Lang weekeinde Duitsland

Weekeinde Duitsland

Een lang weekeinde kerkvergadering in Bochum (Duitsland, Noordrijn-Westfalen). Leuk, want de enige kerk in Europa waar ik voor de International Presbytery van mijn kerk (Church of Scotland) nog nooit ben geweest.

De rit naar Bochum verliep afgelopen donderdag niet zoals gepland. Een vrachtauto had bij Oberhausen geen erg in zijn hoogte en ramde een spoorviaduct. Bij Arnhem moest mijn ICE dus omrijden via Den Bosch en Venlo richting Duitsland.
Tijdverlies door het omrijden en het wachten (bijna half uur) tot Prorail een gaatje had gevonden in het spoorrooster.
In plaats van 17.50 dus pas om 19.45 uur. En vanaf Venlo eerst met boemeltje naar Mönchengladbach, om laatste half uur nog even van de relaxte zit in een ICE te genieten.

Het was wel weer even wennen: in Duitsland zijn in het ov (en sommige gebouwen) het dragen van een mondkapje nog verplicht. En die fijne, stoffen van mijn werkgever werden niet getolereerd door de strenge toezichthouder in de regionale trein. Het moest de officiële FFP2 zijn Tja, die had ik uiteraard niet bij me. Colelga-toeizchthouder wel en die bood me er een aan, ,,omdat ik vandaag in een goerde bui ben…

Gelukje: hotel waar ik overnachtte dit weekeinde is vlak achter het station. Snel opfrissen dus en met predikant en zijn echtgenote die dezelfde rit maakten op etensjacht. Die gevonden – op loopafstand – in het Italiaanse restaurant Farina. Heerlijk op terras gezeten en genoten van een fantastische Carbonara. Die maaltijd weggespoeld met een frisse, droge Riesling. Niks mis mee om een reisdag zo te besluiten.

Het Ibis-hotel biedt kamers van het formaat schoenendoos, maar alles wat je nodig hebt zit er in. Zeer goed bed, goede douche. En een fantastisch ontbijtbuffet: boord, broodjes voldoende soorten beleg, uitstekende koffie en scrambled eggs (helaas geen bacon). Voor iemand zoals ik die niet luncht, genoeg om het daarna tot het avondeten uit te zingen.

Bratwurst

Vrijdag en zaterdag is goeddeels gevuld met vergaderen in het kerkgebouw naast de Pauluskirche, iets meer dan tien minuten lopen van het hotel.
Met de inhoud vermoei ik mijn lezertjes niet. In de avond echt Duits eten: bratwurst met een goede currysaus, klaargemaakt op de barbecue op het plein tussen de twee gebouwen.

O ja, en heerlijke Bochumse bieren: Moritz Fiege en Moritz Bernstein. Zeer ontspannen sfeer. Nodig ook wel, want vanwege corona hebben predikanten, ouderlingen en anderen elkaar niet in het echt kunnen ontmoeten.

Het middagprogramma van de vergaderagenda ging vlotter dan gepland. Dat betekende dat enkele ontwerpen naar voren konden worden gehaald. En dat had weer tot resultaat dat de zaterdagmiddag ineens ter vrije besteding was.

Mooie gelegenheid om onder een strakblauwe lucht van Bochum te genieten. Groot geworden door de mijnbouw, maar daar herinnert alleen een museum nog aan. Modern centrum naast de altstadt, met de St. Peter en Paul’s Propstei kerk (gebouwd door keizer Karel de Grote).

Heel bijzonder is de passage onder het spoor vlakbij hotel. Met neonverlichting staat er Wohin is verschillende talen (ook in het Nederlands). En als je de andere kant uitloopt staat er Woher (waar vandaan). Bijzondere manier om een saaie passage een vrolijk aanzien te geven. Zie de foto boven dit verhaal.

Groot nadeel van Bochum en de rest van Duitsland naar ik begreep, is dat je in veel winkels niet met je Nederlandse Visa-card of bankkaart kunt betalen. De terminals weigeren die steevast. In het land van de Europese Centrale Bank kun je dus niet met je pas betalen en moet je eerst een geldautomaat zien op te sporen (die zijn er gelukkig volop) om cash te halen.

Catering

Het zaterdagavonddiner dit keer niet in een restaurant. Er was catering geregeld (rekening man, zoals altijd met het avondeten op zaterdag tijdens de classis-weekenden) en vanwege het mooie weer kon dat opnieuw op het ‘kerkplein’. Opnieuw volop gelegenheid om bij te praten en bij mijn vertrek naar het hotel kort voor middernacht was het nog steeds niet koud buiten.

Zondag pas om 12.30 uur kerkdienst, omdat de Pauluskirche niet van de English Speaking Congregration (ECC) is, maar wordt gehuurd van de Protestantse kerk. Genoeg tijd dus om tussen ontbijt en inpakken en kerkdienst nog even van de zon te genieten. Na de kerkdienst voldoende gelegenheid om leden van de ECC te ontmoeten.

Blij dat na corona de International Presbytery van mijn kerk weer ‘in person’ bijeen kon zijn. Het volgende classis-weekeinde is in oktober in Boedapest.

Je kan het dak op

Je kan het dak op. Ja, dat kan tot ergens in de loop van deze maand in Rotterdam.

De Rotterdamse Dakendagen (‘Roof Top Walk’) geven je de gelegenheid om van de ene kant van de Coolsingel naar de andere kant te lopen door de lucht. Of, ok het wat uitgebreider te maken van de kant van het  World Trade Center (WTC) bij de verhoging van de Koopgoot naar de Bijenkorf en andere daken tot de rand van de parkeergarage op de hoek van de Aert van Nesstraat met de Hennekijkstraat.  

Wie het zo leest of op tv of in de krant heeft gezien/gelezen, lijkt het iets van 10 – 15 minuten, omdat je vooral de oversteek over de Coolsingel ziet.
De wandeling door de Rotterdamse lucht is echter groter.

Moestuin
OK, misschien niet direct aan de kant van het WTC, maar temeer aan de overzijde. Wandelend over de daken van de gebouwen (want daar gaat het over bij de Rotterdamse Daken Dagen) leer je ook wat we met daken kunnen doen. Zeker in Rotterdam.

Een plat dak een plat dak laten, of er een moestuin maken, een plantenrijke stadstuin of simpel iets met sedum. De mogelijkheden zijn legio. En niet alleen ‘groen’. Daken kunnen ook gebruikt worden om iets als sport en spel toe te voegen.

Ik geef toe. Ik ging vooral al die trappen naar het hoogste punt (Coolsingel, 29,5 meter) op om vanaf grote hoogte de Erasmusbrug te kunnen zien, het stadhuis, de fontein op het Hofplein en mijn kerk (helaas verstopt achter de hoogbouw).

Los van dit alles: ik heb een fantastische ochtend beleefd op hoogte in mijn geboorte- en kerkstad Rotjeknor!

Dakkapel
Prachtige vergezichten, maar de inzichten om daken te vergroenen (Rotterdam schijnt daarin een grote voorloper te zijn in de praktijk) is geweldig. Naar ik van de aannemer van mijn huisbaas heb begrepen krijg ik een nieuw dakkapel. Misschien een goed moment dan te pleiten voor sedum op het dak.

OK, ik geef toe dat het dak van een dakkapel maar een heel kleine bijdrage is, maar alle kleine beetjes helpen. Toch?

Hieronder een filmpje van vandaag.

Wind in de zeilen

Heerlijke middag gezeild op de Wijde Ee bij Grou op het Ljouwerter skûtsje. De windverwachting voor Grou was met 3 niet erg hoog, maar eenmaal op het water bleek er toch iets meer wind te staan.

Donateurszeilen heet het en is een activiteit van de stichting Ljouwerter skûtsje te bedanken voor hun steun voor het schip en de support tijdens de wedstrijden. Afgelopen paar jaar ging het door corona niet door, maar nu kon het eindelijk weer. En dat was te merken aan de belangstelling.

Het weer werkte dan ook mee. Niet alleen de goede wind om te zeilen, maar ook de zon en de aangename temperatuur. Uren lang genieten op het water.

Tijdens het zeilen steeds vanaf het dek kunnen opkijken naar het grote zeil dat een afmeting heeft van 110 vierkanter meter, met de Leeuwarder leeuw fier bovenin! En natuurlijk van al het fraaie houtwerk aan boord. Een genot om te zien. Het is een eind rijden van Gouda naar Grou, maar dan heb je ook wat.

Leuk om bemanning en bestuur van het skûtsje te ontmoeten en te horen wat er de afgelopen twee jaar allemaal is gedaan aan het skûtsje zelf en aan het volgschip de Vrouw Nieske. OP dat laatste natuurlijk genoten van enkele glaasjes Berenburg.

Opmaat
De donateursdag is voor mij ook de opmaat naar de SKS-wedstrijden waarin ‘ons’ skûtsje het op verschillende wateren in Friesland in twee weken opneemt tegen dertien andere skûtsjes.

Standaard woon ik met vrienden de eerste wedstrijd op het {Pikmeer en de Wijde Ee) bij en halverwege die op het IJsselmeer bij Stavoren.

Bestuur heeft de hoop of verwachting dat een plek bij de eerste vijf in het klassement mogelijk moet zijn. Ik ben benieuwd.

Hieronder een filmpje van het zeilen vanmiddag.

Op het dak van de kerk

Vanochtend op het dak van de St.-Janskerk in Gouda gelopen. Fantastisch. Wel wat heiig aan de horizon, dus niet al te best zicht op Rotterdam.

De wandeling over het dak is een bijkomend onderdeel van de voering Gouda 750 jaar stadsrechten.

Bijkomend, want er moest toch al een flinke steiger worden gebouwd aan de kerk vanwege renovatie kleinere toren halverwege de kerk. Door die steigers groter te maken, is er nu tot half september voor het publiek de mogelijkheid het dak te betreden,

Je moet geen hoogtevrees hebben en het weer moet je gunstig gezind zijn voor een uitzicht richting Rotterdam en Utrecht bijvoorbeeld. Maar het zicht vanaf grote hoogte op Gouda zelf en natuurlijk ook op mijn eigen huis (op steenworp afstand van de kerk) is al prachtig.

Voor 8,45 euro mag je in de kerk via de trap langs het grote orgel naar het dak en via de goot naar het platform rond het kleine torentje. Kerk werkt met een tijdslot om te voorkomen dat het te druk wordt boven. Maar eenmaal boven wordt je niet opgejaagd, je hebt meer dan voldoende tijd om om je heen te kijken en te fotograferen en te filmen.

Zo gaaf, ik ga deze zomer nog wel een paar keer naar boven.

Bekijk hieronder een filmpje van vanochtend:

Per trein naar Kralingen

Al vaker langs haar depot gekomen op weg naar Rotterdam en ook de fraaie locomotief gezien en gehoord in Gouda, maar nog nooit met de stoomtrein mee geweest van Gouda naar Rotterdam-Kralingen. Tot vandaag.

Toeval, zag via Twitter melding voorbij komen dat de Stoomstichting Nederland (SSB) vandaag en morgen een stoomweekeinde heeft. Met ritjes op en neer. Daar mee eens gebruik van gemaakt.

Door het open raam genieten van het nu langzaam voorbij schietende landschap, de reuk van de rook uit de schoorsteen en gesprekjes met andere enthousiaste passagiers. Wel veel (jonge) spoorfanaten die aan hun gesprekken te beoordelen vaak bijzondere spoordagen in Nederland en Duitsland bezoeken.

De rit is leuk, vooral het deel waar de stoomtrein bij Kralingen het hoofdspoor verlaat en naar ‘het depot’ van de SSN rijdt. Zoals gezegd altijd alleen van de buitenkant gezien en nu rijdt de trein er naar toe.

Bij het perron wordt de locomotief verwelkomd door enthousiaste fotografen en andere die zich verlekkeren aan de wielen, de remschijven en andere onderdelen van de grote zwarte locomotief.

Niet alle treinen zijn van de SSN. De ‘23 076’ die me later deze middag terugbrengt naar Gouda bijvoorbeeld is van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij (VSM).

Modeltreinen
In de loods van de sinds 1976 bestaande SSN is een kleine expositie van rijdende modeltreinen en tafels voor doosjes met treinstellen, locomotieven en van alles en nog wat dat met (model) treinen te maken heeft. Dat heb ik al snel bekeken. Buiten regent het, dus weer snel met de stoomtrein terug naar Gouda. Zat ik op de heenreis bewust in de 3e klasse met houten bankjes, nu verkies ik de 2e (een rijtuig van een Oostenrijkse spoorwegmaatschappij) met betere zittingen. 

Hoewel, van zitten komt weinig terecht. Het leukste is toch met hoofd en camera half uit het geopende raam te hangen en te filmen, te luisteren naar het geluid van wielen die over het spoor denderen en op gezette tijden de stoomfluit. Net als op de heenreis staan bij spoorwegovergangen bij Moordrecht fotografen klaar om de passage vast te leggen.   

Wachtspoor
De rit naar Gouda kent een bonus. De trein rijdt na een korte stop door naar het wachtspoor net voorbij Gouda Goverwelle. Daar wordt de locomotief losgekoppeld en via een andere spoor naar de achterzijde gereden, die dan de voorzijde wordt.

Al met al een leuke middag treinen. Zal niet elk jaar meegaan, maar een ritje met de stoomtrein van Gouda naar Rotterdam-Kralingen is voor herhaling vatbaar.

Bekijk hieronder een filmpje van de rit van Gouda naar Kralingen en terug.

Zomerdag eind september

Goed vooruitzichten voor het zuiden van het land, dus vandaag weer eens koers gezet naar Limburg. Hoofddoel de mergelgrotten in de St. Pietersberg. Dan niet de grote, drukke grotten in Maastricht of Valkenburg, maar de kleine, stille in Ternaaien (België).

Al eerder gedaan, Twee vliegen in één klap. De grotten van zoals hert hier heet Montagne Saint-Pierre, zelf natuurlijk maar ook de reis erheen. Trein naar Eijsden (tien minuten vanaf Maastricht), dwars door dat stadje naar de Maas wandelen (met halverwege een kop koffie op het terras), een overtocht met het voet- en fietsveer naar Ternaaien. Dan opnieuw een wandeling dwars door het stadje en dan de brug over het Albertkanaal.

De grond naar de grotten is kurkdroog, want de wandeling omhoog met gewone schoenen gemakkelijk maakt.
Weet precies waar ik heen wil. Natuurlijk een paar van de lage grotten in, maar ook op het enige bankje hier zitten in de stralende, warme zon genieten van het uitzicht over het kanaal.  

Zoals gezegd: heerlijk rustig. Eenmaal een man met twee honden gezien, later nog een stel aan de wandel en bij terugkeer naar beneden een klein gezin.

Verder alleen stilte. Je kunt het slechter treffen op een zomerse dag eind september.

En tja, als je dan toch in Zuid-Limburg bent, ook maar even Maastricht in, om deze heerlijke dag te besluiten met een glas (OK, twee) Royale Martinus op – kan dat na al die jaren wel zeggen – het terras van mijn stamcafé Charlemagne op het Onze Lieve Vrouweplein . De trein brengt me toch terug naar Gouda.

Hieronder eerst een filmpje over de zonnige overtocht over de Maas tussen Eijsden en Ternaaien (B). Daronder een kijkje in de mergelgrotten.

Circuit van Zandvoort

Met de F1 races op Zandvoort voor de deur: Je zult het niet geloven, maar het is echt waar: in de jaren negentig ben ik in de befaamde/beruchte Tarzanbocht op Circuit van Zandvoort tijdens een skeelerevenement waar ik met mijn nichtje D. aan deelnam vreselijk op mijn plaat gegaan. Een spagaat waar menig balletdanser jaloers op zou zijn.

Pijnlijk, vooral letterlijk, maar ja, als je valt dan doet het ‘au’. De volgende dag gewoon aan het werk. Pijntjes? Niet zeuren! Op de redactie van de krant ging het in de loop van de ochtend wel slechter met me. Misschien toch even langs de huisarts. Voor de zekerheid…

Even later de vraag aan mijn collega om mij daar even heen te brengen, want ik weet niet of het verstandig is om zelf te rijden. Collega ziet me en zegt: we gaan helemaal niet naar de huisarts, ik rijd je naar de EHBO-afdeling van het ziekenhuis Toen heette dat nog niet Spoedeisende hulp.

112
Hij had zijn autosleutels nog niet gepakt of ik ging onderuit. In katzwijm. Had nog net het besef om op de grond te gaan zitten met rug tegen kast en muur. 112 gebeld en per ambulance naar het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda. Wat bleek: door de spagaat was een ader gesprongen in een bovenbeen ter hoogte van het kruis en door het lopen was er uiteindelijk zoveel bloed uit mijn directe systeem gevloeid dat ik in een shock was geraakt.

Met rust en zo is alles goed afgelopen. Het betekende wel het einde van mijn skeeleravonturen. De skeelers, gehavende knieschermers en handschoentjes liggen nog op een plank in de garagebox. Stille getuigen van mijn laatste sportieve activiteit.

Lopen door drie eeuwen geschiedenis

Stond al even op mijn lijstje, maar door corona was het complex niet toegankelijk. Vandaag dan binnen geweest in het 300 jaar oude fort Sint Pieter in Maastricht.

Het fort rijst op aan de zuidkant van de Limburgse hoofdstad. Een jaar geleden zag ik vanuit het Monseigneur Nolenspark, bij de voormalige Tapijnkazerne iets dat luiken leken van een groot gebouw. Hoog bovenop een heuvel. Na erheen te zijn gelopen, ontdek ik het fort.

En geen luiken, maar kanonsgaten of zo. Een fort, leerde ik van een informatiebord. Rondom gelopen. Rondleidingen waren er niet vanwege corona; de boel was op slot.

Nu dan de kans gekregen om onder leiding van een gids van Maastricht Underground het complex uit begin 1700 te betreden.

Belegerd
Het fort is ooit gebouwd om de Fransen die oprukten naar de stad Maastricht tegen te houden. Door de eeuwen heen is vestingstad Maastricht talloze malen belegerd en veroverd. De Sint-Pietersberg net buiten de stad is daar meermalen bij betrokken, meldt Natuurmonumenten, de huidige eigenaar van het complex.

De directe aanleiding om er een fort te bouwen is het beleg van 1673 door Lodewijk XIV, de Franse Zonnekoning. De stad wordt dan vanaf de berg beschoten. Stadscommandant Daniël Wolf van Dopff begint daarna aan de bouw van een stenen, vijfhoekig fort met maar liefst twaalf geschutsopstellingen.
In 1794 belegeren de Fransen de stad opnieuw. Vergeefs proberen zijn dan het fort op te blazen vanuit een gang in de Sint-Pietersberg. Het fort blijft ongedeerd, maar stad en dorp moeten zich uiteindelijk toch overgeven.

De Fransen blijken rond 1815 een ander fort (fort Willem I, op de Caberg), meer aan de noordkant van Maastroicht wel te kunnen passeren. Daar wordt nu mogelijk nog wel eens gevochten. In dit fort is thans een studentenvereniging gehuisvest…

Kruitdampen
Terug naar fort Sint Pieter. Gids Thom vertelt over de wijze waarop vanuit het complex de vijand werd tegengehouden door 400 soldaten met kanonnen en musketten.
De kanonnen staan er nog, maar zo verklapt de gids, ze zijn niet origineel. Te zien zijn kanonnen uit Zeeland. Toen daar een fort niet meer nodig was, hebben ze eerst dienst gedaan als afmeerpalen in een haven en sinds een jaar of tien, twintig hier neergezet om de geschiedenis van het fort te doen herleven.

De gids vertelt ook dat hoewel het fort in slechts een half jaar (!) is gebouwd, het wel een serieus bouwwerk is. Er is over van alles nagedacht. Om kruitdampen af te voeren was er zelfs een ventilatiesysteem.

Het fort is later verstevigd ofwel hoger gemaakt. Een tweede fort dus eigenlijk. En tijdens een rondleiding mag je helemaal naar boven.

Daar ontdek je de laatste militaire toevoeging van nog geen 100 jaar geleden: een ronde uitkijkpost met ramen. Gebouwd aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog. Het is voor zover bekend nooit in gebruik geweest.

Nadat het fort niet meer nodig was voor de verdediging van de stad, is het in verval geraakt. Het werd in 1867 verkocht (als opslagruimten), de bovenste geschutstellingen moesten worden vernietigd. In 1936 kwam er een feestgelegenheid. In 2012 is het complex gerestaureerd en is nu samen met het omringende park een toeristische trekpleister. 

Bewust kiest men ervoor bij de restauratie bepaalde delen niet te reconstrueren maar ruïne te laten. Zo blijft de geschiedenis zichtbaar en is er ook plaats voor bijzondere planten en dieren.

Verdrag
Helemaal boven wappert de vlag van Maastricht: een rood veld met een witte ster. Niet zomaar, aldus de gids. Het is herleidbaar tot het Verdrag van Maastricht in 1843, toen de Nederlanden werden opgesplitst tussen wat nu Nederland en België is. 

België kreeg Antwerpen en Brussel, maar Maastricht moest bij Nederland horen werd afgesproken. Zeer tegen de zin in van de Maastrichtenaren die liever bij de zuiderburen wilden horen. De Maastrichtse vlag symboliseert de afkeer tegen het besluit.

De Nederlandse driekleur gaat hier alleen op Nederlandse nationale feestdagen in top. E als eerbetoon aan de Franse voor wie het fort is gebouwd, gaat de Franse vlag op 14 juli (quatorze juillet) in top.

Vanaf de top van het fort toont de gids nog even hoe Maastricht min of meer omsloten wordt door België. Alle windmolens die je rond de stad ziet, staan allemaal op het grondgebied van de zuiderburen.

Niet onvermeld mag blijven dat deze zaterdag een prima dag is voor een bezoek aan het fort. Stad en ommeland schitteren onder een strakblauwe hemel en een heerlijke temperatuur. Het maakt het bezoek alsmede de wandeling erheen tot een feestdag. 

Terras
En als ik dan toch een feestje met mezelf vier aan het einde van mijn vakantie, moet er ook gegeten en gedronken worden.

Dat doe ik als altijd op het terras van café Charlemagne op het Onze Lieve Vrouweplein. Een Maastrichts biertje (nou ja, twee) Royale Martinus en het typische Limburgse streekgerecht zoervleis.

Hoop dat het echte Walcheren er beter aan toe is

Doel van de dagtocht was Miniatuur Walcheren, maar Het had niet meer de aantrekkingskracht die ik als kind had. Het valt in het niet bij Madurodam.

Meer dan een halve eeuw geleden dat ik er was (toen nog op een andere plek in Middelburg), dus herinneringen aan de miniatuur-uitvoering van het eiland Walcheren heb ik niet. Toch leek het me aardig deze stralende donderdag uit te kiezen voor een hernieuwde kennismaking. 

De eerste aanblik is mooi. Ook al herken ik behalve de Lange Jan en de Abdij van Middelburg geen der gebouwen, het is leuk om het eiland in het klein te zien.

Een tweede rondgang toont echter dat onderhoud hier dringend noodzakelijk is. Het mini-eiland heeft betere tijden gekend. Scheuren tussen de delen van verschillende gebouwen, ontbrekende figuren, een deel van een kermisattractie, afgebladderde verf…

Voor kinderen (en daar is het park natuurlijk primair voor bedoeld) maakt het ongetwijfeld niet uit. Maar kom op Miniatuur Walcheren, of Mini Mundi zoals het nu heet, wees eens trots op je collectie en doe er wat aan! Ik vermoed zomaar dat het echte Walcheren er een stuk beter aan toe is.

Voor de kinderen is er nog genoeg te beleven in het attractiepark. Een naastgelegen speeltuin zo groot als Miniatuur Walcheren zelf, een rondrit met een treintje. Ouders hebben … uhhh geen kind aan het grut hier. De alleenreizende volwassene heeft het echter na een kleine twee uur wel bekeken. 

Kloostergang
En dus keer ik te voet (40 minuten) terug richting centrum van het echte Middelburg.

Wie even de rust zoekt, is de Abdij van Middelburg een mooie plek. Vroeger het het klooster van de norbertijnen, nu het domein van het provinciebestuur en het Zeeuws Museum. 

Zeker op deze marktdag een levendige binnenstad, een keur aan terrassen. Die terrassen zijn vol.

Een paar jaar geleden al eens geweest. Nu zag ik mensen een openstaande deur passeren. Ben ze gevolgd en kwam nu terecht in de kloostergang. Een fraaie binnenplaats waar stilte heerst. Een genot om een kwartiertje op een bankje te zitten.

Ook bijzonder is de binnenplaats van het oude stadhuis en vleeshal, nu het domein van University College Roosevelt.

Inderdaad, vernoemd naar de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt, wiens voorouders uit Zeeland (Tholen) afkomstig zijn. Een buste van hem was er al (in een museum) en in de jaren tachtig is er een bijgekomen van zijn vrouw. Ze zijn nu te bewonderen op de binnenplaats.

Park
Miniatuur Walcheren was tot 2009 gevestigd vlakbij dit deel van de stad. Daar is nu het Molenwater Park, maar op Google Maps zie ik de contouren van wat mini-Walcheren moet zijn geweest te zien. Dat maakt dat ik een volgend bezoek aan de Zeeuwse hoofdstad in gedachten houd. 

Niet alleen daarom hoor. Heb bij café De Zaak (Pottenmarkt) genoten van het Zeeuwse bier Zeeuwsche Zonneschijn (heel toepasselijk voor deze dag). Een lekkere bite, een zuurtje, zes procent alcohol. Heerlijk dorstlessend.
De kroegbaas vertelde dat hij meer bieren van de lokale brouwerij Baardaap heeft. Dus moet ik proefondervindelijk ontdekken of die net zo lekker zijn…

Hieronder eerst een filmpje van Miniatuur Walcheren. Het tweede, korte filmpje laat je kennismaken met de stilte in de kloostertuin van de Abdij van Middelburg.

In de voetsporen van Napoleon

Dankzij (?) corona al mijn dertiende museumbezoek dit jaar. Het Teylersmuseum in Haarlem. Geen verkeerde keuze. Daarmee treed ik in de voetsporen van de Franse keizer Napoleon die hier 210 jaar geleden ook de collectie bewonderde.

Het Teylersmuseum (‘Museum van de Verwondering’), vernoemd naar zijn stichter Pieter Teyler van der Huls, dateert uit 1778 en is daarmee het oudste museum van ons land dat ook nog eens in hetzelfde (wel uitgebouwde) gebouw is gevestigd. 

En net als met het Rijksmuseum in Amsterdam is dat een van de pluspunten van dit museum.

Zo mooi als de collecte (alleen al de zeer uitgebreide collectie fossielen en mineralen) is, het gebouw is dat zo mogelijk nog meer. En dan in het bijzonder het interieur. De houten/glazen vitrines ademen geschiedenis. Zeer oud en daardoor zeer mooi. Alles nog in originele staat. Een lust voor het oog.

Wie na de indrukwekkende entreeruimte de eerste zalen bereikt, zal de kasten misschien niet direct opwindend vinden. Dat verandert in de Ovale zaal. Een prachtige ruimte vol kasten met de mooiste instrumenten die je je maar kunt voorstellen. 

Oogverblindend
Zeer oud, dus aanraken is er niet bij. Wie zich nu verbaast over wat de pc en internet vermogen, moet een paar eeuwen geleden net zo hebben gereageerd bij de (wetenschappelijke) instrumenten die hier worden getoond. En als het aanbod in de kasten dreigt te vervelen, gaat je oog omhoog door de ovale ruimte. Wat een geweldig gebouw.

Net zo indrukwekkend om te zien is de collectie schilderijen, penningen en munten. Het is oogverblindend allemaal.

Zoals na mijn eerste bezoek aan het Rijksmuseum in Amsterdam, moet ik ook hier nog een keer terug gaan. De collecte en het gebouw waren teveel om met één bezoek af te doen.

Bonus vandaag: een afsluitende lunch in het museumcafé met de in Haarlem woonachtige zus E.