Nachtwacht in volle glorie

De Nachtwacht in volle glorie. Wie er op tv al iets van gezien heeft, of het verhaal heeft gelezen in het AD, weet waar ik het over heb. Voor de rest: de Nachtwacht van Rembrandt in het Rijksmuseum zoals velen het hebben gezien, is 300 jaar geleden verminkt.

In 1642 geschilderd voor de nieuwe feestzaal in de Kloveniersdoelen. Dit was een van de drie hoofdkwartieren van de Amsterdamse schutterij, de burgerwacht van de stad.
Rembrandt was al bijna 50 jaar dood toen de Nachtwacht rond 1715 werd verplaatst naar het toenmalige stadhuis (mi Paleis op de Dam). Het was te groot voor een muur tussen twee deuren, dus werd het werk links en rechts ingekort. De repen zijn mogelijk in de vuilnisbak verdwenen, in elk geval nooit teruggevonden.

Kopie
Dankzij een kopie van de Nachtwacht, tussen 1642 en 1655 geschilderd door Gerrit Lundens – in opdracht van waarschijnlijk Frans Banninck Cocq (op de Nachtwacht de man met de rode sjerp) – is wel bekend wat links en rechts op de missende stukken van de Nachtwacht gestaan heeft. Het gaat onder andere om twee schutters aan de linkerzijde. Voor de vergelijking: ook de kopie van Lundens hangt in het Rijksmuseum.

Door lang onderzoek en met behulp van moderne computertechnieken of kunstmatige intelligentie, is een reconstructie gemaakt van de ontbrekende stukken links en rechts van de Nachtwacht.

Op tv ziet de operatie er indrukwekkend uit en het verhaal in de krant is boeiend om te lezen, maar er gaat niets boven het echie. Dus vandaag naar 020 getogen om met eigen ogen de Nachtwacht in volle glorie te aanschouwen. Het is sowieso geen straf om door het museum te dwalen. Behalve de werken van de grote Nederlandse en Vlaamse schilders, is het gebouw zelf ook indrukwekkend.

Tekst gaat verder onder de afbeeldingen

Terug naar de Nachtwacht. De panelen links en rechts zijn gelukkig niet helemaal vervlochten met het eeuwen oude doek. Je ziet de scheidslijn tussen het oorspronkelijke werk en de toevoegingen. Dat maakt het zo mogelijk nog indrukwekkender.

Glazen kooi
Geboeid er wel een half uur naar staan kijken. Af en toen even opzij, zodat ook andere bezoekers zo dicht mogelijk bij het schilder kunnen komen. Niet te dichtbij, want sinds de start van de voorbereidingen van de grote restauratie bevindt de Nachtwacht zich in een grote glazen kooi. Vandaar ook weerspiegelingen op de foto boven in dit verhaal.

Ga in mijn vakantie nog een keer terug. Wie het ook wil zien: de Nachtwacht in volle glorie is maar een paar maanden te zien.

400 jaar oude ‘drone-opname’ van Leiden

Op ooghoogte – letterlijk – vandaag details bekeken van een van de gebrandschilderde ramen (glas-in-lood) in de St.-Jan, het monumentale kerkgebouw in mijn ‘achtertuin’ in Gouda.

Een eenmalige actie van de kerk (nog als zodanig in gebruik, maar ook museum) ter gelegenheid van de heropening van de Nederlandse (binnen)musea. Na een sluitingsperiode van bijna een half jaar én diverse beperkende maatregelen kan het publiek weer genieten van cultuur. De Museumvereniging en het Nationaal Theater Fonds organiseren de cultuurbrede campagne: Mooier dan ooit. Deze ludieke actie is hier onderdeel van.

Met een gesponsorde hoogwerker, kan het publiek mee omhoog, tot bijna de bovenzijde van het raam. En dat is hoog. Het gebrandschilderde raam begint op enkele meters hoogte en is zelf ruim elf meter hoog.

Ooghoogte
Het bezoek op hoogte is bij glas 25, het Ontzet van Leiden. Deze en de ander 71 andere gebrandschilderde ramen in de langste kerk van Nederland natuurlijk al vaker gezien, maar nooit letterlijk op ooghoogte. Je ziet nu details die anders vanaf de grond verborgen blijven.

OK, je kunt afbeeldingen opzoeken op internet en waarschijnlijk heft de kerk er ook ansichtkaarten van, maar nu met eigen ogen aanschouwen wat de ontwerper (de Leidse burgemeester Isaac Claesz. van Swanenburg) en de makers, de Delftse glazeniers/glasschilders Dirck Jansz. Verheyden en na diens overlijden in 1603 zijn leerling Dirck Reiniersz. van Douwe) vierhonderd jaar geleden hebben bedacht en uitgevoerd is vele malen indrukwekkender.

Je ziet een Hollandse lucht met daaronder een wel erg waterrijk landschap. Twee steden spelen hier de hoofdrol. Bovenaan in de verte is de stad Leiden te zien, linksonder met de torens en de molen de stad Delft. Het geheel oogt als met een drone gemaakt.

Geuzen
Anders dan de naam wellicht doet vermoeden, is het glas of raam geschonken door de stad Delft. Het stadsbestuur koos het spectaculaire Leidens ontzet als onderwerp, omdat deze succesvolle militaire operatie van de geuzen onder leiding van prins Willem van Oranje vanuit Delft over het water werd uitgevoerd. Tegen de zin van het grootste deel van de bevolking had de Prins verordonneerd het hele gebied tussen Leiden, Delft en Gouda onderwater te zetten.

In de jaren voor 1601 besloot Leiden aan Gouda een glas te schenken met de parallel uit de Bijbel van ‘Het Ontzet van Samaria’ (Glas 26). Later koos Delft voor ‘Het ontzet van Leiden’.

Het bijzondere van al deze ramen is dat alle ontwerptekeningen of cartons (schaal 1:1) bewaard zijn gebleven. Ze liggen onder goede condities opgerold in een kluis van de kerk. Bij toerbeurt worden delen tentoongesteld in het naast de kerk gevestigde Museum Gouda.

Bekijk hieronder een kort filmpje, gemaakt vanaf de hoogwerker, met details van het gebrandschilderde raam Ontzet van Leiden.

Genieten in het Openluchtmuseum

Dag 2 van mijn eigen Museumweekeinde doorgebracht in het Openluchtmuseum in Arnhem. Schitterend weer, een groot verschil met zaterdag. 

De verplichting een tijdslot te nemen pakt weer goed uit. Niet te druk (jammer voor het museum, maar fijn voor de bezoeker), dus ruimte genoeg om rustig rond te kijken. En foto’s te maken zonder lang te wachten tot mensen uit beeld zijn verdwenen.

Trams
Bijzonder genoten van het rondrijden van meer verschillende trams door het park dan ooit. Het museum viert dit jaar dat er 25 jaar lang hier trams rondrijden. Naast die van de RET kan nu dus ook een ritje worden gemaakt met Haagse trams.

De oude gebouwen, molens, bruggen en ambachten blijven elk bezoek weer boeiend.
En met het zeer zachte, zonnige weer is het geen straf her en der even op een bankje neer te strijken.

Het was niet mijn eerste bezoek aan het Openluchtmuseum en zeker ook niet het laatste.

Hieronder een fimpje van de tramritten vandaag. En daaronder nog een fotoblok

Coronabeperkingen voor de Zuiderzee

Voor het eerst in vier jaar tijd vandaag bezoek gebracht aan het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen.

Uiteraard leuk omdat dit soort uitjes weer mogelijk zijn dankzij de coronaversoepelingen. Deed het ook vanwege het voorspelde mooie weer. En ik ken mezelf, voor ik het weet zit ik toch groot deel van de dag binnen achter de pc.

Nou, dat van dat zonnige weer is niet uitgekomen. Het was vooral bewolkt. Het mocht de pret niet drukken. Fantastische kennismaking met schepen en gebouwen in dit museum.

Net als voor andere musea en bijvoorbeeld dierentuinen geldt dat je een tijdslot moet boeken waarop je naar binnen mag. Coronabeperkingen voor de Zuiderzee… 

Hoepel
Nou, volgens mij waren vandaag voor het Zuiderzeemuseum lang niet alle tijdsloten uitverkocht. Het was lekker rustig. Het kostte geen enkele moeite ergens 1,5 meter afstand te bewaren. Alleen bij de pleinen waar kinderen spelletjes kunnen doen was het wat drukker, maar touwtje springen en de hoepel zijn toch niet aan mij besteed…

Voor het museum is de rust jammer natuurlijk, maar de situatie bood mij de gelegenheid in alle rust te kuieren langs de gebouwen en in de huisjes van rond de voormalige Zuiderzee een kijkje te nemen.
Een heerlijke authentieke sfeer. Genieten van het verleden, wat bewaard is gebleven bij de overgang van Zuiderzee naar Waddenzee. Niet alleen gebouwen, maar ook ambachten als netten boeten, het tanen van netten en zeilen. En die kinderspelen dus.

Binnenmuseum
De corona versoepelingen geven het Zuiderzeemuseum nog niet alle vrijheid. Het binnenmuseum blijft nog gesloten. Ach, dan heb ik later reden om nog eens naar dit museum te gaan. Tot die tijd doe ik het met een virtuele rondleiding daar.

Om de horeca te steunen heb ik het bezoek afgesloten met een glaasje wit op een van de terrassen in het museum.

Hieronder een filmpje van mijn bezoek aan het Zuiderzeemuseum

Lopend langs de Linge

Bezoek aan Gorinchem vanochtend, bijna aan het einde van mijn twee wekende durende vakantie. Toeval. Nog nooit geweest. Rit per trein. Heen via Dordrecht, terug via Den Bosch over de MerwedeLingelijn.

Aardig – in elk geval droog – weer voor een korte stadswandeling door het historische centrum van deze vestingstad en langs de oevers van de Boven Merwede en de Linge.

Coronaproof. Net als in februari in Heusden, geen drukte. Geen haast, dus volop tijd om te genieten van historische en goed gerenoveerde of gerestaureerde gebouwen, gevels en gevelstenen, beelden, de sluis bij de Lingehaven en me vergaapt aan de scheve St. Janstoren van de Grote Kerk.

Waar ik ook loop in het oude deel van Gorinchem ik kijk steeds omhoog. Geleerd van een vroegere wethouder monumentenzorg in Gouda. Vaak is de begane grond verrommeld, maar de verdiepingen en vooral de daken tonen veelal nog (iets van) de oorspronkelijke bouwstijl. Vind wel dat de verrommeling van de puien hier meevalt.

Beelden

Met weinig wind en zwaar een zonnetje is het heerlijk lopen langs de Boven Merwede. Weinig scheepvaartverkeer vanochtend, maar dat maakt de wandeling er niet minder om. En ook in het straatbeeld valt voldoende te zien, zoals de beelden in het Wilhelminapark bij de Buiten de Waterpoort.

Nadeel van een bezoek in coronatijd is wel dat je nergens in kunt. Zo kun je de toren beklimmen voor een prachtig uitzicht over ‘stad en ommeland’, maar nu dus niet. De kerk zelf is ook dicht, net als het Gorcums Museum. En ik heb nog niet alle hoekpunten van de vestingwerken gezien. Aan de andere kent: ik heb redenen genoeg om nog eens terug te keren naar deze stad.

Hieronder nog een kort filmpje van de Boven Merwede vandaag

Meer dan koek in Deventer

Zeer zonnige dag voorspeld, dus hup met de trein voor stadsbezoek. Dit keer aan Deventer. De stad van de Deventer koek, maar nog zoveel meer.

Ben er in januari 2017 al eens geweest. Destijds de bekendste gebouwen bekeken en met veerpont naar de overzijde van de IJssel om de Bolswerkmolen op de kiek te zetten. Dat nu weer gedaan (zie foto links hierboven) , alleen niet met de pont over, maar te voet via de Wilhelminabrug.

Vanaf deze kant van de rivier heb je – zeker op een zonnige dag als vandaag – schitterend uitzicht op Deventer, met de toren van de Lebuinuskerk als niet te missen kenmerk van de stad. Zie de foto hierboven.

Voor de terugtocht met de pont naar het centrum van Deventer even vertoefd in het Worpplantsoen en de uit 2012 daterende muziekkoepel (goede kopie van de 1955 gesloopte octogonale versie) van Nering-Bögel. De koepel zelf is niet bijzonder, maar aan de binnenzijde is tegen het plafond de geschiedenis van de ijzergieterij en machinefabriek van die naam.

Aan de stadzijde rondwandeling gemaakt in de driehoek tussen de IJssel en de Wilhelminabrug. En al wandelend was ik ineens bij de Muntentoren. Een oud stukje Deventer dat verstopt lijkt alsof de stad niet trots is op dit bouwwerk. Minstens zo onopvallend en verscholen is de oude waterpomp tegen een muur.

En even rondgekeken in de fraaie Bergwegkerk. Niet meer in gebruik als godshuis, maar ‘podium’ voor concerten en dergelijke. Bijzonder fraai om hier rond te lopen als het zonlicht door de ramen langs de pilaren schijnt.

Verder genoten van fraaie versieringen aan gebouwen, zoals de een verwijzing naar de ‘koperen ketel’, waarin in vroeger tijden valsemunters levend in de komende olie werden gekookt. De ketel zelf hangt nu in het museum de Waag, vanwege de kwetsbaarheid.


Een gevelsteen gewijd aan Sint Nicolaas, het snijraam Davo verdedigt zijn burcht en nog veel meer. Er moeten nog zoveel meer gevelstenen en snijramen te vinden zijn in Deventer, dat er alle aanleiding is nog eens terug te keren.

Bekijk hieronder een filmpje van het bezoek aan Deventer.

Feestje met mezelf

Feestje met mezelf vandaag. Precies 45 jar geleden, op 1 oktober 1975, stapte ik via de deur die op bovenstaande foto staat, de journalistiek binnen.

Werd aangesteld als redacteur bij het vaktijdschrift voor de supermarkt en de groothandel in voedings- en genotmiddelen, Distrifood. Of eigenlijk ook bij Foodpress, dat voor diezelfde groothandels was/is voor en de voedings- en genotmiddelenindustrie. Met tal van andere vaktijdschriften behoorden beide bladen tot uitgeverij Diligentia, onderdeel van VNU Business Publications.

Een heel ander tijd was het. Internet bestond nog niet. Nieuws kwam binnen per post, telex en ouderwetse telefoon met draaischrijf (de grijze T65 voor de kenners). Vreemd voor mij ook om als 18-jarige vanuit Gouda elke ochtend met de trein van 07.10 uur naar de grote stad Amsterdam te reizen. En ’s middags om 17.00 uur terug naar huis.

Schoolkrant

Hoe daar terechtgekomen? Ach, ik werkte al vanaf mijn twaalfde in de vakanties en later ook op de zaterdag in de supermarkt, A&O aan de Dunantsingel in Gouda. Kreeg daar elke week Distrifood mee. En daar stond de vacature voor leerling-journalist in. Ze zochten iemand met ervaring in het levensmiddelenvak. Nou, dat had ik wel. De baan sprak mij aan, want al stond het in geen verhouding tot het latere werk, ik hield van het schoolvak Nederlands en was al paar jaar (hoofd)redacteur van de schoolkrant.

Op eenhoog, maar geen raamplek voor de krullenjongen natuurlijk.

De leerschool in Amsterdam was hard, maar mijn ziel- en zaligheid lag zo in het beroep, dat ik het na drie jaar niet meer kon aanzien dat een mooi verhaal dat ik had pas na een week bij de lezer van Distrifood of Foodpress terecht kwam.

Daaraan werd tegemoet gekomen toen ik in oktober 1978 de overstap maakte naar het dagblad, Rijn en Gouwe. De eerste willen zijn met het nieuws werd ondersteund door het hebben van een concurrent, Goudsche Courant. Rijn en Gouwe groeide en groeide. En al die jaren veel leuke collega’s gehad.

Sinds 2005 zijn beide kranten opgegaan in AD Groene Hart. Daar werk ik nog steeds met veel plezier.
De laatste jaren is het vak nog aantrekkelijker geworden door de opkomst van website en app. Nieuws dat zich nu afspeelt, kan over een paar minuten met foto en al online staan. Ik hoop het tot mijn pensioen (over dik drie jaar) te mogen blijven doen.
Dan dus 48 jaar in het vak. Net geen rond getal om afscheid te nemen. Tenzij ik die paar jaar schoolkrant er bij optel.

Paraplu

Terug naar vandaag. Het moest een feestje zijn, beetje rondkuieren door de Tesselschadestraat en omgeving, niet ver van het Leidseplein. Net als toen met de stoptrein van Gouda naar Amsterdam en de tram van Amsterdam CS via de Nieuwezijds Voorburgwal en de Leidsestraat naar het Leidseplein.

De regen verziekt dat een beetje. Ik dool wat rond onder mijn paraplus en maak foto’s van de gebouwen waar Diligentia gevestigd was.
Uitgevonden welk bedrijf in het deel van het geschakelde pand zit en erheen gebeld. Dame aan telefoon hoort mijn verhaal aan, zou het leuk vinden om mijn oude werkkamer te tonen, maar ja, door corona werkt iedereen thuis, dus… Post-corona ben ik van harte welkom, maar ja, het ging mij op deze 1 oktober.

Dus terug naar huis om met mooi glas whisky mijn eigen feestje voort te zetten.

Een Goudse schilderij in Dordrecht

Tijdens vorig bezoek aan Dordrecht kwam het er nu vandaag. Vandaag wel naar het Dordrechts Museum.

Veel schilderijen van bekende meesters. Speciaal genoten van de tentoonstelling met werken van Willem Bastiaan Tholen. Vooral mooie landschappen, stads- en dorpsgezichten en watergezichten met boten op de rivier en de Zuiderzee.

Ik ontdek halverwege een schilderij (zie bovenaan dit verhaal) dat ik meen te herkennen van Museum Gouda. Het klopt. Het doek met de lezende zusjes Elisabeth en Dora Arntzenius uit 1895 maakt deel uit van de Arntzeniuscollectie in Gouda. Paul Arntzenius was verzamelaar van de Haagse School en de School van Barbizon. In 1964 schonk hij zijn gehele collectie aan Museum Gouda.

De lezende zusjes (met Dora links) is voor de overzichtstentoonstelling van Tholen door het Goudse museum uitgeleend aan het Dordrechts Museum.

Daarna nog even teruggekeerd naar het museum van mijn vorige bezoek aan Dordt, Hof van Nederland. Speciaal voor de film die daar continu getoond wordt over de Eerste Vrije Statenvergadering van Holland in 1572.

Grappig dat de setting eerst in het heden is (met het NOS Journaal over oproer in Dordrecht. Pas gaandeweg verplaatst de film zich naar 1572. Na afloop gaat het filmdoek omhoog en zie je de tafels met borden, glazen uit de film. Je kunt er op weg naar de uitgang van de zaak omheen lopen. Je stapt als het ware eventjes 1572 in…

Weer dagje ondergedompeld in onze historie

Het Openluchtmuseum in Arnhem verveelt me nooit. Sinds mijn jeugd tot het voorjaar van 2018 niet geweest. Daarna, met de Museumjaarkaart op zak, wel vijf keer. Steeds weer iets nieuws te ontdekken, al gaat het soms maar om een detail in een gebouw waar ik vaker in ben geweest.

Wel een museum dat je beetje moet plannen qua weer. Niet leuk om hele dag in de (stromende) regen door te brengen. Maar vandaag bof ik. OK,  niet zomers warm, maar droog, dus goed genoeg om een paar uur door het park te slenteren.

Ik geef toe, zonder de Museumjaarkaart zou ik er niet weer heengegaan zijn en zonder mijn Voordeelurenkaart van de NS misschien ook niet. De museumkaart kost me 60 euro per jaar. Heb er alleen al in 2020 21 keer gebruik van gemaakt. De aanschaf heb ik er dus al lang en breed uit.

Nou, geniet van de foto’s (ook in YouTube fomat) en het filmpje hieronder.

Filmpje

Foto’s