjes versoepeld. Blijdorp is beperkt open. Tot 1 juni alleen voor abonnementhouders (ben ik) met een tijdslot.

Was benieuwd hoe dat allemaal zou gaan binnen de poorten van de Rotterdamse dierentuin. Al in de rij voor de en tree wordt me duidelijk dat het snor zal zitten. Goede fontein kleinuitleg door stewards, inclusief de mededeling dat parkeren vandaag gratis is.

Voordeel van bezoek van alleen abonnementhouders en dan ook nog met bloktijden voor de entree is dat het relatief rustig is. Sterker nog, ik heb nog nooit zo stil door Blijdorp gewandeld. De dierentuin zal niet kunnen wachten tot iedereen weer naar binnen mag, maar ik kan die beperkte openstelling wel waarderen.

In het park (en ook op plattegrond en via de app) zijn duidelijke looproutes aangegeven.Routekaart Blijdorp Alles om Blijdorp coronaproof te hebben. Op een enkele plek zouden meer pijlen voor de looprichting welkom zijn, maar een kniesoor die…

Enkele plekken zijn afgesloten voor bezoekers, omdat men te dicht bij elkaar zou komen. Ik maal er niet afstand kleinom. Nou OK, wel jammer dat de Victoriaserre dicht is.
De dierentuin is voor mij als binnenstadbewoner ook een beetje een achtertuin vol planten, vogels en ander dieren en ik ben al lang blij dat ik hier in het zonnetje kan toeven.
Genoten van koffie op het plein voor het (ook gesloten) Vrije Vlucht gebied, en de rust op een bankje bij de grote vijver. Net zo heerlijk is het kijken naar de etende en van de rust en de zon genieten giraffes. Geen Dikkertje Dap te bekennen.

Voordeel van de rust is ook dat je in Amazonica meer kunt genieten van de vlinders en gifkikker kleinandere dieren die hier verblijven. Al is het alleen maar omdat geen drommen joelende kinderen zich verdringen voor je.
Zo heb ik nu voor het eerst gifkikkers gezien die hier verblijven. Op minder dan de 1,5 meter corona-afstand. Wel met glas er tussen…. Prachtig diertje.

Heb het al vaker gezegd op mijn weblog, maar Blijdorp is voor mij meer dan een diergaarde. Ben een groot bewonderaar van de architect van het geheel, Sybold van Ravesteyn, die letterlijkBeweld klein en figuurlijk getekend heeft voor het park, de gebouwen en beelden (waaronder een fontein) hier.
En Blijdorp zelf ook. De komende jaren wil het park alsnog de bergdierenrots in oude luister herstellen.
En wie bij de Rivièrahal kijkt, ziet dat daar beelden omlaag zijn gehaald om te worden gerestaureerd.

Kortom, ik was weer superblij met mij dagje Blijdorp. Tot de volgende…

Hieronder een filmische impressie van mijn dagje Blijdorp.

Vrouwtje van Stavoren weerstaat coronavirus

Nog treinkaartje dat op moest en het was mooi weer na dagen van regen. Voor mij genoeg reden om per trein koers te zetten naar Stavoren. Ken het stadje eigenlijk vooral vrouwtje kleinvan de zomerperiode, als ik met vrienden hier het SKS skûtsjesilen bijwoon.

Vandaag een stuk minder druk. Wat zeg ik: het was stil. Ben al eens eerder in de winter geweest, dus de stilte zal niets met coronavirus te maken hebben.
Die stilte (behalve het geluid van de wind) was fantastisch voor een wandeling over de dijk langs het IJsselmeer.
Heerlijk om die dijk helemaal voor jezelf te hebben. Nou ja, op een enkele wandelaar met hond na dan. En het Vrouwtje van Stavoren uiteraard. Die laat zich door niets en niemand uit het veld slaan…

En nog vroeg in het jaar of niet: er was al een zeilboot te zien niet al te ver uit de kust. Eenmaal op de pier niet ver van de Johan Frisosluis heb je dijk kleinhelemaal het gevoel dat je in het water staat.

Natuurlijk ook even door het dorp gelopen. Hier al net zo stil. Moet je in de zomer uitkijken dat je niet van de sokken wordt gereden, vandaag is Stavoren de rust zelve. En met minder wind dan op de dijk, is het hier een stuk aangenamer.

havenweg kleinDe stille periode merk je ook aan de horeca. Nabij de burg over de stadsgracht en het beeld van het vrouwtje van Stavoren in het oude centrum, tel ik maar één horecagelegenheid die open is: De Visserman. O ja, en aan de overkant van de haven is op de zeetong of pier ’t Havenhoofd ook open, net als den enkele friet- en viskraam.

Hoogtepunt, naast de hernieuwde kennismaking met dit oude stadje, is het kunstwerk Verbeelding van het Blokhuis. In 2019 geplaatst in een diep gelegen plek achter de vakantiewoningen van de Havenweg. Op die plek blijkt dus in een zeer ver verleden een vestingwerk geweest. Klik hier voor meer informatie daarover.

Modern kunstwerk van beton, staal en glas. Daar houd ik wel van.
Zoals de naam al zegt is het een verbeelding van het vestingwerk, geen moderne, getrouwe kopie. Door glasplaten kijk je een kuil met daarin de echte restanten van dekunstwerkStavorenklein wenteltrap uit het oorspronkelijke gebouw.

Een minder geslaagd onderdeel van het kunstwerk, want door de grote druppels die aan de onderzijde van de glasplaat hangen, valt er niet heel veel te zien. Maar het idee is leuk. Een aantal foto’s van de Verbeelding van het Blokhuis heb hier onder in een YouTube montage gezet.

Een flinke reis voor zo’n dagbezoek, maar het was het waard. Als je reisplanner goed raadpleegt, kun je van Gouda tot Leeuwarden in dezelfde trein blijven zitten. Ontspannend met een flinke thermosbeker goede koffie voor de heenreis en een wee dram voor de terugreis. Een welbestede dag.

Filmimpressie:

 

Fotoreeks Verbeelding van het Bolwerk:

 

Apen op de rots

Superlekker weer (zon, behaaglijk warm). Alleen dat zou al een reden zijn geweest voor een lang weekeinde Gibraltar, het zuidelijkste puntje van het Iberisch Schiereiland. En volgens de Grieks mythologie een van de twee zuilen van Hercules.
De echte reden was de classisvergadering van mijn kerk, de Church of Scotland. Die wordt (vanwege de grote afstanden tussen onze lokale kerken) tweemaal per jaar gehouden, in hoofdfoto 2 kleinmaart en oktober.

Dit keer dus in Gibraltar, met als gastkerk St. Andrews. Ben hier jaren geleden al een keer geweest voor kerk kleineen clasissvergadering. Een hernieuwde kennismaking dus. Ik zal jullie hier niet vermoeien met saaie details van de vergaderingen op vrijdag en zaterdag. Alleen dat er extra vrije tijd was. Door omstandigheden ontbraken verschillende mensen. Dus een report minder te bespreken en ook minder lange toespraken. Kortom op zaterdag al om 13.30 uur klaar i.p.v. gemiddeld 16.00 uur. Mijn aandeel: commissievergadering op vrijdagochtend, toespraak op vrijdagavond en op zaterdag een presentatie van de publiciteit die we als internationale classis hebben gegenereerd in het kerkblad van de Church of Scotland en op de websites, Facebook Twitter en Instagram van dezelfde kerk en het kerkblad.

‘Vroeg’ stoppen op zaterdag was dit keer allesbehalve een straf. Had ik al verteld dat het prachtig weer was in Gibraltar? De vrijdagmiddag ben ik altijd vrij (vergadering dagelijks bestuur en de commissievoorziters en daar hoor ik niet bij), dus volop tijd om in een heerlijke zonnetje jasloos door Hotelkamer kleinGibraltar te wandelen.

De vrijdagmiddag gebruikt om in Morrisons wat Britse bacon in te slaan voor thuis. En verder op balkon van mijn hotelkamer (het kleine rode cirkeltje op de foto is balkon van mijn kamer) een kleur op het gezicht te krijgen.

De grote foto boven dit verhaal is het uitzicht vanaf mijn balkon, met in het midden de zes hectare grote en twee eeuwen oude Botanische tuin van Gibraltar. In 1816 aangelegd in opdracht van de Britse gouverneur van Gibraltar, generaal George Don. Het was zijn bedoeling dat de soldaten gestationeerd in het fort een aangename recreatiegebied tot hun beschikking hadden wanneer ze vrij waren. Ook andere bewoners van Gibraltar mochten hier genieten, beschermd tegen de extreme hitte van de zon. Op de achtergrond van de foto de Straat van Gibraltar.apen klein

De zaterdagmiddag met de kabelbaan naar boven op de 200 miljoen jaar oude  Rots van Gibraltar pal achter mijn hotel. De berberapen (makaken) bezocht (die brutaal azen op eventueel eten in je jas of rugzak).
De legende gaat dat zolang er apen op de rots leven, Gibraltar in handen blijft van de Britten. De Britten doen er dus alles aan om ervoor te zorgen dat de apen op de rots blijven.
Ook
genoten van het fenomenale uitzicht. Geen wolkje aan de lucht, dus zo ver kijken als het oog reikt.

Ook bijzonder: vanwege het mooie weer zondagmiddag van kerk naar luchthaven gelopen. Klein runway kleinhalfuurtje met als bonus dat je via de Winston Churchill Avenue de landingsbaan moet krusien om van de stad naar het luchthavengebouw te gaan. Als er een vliegtuig komt of vertrekt? Dan gaan de slagbomen omlaag, net als bij een spoorwegovergang. Leuk om eens legaal over de landingsbaan te mogen wandelen.

Bij de classisvergaderingen zelf gaat het niet alleen om de officiële kerkbeslommeringen, ze zijn ook een goede gelegenheid om banden aan te halen met predikanten en ouderlingen van de verschillende kerken in dit regioverband. Een fantastische ploeg mensen die zich samen inzetten voor onze kerken. menu kleinEen vriendenclub, iets dat zich vooral uit tijdens de diners op vrijdag- en zaterdagavond. Zeker ook voor de predikanten, want die zien alleen over het algemeen ook niet vaak. De kerkregio is immers zeer groot: van Bochum in het noordoosten en Amsterdam in het noordwesten tot Malta in het zuidoosten en Lissabon in het zuidwesten. En dan de kerken nog Colombo (Sri Lanka) en Bermuda.

De volgende bijeenkomst is in het tweede weekeinde van oktober, dan in Boedapest. Ook een hernieuwde kennismaking. Ik kijk er al naar uit.

Filmpje van de apen op de Rots van Gibraltar

 

En een filmpje van het kruisen van de start- en landingsbaan van Gibraltar International Airport

Vikingen

Laatste trip voor dit proefpensioen heeft me vandaag naar Leeuwarden gebracht. Nee, nu niet om het Ljouwerter skûtsje op te zoeken, maar voor een bezoek aan het Fries Museum voor de tentoonstelling Wij Vikingen.

Vikingen zijn me als Scotlandbezoeker niet vreemd. Zeker Orkney en Shetland ademen de sfeer van de vroegere veroveraars. Maar wat hun betekenis voor ons land en dan vooral de noordelijke provincies is geweest van de achtste tot de elfde eeuw, was me tot nu toe onbekend.

Waar de Vikingen me vooral als moordenaars en plunderaars zijn bijgebleven uit de verhalen en de films, leert de tentoonstelling me ook een andere kant zien. Zeker ze hebben huisgehouden in Friesland (of Frisia de oude naam van die provincie), maar de Vikingen die niet alleen het noorden van Europa bezochten, maar ook Constantinopel en zelfs Bagdad, zijn ook van invloed geweest op de handelsgeest van de Friezen. De wijnvat kleinVikingen brachten uit het noorden barnsteen en glaskralen en uit het zuiden zijde en zilver, alsmede aardewerk en wapens. Niet alles was handelswaar, het ging voor een groot deel ook om geroofde goederen.

De Friezen nemen die handelsgeest over. Ze halen wijn uit Duitsland en verkopen dat weer in het noorden. Enkele van de grote, houten vaten zijn te zien op de tentoonstelling.
Munten om te betalen werden niet gebruikt. Ze bestonden wel, maar werden al dan niet in stukken gehakt om als betaalmiddel (‘hakzilver’) dienst te doen. Een deel van het hakzilver (gevonden in Wieringen) is tentoongesteld.
Het roven namen de Friezen ook over. Niet zelden sloten ze zich aan bij de Vikingen.

Wij Vikingen schetst ook een geheel ander beeld dat dat uit films als Wickie de Viking naar voren komt. Zo droegen ze helemaal geen gehoornde helmen. Ze vochten schouder aan schouder, voeren op smalle schepen, dus die hoorns zouden maar in de weg zitten. Sterker nog, de tentoonstelling leert dat veel Vikingen helemaal geen helm droegen. Het waren vaak arme boeren en konden zich zoiets niet veroorloven. Vermoedelijk hebben romantici in de kunststroming van de achttiende eeuw naar het beeld van de Germanen gekeken en dat over de Vikingen geplakt.

En nog iets. Het beeld van rauwe Vikingen met lange baarden en een onverzorgd uiterlijk blijkt ookoorlepel strijkijzer klein helemaal niet te kloppen. Ze waren zelfs zeer bezig met hun uiterlijk. Er zijn metalen oorlepeltjes gevonden, de voorlopers van de wattenstaafjes. En kammen. En ze trimden hun baarden laten opgegraven attributen zien. Er is zelfs een voorloper van een strijkijzer te zien. Ze wilden kennelijk netjes voor de dag komen na een dag van roven en plunderen. Een echte eyeopener dus.

Niet alleen het roven en de economie uit de Vikingtijd komen aan bod op de tentoonstelling. Ook de wet kleinkerstening die later volgde. Zo zijn er enkele houten doopvonten te zien.
Uit die tijd dateren ook de eerste (?) wetteksten waar de Friezen mee te maken kregen. Zo is er een wet die zegt dat een Friese Viking wordt uitgestoten. Als hij geplunderd, verkracht en gemoord heeft, wordt hij berecht. Er volgt alleen geen straf als hij er door de Vikingen toe gedwongen werd. Dan volgt geen boete of vredegeld en hij hoeft zelfs geen schadevergoeding te betalen.

schip kleinWat heel bijzonder is op de tentoonstelling, is de replica van een origineel vikingschip. Tien leerlingen van de opleiding Bouw en Infra en Maritieme Techniek van ROC Friese Poort hebben die in tien maanden gebouwd. Als basis gebruikten ze de afmetingen van het vikingschip Skuldelev V dat zich in het vikingmuseum in het Roskilde bevindt. Het schip, of wat er van over was, werd in 1959  gevonden door duikers in een fjord in de buurt van deze Deense stad.

Om het vijftien meter lange schip in het museum te krijgen is het in drie delen ‘geknipt’ en in het museum als een puzzel in elkaar gezet. Niet alleen mooi om naar te kijken, je mag ook aan boord.

De tentoonstelling is maar één doel voor de reconstructie. Als de expositie half maart is afgelopen, wordt het schip gereed gemaakt om door Friesland te varen. Na meer dan duizend jaar vaart er straks dus weer een vikingschip door Friesland. Het zou me niks verbazen als dat ook gebeurt tijdens het SKS skûtsjesilen.