Weer een ietsepietsie journalistieke klus

Het is, na instemming General Assembly (synode) van de Church of Scotland vanochtend nu officieel: ben benoemd tot lid van de Advisory Committee (adviesraad) van het maandblad van de Church of Scotland, Life and Work.

Zit een mooie uitdaging in voor mij. De print editie kost de Church of Scotland steeds meer geld. En dat wordt in deze tijd niet meer verantwoord geacht. Er is dus een transitie nodig naar steeds meer online abonnementen.

Bij de krant heb ik een beetje vergelijkbare transitie meegemaakt. Ik hoop vooral bij te dragen hoe je jongeren in de kerk kunt aanspreken voor het magazine. Dus meer verhalen die die doelgroep aanspreekt.

En nee, het betekent niet met enige regelmaat voor overleg naar Edinburgh. Weet al uit vooroverleg eerder dit jaar dat het allemaal online wordt gedaan.

Goede opmaat naar de Stille week

De ‘Goede week’, heet de week tussen Palmzondag en Pasen. In een druk leven ervaar je dat amper, maar de Matthäus Passion zet je wel op het juiste spoor. En in het echt sta in dit werk van Bach meer stil bij de laatste dagen van Jezus voor zijn kruisiging, dan bij het luisteren kijken op tv, Spotify of andere uitingen.

De afgelopen jaren heb ik dit – in mijn ogen – bijna 300 jaar oude meesterwerk van Johann Sebastian Bach (1685 – 1750) verschillende keren bijgewoond en steeds in de Laurenskerk in Rotterdam. Waarom juist voor deze kerk? Wel, hier wordt de Matthäus Passion uitgevoerd in de zetting zoals Bach het heeft gemaakt: voor een cantatedienst. Geen concert dus, maar een ‘muzikale preek in een kerkdienst‘.

In de Laurenskerk wordt de oratorium – in twee delen – dus vooraf gegaan door drempelgebed, samenzang, schriftlezing door de predikant van ‘de  Laurens’, ds. Harold Schorren.
Na de pauze (lunchtijd) opnieuw schriftlezing en samenzang en aan het einde gebeden (inclusief het Onze Vader) en zegen. Maar de bijna drie uur durende uitvoering van de Matthäus Passion domineert het geheel wel. Aan de vreemdeling wordt op schermen gevraagd niet te applaudisseren.

De Matthäus Passion wordt hier uitgevoerd door het Laurensorkest, de Laurenscantorij (beide zoals het hoort bij dit werk in twee zettingen), zes solisten en in het eerste deel ook de hoge stemmen van het jeugdkoor Young Voices. Samen onder leiding van dirigent Wiecher Mandemaker.

Kerkdeur
Ik zorg er steeds voor om al heel vroeg naar Rotterdam te gaan. De cantatedienst begint om 10.30, maar voor een goede zitplaats moet je er al vroeg bij zijn. Dus stond ik weer om 08.30 uur met anderen te wachten voor de grote kerkdeur die om 09.00 uur open ging. Eenmaal binnen naar de voorste rij halverwege de kerk in het koorgedeelte. Voordeel van een plek hier is dat het koorgedeelte iets verhoogd is. Je hebt dus geen last van mensen voor je.

En vanaf die stoel dus genoten van de prachtige muziek. De openingsmuziek in het eerste deel brengt me al in vervoering. Schitterende ‘stemmen’ van de verschillende instrumenten: viool, cello, hobo, fagot en dwarsfluit. En dat wordt direct overtroffen door de eerste koorzang

Kommt ihr Töchter helft mir klagen.
Sehet—wen?—den Bräutigam,
Seht ihn—wie?—als wie ein Lamm,
Sehet—was?—seht die Geduld,
Seht—wohin?—auf unsre Schuld.
Sehet ihn aus Lieb’
und Huld Holz zum Kreuze selber tragen.

En wat later die prachtige aria (alt, begeleid door twee fluiten) Buß und Reu’

Boete en smart breken het zondige hart.
Geef toch, dat de tranen van mijn ogen
voor U zoete balsem wezen mogen, o trouwe Jezus.

Ik ga hier niet de gehele tekst plaatsen. De liefhebber kan die vinden door op deze link te klikken.

Nou, alleen het slot dan nog, het Wir setzen uns mit Tränen nieder/Ruhe sanfte, sanfte ruh!, als Jezus in het graf is geplaatst.

Wir setzen uns mit Tränen nieder
Und rufen dir im Grabe zu:
Ruhe sanfte, sanfte ruh!
Ruht, ihr ausgesognen Glieder,
Ruhet sanfte, ruhet wohl!
Euer Grab und Leichenstein
Soll dem ängstlichen Gewissen
Ein bequemes Ruhekissen
Und der Seelen Ruhstatt sein.
Höchst vergnügt schlummern da die Augen ein.
Wir setzen uns mit Tränen nieder,
Und rufen dir im Grabe zu:
Ruhe sanfte, sanfte ruh!

Na de slotwoorden van dit lied blijft het doodstil in de kerk. Zo blijft dat lied (door beide koren) en de Matthäus Passion hangen in je hoofd. Een goede opmaat naar de Stille week.

Voor wie de Matthäus Passion wil zien en horen, maar er niet voor naar een live uitvoering wil gaan, hieronder een fraaie versie door de Nederlandse Bachvereniging, opgenomen in april 2014 in de Grote Kerk in Naarden.
Van YouTube, dus er zal om de haverklap wel reclame voorbij komen.

Gewoon, omdat het kan

Gewoon omdat het kan, klopt wel aardig voor mijn eendaags bezoek aan Edinburgh. Heerlijke oude stad om doorheen te lopen. En dat voor heen en terug per vliegtuig voor net iets meer dan 100 euro.

Zat eerder dit jaar gewoon eens rond te neuzen op internet en kwam er achter dat als je zeer flexibel bent qua vliegdag, je voor een habbekrats van Schiphol (helaas niet meer vanaf Zestienhoven) naar de Schotse hoofdstad Edinburgh kunt vliegen.

Dat leek me wel wat. Dan wel in het voorjaar gaan, zodat je al wat meer van het daglicht kunt genieten en de ergste kou ook verdwenen is.

Kwam uit op deze dinsdag. ’s Morgens om 07.30 uur weg (dank aan zus Y. die me naar de luchthaven heeft gebracht in alle vroegte) en ongeveer twaalf uur later terug naar Nederland.

Wat ik toen nog niet wist uiteraard, was het prachtige weer vandaag. Volop zonneschijn, met alleen in de ochtend paar wolkjes. En met 15 gaden een zeer aangename temperatuur om door het oude centrum te wandelen.

Ontbijt
Ben elk jaar aan het begin van mijn zomervakantie hier wel een dag, soms twee. Het verveelt echter nooit. Ik geniet van de oude gebouwen. St. Giles Cathedral (de hoofdkerk van mijn Schotse kerk), een goed en stevig ontbijt om de dag mee te beginnen (bacon, eggs, sausage, baked beans…) en uiteraard een bezoek aan een pub.

Het nuttige met het aangename verenigd. Vanochtend na het ontbijt in The Booking Office vlakbij het grote Waverly treinstation, per stadsbus naar de evangelische boekenzaak Faith Mission gegaan om daar twee exemplaren op te halen van het reeds bestelde supplement God welcomes all van het liedboek van mijn kerk op te halen.

En aan het begin van de middag een gesprek met iemand van de media-afdeling van de Church of Scotland om eens kennis te maken. Via email heb ik al regelmatig contact met ze, vanwege mijn rol als coördinator communicatie en publiciteit van de internationale classis.

Pub
Na nog een rondje Princess Street Gardens naar de pub Alexander Graham Bell in George Street voor wat biertjes met Edinburghse vriend L. S. Altijd gezellig. En de Abbot Ale is zeer goed te drinken.

Dat vliegretour zo goedkoop is, komt ook door te kiezen voor Easyjet. OK, je zit wat opgepropt in het toestel, maar dat mag de pret niet drukken. En het is slechts een kleine anderhalf uur vliegen. Als ik een dagje Maastricht doe, ben ik langer onderweg.

Nog een voordeel: het is maar een dag, dus behalve een rugzak gaat er niks mee. Na aankomst, zowel in Edinburgh als vanavond op Schiphol, ben je zo het luchthavengebouw uit.

Niet gelijk morgen, maar misschien dat ik in het najaar of zo nog eens een dagje Edinburgh doe.

Hieronder een kort filmpje van vandaag. Met live doedelzakmuziek op de achtergrond.

Kerk en Bastille in één weekeinde

Lang weekeinde Parijs. Geen tijd om te stad zelf te bezoeken, want dagen vrijwel volgepropt met vergaderingen. Gelukkig maar, ik heb he-le-maal niks met Parijs. Er wonen teveel Fransen…

Gelukkig had ik dit weekeinde weinig met Fransen te maken. OK, personeel van het Ibis hotel en zo, maar verder contact met mensen uit verschillende (Europese) steden, zoals Lissabon, Rome, Warwick (Bermuda), Colombo (SriLanka), Geneve, Lausanne, Lissabon, Amsterdam, Brussel, Rotterdam en OK, Parijs.

Het was de halfjaarlijkse bijeenkomst van de International Presbytery (classis) van mijn kerk, de Church of Scotland. Ik ben al ruim twintig jaar lid van een van de gemeenten van dat protestantse kerkgenootschap: de Scots International Church Rotterdam (SICR).

Kerkvisitatie
Een weekeinde vol vergaderingen over financiën, gebouwenbeheer, missie, kerkvisitatie en nog meer. Zelf ben ik samenroeper en daarmee ook rapporteur van de commissie kerkvisitatie, of zoals dat in Schotse kerkbegrippen heet de Superintendence and Ministry Committee.

Die commissie regelt onder andere dat elke kerk in de classis elke vijf jaar een bezoek krijgt van een team uit de classis om te overleggen over onder andere – alweer –de lokale financiën, gebouwenbeheer, de stand van zaken in de kerkelijke gemeente, het wel en wee van de predikant en nog meer.

Heb zelf ook al een paar van die weekeindebezoeken afgelegd en doe dat in 2026 opnieuw. In Rome dan.

En ook coördineer ik voor de presbytery dat we publiciteit genereren in de Church of Scotland en het maandblad van de kerk, Life and Work. Mooi om te doen allemaal, zeker nu ik er als pensionado meer tijd voor heb.

Bastille
Behalve vergaderingen biedt zo’n classisbijeenkomst ook de gelegenheid om de andere leden van het gezelschap te spreken tijdens pauzes, tijdens het eten en aan de bar.

De afsluiting van het vergaderweekeinde is altijd de kerkdienst op zondag in de gastkerk, dus nu de Scots Kirk Paris.

Tussen de vergaderingen dit weekeinde door wel even de tijd genomen om de benen te strekken in de omgeving van het hotel, zoals naar het ‘Juli monument’ op de Place de la Bastille.
En op zondag naar metrostation via een uitgebreide warenmarkt (veel vis, kaas en groenten) op de ruime ‘middenberm’ van de Boulevard Richard-Lenoir. Zie foto boven dit verhaal.

En voor wie heeft gehoord over de sluiting vanwege de vondst van een bom uit de Tweede Wereldoorlog afgelopen vrijdag van station Gare de Nord waar de Eurostar uit Nederland aankomt: ik was er al donderdagmiddag.

Voor de volgende classisvergadering in oktober dit jaar hoef ik niet ver te reizen. Die is in Amsterdam.

Nu eens zelf geïnterviewd en wel voor een podwalk

Podwalk Cool Zuid Heilige Huisjesverhalen doet mijn kerk aan en je hoort de geschiedenis verteld door mijn predikant en mijzelf.

Wel vreemd hoor. Heb in mijn journalistieke leven talloze mensen geïnterviewd en moest nu zelf antwoorden geven op vragen en vertellen over de geschiedenis van onze kerk in Rotterdam en de betekenis anno nu.

Een podwalk is een podcast, maar dan een die je beluistert tijdens de wandeling langs de onderwerpen die aan bod komen. Het resultaat, dat gisteren (vrijdag) is gepresenteerd mag er zijn. Zeer informatief. Je kunt de podwalk hier beluisteren. De Schotse kerk is item 7 in de podwalk.
Achtergronden over het project vind je hier.
Veel plezier.

Arran, een aangename verrassing na 40 jaar Scotland

Na ruim 40 jaar in Scotland te hebben rondgestruind toch wat nieuws ontdekken? Jazeker. Dit jaar ben ik voor het eerst op het eiland Arran geweest. En niet voor het laatst. Alleen Coire- Fhionn Lochan is al voor verhaling vatbaar.

Een zeer nat welkom voor mij hier. Tent op camping in gehucht Lochranza opgezet in de regen. Door open autoportier en achterklep is het in de auto niet helemaal droog gebleven. 

Volgende dag Arran grote lijnen verkend. TomTom wel aan, maar geen route uitgestippeld. Gewoon rijden en genieten van het uitzicht. Paar keer gestopt om foto’s te maken. Begon met flinke bewolking en zelfs (mot)regen, maar naarmate de dag vorderde kwam er blauwe lucht te voorschijn en werd het zelfs aangenaam warm. Daarvan ff genoten bij Blackwaterfoot. In de loop van de middag een privérondleiding gehad (niet omdat ik belangrijk ben, maar er waren geen andere bezoekers) bij distilleerderij Lagg.

Zou 1,5 uur duren, maar het werd langer. De gids vertelde graag en veel omdat hij werkte dat ik wel een beetje verstand van whisky heb zoals hij ook aan mijn vragen merkte. De tour besloten met een ‘nosing’ van een New Make Spirit (63,5 procent alcohol), een Kilmory Edition (46 procent.), een Corriecravie Edition Sherry Finish (55 procent.) en een Distillery Exclusive (51,1 procent) aangezien ik nog moest rijden.

Kleine flesjes
Kreeg de inhoud van de vier glaasjes mee in kleine flesjes zodat ik ze later op de camping kan proeven. Dat zie je bij steeds meer distilleerderijen. Er wordt rekening gehouden dat bezoekers nog moeten rijden en de alcohollimiet om het achter stuur te mogen zeer laag is, lager zelfs dan in Engeland. Aangezien ik de enige bezoeker was tijdens deze rondleiding, werden de flesjes ook nog eens tot de rand gevuld. 

De dag erna stuk naar Coire-Ffionn Lochan gelopen. Het loch (de reden voor de trip naar Arran) niet gehaald. Te laat begonnen, koud en veel wind en verkeerde trui aan. Maar deel dat ik heb gelopen was zeer de moeite waard. Gaat later bij goed weer in de herhaling.

Zondag is vaste prik voor mij om een lokale of regionale kerk te bezoeken. Nu dus die in Lochranza, op 5 minuten lopen van de camping. Klein kerkgebouw dat vandaag bevolkt wordt door dertien personen, inclusief de voorganger, ouderling, organist en dit Nederlandse lid van de Scots International Church Rotterdam. De dienst zelf is kort. Met 55 minuten sta ik al buiten. Vervolgens via de zuidkant van Arran teruggereden naar de camping.

Onderweg in Blackwaterfoot zie ik iets dat we in Nederland niet kennen. Had al eerder hier overal bushokjes gezien met echte stoelen en soms een tafeltje. Nu zie ik in het bushokje hier een echtpaar een tafelkleedje over de tafel heeft gelegd en daarop wat te eten en te drinken. Ze zitten daar dus echt te lunchen…

When on Arran…
Arran distillery tegenover mij camping kan ik niet overslaan natuurlijk. De gids geniet zichtbaar van de echt geïnteresseerde detailvragen van de bezoekers. Dat blijkt ook wel uit de duur van de rondleiding en proeverij. Gepland is 1,5 uur, maar het werd dik 2 uur. 
Aan einde proeverij krijgen we nog een proefglaasje van de Cream Liqueur. Vergeet Baileys! Dit is zoveel lekkerder. Maar misschien ben ik nu bevooroordeeld. Wel flessen gekocht natuurlijk. De verrassende Cream Liqueur, met de 10 jaar oude Arran als basis en in de sectie Malts de sherry cask.  Een aanwinst waar ik terug in Nederland nog eens lang van ga genieten. 
Slaìnte. Of proost, ‘op het leven’, zoals de vertaling van de Gaelic uitdrukking luidt. 

Ben Fogle
De volgende dag is het goed weer en heb ik ruim de tijd voor de wandeling naar Coirie Fhionn Lochan. De naam zei me tot ongeveer een half jaar geleden niets, tot ik op de BBC de documentaire Schotlands Secret Islands zag met Ben Fogle. Hij was op Arran, een eiland waar ik in al die ruim veertig jaar dat ik mijn vakanties doorbreng in Scotland nog nooit geweest.

Altijd leuk om iets nieuws te zien, maar het hoogtepunt in de uitzending was zijn wandeling naar Corie Fhionn Lochan. Coirie wat??? De naam is, hoe dat het ander Gaelic. Coirie is een corrie of kleine vallei, een Lochan een meer en Fhionn betekent wit. Dat laatste slaat op het witte kiezelsteentjesstrand langs twee kanten van het meer. Een genot om te zien op tv, maar ik wil het wel zelf zien…

Vandaag dus. Zaterdagmiddag al klein stuk van de route verkend, maar nu naar het doel zelf. De wandeling zelf is goed te doen. Volgens de website Walkinghighlands staat ere ongeveer vijf kwartier vormen is de totale stijging ruim driehonderd meter. Dat is prima. Wat er niet bij werd vermeld dat vooral in begin en op tweederde de stijging even flink is…

Heerlijke wandeling. Zonnetje, beetje wind, een graad of 14 en wat een uitzicht. Kintyre en Kilbrannan Sound zijn te zien, de westelijke arm van de Firth of Clyde tussen Kintyre en Arran. Rechts, later links klatert het water naar beneden. De vijf kwartier (exclusief een paar stops) vliegen spreekwoordelijk voorbij.

Stil
En dan, na de laatste stijging sta ik ineens oog in oog met Coirie Fhionn Lochan. Ik kan mijn geluk niet op. In het echt is het duizend keer mooier dan op tv. De zon maakt het witte strand nog witter. En behalve de wind en een paar vogels is het helemaal stil. Voor ik foto’s en filmpjes maak ga ik eerst ruim een half uur stil zittend genieten van dit uitzicht. Man, man, man, wat indrukwekkend. Overweldigend.

Na nog een uur de terugweg aangevangen. Net op tijd, want al snel komen de eerste van in totaal vijf mensen en een hond de heuvel op. Terug op de camping en met een wee dram nog nagenietend van de trip, neem ik me al voor dat deze wandeling volgend jaar in de herhaling gaat.

Goede voorzieningen
Bepaald geen straf, want behalve deze tocht, is er nog zoveel meer te ontdekken, zoals het naastgelegen Holy Island, formaties staande stenen. En Arran zelf is een prima plek. Niet zo druk en zeker niet zo vol van toeristen als veel andere stukken van Scotland, zoals Mull waar ik donderdag heen ga.

En Lochranza campsite is een prima plek om te vertoeven. Goede voorzieningen, zeer behulpzaam personeel. Alleen de pub is een kwartier lopen en een volwaardige supermarkt vergt een autorit van bijna een half uur. Ach…

Na Arran is Mull (weer) aan de beurt. Veel enkelbaanswegen. Altijd goed opletten, niet allen voor tegemoetkomend verkeer of automobilisten die je willen inhalen (daar zijn de ‘passing places’ voor), maar ook voor de kuilen in het niet zelden slechte wegdek. Beetje laveren dus en onderwijl ook nog genieten van het uitzicht.

Slechts één doel vandaag (OK, twee als je de pint in de pub meerekent): Art in Nature. Een bossige omgeving met kunstwerken die zijn gemaakt van onder andere wilgentakken en spullen die zijn gevonden op het nabijgelegen strand van Calgary.

Fingals Cave
Een bijna vast onderdeel van mijn verblijf op Mull de laatste tien jaar of meer: de boattrip naar Staffa en Lunga. Eerste keer dat ik dit uitje boekte was vanwege dat eerste eiland. Had gelezen of gehoord dat de componist Mendelssohn er is geweest en zo onder de indruk was dat hij er zijn Ouverture on the Hebrides op baseerde. Bij elke uitgave die je hoort, staat tussen haakjes ‘Fingals Cave’.

En die naam verwijst naar de grot waar het zeewater met grote heftigheid in- en uitstroomt.  De wanden en het plafond bestaan uit enorme zeskantige basaltblokken. Ontstaan door het afkoelende lava na een vulkaanuitbarsting miljoenen jaren geleden.

Elke keer hoop ik zo snel mogelijk langs de wand naar de cave te gaan, om zo lang mogelijk in stilte te genieten van het overweldigende geraas van het water. En natuurlijk het liefst met de muziek op mijn koptelefoon.

Puffins
De boattrip voorziet ook in een bezoek aan Lunga voor papegaaiduikers of puffins (waar de naam van mijn weblog naar verwijst). Clowneske kleine (water)vogels die daar bij honderden of meer (net als elders langs de Schotse kust en ook IJsland) in het voorjaar aan land komen om te nestelen. Leuke beestjes en als je voorzichtig doet en laag bij de grond blijft, kun je ze heel dicht naderen. Heb weer tientallen foto’s en filmpjes gemaakt. Waarom? Geen idee. Misschien gewoon om ze op een regenachtige dag thuis nog eens te bekijken op groot scherm.

Een bezoek aan Mull is voor mij niet compleet zonder op zondag de oecumenische kerkdienst te hebben bijgewoond in de abbey van naastgelegen eiland Iona. Verhaal wil dat vanaf Iona de kerstening van noord Europa is begonnen, met de monnik st. Columba die vanuit Ierland hier terecht was gekomen als grondlegger.

Zoals altijd volle bak hier voor de kerkdienst. Mooie liturgie. Preek (door predikante uit Canada) over Marcus 4, waarin de discipelen met Jezus per boot een meer zullen oversteken. Een storm steekt op en de discipelen raken in paniek en maken Jezus die ligt te slapen wakker. Het voert te ver hier om de highlights van de preek uit de doeken te doen. Wie interesse heeft, moet me maar eens benaderen.

Lochbuie
Een bezoek aan Mull is voor mij niets compleet zonder een rit naar Lochbuie. Zeeloch met kasteelruïne Moy. Ben hier vaker geweest, maar het blijft een mooi bezoek.Een ruïne zoals gezegd, maar jaren geleden wel deels gerestaureerd met onder andere een forse bijdrage van wat wij de Postcodeloterij o.d. zouden noemen. Torenachtig kasteel en niet zonder reden. Moy ligt aan een zeeloch, dus vanuit de hoogte kon je de vijand zien naderen.

Daarna, op kleine kilometer afstand, een stone circle. Kleiner, minder indrukwekkend misschien enkele minder bezoekers dan Stonehenge in Engeland, of Callanish op het Schotse eiland Lewis of Ring of Brodgar op Orkney.

Veel rustiger (lees: helemaal niemand) dus TOP! OK, je moet ff zoeken. Geen duidelijke routebeschrijving (‘volg de witte stenen’) en je loopt over/door zompig hoogveen. Het is de wandeling waard. En ach, die broek en bergschoenen drogen wel weer…

Iona
Voor de laatste dag op Mull zijn de weersvooruitzichten goed: droog, maar niet warm en een beetje [!] veel wind, dus nogmaals naar Iona. Niet voor een kerkdienst dit keer, maar voor een simpele maar mooie wandeling. 

Vorig jaar naar St. Columba’s Bay gelopen, op de zuidwestkust van Iona, nu naar het noorden. Vanaf de veerpont al vaak vaag in de verte een wit strand gezien, dus dat is vandaag het doel. Bepaald geen zware tocht. Redelijk vlak, alleen uitkijken voor de schapendrollen in de weilanden. What else is new for Scotland…

Het  beloofde uitzicht vanaf de pont stelt bepaald niet teleur. Maagdelijk witte stranden, zeer schoon en helder zeewater. Foto’s die ik via WhatsApp deelde met vrienden leverde reacties op als ‘Het lijkt wel Griekenland’, of ‘Net Mallorca’. Nou, hier stond je vandaag niet in korte broek en T-shirt… Wel zeer veel rust en ik weet niet of je dat ook hebt op de stranden in Griekenland en Spanje.

Storm
Op naar Skye. Net over de hoge brug tussen het vaste land en het eiland komt de regen. Gelukkig niet lang, want hoe dichter ik de camping op Sligachan nader, hoe droger het wordt. Bij aankomst voor de zekerheid eerst de tent maar opgezet, want je weet maar nooit. En ook maar extra check of de tent stormvast aan de grond staat. 

Niet overbodig, want in de loop van de nacht begint het te stormen en (weer) te regenen. Dat wordt dus geen wandeling op eerste dag Skye. Weersvooruitzicht bekeken op internet voor Skye. En wat blijkt: als ik dacht dat deze windsterkte al flink was, de komende dagen wordt het erger. Daar ga ik mijn tent niet aan wagen, besluit. Dus voor twee nachten jeugdherberg in Broadford geboekt. Tent inpakken was nog een dingetje in de vliegende storm, maar het is me gelukt.

De volgend dag staat een wandeling op het programma die ik twee jaar geleden bij toeval ontdekte: Strathaird, tussen Loch Slapin en Loch Scavaig. Geen zware wandeling qua stijging. Je gaat wel omhoog, maar zeer geleidelijk.

Storm
De wandeling niet helemaal afgemaakt. Op een hoog punt zag ik dat laatste deel nog wel eens drie kwartier zou duren (en dus ook nog eens terug) en de regen en de storm namen in omvang toe. De tocht gaat dus volgend jaar in de herhaling bij iets beter weer.

Tweede deel van de middag een hernieuwd bezoek aan Torabhaig, die sinds 2017 bestaat. Twee jaar geleden ook geweest en was onder de indruk van de mooie malt die hier wordt gemaakt. Een kleine distilleerderij: twee koperen ketels. Een voor de low wines (het begin destillaat) en de spirit still (voor het zuivere eindproduct).

Alles wat hier wordt gemaakt blijft malt whisky. Er wordt niet geproduceerd voor de blend industrie zoals Famous Grouse, Glen Talloch, White & Mackay en noem maar op. En omdat het nog een jonge distillery is, worden er nog nieuwe ‘smaken’ gemaakt. Een reden voor mij om terug te keren, want de Cnoc Na Moine (gerijpt op sherryvaten Oloroso en Pedro Ximenez) is werkelijk een fantastische ontdekking. Dus na afloop een fles aangeschaft.

Hoorde hier trouwens dat malt whisky pas iets is sinds Glenfiddich er in de jaren zestig van de vorige eeuw mee begon. Tot die tijd werd alles gebruikt om blended whisky te maken.  Had eerder deze vakantie op Arran al wel gehoord dat tot ik weet niet wanneer whisky alleen een product voor Scotland (of Ierland) was. Europa had zo zijn eigen dranken, wijn, jenever, sherry, schnaps, etc. Maar op enig moment werd whisky ‘hip’. The rest is history…

Het belooft droog te blijven, dus na het online volgen van de dienst van mijn kerk in Rotterdam op pad naar Neist Point. Ben er vaker geweest, maar de wandeling naar deze oud vuurtoren van Robert Stevenson. Je ziet qua bouwstijl vergelijkbare vuurtorens in Scotland en dat klopt. Stevenson (1772 – 1850) heeft er veel zo niet alle gebouwd in dit land. 

Het wordt al rijdende steeds zonniger en bij aankomst bij Neist Point vooral blauwe lucht. Een verademing na een paar dagen wolkenvelden, regen en storm. Dus de bergschoenen aan en op weg naar de vuurtoren. Wel verraderlijk. Groot deel van de wandeling (over het deels betonnen pad  dat ooit is aangelegd voor het personeel van de vuurtoren) gaat omlaag. Als je na verloop van tijd omkijkt, weet je dat je op de terugweg dus weer he-le-maal omhoog moet…

Misthoorn
Maar het is het waard. De vuurtoren zelf, de grote misthoorn en het uitzicht zijn fenomenaal. Zoals gezegd ben ik hier vaker geweest, maar het blijft een feestje om hier te lopen.

Bijzonder is het veld met gestapelde stenen. Geen idee wie er heel veel jaren mee begonnen is. Ook geen idee of er een bedoeling/betekenis achter zit. Ik vermoed – ik laat me graag verbeteren- dat de torentjes de vuurtoren verbeelden. Hoe dan ook, leuk om te zien.

Het volgende doel is Applecross. Sta elk jaar op de camping daar, omdat beneden aan het water de Applecross Inn is, pub/restaurant beroemd om verse vismaaltijden.
Dat ik alleen maar hier kom voor het vismenu van de Inn is niet helemaal waar. De tocht via of eigenlijk vanaf Loch Carron is schitterend. Veel stijging met haarspeldbochten op de Applecross Pass en dat op een enkelbaansweg. Altijd maar hopen dat de tegenligger de code kent dat stijgend verkeer voorrang heeft op dalend verkeer.

Mist
Het tweede mooie is dat als je helemaal boven op de berg Bealach na Ba bent en voor je aan de afdaling naar Applecross begint je een schitterend uitzicht hebt. Nu dus niet, want de top is in een dikke mist gehuld. Zo dicht, dat ik aan voorzijde auto alle lampen aan heb die mijn Mazda maar te bieden heeft.

Gelukkig ben ik altijd vroeg wakker (zo rond 05.00 uur), dus geen moeite de ochtend van vertrek vroeg op te staan. Moest ook wel. Wil rond 07.00 uur (eerder gaat slagboom camping Applecross niet omhoog) of 07.30 uur wegrijden om de middagferry naar Orkney te halen.

De lange autorit begint met de tocht over de Beachlach na Ba, met nu via de haarspeldbochten naar beneden. Eenmaal beneden rijdt het een stuk beter. Geen mist meer; af en toe regen. Muziekje aan, cruise controll, het rijdt lekker door. Met een paar stops om de benen te strekken en (bij Wick) de tank nog even goedkoop vol te gooien, ben ik kort na 12.30 uur bij Gills Bay in het noorden van mainland  Scotland. Het lot is mij gunstig gezind. Er is nog plek op de catamaran van de Pentland Ferries die een uur later vertrekt naar St. Margarets Hope op Orkney. 

Verkiezingskoorts
Na rustige overtocht gelijk koers gezet naar de camping in Deerness. Beheerster Linda, die ik al jaren ken en zij herkent mij inmiddels ook goed, komt net aanrijden. ,,Ik zag een zwarte auto met Nederlands kenteken, dus…’’.  

Een van de doelen is om vandaag – donderdag 4 juli – iets van de verkiezingskoorts mee te maken, maar dat valt tegen. Ik zie her en der ‘polling station’, maar van enige spanning is niets te merken. Geen nood, want het eigenlijke programma vandaag is, zeker nu de zon maar blijft schijnen, de Ring of Brodgar. De Standing Stones van Orkney. Altijd weer leuk om hier rond te lopen en foto’s te maken.Er zijn vermoedens (iets met de goden, of de stand van de sterren), maar er is niets op schrift overgeleverd uit de periode van wel 5.000 jaar geleden, dus het blijft allemaal gissen.

Hoge, zware stenen die rechtop staan. In een cirkel, zoals de naam al doet vermoeden. En bij Brodgar, het ‘gat’ waar het tweede deel van de naam naar verwijst. Het is hier nog niet echt het toeristenseizoen, dus de drukte valt mee. Als ik hier foto’s maak, wil ik geen mensen in beeld hebben lopen. Gelukt!

Eb
Daarna, als vaker, door naar Earls Palace, ooit een imposant kasteel,  nu een ruïne, maar het bezoeken altijd waard. De grote verrassing kwam daarna. Net als anders doorgereden naar Brough Head. Nooit naar het eiland geweest, want het is alleen bij eb – te voet- bereikbaar. En laat het nu net eb zijn…

Hier vindt je geschiedenis van wel 2.000 jaar oud. De restanten van Noorse nederzettingen en van een klooster inclusief kerk/kapel. En niks ‘kijken, niet aanraken’. Je loopt er gewoon tussendoor en gaat even zitten op een duizenden jaren oud overblijfsel. Je kunt je even wanen in die tijd. Je kijkt naar de zee en beseft dat die Noormannen en monniken ook zo naar het water hebben gekeken.

Vikingen
Elders op Orkney weer iets nieuws: Broch of Gurness, een oude nederzetting van de Vikingen, de vroegste bewoners van dit gebied. Ook hier weer restanten die bewaard zijn gebleven en goed zijn onderhouden. Je loopt hier door de eeuwenoude ‘straten’. Gaat zitten op een muurtje en bedenkt dat hier een paar duizend jaar geleden mensen misschien net zo hebben gezeten.

En het mooiste? Net als op zoveel plekken in Scotland, kom ik na meer dan veertig jaar dus toch weer enkele nieuwe plekken tegen die het waard zijn te bezoeken. Het leert me dat ik hier de komende jaren ook nog volop kan genieten. Genieten van hernieuwde kennismaking met bekende locaties en nieuwe ontdekken.
Scotland verveelt nooit!

Yesnaby
Een bezoek aan de Orkney eilanden is voor mij nooit compleet zonder een wandeling op Yesnaby, aan de westkust van het mainland. 
Lopend langs de cliffs, met vrijwel constant het geluid van de golven die op de rotsen van de kust en in zee beuken. Het blijft na al die jaren toch steeds weer zeer indrukwekkend. Het maakt je klein, om het zo te zeggen.

Zoals bij veel andere wandelingen die ik maak, beperken veel bezoekers zich tot de eerste paar honderd meter. Dan hebben ze de golven gezien en gehoord. Heb het gebied verder goeddeels voor mij alleen.
Slechts een handjevol wandelaars gaat de paar km zuidwaarts langs de kust om de ‘castle’ te zien, de rotspunt in zee. Het is geen kasteel geweest; de naam verwijst alleen naar de verschijningsvorm. Ik ben altijd weer onder de indruk hoe de golven – tevergeefs- proberen de castle van zijn poten te ontdoen. Hier dan ook weer een half uur of zo gezeten om te zien of het dit keer wel lukt…

Krijgsgevangenen
Na de kerkdienst in St. Magnus Cathedral in Kirkwall op zondag naar de Churchill Barriers; verbindingsdammen en -wegen tussen een paar van de eilanden aan de zuidkant. 

Gebouwd vanaf 1940 in opdracht van Winston Churchill, destijds de hoogste baas van de marine (‘Lord of the Admiralty’). Reden was dat de Duitse marine de wateren hier bij Scapa Flow gebruikten als snelle doorvoer naar het noorden van mainland Scotland. Eer was al een Brits schip, de HMS Royal Oak, getorpedeerd, met het verlies van 834 manschappen aan Britse zijde. De barriers moesten een herhaling van die doorsteek van de Duitsers voorkomen.

Voor het werk werden Italiaanse krijgsgevangenen ingezet. Dat mocht volgens internationale oorlogsregels natuurlijk niet. Daar had Churchill wat op gevonden. De dammen zijn niet gebouwd om de vijand tegen te houden, maar om de verschillende eilanden in dit deel van Orkney met elkaar te verbinden. Er ligt, zichtbaar, nog aantal scheepswrakken in de buurt van de verschillende dammen en die zijn nu in de zomer een zeer gewilde plek voor sportduikers. 

De aanwezigheid van de krijgsgevangenen hier is nog zichtbaar in de Italiaan Chapel. De krijgsgevangenen verbleven in nissen hutten op Holm. Een van de gebouwen had op enig moment geen functie meer. De Italianen kregen toestemming daar een kerk van te maken. De muur- en plafondschilderingen zijn indrukwekkend. Hadden de Italianen niet zelf bedacht (t, maar afgekeken van een ansichtkaart die een van de moeder# had gestuurd. Na tachtig jaar is het nog intact. Voor wie ooit naar Orkney gaat, het is een bezoek waard.

Kasteel
Na Orkney is het tijd om af te zakken. Niet weer een lange autorit. Stop nu halverwege in Dornoch.

Daar in de buurt bezoek gebracht aan Dunrobin castle. Het bezoek meer dan waard. Je krijgt waar voor je geld (14.50 pnd). Een route door wel achttien zalen/kamers met meubilair, muziekinstrumenten, uniformen, gedekte tafels met veel zilverwerk, boeken en nog veel meer. Een lust voor het oog. Een duidelijke route met eenrichtingsverkeer. Maar aan het einde kun je weer opnieuw beginnen als je wilt.

Wie binnen uitgekeken is, kan buiten naar de schitterend aangelegde tuin. Van die kant heb je mooi zicht op het kasteel zelf. Alles is Franse stijl. Dunrobin castle zou zo in Frankrijk steen voor steen afgebroken kunnen zijn en hier weer zijn opgebouwd. 

En dan de falconry, achter in de tuin. De valkenier demonstreert het vliegen, prooi vangen en geeft een uitvoerige uitleg van twee van de zeventien vogels die hier huizen, een havik en een valk. Mooi om die vogels door de lucht te zien gaan en precies op tijd terugkeren om een ‘prooi’ te vangen. Na afloop ruim de tijd om de vogels van dichtbij op de foto te zetten.

De volgende dag naar het zuiden, bij Inverness naar het oosten gereden. Had bij de voorbereidingen van deze vakantie al bedacht naar Fort George, net buiten het dorp Ardersier, te gaan. Een fort met een zeer lange en rijke militair3 geschiedenis, of traditie zo u wilt.

Jacobieten
Het uit de achttiende eeuw daterende fort kwam de kort na de opstand van de Jacobieten (april 1746): op dit schiereiland in de Moray Firth. In 1881 werd het fort het depot van het regiment Seaforth Highlanders en bleef dat tot dat regiment in 1961 opging in de Queen’s Own Highlanders. Later volgden nog meer fusies tot in 2006 die van de Royal Regiment of Scotland.

In het fort, dat nog steeds in gebruik is en dus soldaten herbergt, kan een deel van de schitterende bebouwing worden bezocht. Er is een fraai museum waar die geschiedenis nog eens via video’s wordt verteld en waar je tastbare herinneringen (al mag je ze niet aanraken!) ziet als vaandels, uniformen, geschenken en nog veel meer. 

Daarna in de regen via Inverness naar Cannich in Glen Affric. Halverwege de rit Inverness – Cannich stopt het met regenen, zodat ik bij aankomst de tent droog kan opzetten en inruimen.  Leuke van het jaarlijks hier kamperen is, dat je wordt herkend door de eigenaar (in dit geval zijn zoon). 

Komende dagen genieten van de natuur hier. De volgende dag kans op brekende bewolking en wat zonneschijn, geen regen en nauwelijks wind, dus gelijk maar naar Glen Cannich en Mullardoch. Maar niet nadat ik in café van de camping een stevig ontbijt naar binnen heb gewerkt. Een echt Brits ontbijt, dus inclusief een flinke schijf bloedworst. 

Enkelbaansweg
Glen Cannich en de Mullardoch hydrodam zijn erg ver weg van het dorp Cannich, maar omdat je vrijwel nergens harder kunt dan zo’n 35 – 40 km per uur, is het nog een stevige rit. En niet te vergeten een regelmatige stop om van het uitzicht te genieten. De enkelbaansweg is te onoverzichtelijk om al rijdende uitgebreid om je heen te kijken. 

De zon komt inderdaad regelmatig tevoorschijn, dus bij elke stop is het weer genieten van de schoonheid van dit gebied. En heerlijk rustig, Behalve de enkele passant aan het begin van de route, kom ik in het dal niemand tegen.

Volgende dag naar het dal Glen Affric. Altijd als ik hier kampeer, ga ik hierheen. Het blijft een schitterend gebied. Vandaag al helemaal, want het is uitzonderlijk rustig. Het gebied met een doodlopende weg, met drie stopplaatsen, waarvan de eerste, Dog Falls, je al gelijk in de juiste stemming brengt. Prachtige natuur en veel watergeluid. Dan door naar de derde stop, River Affric. Geen zware wandeling, maar vanwege de soms/vaak natte stenen aan de oever toch de bergschoenen aangedaan, want goed profiel. Better safe than sorry! 

Feestje

Weer heerlijk om hier weer rond te struinen. Heb hier met regen, zonneschijn en bijna elk ander weertype dat je kunt bedenken (OK, geen storm en sneeuw) gewandeld en het blijft elke keer weer net als nieuw. Nu bewolkt, droog, weinig wind en niet koud, dus een feestje. En ook weinig passanten, dus volop rust om van de natuur te genieten.

Tot slot naar de tweede, middelste stopplek, Loch Benin a’ Mheadhain. Prachtig uitzicht op het gelijknamige loch of meer. Hier niet het geluid van stromend water, dus absolute stilte. Als stadsmens maak ik dat thuis nooit mee.

Culloden
Een nieuwe dag met weer iets nieuws. Een bezoek aan een heus slagveld: Culloden. Hier, een paar kilometer ten oosten van Inverness werd op 16 april 1746 slag geleverd tussen de Schotse aanhangers (Jacobieten) van ‘Bonny Prince Charles (die een onafhankelijk, dus vrij Schotland voor ogen had en ook de troon van zijn vader terug wilde) en het Engelse leger onder leiding van de Duke of Cumberland. De laatste won het gevecht, maar wel met 700 doden aan de kant van zijn leger. De Jacobieten hadden ruim twee keer zoveel doden te betreuren. Met de veldslag kwam een einde aan de opstand van de Jacobieten.

Op ‘Battlefield Culloden’, kun je de geschiedenis herbeleven in gesproken en geschreven woord en beeld. Er is een goed museum. Slingerend door het gebouw maak je aan de linkerkant van de looproute kennis met het verhaal van de Engelsen en rechts dat van de Jacobieten.

Uiteindelijk kom je buiten en loop je dus echt over het slagveld zelf. Verspreid in het gebied moeten nog slachtoffers in de grond liggen. Op informatieborden wordt de bezoekers gevraagd hier dan ook met respect rond te lopen.

De familieverbanden of clans zoals dat in Schotland heet, waartoe de 1.500 Schotse slachtoffers behoorden, zijn genoemd op ‘grafstenen’ in het veld. Waar de linies van beide partijen stonden, zijn blauwe (Jacobieten) en rode (de Engelsen) vlaggen neergezet.
Al met al zeer informatief.

Geneve
Zondag weer een kerkbezoek. Dit keer in Beauly. De dichtstbijzijnde kerk van de Church of Scotland 25 autominuten vanaf de camping), maar keuze ook om een andere reden.

De voorganger ken ik nog uit de tijd dat hij predikant was in Genève en we elkaar tegenkwamen bij vergaderingen (tweemaal per jaar) tijdens de classisvergaderingen/presbytery meetings ergens in Europa. 
Leuk om hem en zijn vrouw na afloop nog even te spreken. En o.a. de groeten te brengen van het dagelijks bestuur van de presbytery waarmee ik de vorige week nog had vergaderd via Zoom. 
Dacht hem nog even te verrassen met de laatste ontwikkelingen rond de kerk in Genève, maar hij blijkt daar nog zijn voelhoorns te hebben. 

Na een goede nachtrust op weg naar Lochaber/Rannoch Moor/Glencoe. Een stop bij Fort Augustus om weer even te genieten van het passeren van een jacht door de vijf aan elkaar geschakelde sluizen tussen het Caledonian Canal en Loch Ness. Veel sluizen, maar er is dan ook een groot verval tussen het kanaal en het meer.

West Highland Way
Doorgereden naar mijn eindbestemming voor vandaag Kinlochleven. Mini-camping en daardoor al veel beter dan die grote in Fort William. En leuk vermaak. Heb zelf bijna 40 jaar geleden met W.P. de West Highland Way (van net ten oorden van Glasgow naar Fort William, >20 km per dag, met bepakking) gelopen. En dan is het nu leuk om – met een whisky in de hand – al die afgepeigerde routelopers te zien arriveren. Een voordeel: al die lopers willen na aankomst douchen en niet de volgende ochtend voor begin van de laatste etappe. En laat ik dan juist graag lang onder de douchekop staan.

Hiervandaan staan nog twee wandelingen op het programma: Glen Nevis en Rannoch Moor. O ja en ik heb nog koffie-afspraak vlakbij Fort William bij de predikant van de allereerste Church Of Scotland gemeente die ik in1982 bezocht. Daar kijk ik zeker naar uit. 

Plaquette
Qua wandeling als elk jaar Peters Rock. Een soort pelgrimage. Peters Rock is een markering op elke landkaart van de Ordnance Survey, zeg maar de standaard landkaarten in het VK als het gaat om autoritten en wandelingen.
De wandeling begint op het stationnetje Corrour, vanaf mijn camping in Kinlochleven eerst een half uur met de auto naar Fort William en dan een treinrit van vijftig minuten. 

Daar midden in de stilte (behalve wat mensen die ook uitstapten op het station, ben ik op twee fietsers na de hele dag niemand tegengekomen) loop je te genieten. Alleen jij, wat vogels en de wind. O ja, en het betoverend mooie landschap.

De wandeling voert in een lichtje zonnetje en met wind mee over de heuvels. Een goed pad, zeker nu het hier al dagen droog is en je dus niet hink-stap moet proberen modderpoeltjes of plassen te ontwijken. 

Ik weet na zoveel jaar dat ik hier kom dat ik op de heenweg wel een beetje moet doorlopen. Ik moet uiterlijk 15.15 uur terug zijn op het station, want als ik de trein van 15.24 uur naar Fort William mis, moet ik 6 uur (!) wachten op de volgende. Dus een uur (of wat langer) naar Peters Rock, daar een half uur of zo genieten en dan weer in een uur terug.

Onder het ijs verdwenen
Peters Rock is vernoemd naar Peter J. Trowell, een Engelse beheerder/gastheer van jeugdherbergen. In de winter van 1978 – 1979 was hij hier. Ik heb daar twee lezingen over gevonden. De ene verhaalt van een vakantie in de stilte, de andere over klusjes die hij hier zou uitvoeren.

Hoe dan ook, er is iets vreselijks misgegaan. Het meer of loch was bevroren en hij is op enig moment onder het ijs verdwenen. Zijn lichaam werd pas in het vroege voorjaar gevonden toen het ijs begon te smelten. Trowell is in Engeland begraven, maar bij Peters Rock is een plaquette aangebracht op een rotsblok. Peters Rock dus.

En waarom staat dat rotsblok met plaquette juist hier? Wel, als je van Corrour naar Rannoch loopt, maakt het pad hier vlakbij een bocht naar rechts. Een markering dus. Op de plaquette staat behalve zijn naam, geboorte- en vermoedelijke overlijdensdatum een kort gedicht. Dat gedichtje is al jaren mijn levensmotto. En dus moet ik elk jaar als ik in Scotland ben, hier even naar toe. Bovendien, zeker op een dag als vandaag, is het hier echt genieten van de rust enger uitzicht. Als de treinen elk uur op Corrour zouden stoppen, zou ik er zeker langer blijven zitten dan het half uur dat nu kan.

Het gedicht op de plaquette:
I have a friend a song and a glass 
Gaily along lifes road I pass 
Joyous and free out of doors for me 
Over the hills in the morning

Glen Nevis is het volgende doel. Een schitterend gebied. Elke keer dat ik dit dal in ga beschouw ik als een feestje. Dat begint al kort na het parkeren van de auto. Het pad voert onder andere langs een gorge met links een bergwand en rechts een diepe afgrond waar rivierwater hard stroomt langs de andere bergwand. Het geluid van het water boezemt ontzag in. Of nederigheid. 

Staaldraadbrug
Dan, na nog een minuut of vijftien ontwaart zich het dal of de glen. Breed, kiezelstrand. Schoonheid zover het oog reikt. Door lopend doemt al snel de waterval Steall Falls op. Naar rechts kijkend lokt de staaldraadbrug over het water me.
Vandaag heb ik de verleiding kunnen weerstaan om naar de overkant te gaan. Laten we zeggen dat het te druk was en ik niet achteraan de rij wilde wachten…

Veel liever sla ik, na hier een minuut of tien weer van het uitzicht op de omgeving en de waterval te hebben genoten, linksaf. Verder het dal in. Het mooie is elk jaar weer de wetenschap dat veel mensen na bij de staaldraadbrug te zijn geweest nog ff doorlopen, maar dan al snel weer richting hun auto gaan. Een tweede groep loopt nog een stukje door naar een wat breder kiezelsteentjesstuk iets verderop. Daarna wordt het stiller en stiller qua wandelaars. 

Haggis
En daar ga ik voor. Paar mooie punten om weer even te stoppen en van het uitzicht te genieten. Alleen met het geluid van de wind, wat vogels en ergens achter mij weer een waterval(letje).

Ik zou het pad helemaal kunnen vervolgen tot het Blackwater reservoir (een kunstmatig meer voor de opwekking van elektriciteit of ‘witte steenkool’) en dan daar afdalen naar de camping. Maar ja, dan moet ik daarna weer helemaal naar de carpark in Glen Nevis om mijn auto op te halen… Dus omgekeerd en via Fort William terug naar de camping.

Dan zit de vakantie er al weer bijna op. Aan het slot van deze zes weken nog naar Earlston in de Borders. Daar spullen ophalen voor Rotterdam.

Maar vrienden Jean en Jimmy hebben ook beloofd mijn te verwennen met een goede warme maaltijd (met haggis!) en een stevig ontbijt op de laatste dag als ik na de kerkdienst richting veerboot ga. Dus bacon, eggs, haggis, bloedworst, baked beans.

Nou, daar houd ik het gemakkelijk op tijd tot het avondeten aan boord van de veerboot naar IJmuiden. Dank Jean!

Hieronder enkele filmpjes van de vakantie dit jaar. Geniet ervan, net als ik heb gedaan.

Hernieuwde kennismaking met de eeuwige stad

Druk vergaderweekeinde in Rome en geen tijd om tussendoor de toerist uit te hangen. Dus er een paar dagen aan vastgeknoopt om te genieten van het Colosseum, Vaticaan, de Trevi fontein, Forum Romano en het Pantheon. En dat met ook nog eens schitterend terrasweer.

Twee keer per jaar vergadert de classis van mijn kerk (Church of Scotland, de mijne in Rotterdam) bij een van de aangesloten kerken in Europa.

Toen ik nog werkte was ik min of meer jaloers op sommige deelnemers aan de bijeenkomsten die er paar dagen aan vastknoopten. Een soort minivakantie dus. Maar ja, destijds wilde ik zoveel mogelijk van mijn vrije dagen bewaren voor de zomervakantie in Scotland. Zonder de uitbreiding kosten de bijeenkomsten je al (mede vanwege de reis) al 2 x 2 dagen per jaar, dus…

Als pensionado speelt dat probleem niet meer. Ik zal niet telkens mijn verblijf in een van de steden in mijn classis/presbytery verlengen. In oktober zijn we in Lausanne, Zwitserland bijvoorbeeld, wat heb ik daar te zoeken… Maar Rome wel in Valetta op Malta waar ik ook al eerder ben geweest en ook in Lissabon zijn een paar dagen extra bepaald geen straf.

Bliksembezoek

Nu dus Rome. Acht jaar geleden was ik er voor het eerst en voor het laatst. Toen had ik op de donderdag- en vrijdagmiddag nog wat uren vrij voor een bliksembezoek aan het een en ander, maar door bijgekomen functies en taken in internationaal verband, zit ik na aankomst op donderdag (bijpraten met mensen van de andere kerken) en vrijdag en zaterdag (vergadering na vergadering) volgeboekt.

Begrijp me niet verkeerd. Ik doe het met liefde. Ben dol op mijn kerk en de werkwijze van een protestantse kerk en lever graag een bijdrage, ook in internationaal verband. Temeer dat verschillende leden/bezoekers vooral naar de Schotse kerk komen omdat ie protestants is en dat de diensten in het Engels zijn.

Ik wil ook graag de band met de moederkerk benadrukken en een steentje bijdrage aan onze relatie met de Church of Scotland in Scotland. Dus ben ik in internationaal verband (Europa, Bermuda en Sri Lanka) convener (bijeenroeper, een zachte vorm van voorzitter) van de commissies kerkvisitatie en de adviescommissie (begeleiding) van de straks voor een beroepingscommissie samenwerkende gemeenten in Geneve en Lausanne in Zwitserland en coördineer ik de publiciteit van de internationale tak richting Schotland (eens een journalist, altijd een journalist,…) onder andere via de Schotse variant van het Nederlandse PKN-maandblad Kerkinformatie en social media.

Uitstapjes
Genoeg daarover. Het gaat me op deze weblog natuurlijk over de uitstapjes, wan tja, wie is er geïnteresseerd in mijn kerkelijk geneuzel.

Hoewel… de Schotse kerk in Rome (St. Andrews Church) heeft naast de kerkzaal op de begane grond onder andere een dakterras (zie foto hierboven) vanwaar je een prachtig zicht hebt op de stad Rome.

Tussenronde
Net als iedereen hier tuur ik tijdens de lunchpauzes en het diner op vrijdagsavond en de lunch op zondagmiddag naar de St. Pieter in Vaticaanstad. Een geheel ander kerkgenootschap dan de mijne, maar toch zo dichtbij (zie foto rechtsboven). Uiteraard een paar keer naar de paus gezwaaid. Volgens mij zwaaide hij terug, maar ik kan me vergissen….

Relatief sober hotel Casa del Salle, niet ver van Vaticaanstad.
Zoals ik hierboven al schreef: de St. Pieter was niet ver weg. Volgens mij een priesteropleiding dat al jaren niet meer geheel nodig is. Dus is deel van het complex tot een 3-sterrenhotel omgetoverd.

Prima kamers, goede voorzieningen zoals de ontbijtruime, rustig gelegen en zeeeer vriendelijk personeel. Wel een kapel (met mooie gebrandschilderde ramen), maar geen bar. Dat is oplosbaar, de Minimarket met een licence is om de hoek voor deze dorstige Gouwenaar.

Belangrijk: op minder dan 5 minuten gelegen van metrostation aan een van de belangrijkste metroroutes (lijn A) van de stad. Aanbevelingswaardig dus. Weet niet waarom, maar er werd behoorlijk veel Nederlands gesproken, dus hotel (eigen kosten voor mij voor de verlenging met twee nachten ongeveer 90 euro per nacht, 1-persoonskamer) is zeer in trek bij mijn landgenoten.

Toerist uithangen

Maandag en dinsdagochtend is het tijd voor het toeristische programma. Wil uiteraard nu wel de St. Pieter in en ook de rest van de highlights bezoeken.
Op het St. Pieterplein krijg ik grote schrik. Het is nog redelijk vroeg (10.00 uur), Maar toch staat er al een rij van hier tot Tokio om naar binnen te mogen. Na een uur toch maar i de rij staan, ontdek tik dat de wachtrij niet zozeer de basiliek zelf betreft, maar de security. Net als op elk vliegveld met alles door een scanner. Daarna is van een wachtrij geen sprake meer.

Eenmaal binnen in de St. Pieter kijk je je ogen uit. Een en al pracht en praal. Zag het in reacties op social media al voorbijkomen: het is wel allemaal betaald van geld/donaties van goedgelovige katholieken. Dubbel gevoel dus.
Hoewel, als je de St. Giles Cathedral in Edinburgh bezoekt (de ‘high kirk of Edinburgh’, maar ook van mijn kerkgenootschap…) is het maar de vraag of de katholieken daar uniek in zijn. Hoe dan ook, prachtig om deze wereldberoemde basiliek (volgende week, paaszondag klinkt het weer ‘Bedankt voor die bloemen…’) te bezoeken.

De volgende qua tijdslot al geboekte trip vandaag is Forum Romano (Latijn Romeins marktplein). Acht jaar geleden langsgelopen, maar niet nar binnen geweest. Nu wel Fantastisch.
Je loopt door ruim tweeduizend (ja, tweeduizend!!!) oude geschiedenis van Rome. Tempels, kolommen, noem maar op. En bonus: hier in Forum Romano hoor je vrijwiel niets van de moderne stad, de sirenes van de hupdiensten daargelaten.

Colosseum

Uiteindelijk nog bezoek aan het Colosseum. Ben bepaald niet de enige. Het is flink druk. Anders dan bij musea in Nederland is het tijdslot heel strikt. Ik blijk vier minuten (!) te vroeg, dus moet wachten. Niet dat de kaartjesman streng is, maar zijn scanapparaat geeft geen groen licht als je te vroeg bent om het Colosseum (ooit het grootste amfitheater in het Romeinse Rijk.

Gebouwd op initiatief van keizer Vespasianus en dat werd gefinancierd uit de krijgsbuit van de plundering van Jeruzalem in het jaar 70 na Chr. De bouw begon in de eerste jaren van de heerschappij van Vespasianus, waarschijnlijk in 70-72. Mogelijk werkten Joodse slaven aan het enorme amfitheater, maar hier is geen historisch bewijs voor. De spelen bij de opening duurden 100 dagen.

Geen gladiatoren meer nu, ook geen keizer op de tribune, of wat daar van over is. Wel vanaf de verschillende ringen goed zicht op wat zich beneden moet hebben afgespeeld. De muren van de hokken van de wilde dieren, enzovoorts, het is allemaal zeer goed zichtbaar. Ook de bogen en de halfzuilen die de tand des tijds hebben doorstaan zijn imponerend. Niet voor te stellen dat er vroeger plek was voor 50.000 toeschouwers. Prachtig om rond te lopen in dit stukje Romeinse geschiedenis.

Trevi fontein
Dinsdag eerst bezoek gebracht aan de Trevi fontein. Acht jaar geleden zag ik de drukte, een fontein, maar geen idee waar ik was, laat staan waar de drukte voor was. Dat ontdekte ik pas later bij thuiskomst.

Nu bewust hier een klein uur doorgebracht. Geen muntjes in de fontein gegooid (ben niet bijgelovig) voor een volgende terugkeer naar Rome zoals het verhaal wil, maar wel genoten van de schoonheid van het beeldhouwwerk. En zeker zoals deze dinsdag in de volle zonneschijn.

Ondanks het relatief vroege tijdstip al flink druk. Agenten houden toezicht, kennelijk om te voorkomen dat mensen de fontein in gaan. En misschien ook wel om eventuele zakkenrollers af te schrikken.

Pantheon
Dan het Pantheon. Een herbouw in de tweede eeuw na Chr. van een eerdere tempel op deze plek. Goed geconserveerd. Dit dankt het gebouw aan het feit dat het in de zevende eeuw werd omgevormd tot kerk en continu in gebruik is gebleven en onderhouden. Het Pantheon is nog steeds in gebruik als rooms-katholieke kerk (‘kleine basiliek’). Zeker een uur rondgelopen om het gebouw goed in me op te nemen.

Daarna recht tegenover het Pantheon op zeer zonnig terras nog even genoten van een heerlijk kopje koffie. Wel de tijd in de gaten gehouden, want rond middaguur moet ik naar hotel om koffer op te halen en richting het vliegveld te gaan.

Einde van een paar schitterende toeristische dagen als slot van wat toch eigenlijk was bedoeld als een vergaderweekeinde. Weet niet hoelang ik nog taken binnen de classis of presbytery blijf uitoefenen, maar wellicht dus tot een volgende keer.


Filmpje:

Rugby, bier, bacon and eggs, vrienden: een heerlijk lang weekeinde Edinburgh

Voordeel voor  pensionado: je kunt er zomaar een even een paar dagen tussenuit zonder vakantiedagen op te nemen. Dus van donderdag tot en met vandaag in Edinburgh vertoefd.

Nooit een straf om daar te zijn. Weet mijn weg daar na zoveel jaar wel te vinden. Had dit keer geen speciaal doel. Gewoon, paar dagen door de stad kuieren en musea en pubs bezoeken. Ontbijten met goede bacon and eggs (met ‘black pudding’, zie foto verderop), bijkletsen met vrienden K. en L. die daar wonen en bij wie ik als zo vaak logeerde. Onder het genot van wat bier en een maaltijd is dat toch wat leuker dan via Facebook en WhatsApp.

Vrienden verrast met kleine hoeveelheid Nederlandse boodschappen (drop, mueslibollen en pepitamix [van Lidl]).

Eerste volledige dag (vrijdag) benut met stadswandeling en bezoek aan St. Giles Cathedral (de ‘High kirk of Edinburgh’) en de National Galleries of Scotland.

Skating Minister
Dat museum vooral aangedaan om weer even te genieten van het schilderij The Skating Minister (de schaatsen predikant). Een schilderij met een Nederlandse link.
De afgebeelde Rev. Robert Walker heeft als kind leren schaatsen in Rotterdam, waar zijn vader predikant was van mijn kerk.

De jonge Walker is blijven schaatsen in Edinburgh waar hij zelf predikant werd. En dat trok de aandacht van de schilder Henry Raeburn. Uiteraard de elektronische knip tevoorschijn gehaald om een hoeveelheid souvenirs te kopen.

Na het snuiven aan de cultuur, maar even de pub in voor een pint bier. Daarna met mijn Edinburghse vrienden gegeten in restaurant van pub Deacon Brodie op de Royal Mile.
Uiteraard fish and chips en – vooraf gecheckt of het er was – Cranachan als toetje. Al jaren mijn favo dessert in Scotland, zoals biest dat in Nederland is.

Bacon and eggs
Dat over de toetjes. Voor het ontbijt elke ochtend deur uit voor een bacon and eggs, maar op zaterdag zelfs een met black pudding/pudding. Een traktatie!

Drie keer dit weekeinde dus. Zal best slecht zijn voor het cholesterolgehalte in mijn lijf, maar lekker!!!

En daarna steevast koers gezet naar de nieuwe Starbucks in Princes Street.
De enige koffieketen met filterkoffie (veel beter of minder slecht zo je wilt voor je cholesterol!) en hier dan ook nog met schitterend uitzicht op Edinburgh Castle.

Zaterdag uren doorgebracht in het National Museum of Scotland, net ten zuiden van de Royal Mile. Jaren geleden dat ik daar binnen was geweest. De nieuwbouw ondergronds nog nooit gezien zelfs. Prachtig ‘verhaal’ over de historie van Schotland vanaf de oudheid. Indrukwekkend.
Het oude gedeelte is zeer ruim en thematisch van opzet. Zo ‘verdwaal’ je niet in het museale aanbod.

En daarna met de lift naar het Roof Terrace. Met het zeer fraaie Februari weer geen straf. Prachtig uitzicht vanaf het dak over het dak, met indrukwekkende aanblik op het kasteel van Edinburgh. Zie foto boven dit artikel

Net als bij het Rijksmuseum gaat het niet alleen om de collectie die er te bewonderen is, maar dus ook om het uit 1866 daterende gebouw zelf. Een prachtige, lichter ruimte met vides, fraai vorm gegeven radiatoren, sierlijke trappen. Pas als je de vele zijzalen instapt, ontdek je hoe groot dit museum is.

Er is bijna teveel om van te genieten, dus ik moet komende zomer of later nog eens terug.

Moe van het lopen – elk excuus – naar de pub Greyfriars Bobby aan de overkant van de straat, voordat ik de bus terug naar het logeeradres neem.

6Nations rugby
Het is het weekeinde van de belangrijkste rugbywedstrijd tussen Schotland en Engeland. Het 6landentournooi waaraan Engeland, Schotland, Wales, Ierland, Frankrijk en Italië aan meedoen, kent daarbinnen nog die om de Calcutta cup tussen Engeland en Schotland. Die wedstrijd gaat terug tot 1872 in – inderdaad – Calcutta in India.

Vandaag speelt Engeland in het Murryfield stadion in Edinburgh. De Schotten zetten alles op alles om de Calcutta cup voor de vierde keer op rij te winnen.

In centrum van Edinburgh is het aardig vol met fans van beide landen of teams, maar het gaat er zeer gemoedelijk aan toen. Rugby kent geen hooligans.

Heb geen kaartje voor de wedstrijd, maar dat geeft niet. De game bekeken in het clubhuis van de rugbyclub tegenover mijn logeeradres. Geweldige middag/avond met uiteraard wat pinten bier.

Vakantie of niet, op zondag ga ik ter kerke. Vandaag in de ‘High kirk of Edinburgh’, St. Giles Cathedral, op de Royal Mile. Het is de hoofdkerk van mijn kerkgenootschap, de Church of Scotland.

Terwijl ik naar een goede zitplek loop, passeer ik een bekend gezicht. Het is Rev. Dr. George Whyte, die ik twee keer een week heb meegemaakt tijdens synodevergaderingen van mijn kerk, als afgevaardigde namens mijn classis. Hij was eerste scriba of ‘Principal clerk‘ en nu Interim Moderator, zeg maar de waarnemende leider van de congregation. Hij gaat vandaag voor in de dienst.

Verbond
Daarentegen heeft deze gemeente een geweldig kerkkoor en een schitterend orgel.

Mooie dienst waar het in de preek van Rev. Dr. George Whyte ging om het verbond tussen God en mensen, waarbij mensen al sinds mensenheugenis dat vaak beschouwen als eenrichtingsverkeer: van God tot de mensen.
Op de foto zie je mij in rechterdeel links op de tweede rij. 🙂

Verschil met mijn eigen kerk in Rotterdam? St. Giles Cathedral is stukken groter dan het gebouw in Rotterdam, maar het aantal kerkgangers is hier beduidend kleiner. Laat ik het zo zeggen, als iedereen van mijn kerk een zondag daar zou kerken, zou het een volle bak zijn… Met net geen vijftig minuten ook wel een korte kerkdienst.

De citytrip is bijna ten einde, maar niet dat in de middag met K. en L. in pub The Playfair nog even de 6Nations rugbywedstrijd Frankrijk-Italië heb gekeken. Direct na afloop per tram naar het vliegveld voor de terugreis.

Over de vliegruizen heen en terug: Zestienhoven is een zeer relaxte luchthaven. Beduidend minder groot dan Schiphol, waardoor je niet het idee hebt dat je al halverwege de trip naar Schotse hoofdstad bent als je bij de gate aankomt.

Edinburgh is een groter vliegveld dan Zestienhoven, maar heeft een ander zeer groot nadeel. De security check dateert nog uit de Middeleeuwen. Waar op luchthavens als die in Nederland alles in de koffer en rugzak kan blijven dankzij de moderne X-Ray machines, moeten in Edinburgh (en vrijwel zeker ook elders in het VK) de laptop en flesjes met vloeistof apart worden aangeboden ter controle.

Vuilnisbak
Waar ik op de heenreis geen enkel probleem ondervond met de flesjes shampoo, douchegel en aftershave, kijkt in Edinburgh de controledame (geen bitch, maar toch…) zeer boos. ,,U heeft veel meer bij u dan 100 ml!’’
Natuurlijk antwoord ik niet met een ,,Nou en?’’, want voor je het weet duurt de check nog langer en mis je het vliegtuig terug naar de moderne wereld. Dus shampoo en doucheschuim maar achtergelaten. Ruikt de vuilnisbak daar ook eens lekker… 🙂

Bovendien heeft klagen geen enkele zin. De dame kan er niets aan doen dat de apparatuur en de regels eeuwen oud zijn. Dat is beleid van de Britse overheid en die heeft lak aan reizigers op de haar luchthavens.

Gelukkig is het met de ferry van Newcastle naar IJmuiden die ik in de zomer neem stukken beter geregeld. En die overtocht komt weer in juni(heen) en juli (terug). Voor nu kijk ik terug op een heerlijk weekeinde in Edinburgh. Iets om lang op te teren.

Hernieuwde kennismaking Colosseum

Besloten na vergaderweekeinde in Rome in maart 2024 paar dagen langer te blijven voor bezoek aan o.a. het Colosseum.

Was er in maart 2016 ook al. Indrukwekkend, dus ik kijk uit naar hernieuwde kennismaking met het Colosseum. Weer eens iets anders dan Scotland!

Hotel in Rome is nu verlengd en ook vliegreis (KLM) is bevestigd.

Filmpje uit 2016:

Er klinkt weer doedelzakmuziek in mijn Schotse kerk

Er klinkt weer doedelzakmuziek in ‘mijn’ Schotse kerk in Rotterdam. Of, zoals het vandaag heette een Heilig Huisje.

Heilige huisjes is een Rotterdam project waarbij gebedshuizen verspreid door de stad, niet alleen kerken, enkele dagen hun deuren openstellen voor publiek dat anders misschien nooit binnenkomt. ,,Ik kom hier vaak langs en wilde nu wel eens binnenkijken”, hoor je dan.

Na de eerste editie van vorig jaar, heeft mijn kerk dit keer weer meegedaan. Alleen op de zaterdag. Een flink aantal vrijwilligers van de kerk zorgde voor een warm welkom. Rondleidingen, versnaperingen.

Kinderen vinden het altijd spannend om het restant van de bom te zien die begin jaren vijftig gevonden is bij het bouwrijp maken van de grond voor de bouw van ons huidige kerkgebouw.

Mozaïekmuur
Ouderen zijn geïnteresseerd in het verhaal dat na het bombardement in de meidagen van 1940 ons vorige kerkgebouw platgebombardeerd werd. Evenzeer gaat de aandacht uit naar de kleurrijke mozaïekmuur langs de tuin van ons kerkcomplex. Het is tien jaar geleden gemaakt door leden van de kerk en buurtgenoten.

En dat alleen de kluis intact was, met daarin onze kerkgeschiedenis (zoals notulen van kerkenraadsvergaderingen) bewaard zijn gebleven. Zelfs de notulen van de allereerste vergadering van 11 september 1643. Ook het bijzondere verhaal over de glas-in-lood ramen in het trapportaal wekt de interesse.

Ik vind het, net als met Open Monumentendag, weer leuk mijn bijdrage te leveren aan de rondleidingen. Heb het ook nu weer met plezier gedaan.

Heilige Huisjes heeft voor de vier kerken in Cool Zuid waar mijn kerk staat, dit keer extra activiteiten. Voorafgegaan door doedelzakspelers van de The Hague Highland Pipe Band konden liefhebbers mee met een toch langs die vier kerken, om te eindigen bij de mijn kerk aan de Schiedamse Vest. Daar speelden de pipers nog even in de kerkzaal.

Akoestiek
Bijzonder om dit Schotse muziekinstrument in een Schotse kerk te horen, zeker met de mooie akoestiek die ons gebouw heeft. De enige andere keer dat doedelzakmuziek hier klinkt, is elk jaar rond 11 november als ook onze Schotse kerk op Remembrance Sunday stilstaat bij de slachtoffers van oorlog en geweld. Een piper speelt bij de ingang van de kerkzaal dan de Lament, een klaaglied.

Daarna vandaag voordrachten (onder andere gedichten van Robert Burns door Guino van Weenen) en geweldige zang van Michline Plukker, die zelfs spontaan met de pipers de Skye Boat Song zong. Zij maakte mijn dag compleet. Wat een gouden stem.

Zie voor de muziek van de doedelzakspelers en Michline Plukker het filmpje hieronder.