Hoe 70 jaar geleden mijn stad bijna werd verzwolgen door de watersnood

Na het zien van de zeer leerzame  en daarmee ook indrukwekkende vierdelige tv-documentaireserie Het water komt op Nederland 2, vandaag een bezoek gebracht aan het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland. Minstens zo indrukwekkend als de tv-serie.

De watersnoodramp is deze periode 70 jaar geleden. Ook in mijn Gouda kwam het water via de Hollandsche IJssel gevaarlijk hoog de zuidkant binnen. Al tientallen jaren zie ik tijdens een rondje lopen bij de Havensluis de gedenksteen die aangeeft hoe hoog het water hier gekomen is.

Dankzij de Deltawerken (de Hollandsche IJsselkering bij Krimpen aan de IJssel) wordt – in ieder geval tot de zeespiegelstijging dramatische gevolgen krijgt – een herhaling voorkomen. Zelfs op tweehoog waan ik me al meer dan 40 jaar extra veilig!

Kende de naam van het museum in Ouwerkerk alleen omdat oud-stagiair/collega M. er werkzaam is.

Bezoek aan het Watersnoodmuseum stond dus al even op mijn lijstje, maar vanochtend na het terugkijken van de laatste aflevering van die prachtige tv-serie (dank Winfried Baijens)  koers gezet naar de oever van de Oosterschelde in Zeeland. 

Schijn bedriegt

Bij op het eerste gezicht tegenviel was hoe klein het museum (in één caisson dat ik zie en dat is geplaatst na het breken van de dijk bij Ouwerkerk) oogt. Maar de uitdrukking schijnt bedriegt is hier zeer van toepassing. Het gehele museum telt vier aan elkaar gekoppelde caissons, die per caisson een verhaal vertellen.

Het begint bij de ramp van die bewuste nacht van 31 januari op 1 februari 1953, naar  de emoties van die gebeurtenis, naar de wederopbouw en de bewustwording tot in het laatste caisson de toekomst.

Ik verwachtte het niet van een tot nu toe voor mij onbekend museum, maar het is zeer interactief. Van alles te zien (foto’s, films, voorwerpen), op knoppen drukken (altijd leuk voor kinderen en het kind in mij) en te lezen.
Zeer, echt zeer leerzaam. Had gedacht er met een uurtje wel doorheen te zijn, maar het werd veel meer dan twee uur.

Geen opsmuk

Misschien dat ik het dan combineer met een stadsbezoek aan Zierikzee, een paar kilometer verderop. Ging daar na het museumbezoek even naar toe voor een boodschap. De historie die me via de autoruiten aankeek, heeft me in dat besluit bevestigd. Misschien moet ik het dan combineren met een maaltje mosselen of oesters ergens hier of op Zeeuws-Vlaanderen.

Zoals vaker bij musea ben ik niet alleen geïnteresseerd in de collectie (allerbelangrijkste, maar toch…) maar ook in het gebouw. En dit museum is dus ondergebracht in echte caissons uit 1953, net iets minder oud dan de ramp zelf.


Je ziet dus al lopende door het museum hoe indrukwekkend die betonnen constructie is. Kale muren, geen opsmuk om de ruwbouw te verstoppen.

Je loopt door de caissons zelf en de tentoonstellingen heen door een belangrijk stuk geschiedenis van ons land. Ik was zeer onder de indruk. Het was al met al zo overweldigend dat ik al heb besloten het museum later dit jaar of volgend jaar nog eens met een bezoek te vereren.

Kortom een meer dan welbestede zaterdag.  

Volgende keer ook ff over die Zeelandbrug (foto rechts) heen…

Hemelse muziek

De laatste ‘extra’ vakantiedag op maandag vandaag doorgebracht in museum Catharijneconvent in Utrecht. Al eerder geweest om al het schoons aan kerkelijke kunst te aanschouwen. Nu een bezoek gebracht vanwege de tentoonstelling Gospel.

Een mooie, uitvoerige reis langs de opkomst en hoogtepunten van de gospel. Niet alleen in foto’s en teksten, maar ook in filmfragmenten. Die laatste maakten het bezoek extra bijzonder.

Onder andere de bijzondere uitvoering van Amazing Grace door Aretha Franklin in de New Temple Missionary Baptist Church in 1972, Clara Ward in een nachtclub en Mahalia Jackson met Keep your hand to the plow. Hemelse muziek.

De laatste was een uitvoering van een door 23.000 protestantse jongeren bezochte bijeenkomst met concerten in de Jaarbeurs in Utrecht. Het evenement was georganiseerd door het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) ter gelegenheid van zijn 150 jarig bestaan.

Kon er geen opname van vinden op YouTube, maar wel deze. Maar de cleane studio-opname haalt het niet bij een live-uitvoering.

Stevie Wonder
En bijzonder de overgang van gospel en negro-spirituals naar popmuziek en meer, uitgebeeld in tal van platenhoezen (vinyl) aan de wand. Onder andere een mij zeer bekende hoes van een album van Stevie Wonder. Deed me terugdenken aan mijn jeugdjaren. Op de jongerenvereniging 18+ werd deze grijsgedraaid.

En wat te denken van een stokoude Hammondorgel. Een veelgebruikt instrument in de gospelmuziek.

Ook de andere geluidsfragmenten, maar ook de verhalen, de foto’s maakt het tot een boeiende tentoonstelling. Een aanrader. Nog te bezoeken tot in april volgend jaar. En ik ben niet de enige die enthousiast is.

Wie al in de stemming wil komen is er een uur durende opname van een gospelcopcnert (ze hieronder) dat tot stand is gekomen in een samenwerking tussen het Catharijneconvent en de EO. Mooie nummers.

Wie geen zin of tijd heeft het hele concert te zien/te horen: ga naar 40:00 voor Way Maker door Muriel Blijd. Een heerlijk nummer.

En voor wie nog even de sound van een Hammond-orgel wil horen:

Twaalf keer Slaìnte!

Voor de zoveelste het International Whiskyfestival bijgewoond. Natuurlijk samen met neef D.

Deze middag dertien whisky’s geproefd. Niet schrikken. Je krijgt een bodempje in je proefglas. Opgeteld drink je op deze zondagmiddag drie tot vier whisky’s, afhankelijk van hoe gevuld je glas gewoonlijk is.

De organisatie van het festival is zoals altijd fantastisch. Volop water punten zodat je je glas kunt omspoelen of water drinken. En ook overal mandjes met stokbrood. Niet echt om de maag te vullen (daarvoor kun je bij verschillende stands terecht), maar wel om de mond ‘schoon’ te maken als je van bijvoorbeeld een rokerige whisky overgaat naar een wat lichtere.

En vergeet de gezelligheid niet. De Grote Kerk in Den Haag – een zeer sfeervolle gelegenheid voor een evenement als deze – is gevuld met honderden gelijkgestemden. Iedereen wil genieten van mooi (malt) whisky’s uit Schotland, Ierland, Nederland en verschillende andere landen.

Je komt hier niet om dronken te worden. Dan kun je beter bij de slijter een fles whisky kopen die aanmerkelijk goedkoper is dan de bijna vijftig euro entree waarbij onbeperkt een x-aantal standaard whisky’s bij is inbegrepen. En zoals hierboven gemeld, is opgeteld drie tot vier gewone glazen whisky al snel de max.

Toeslag
De middag wordt nog duurder, want voor de bijzondere whisky’s betaal je een toeslag van een tot soms tien euro.
Ik hoorde dat er zelfs een heel bijzondere, zeer kostbare fles op het festival is, waarvoor je een toeslag van 181 euro moest betalen. Dat heb ik maar aan mij voorbij laten gaan.

Los van het proeven zelf, is het natuurlijk ook de gelegenheid bij uitstek om de verhalen achter de whisky’s en de distilleerderijen te horen van de standhouders en soms zelfs afgevaardigden van de distilleerderij zelf.

Dat was onder andere het geval bij de stand van Mossburn distillers. Daar kan de Torabhaig (spreek uit Toraveeg met een g die bijna als een zachte k klinkt) van het eiland Skye. Een nieuwe distilleerderij en pas de tweede op het eiland na Talisker. Operationeel sinds 2017.

Water
Afgelopen september heb ik er een bezoek aan gebracht. En natuurlijk de Torabhaig geproefd. Een heel bijzondere, licht peated whisky, die met een paar druppels water heel anders proeft/smaakt dan zonder. Leuk om het verhaal te horen. De vertegenwoordiger van de distilleerderij wil van me weten wie me heeft rondgeleid. Ik omschrijf de dame in kwestie en hij weet onmiddellijk wie ik bedoel.  Natuurlijk met D. ook in Den Haag de Torabhaig geproefd.

Minstens zo bijzonder is de Highland park 20 years, gerijpt op sherry en PX vaten. Niet in de winkel te koop. De flessen zijn voorbehouden aan de leden van de stichting International Whisky Society (IWS). Een heel mooie whisky, echt een van de lekkerste deze middag. Maar om er nou lid van de club voor te worden gaat me wat ver.

De elf andere die we deze middag hebben geproefd zijn Talisker Storm, Arran Barrel Reserve (een aanrader; citrussmaakje dat aanwezig is kan me wel bekoren), Caisteal Chamius, Mossburn blended malt, Mc Connels sherry (de sherry geur/smaak is wel erg overheersend), Ardnamuchan AD single Malt (nee, geen whisky van mijn krant!), The Balvenie Caribean cask, The Balvenie Caribean cask (geweldige whisky), Milk&Honey Dead Sea (uit israël, ofwel het land van melk en honing…) en Kilchoman Casado.

Van de laatste ben ik blij die hier geproefd te hebben. Een fles gaat over de toonbank voor bijna honderd euro. Dan drinkt een proefglaasje voor een paar euro toch beter…

Huwelijk
Wel een heel mooie whisky met een lange afdronk. Casado (Portugees voor huwelijk) klopt aardig voor deze limited edition-botteling. Eerst zes jaar gerijpt op “verse” bourbon vaten, waarna 38 vaten zijn geselecteerd om een huwelijk aan te gaan met twee heel grote Portugese rode wijn vaten.

Een heerlijke middag. Het enige wat ontbreekt (want niet meer toegestaan) is de rokerstent waar je kunt genieten van een prachtige Balmoral sigaar. Desondanks kan ik me nu al verheugen op de volgende editie van het International Whisky Festival in november volgend jaar.

Proost, of Slaìnte!

Heerlijk bezoek aan Genève

Voor kerkbijeenkomst namens presbytery of classis twee dagen naar Geneve. De zaterdag is volgepland met praten, maar de vrijdagochtend en deel middag bood tijd voor hernieuwde kennismaking met deze mooie Zwitserse stad.

Breng mijn vakanties altijd door in Schotland, maar zo’n korte trip naar een Europese stad is niet te versmaden.

Prachtig weer (anders dan deze vrijdag in Nederland), dus heerlijk gewandeld door de oude stad met haar prachtige monumentale gebouwen. En natuurlijk ook even naar het meer van Geneve, al is het maar om bij het park Jardin Anglais te genieten van de fontein die het water tot 140 meter hoogte spuit.

En natuurlijk als protestant weer even langs de Muur van de hervormers in het Bastions park, met enorm hoge beeltenissen van onder andere Johannes Calvijn (de kerkvader van de Nederlandse protestantse kerken) en John Knox (van mijn kerk).

Bier
Om de calvinist in mij niet te vergeten de middagwandeling besloten met een lekker glas Calvijnbier.  En wat het extra lekker laat smaken is dat ik op terras zit, met de zon op mijn gezicht. En dat voor half november. OK, wel een jas aan, maar toch…

De zaterdag stond in het teken van het overleg met de Church of Scotland in Geneve, die een fraai onderkomen heeft in het Auditoire de Calvin, klein afstekend naast de grote kathedraal Saint Pierre. Beide in het hart van de oude stad op een heuvel. Het overleg is vertrouwelijk, dus zo je al geïnteresseerd zou zijn, meld ik hier geen details van de bespreking.

Na afloop een lunch in een pannekoekenrestaurant zoals we dat in Nederland niet kennen. Heb gekozen voor een hartige pannenkoek met gerookte zalm. Daarbij een paar heerlijke glazen Zwitser cider. Niet te versmaden.

Twee leden van de delegatie blijven nog in Geneve tot en met de kerkdienst op zondag. Zelf keer ik vanavond al terug naar Nederland in verband met een afspraak zondagmiddag.

Schema
Een zeer voorspoedige terugreis. Maar een handvol passagiers, dus de boarding is in een oogwenk voorbij. Vliegtuig kan eerder vertrekken en krijgt onderweg nog eens een kortere route aangereikt. Uiteindelijk drie kwartier voor op schema geland op Schiphol. De vlucht biedt net genoeg tijd voor een glaasje whisky en een kop koffie.

Volgende kerktrip is in maart. Dan naar Brussel. Dan met de trein uiteraard. In 2024 ben ik met pensioen. Dan knoop aan dit soort bezoeken misschien wel een dagje extra verblijf voor eigen rekening.

Mistig Stavoren

Dagje Stavoren, want het zou het zou een prachtige zonnige dag worden. Wandeling over de dijk langs het IJsselmeer. Beetje uitwaaien, het hoofd leeg maken. Je kent dat wel. 

Wel op tijd terug naar de trein, voor de drukte van de intocht van St. Nicolaas daar.
Dat laatste is gelukt. De wandeling over de dijk en door de stad ook, maar de zon…. Die was er niet.

De verwachtingen waren al niet hoog gespannen meer toen de trein door Friesland reed. Mist, mist en nog eens mist. Maar ja, je bent er bijna, dus toch maar heerlijke wandeling gemaakt. Het is nooit vervelend om in Stavoren te zijn.

Nadeel van bezoek in deze periode is wel dat vrijwel alle horeca gesloten is. Op één zaak na. En laat daar nou vanmiddag een feestje zijn voor een 80-jarige. In de serre klinkt de muziek van een feestmuziekmaker. Snel doorlopen…

Ook maar wat foto’s gemaakt en op Facebook geplaatst. Als ik thuis op de pc de foto’s nog eens goed bekijk, valt me er eentje op: schapen op de dijk in de mist. De foto die je boven dit verhaal ziet. Een gelukje. 

Achteraf blijk ik verkeerd gegoogeld te hebben. Sint komt deze dag nog helemaal niet naar Stavoren. 

Griezelen en genieten in het Rijksmuseum

Amsterdam staat voor mij vaak synoniem met het Rijksmuseum. Ben daar graag. Nee, de Nachtwacht heb ik onderhand wel gezien. Maar er is zoveel meer moois. Dit keer genoten van de tentoonstelling Clara en de Onderkruipsels.

Reden voor het bezoek vandaag is er niet echt. Of het moet zijn dat ik voor het einde van het jaar nog aantal vakantiedagen moet opmaken en ervoor heb gekozen dat met een aantal aaneensluitende maandagen te doen. 

De grote collectie is altijd te zien, dus bij binnenkomst eerst koers gezet naar de tentoonstelling. Had al over gehoord in een radioprogramma dat het zo mooi was allerlei kunstwerken met insecten, padden en andere onderkruipsels bij elkaar te zien. Ben niet teleurgesteld. Het griezelen valt mee. Wel bewondering hoe kunstenaars in verschillende uitingen die kleine beestje hebben vorm gegeven. 

En natuurlijk ook de grote schilderijen zoals Het hoofd van Medusa (zie foto boven dit verhaal). Het verhaal van de Medusa, een figuur uit de Griekse mythologie.  Gedood en onthoofd na conflicten. Het werk is uitgeleend door Kunsthistorisch museum in Wenen, dus een buitenkansje het hier te zien. 

Alleen kunst kan het afstotelijke aantrekkelijk maken, vermeldt het kaartje het schilderij.  Dat klopt wel. Het ziet er vreemd uit, maar is een prachtig werk van Peter Paul Rubens.

Bij de tentoonstelling hoort een podcast die je hier kunt beluisteren.

Clara

Vrolijker is het tweede deel van de tentoonstelling, Clara. Het draait om de gelijknamige neushoorn, een dier dat tot 1515 nog nooit in Europa was gezien. De expositie toont meer afbeeldingen van neushoorn, maar die waren vooral op fantasie gebaseerd, want in het echt kwam het dier hier dus voor die tijd niet voor. 

Clara werd, toen ze slechts een maand oud was, in 1738 door Jan Albert Sichterman in huis genomen, nadat Indische jagers haar moeder hadden gedood. Sichterman was directeur van de VOC-vestiging in de Bengalen. Clara werd tam en mocht vrij rondlopen in en om het huis van Sichterman.

In 1740 toen het dier te groot was geworden om nog als huisdier te houden schonk Sichterman Clara aan Douwe Mout van der Meer, kapitein van het schip de Knappenhof, die Clara vervolgens meenam naar Nederland en er eerst 17 jaar mee toerde door Europa. .

Behalve het beeld van Clara zijn er ook tekeningen en andere uitbeeldingen van neushoorns te zien. Een genoegen om naar te kijken.

Bedreigde zwaan

Na deze bijzondere tentoonstelling gewoon genoten van het ander moois dat ‘het Rijks’ te bieden heeft. Weer ademloos zitten kijken naar twee topwerken van Rembrandt Marten en Oopjen. Al vaker aanschouwd, maar elke keer ontdek je toch weer iets nieuws.

Hetzelfde geldt voor De bedreigde zwaan, een werk van Jan Asselijn. Naar ik heb begrepen is dit het allereerste schilderij dat in het bezit kwam van het museum. Indrukwekkend, maar dankzij de vertelling via de app van het museum ontdek ik nu links onderin een hond, de reden waarom de zwaan haar vleugels spreidt om ‘de vijand’ angst in te boezemen. En natuurlijk is ook de politieke boodschap die aan het schilderij wordt toegeschreven mooi.

De Bergdierenrots mag er weer zijn

Een dubbele foto hierboven. Een bijzonder verblijf in Diergaarde Blijdorp. De Bergdierenrots. Zag die, voor zover ik mij kan herinneren, drie jaar geleden voor het eerst tijdens Open Monumentendag. Toen vreselijk in verval, nu na de restauratie een plaatje om te zien.

De Bergdierenrots (een rijksmonument) is, net als de andere gebouwen in de dierentuin en de inrichting van het oude gedeelte van Blijdorp zelf een ontwerp van architect Sybold van Ravesteyn (1889-1983). Blijdorp is daarmee het grootste rijksmonument van Rotterdam.

De Bergdierenrots moet in het verleden ook prachtig zijn geweest, tot de rots zelf door betonrot werd aangetast. Na buiten gebruik te zijn gesteld is dit bergdierenverblijf denk ik uit veiligheidsoverwegingen afgesloten voor het publiek.

Tijdens de rondleiding die Open Monumentendag in september 2019 was te zien hoe erg het verval om zich heen had gegrepen. Afbrokkelende muren, losliggende en –latende stenen. De gids vertelt dat wie naar de muur loopt erg voorzichtig moet zijn.

Himalayagebied
Gelukkig is vorig jaar de restauratie van de Bergdierenrots begonnen, samen met die van de ernaast gelegen karakteristieke houten stal Toko Tjitjak, de deels betegelde keermuur en de achterwand. De Bergdierenrots is eigenlijk niet meer het origineel uit de tweede helft van de jaren dertig in de vorige eeuw, maar is in 1960 vervangen door een nieuwe vanwege de slechte staat.

De opening was afgelopen juli, maar ik had de vernieuwde attractie nog niet gezien. Op deze zonnige zaterdagmiddag wel. En wat is het een lust voor het oog geworden. Het deel van Blijdorp waar de Bergdierenrots zich bevindt heet nu Himalayagebied. Het is het (extra) domein van de kleine panda’s en ook van de kuifherten.

Mijn aandacht ging vanmiddag niet uit naar deze dieren, maar ben er puur om de Bergdierenrots en alles wat erbij hoort zelf. Heb zittend op een bankje genoten van het gerestaureerde geheel. Het zal het veel geld hebben gekost, maar wat een aanwinst voor Blijdorp!

De andere kant van Maastricht

De bedoeling was vandaag een bezoek te brengen aan de St. Pietersberg aan de kant van Ternaaien/Lanaye in het Belgische Wallonië. Ter plekke in dat dorp het plan gewijzigd en langs de Maas naar Maastricht gewandeld.

Had in Eijsden Google Maps tevoorschijn gehaald om een route te krijgen naar een geldautomaat.
Wie van Eijsden over een van de ‘lopen’ van de Maas naar Ternaaien wil, moet gebruik maken van een voet- en fietsveer. De schipper accepteert alleen cash en voor een enkeltje betaal je 1,20 euro. Terug dus nog een keer en zoveel klein geld heb ik tegenwoordig niet meer in mijn portemonnee.

Lopen dwars door Eijsden is nooit vervelend, zeker niet als je de beeldengroep De Cramignon op het Vroenhof mag passeren. Een vrolijk makende reidans, vervaardigd door Vera de Haas. Zie foto boven dit verhaal.

Anyway, na het maken van foto’s aan de oever van de Maas (onder andere de fraaie tuibrug over het Albert Kanaal, zie foto rechts) in Ternaaien op Google Maps nog eens gekeken hoe lang het lopen zou zijn naar hartje Mastricht. Ergens tussen de anderhalf en twee uur. Leek me ineens een mooie test voor de komende vakantie in Schotland als ik ouderwets veel (berg)wandelingen hoop te maken. Dus niet met de pont terug naar Eijsden.

Geen spijt gehad van deze wandeltocht. Gewoonlijk kom ik per trein in Maastricht aan en ga over de bekende Sint Servaasbrug naar het centrum. Nu dus naar de Limburgse hoofdstad via een omweg en de stad via de andere kant in.

Mooie, rustige wandeling langs het water. Zicht op de hoge wanden van de mergelgrotten, de sluizen van Ternaaien (écluse de Lanaye) en langs het cementbedrjf ENCI, dat al zo’n 100 jaar mergel wint van de St. Pietersberg.

Een deel van het gebied is/wordt getransformeerd naar recreatie. Dat bekijk ik een volgende keer wel. Wel genoten van het  keramisch reliëf van een gestileerde cementoven met mergelwinners en bouwvakkers: Vemergeld rijk. Is bevestigd aan de zijgevel van het hoofdgebouw. Een lust voor het oog.

Na dik twee uur lopen (want tja, je moet ook foto’s maken en wat filmen) is eindelijk het terras van Charlemagne op het Onze Lieve Vrouweplein in Maastricht in zicht. Deze plek heeft mijn persoonlijke voorkeur boven het Vrijthof.

Genoten van een paar glazen voortreffelijke Riesling van Weingut K.F. Groebe. Had ik wel verdiend na zo’n onverwachte wandeltocht. Elk excuus…

Pet trein terug naar Gouda. Een welbestede dag. Mooi om Maastricht eens van de andere kant te zien.

O, en het lopen ging goed (als ik niet in Schotland ben, maak ik geen wandelingen van een paar uur), dus ik ben klaar voor mijn vakantie.

Op de kaart hiernoven in blauw de wandelroute vanaf Ternaaien. Eijsden ligt rechts van Ternaaien. En hier onder een kort filmpje van vandaag.

Gouds krachtvoer voor skûtsjebemanning heeft effect

Traditioneel – zo kan ik het inmiddels wel noemen – vandaag voor de wedstrijd skûtsjesilen op het IJsselmeer bij Stavoren een bezoek gebracht aan het volgschip van het Ljouwerter skûtsje, de Vrouwe Nieske.

Elk jaar brengen we op de wedstrijddag van Stavoren (Starum zijn zijn Fries) Goudse stroopwafels voor de bemanning van het Ljouwerter skûtsje (waar aantal vrienden en ik donateur van zijn) en hun partners die op het volgschip ervoor zorgen dat het niemand aan iets ontbreekt.

Jaren geleden als aardigheidje bedacht en ook nu gaan we langs met de Goudse traktatie als onze blijk van interesse en steun voor allen die zich deze twee weken van het SKS skûtsjesilen inzetten voor het geweldige Friese evenement.

Na de koffie vertrekken wij langs de oude sluis en het Vrouwtje van Stavoren naar de dijk langs het IJsselmeer om een mooi plekje te zoeken om de wedstrijd te volgen.

We zien al snel de boeien liggen die het wedstrijdveld markeren, dus de stoeltjes en de koelbox worden klaargezet. Verrekijker in de aanslag, net als een fles Berenburg. We zijn er helemaal klaar voor.

Met volop zon en de wind uit het noordwesten met kracht 3, is het goed toeven aan het water. Maar goed dat we op tijd een plekje hebben uitgezocht, want allengs wordt het drukker en drukker met toeschouwers.

En net als wij zien al die mensen de veertien skûtsjes langs komen tijdens de wedstrijd. In het ochtendoverleg van de schippers en de wedstrijdleiding in evenementengebouw De Kaap is gekozen voor een op-en-delbaan (zie tekening hier links), een soort heen en weer route. Een bovenboei met een wegbrengboei en onderin een poort waar de schippers kunnen kiezen welke ton ze ronden. Een mooi gezicht om het varend erfgoed twee uur lang dichtbij voorbij te zien trekken.

Het Ljouwerter skûtsje wint vandaag (weer) niet, maar de derde plek is veel beter dan het resultaat van de afgelopen week. Dat kan maar door één ding komen: de bemanning heeft al stroopwafels op voor ze het water opging en het Goudse krachtvoer heeft wonderen verricht.

Hopen dat het nog doorwerkt de komende week en dat Leeuwarden nog wat stijgt boven de negende plek in het klassement.

De dag besloten met een heerlijke maaltijd (bietencarpaccio, gevolgd door een pan mosselen) in restaurant De Gulden Leeuw in Workum.

Klik hier voor het wedstrijdverslag van vandaag. En bekijk hieronder een kort filmpje

De leeuw is los

Na twee jaar eindelijk weer skûtsjesilen in Friesland. En uiteraard volg ik dat met paar vrienden die net als ik lid zijn van de donateursclub van het skûtsje van Leeuwarden of Ljouwert.

Elk jaar wonen we ten minste twee wedstrijden bij: de eerste op het Pikmeer en de Wijde Ee bij Grou en later die op het IJsselmeer bij Stavoren. Een lange dag vandaag, want Grou ligt zoals u weet bij Leeuwarden, dus vanuit Gouda is het nog een flinke autorit van 2,5 uur (inclusief korte koffiestop op vaste plek).

Maar goed, we kunnen weer naar de zeilwedstrijden en het weer is prachtig. Muziekje aan en gaan met die banaan… eeehhh  Mazda.

De openingswedstrijd bij Grou is op het Pikmeer en de Wijde Ee. Wij kiezen al jaren voor een tocht met de rondvaartboot Marprinses die altijd een mooi plekje krijgt op het laatste water. Ook nu weer. De boeien waar omheen de skûtsjes moeten ligt vlak voor ons aan stuurboord. 

Friesland kent twee skûtsjewedstrijden, het open kampioenschap van de IFKS waar volgens mij zowat alles wat skûtsje is aan kan meedoen en de strenger gereglementeerde wedstrijden skûtsjesilen van de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen SKS. Veertien skûtsjes. En de schipper van elke boot moet uit een geslacht van skûtsjeschippers komen. Elk schip is herkenbaar aan een eigen zeilteken. Dat van Leeuwarden/Ljouwert is – uiteraard – de leeuw.

Eigen water
Weer genoten van de twee uur durende wedstrijd van vandaag, al was het niet echt spannend te noemen. Grou heft ‘op eigen water’ gewonnen, dus groot feest op het water en op de wal.

Ljouwert is als negende geëindigd, maar heeft wel een tijdje op de vier plek gelegen. Aan het schip kan het niet gelegen hebben, hebben we eerder dit jaar gehoord op de donateursdag (meezeilen!), dus de bemanning moet de komende dagen nog even flink aan de bak. Komende zaterdag zijn we bij de wedstrijd op het IJsselmeer, dus een plek in het ‘linker rijtje’ zien wij graag.

De puntentelling is ingewikkeld. De winnaar krijgt 0,9 punten, de laatste 14, maar protesten kunnen strafpunten opleveren. Op één dag maakt dat misschien niet zoveel uit, maar in het klassement in het twee weken durende kampioenschap wel.

Zoals altijd de dag in Friesland besloten met een goede maaltijd. Dit keer in eetcafé Westersail in Earnewald. Een lekkere bieten carpaccio en een boerenschnitzel. Zeer aangenaam. En daarna nog dik twee uur terug naar Gouda rijden…