Podwalk Cool Zuid Heilige Huisjesverhalen doet mijn kerk aan en je hoort de geschiedenis verteld door mijn predikant en mijzelf.
Wel vreemd hoor. Heb in mijn journalistieke leven talloze mensen geïnterviewd en moest nu zelf antwoorden geven op vragen en vertellen over de geschiedenis van onze kerk in Rotterdam en de betekenis anno nu.
Een podwalk is een podcast, maar dan een die je beluistert tijdens de wandeling langs de onderwerpen die aan bod komen. Het resultaat, dat gisteren (vrijdag) is gepresenteerd mag er zijn. Zeer informatief. Je kunt de podwalk hier beluisteren. De Schotse kerk is item 7 in de podwalk. Achtergronden over het project vind je hier. Veel plezier.
Na ruim 40 jaar in Scotland te hebben rondgestruind toch wat nieuws ontdekken? Jazeker. Dit jaar ben ik voor het eerst op het eiland Arran geweest. En niet voor het laatst. Alleen Coire- Fhionn Lochan is al voor verhaling vatbaar.
Een zeer nat welkom voor mij hier. Tent op camping in gehucht Lochranza opgezet in de regen. Door open autoportier en achterklep is het in de auto niet helemaal droog gebleven.
Volgende dag Arran grote lijnen verkend. TomTom wel aan, maar geen route uitgestippeld. Gewoon rijden en genieten van het uitzicht. Paar keer gestopt om foto’s te maken. Begon met flinke bewolking en zelfs (mot)regen, maar naarmate de dag vorderde kwam er blauwe lucht te voorschijn en werd het zelfs aangenaam warm. Daarvan ff genoten bij Blackwaterfoot. In de loop van de middag een privérondleiding gehad (niet omdat ik belangrijk ben, maar er waren geen andere bezoekers) bij distilleerderij Lagg.
Zou 1,5 uur duren, maar het werd langer. De gids vertelde graag en veel omdat hij werkte dat ik wel een beetje verstand van whisky heb zoals hij ook aan mijn vragen merkte. De tour besloten met een ‘nosing’ van een New Make Spirit (63,5 procent alcohol), een Kilmory Edition (46 procent.), een Corriecravie Edition Sherry Finish (55 procent.) en een Distillery Exclusive (51,1 procent) aangezien ik nog moest rijden.
Kleine flesjes Kreeg de inhoud van de vier glaasjes mee in kleine flesjes zodat ik ze later op de camping kan proeven. Dat zie je bij steeds meer distilleerderijen. Er wordt rekening gehouden dat bezoekers nog moeten rijden en de alcohollimiet om het achter stuur te mogen zeer laag is, lager zelfs dan in Engeland. Aangezien ik de enige bezoeker was tijdens deze rondleiding, werden de flesjes ook nog eens tot de rand gevuld.
De dag erna stuk naar Coire-Ffionn Lochan gelopen. Het loch (de reden voor de trip naar Arran) niet gehaald. Te laat begonnen, koud en veel wind en verkeerde trui aan. Maar deel dat ik heb gelopen was zeer de moeite waard. Gaat later bij goed weer in de herhaling.
Zondag is vaste prik voor mij om een lokale of regionale kerk te bezoeken. Nu dus die in Lochranza, op 5 minuten lopen van de camping. Klein kerkgebouw dat vandaag bevolkt wordt door dertien personen, inclusief de voorganger, ouderling, organist en dit Nederlandse lid van de Scots International Church Rotterdam. De dienst zelf is kort. Met 55 minuten sta ik al buiten. Vervolgens via de zuidkant van Arran teruggereden naar de camping.
Onderweg in Blackwaterfoot zie ik iets dat we in Nederland niet kennen. Had al eerder hier overal bushokjes gezien met echte stoelen en soms een tafeltje. Nu zie ik in het bushokje hier een echtpaar een tafelkleedje over de tafel heeft gelegd en daarop wat te eten en te drinken. Ze zitten daar dus echt te lunchen…
When on Arran… Arran distillery tegenover mij camping kan ik niet overslaan natuurlijk. De gids geniet zichtbaar van de echt geïnteresseerde detailvragen van de bezoekers. Dat blijkt ook wel uit de duur van de rondleiding en proeverij. Gepland is 1,5 uur, maar het werd dik 2 uur. Aan einde proeverij krijgen we nog een proefglaasje van de Cream Liqueur. Vergeet Baileys! Dit is zoveel lekkerder. Maar misschien ben ik nu bevooroordeeld. Wel flessen gekocht natuurlijk. De verrassende Cream Liqueur, met de 10 jaar oude Arran als basis en in de sectie Malts de sherry cask. Een aanwinst waar ik terug in Nederland nog eens lang van ga genieten. Slaìnte. Of proost, ‘op het leven’, zoals de vertaling van de Gaelic uitdrukking luidt.
Ben Fogle De volgende dag is het goed weer en heb ik ruim de tijd voor de wandeling naar Coirie Fhionn Lochan. De naam zei me tot ongeveer een half jaar geleden niets, tot ik op de BBC de documentaire Schotlands Secret Islands zag met Ben Fogle. Hij was op Arran, een eiland waar ik in al die ruim veertig jaar dat ik mijn vakanties doorbreng in Scotland nog nooit geweest.
Altijd leuk om iets nieuws te zien, maar het hoogtepunt in de uitzending was zijn wandeling naar Corie Fhionn Lochan. Coirie wat??? De naam is, hoe dat het ander Gaelic. Coirie is een corrie of kleine vallei, een Lochan een meer en Fhionn betekent wit. Dat laatste slaat op het witte kiezelsteentjesstrand langs twee kanten van het meer. Een genot om te zien op tv, maar ik wil het wel zelf zien…
Vandaag dus. Zaterdagmiddag al klein stuk van de route verkend, maar nu naar het doel zelf. De wandeling zelf is goed te doen. Volgens de website Walkinghighlands staat ere ongeveer vijf kwartier vormen is de totale stijging ruim driehonderd meter. Dat is prima. Wat er niet bij werd vermeld dat vooral in begin en op tweederde de stijging even flink is…
Heerlijke wandeling. Zonnetje, beetje wind, een graad of 14 en wat een uitzicht. Kintyre en Kilbrannan Sound zijn te zien, de westelijke arm van de Firth of Clyde tussen Kintyre en Arran. Rechts, later links klatert het water naar beneden. De vijf kwartier (exclusief een paar stops) vliegen spreekwoordelijk voorbij.
Stil En dan, na de laatste stijging sta ik ineens oog in oog met Coirie Fhionn Lochan. Ik kan mijn geluk niet op. In het echt is het duizend keer mooier dan op tv. De zon maakt het witte strand nog witter. En behalve de wind en een paar vogels is het helemaal stil. Voor ik foto’s en filmpjes maak ga ik eerst ruim een half uur stil zittend genieten van dit uitzicht. Man, man, man, wat indrukwekkend. Overweldigend.
Na nog een uur de terugweg aangevangen. Net op tijd, want al snel komen de eerste van in totaal vijf mensen en een hond de heuvel op. Terug op de camping en met een wee dram nog nagenietend van de trip, neem ik me al voor dat deze wandeling volgend jaar in de herhaling gaat.
Goede voorzieningen Bepaald geen straf, want behalve deze tocht, is er nog zoveel meer te ontdekken, zoals het naastgelegen Holy Island, formaties staande stenen. En Arran zelf is een prima plek. Niet zo druk en zeker niet zo vol van toeristen als veel andere stukken van Scotland, zoals Mull waar ik donderdag heen ga.
En Lochranza campsite is een prima plek om te vertoeven. Goede voorzieningen, zeer behulpzaam personeel. Alleen de pub is een kwartier lopen en een volwaardige supermarkt vergt een autorit van bijna een half uur. Ach…
Na Arran is Mull (weer) aan de beurt. Veel enkelbaanswegen. Altijd goed opletten, niet allen voor tegemoetkomend verkeer of automobilisten die je willen inhalen (daar zijn de ‘passing places’ voor), maar ook voor de kuilen in het niet zelden slechte wegdek. Beetje laveren dus en onderwijl ook nog genieten van het uitzicht.
Slechts één doel vandaag (OK, twee als je de pint in de pub meerekent): Art in Nature. Een bossige omgeving met kunstwerken die zijn gemaakt van onder andere wilgentakken en spullen die zijn gevonden op het nabijgelegen strand van Calgary.
Fingals Cave Een bijna vast onderdeel van mijn verblijf op Mull de laatste tien jaar of meer: de boattrip naar Staffa en Lunga. Eerste keer dat ik dit uitje boekte was vanwege dat eerste eiland. Had gelezen of gehoord dat de componist Mendelssohn er is geweest en zo onder de indruk was dat hij er zijn Ouverture on the Hebrides op baseerde. Bij elke uitgave die je hoort, staat tussen haakjes ‘Fingals Cave’.
En die naam verwijst naar de grot waar het zeewater met grote heftigheid in- en uitstroomt. De wanden en het plafond bestaan uit enorme zeskantige basaltblokken. Ontstaan door het afkoelende lava na een vulkaanuitbarsting miljoenen jaren geleden.
Elke keer hoop ik zo snel mogelijk langs de wand naar de cave te gaan, om zo lang mogelijk in stilte te genieten van het overweldigende geraas van het water. En natuurlijk het liefst met de muziek op mijn koptelefoon.
Puffins De boattrip voorziet ook in een bezoek aan Lunga voor papegaaiduikers of puffins (waar de naam van mijn weblog naar verwijst). Clowneske kleine (water)vogels die daar bij honderden of meer (net als elders langs de Schotse kust en ook IJsland) in het voorjaar aan land komen om te nestelen. Leuke beestjes en als je voorzichtig doet en laag bij de grond blijft, kun je ze heel dicht naderen. Heb weer tientallen foto’s en filmpjes gemaakt. Waarom? Geen idee. Misschien gewoon om ze op een regenachtige dag thuis nog eens te bekijken op groot scherm.
Een bezoek aan Mull is voor mij niet compleet zonder op zondag de oecumenische kerkdienst te hebben bijgewoond in de abbey van naastgelegen eiland Iona. Verhaal wil dat vanaf Iona de kerstening van noord Europa is begonnen, met de monnik st. Columba die vanuit Ierland hier terecht was gekomen als grondlegger.
Zoals altijd volle bak hier voor de kerkdienst. Mooie liturgie. Preek (door predikante uit Canada) over Marcus 4, waarin de discipelen met Jezus per boot een meer zullen oversteken. Een storm steekt op en de discipelen raken in paniek en maken Jezus die ligt te slapen wakker. Het voert te ver hier om de highlights van de preek uit de doeken te doen. Wie interesse heeft, moet me maar eens benaderen.
Lochbuie Een bezoek aan Mull is voor mij niets compleet zonder een rit naar Lochbuie. Zeeloch met kasteelruïne Moy. Ben hier vaker geweest, maar het blijft een mooi bezoek.Een ruïne zoals gezegd, maar jaren geleden wel deels gerestaureerd met onder andere een forse bijdrage van wat wij de Postcodeloterij o.d. zouden noemen. Torenachtig kasteel en niet zonder reden. Moy ligt aan een zeeloch, dus vanuit de hoogte kon je de vijand zien naderen.
Daarna, op kleine kilometer afstand, een stone circle. Kleiner, minder indrukwekkend misschien enkele minder bezoekers dan Stonehenge in Engeland, of Callanish op het Schotse eiland Lewis of Ring of Brodgar op Orkney.
Veel rustiger (lees: helemaal niemand) dus TOP! OK, je moet ff zoeken. Geen duidelijke routebeschrijving (‘volg de witte stenen’) en je loopt over/door zompig hoogveen. Het is de wandeling waard. En ach, die broek en bergschoenen drogen wel weer…
Iona Voor de laatste dag op Mull zijn de weersvooruitzichten goed: droog, maar niet warm en een beetje [!] veel wind, dus nogmaals naar Iona. Niet voor een kerkdienst dit keer, maar voor een simpele maar mooie wandeling.
Vorig jaar naar St. Columba’s Bay gelopen, op de zuidwestkust van Iona, nu naar het noorden. Vanaf de veerpont al vaak vaag in de verte een wit strand gezien, dus dat is vandaag het doel. Bepaald geen zware tocht. Redelijk vlak, alleen uitkijken voor de schapendrollen in de weilanden. What else is new for Scotland…
Het beloofde uitzicht vanaf de pont stelt bepaald niet teleur. Maagdelijk witte stranden, zeer schoon en helder zeewater. Foto’s die ik via WhatsApp deelde met vrienden leverde reacties op als ‘Het lijkt wel Griekenland’, of ‘Net Mallorca’. Nou, hier stond je vandaag niet in korte broek en T-shirt… Wel zeer veel rust en ik weet niet of je dat ook hebt op de stranden in Griekenland en Spanje.
Storm Op naar Skye. Net over de hoge brug tussen het vaste land en het eiland komt de regen. Gelukkig niet lang, want hoe dichter ik de camping op Sligachan nader, hoe droger het wordt. Bij aankomst voor de zekerheid eerst de tent maar opgezet, want je weet maar nooit. En ook maar extra check of de tent stormvast aan de grond staat.
Niet overbodig, want in de loop van de nacht begint het te stormen en (weer) te regenen. Dat wordt dus geen wandeling op eerste dag Skye. Weersvooruitzicht bekeken op internet voor Skye. En wat blijkt: als ik dacht dat deze windsterkte al flink was, de komende dagen wordt het erger. Daar ga ik mijn tent niet aan wagen, besluit. Dus voor twee nachten jeugdherberg in Broadford geboekt. Tent inpakken was nog een dingetje in de vliegende storm, maar het is me gelukt.
De volgend dag staat een wandeling op het programma die ik twee jaar geleden bij toeval ontdekte: Strathaird, tussen Loch Slapin en Loch Scavaig. Geen zware wandeling qua stijging. Je gaat wel omhoog, maar zeer geleidelijk.
Storm De wandeling niet helemaal afgemaakt. Op een hoog punt zag ik dat laatste deel nog wel eens drie kwartier zou duren (en dus ook nog eens terug) en de regen en de storm namen in omvang toe. De tocht gaat dus volgend jaar in de herhaling bij iets beter weer.
Tweede deel van de middag een hernieuwd bezoek aan Torabhaig, die sinds 2017 bestaat. Twee jaar geleden ook geweest en was onder de indruk van de mooie malt die hier wordt gemaakt. Een kleine distilleerderij: twee koperen ketels. Een voor de low wines (het begin destillaat) en de spirit still (voor het zuivere eindproduct).
Alles wat hier wordt gemaakt blijft malt whisky. Er wordt niet geproduceerd voor de blend industrie zoals Famous Grouse, Glen Talloch, White & Mackay en noem maar op. En omdat het nog een jonge distillery is, worden er nog nieuwe ‘smaken’ gemaakt. Een reden voor mij om terug te keren, want de Cnoc Na Moine (gerijpt op sherryvaten Oloroso en Pedro Ximenez) is werkelijk een fantastische ontdekking. Dus na afloop een fles aangeschaft.
Hoorde hier trouwens dat malt whisky pas iets is sinds Glenfiddich er in de jaren zestig van de vorige eeuw mee begon. Tot die tijd werd alles gebruikt om blended whisky te maken. Had eerder deze vakantie op Arran al wel gehoord dat tot ik weet niet wanneer whisky alleen een product voor Scotland (of Ierland) was. Europa had zo zijn eigen dranken, wijn, jenever, sherry, schnaps, etc. Maar op enig moment werd whisky ‘hip’. The rest is history…
Het belooft droog te blijven, dus na het online volgen van de dienst van mijn kerk in Rotterdam op pad naar Neist Point. Ben er vaker geweest, maar de wandeling naar deze oud vuurtoren van Robert Stevenson. Je ziet qua bouwstijl vergelijkbare vuurtorens in Scotland en dat klopt. Stevenson (1772 – 1850) heeft er veel zo niet alle gebouwd in dit land.
Het wordt al rijdende steeds zonniger en bij aankomst bij Neist Point vooral blauwe lucht. Een verademing na een paar dagen wolkenvelden, regen en storm. Dus de bergschoenen aan en op weg naar de vuurtoren. Wel verraderlijk. Groot deel van de wandeling (over het deels betonnen pad dat ooit is aangelegd voor het personeel van de vuurtoren) gaat omlaag. Als je na verloop van tijd omkijkt, weet je dat je op de terugweg dus weer he-le-maal omhoog moet…
Misthoorn Maar het is het waard. De vuurtoren zelf, de grote misthoorn en het uitzicht zijn fenomenaal. Zoals gezegd ben ik hier vaker geweest, maar het blijft een feestje om hier te lopen.
Bijzonder is het veld met gestapelde stenen. Geen idee wie er heel veel jaren mee begonnen is. Ook geen idee of er een bedoeling/betekenis achter zit. Ik vermoed – ik laat me graag verbeteren- dat de torentjes de vuurtoren verbeelden. Hoe dan ook, leuk om te zien.
Het volgende doel is Applecross. Sta elk jaar op de camping daar, omdat beneden aan het water de Applecross Inn is, pub/restaurant beroemd om verse vismaaltijden. Dat ik alleen maar hier kom voor het vismenu van de Inn is niet helemaal waar. De tocht via of eigenlijk vanaf Loch Carron is schitterend. Veel stijging met haarspeldbochten op de Applecross Pass en dat op een enkelbaansweg. Altijd maar hopen dat de tegenligger de code kent dat stijgend verkeer voorrang heeft op dalend verkeer.
Mist Het tweede mooie is dat als je helemaal boven op de berg Bealach na Ba bent en voor je aan de afdaling naar Applecross begint je een schitterend uitzicht hebt. Nu dus niet, want de top is in een dikke mist gehuld. Zo dicht, dat ik aan voorzijde auto alle lampen aan heb die mijn Mazda maar te bieden heeft.
Gelukkig ben ik altijd vroeg wakker (zo rond 05.00 uur), dus geen moeite de ochtend van vertrek vroeg op te staan. Moest ook wel. Wil rond 07.00 uur (eerder gaat slagboom camping Applecross niet omhoog) of 07.30 uur wegrijden om de middagferry naar Orkney te halen.
De lange autorit begint met de tocht over de Beachlach na Ba, met nu via de haarspeldbochten naar beneden. Eenmaal beneden rijdt het een stuk beter. Geen mist meer; af en toe regen. Muziekje aan, cruise controll, het rijdt lekker door. Met een paar stops om de benen te strekken en (bij Wick) de tank nog even goedkoop vol te gooien, ben ik kort na 12.30 uur bij Gills Bay in het noorden van mainland Scotland. Het lot is mij gunstig gezind. Er is nog plek op de catamaran van de Pentland Ferries die een uur later vertrekt naar St. Margarets Hope op Orkney.
Verkiezingskoorts Na rustige overtocht gelijk koers gezet naar de camping in Deerness. Beheerster Linda, die ik al jaren ken en zij herkent mij inmiddels ook goed, komt net aanrijden. ,,Ik zag een zwarte auto met Nederlands kenteken, dus…’’.
Een van de doelen is om vandaag – donderdag 4 juli – iets van de verkiezingskoorts mee te maken, maar dat valt tegen. Ik zie her en der ‘polling station’, maar van enige spanning is niets te merken. Geen nood, want het eigenlijke programma vandaag is, zeker nu de zon maar blijft schijnen, de Ring of Brodgar. De Standing Stones van Orkney. Altijd weer leuk om hier rond te lopen en foto’s te maken.Er zijn vermoedens (iets met de goden, of de stand van de sterren), maar er is niets op schrift overgeleverd uit de periode van wel 5.000 jaar geleden, dus het blijft allemaal gissen.
Hoge, zware stenen die rechtop staan. In een cirkel, zoals de naam al doet vermoeden. En bij Brodgar, het ‘gat’ waar het tweede deel van de naam naar verwijst. Het is hier nog niet echt het toeristenseizoen, dus de drukte valt mee. Als ik hier foto’s maak, wil ik geen mensen in beeld hebben lopen. Gelukt!
Eb Daarna, als vaker, door naar Earls Palace, ooit een imposant kasteel, nu een ruïne, maar het bezoeken altijd waard. De grote verrassing kwam daarna. Net als anders doorgereden naar Brough Head. Nooit naar het eiland geweest, want het is alleen bij eb – te voet- bereikbaar. En laat het nu net eb zijn…
Hier vindt je geschiedenis van wel 2.000 jaar oud. De restanten van Noorse nederzettingen en van een klooster inclusief kerk/kapel. En niks ‘kijken, niet aanraken’. Je loopt er gewoon tussendoor en gaat even zitten op een duizenden jaren oud overblijfsel. Je kunt je even wanen in die tijd. Je kijkt naar de zee en beseft dat die Noormannen en monniken ook zo naar het water hebben gekeken.
Vikingen Elders op Orkney weer iets nieuws: Broch of Gurness, een oude nederzetting van de Vikingen, de vroegste bewoners van dit gebied. Ook hier weer restanten die bewaard zijn gebleven en goed zijn onderhouden. Je loopt hier door de eeuwenoude ‘straten’. Gaat zitten op een muurtje en bedenkt dat hier een paar duizend jaar geleden mensen misschien net zo hebben gezeten.
En het mooiste? Net als op zoveel plekken in Scotland, kom ik na meer dan veertig jaar dus toch weer enkele nieuwe plekken tegen die het waard zijn te bezoeken. Het leert me dat ik hier de komende jaren ook nog volop kan genieten. Genieten van hernieuwde kennismaking met bekende locaties en nieuwe ontdekken. Scotland verveelt nooit!
Yesnaby Een bezoek aan de Orkney eilanden is voor mij nooit compleet zonder een wandeling op Yesnaby, aan de westkust van het mainland. Lopend langs de cliffs, met vrijwel constant het geluid van de golven die op de rotsen van de kust en in zee beuken. Het blijft na al die jaren toch steeds weer zeer indrukwekkend. Het maakt je klein, om het zo te zeggen.
Zoals bij veel andere wandelingen die ik maak, beperken veel bezoekers zich tot de eerste paar honderd meter. Dan hebben ze de golven gezien en gehoord. Heb het gebied verder goeddeels voor mij alleen. Slechts een handjevol wandelaars gaat de paar km zuidwaarts langs de kust om de ‘castle’ te zien, de rotspunt in zee. Het is geen kasteel geweest; de naam verwijst alleen naar de verschijningsvorm. Ik ben altijd weer onder de indruk hoe de golven – tevergeefs- proberen de castle van zijn poten te ontdoen. Hier dan ook weer een half uur of zo gezeten om te zien of het dit keer wel lukt…
Krijgsgevangenen Na de kerkdienst in St. Magnus Cathedral in Kirkwall op zondag naar de Churchill Barriers; verbindingsdammen en -wegen tussen een paar van de eilanden aan de zuidkant.
Gebouwd vanaf 1940 in opdracht van Winston Churchill, destijds de hoogste baas van de marine (‘Lord of the Admiralty’). Reden was dat de Duitse marine de wateren hier bij Scapa Flow gebruikten als snelle doorvoer naar het noorden van mainland Scotland. Eer was al een Brits schip, de HMS Royal Oak, getorpedeerd, met het verlies van 834 manschappen aan Britse zijde. De barriers moesten een herhaling van die doorsteek van de Duitsers voorkomen.
Voor het werk werden Italiaanse krijgsgevangenen ingezet. Dat mocht volgens internationale oorlogsregels natuurlijk niet. Daar had Churchill wat op gevonden. De dammen zijn niet gebouwd om de vijand tegen te houden, maar om de verschillende eilanden in dit deel van Orkney met elkaar te verbinden. Er ligt, zichtbaar, nog aantal scheepswrakken in de buurt van de verschillende dammen en die zijn nu in de zomer een zeer gewilde plek voor sportduikers.
De aanwezigheid van de krijgsgevangenen hier is nog zichtbaar in de Italiaan Chapel. De krijgsgevangenen verbleven in nissen hutten op Holm. Een van de gebouwen had op enig moment geen functie meer. De Italianen kregen toestemming daar een kerk van te maken. De muur- en plafondschilderingen zijn indrukwekkend. Hadden de Italianen niet zelf bedacht (t, maar afgekeken van een ansichtkaart die een van de moeder# had gestuurd. Na tachtig jaar is het nog intact. Voor wie ooit naar Orkney gaat, het is een bezoek waard.
Kasteel Na Orkney is het tijd om af te zakken. Niet weer een lange autorit. Stop nu halverwege in Dornoch.
Daar in de buurt bezoek gebracht aan Dunrobin castle. Het bezoek meer dan waard. Je krijgt waar voor je geld (14.50 pnd). Een route door wel achttien zalen/kamers met meubilair, muziekinstrumenten, uniformen, gedekte tafels met veel zilverwerk, boeken en nog veel meer. Een lust voor het oog. Een duidelijke route met eenrichtingsverkeer. Maar aan het einde kun je weer opnieuw beginnen als je wilt.
Wie binnen uitgekeken is, kan buiten naar de schitterend aangelegde tuin. Van die kant heb je mooi zicht op het kasteel zelf. Alles is Franse stijl. Dunrobin castle zou zo in Frankrijk steen voor steen afgebroken kunnen zijn en hier weer zijn opgebouwd.
En dan de falconry, achter in de tuin. De valkenier demonstreert het vliegen, prooi vangen en geeft een uitvoerige uitleg van twee van de zeventien vogels die hier huizen, een havik en een valk. Mooi om die vogels door de lucht te zien gaan en precies op tijd terugkeren om een ‘prooi’ te vangen. Na afloop ruim de tijd om de vogels van dichtbij op de foto te zetten.
De volgende dag naar het zuiden, bij Inverness naar het oosten gereden. Had bij de voorbereidingen van deze vakantie al bedacht naar Fort George, net buiten het dorp Ardersier, te gaan. Een fort met een zeer lange en rijke militair3 geschiedenis, of traditie zo u wilt.
Jacobieten Het uit de achttiende eeuw daterende fort kwam de kort na de opstand van de Jacobieten (april 1746): op dit schiereiland in de Moray Firth. In 1881 werd het fort het depot van het regiment Seaforth Highlanders en bleef dat tot dat regiment in 1961 opging in de Queen’s Own Highlanders. Later volgden nog meer fusies tot in 2006 die van de Royal Regiment of Scotland.
In het fort, dat nog steeds in gebruik is en dus soldaten herbergt, kan een deel van de schitterende bebouwing worden bezocht. Er is een fraai museum waar die geschiedenis nog eens via video’s wordt verteld en waar je tastbare herinneringen (al mag je ze niet aanraken!) ziet als vaandels, uniformen, geschenken en nog veel meer.
Daarna in de regen via Inverness naar Cannich in Glen Affric. Halverwege de rit Inverness – Cannich stopt het met regenen, zodat ik bij aankomst de tent droog kan opzetten en inruimen. Leuke van het jaarlijks hier kamperen is, dat je wordt herkend door de eigenaar (in dit geval zijn zoon).
Komende dagen genieten van de natuur hier. De volgende dag kans op brekende bewolking en wat zonneschijn, geen regen en nauwelijks wind, dus gelijk maar naar Glen Cannich en Mullardoch. Maar niet nadat ik in café van de camping een stevig ontbijt naar binnen heb gewerkt. Een echt Brits ontbijt, dus inclusief een flinke schijf bloedworst.
Enkelbaansweg Glen Cannich en de Mullardoch hydrodam zijn erg ver weg van het dorp Cannich, maar omdat je vrijwel nergens harder kunt dan zo’n 35 – 40 km per uur, is het nog een stevige rit. En niet te vergeten een regelmatige stop om van het uitzicht te genieten. De enkelbaansweg is te onoverzichtelijk om al rijdende uitgebreid om je heen te kijken.
De zon komt inderdaad regelmatig tevoorschijn, dus bij elke stop is het weer genieten van de schoonheid van dit gebied. En heerlijk rustig, Behalve de enkele passant aan het begin van de route, kom ik in het dal niemand tegen.
Volgende dag naar het dal Glen Affric. Altijd als ik hier kampeer, ga ik hierheen. Het blijft een schitterend gebied. Vandaag al helemaal, want het is uitzonderlijk rustig. Het gebied met een doodlopende weg, met drie stopplaatsen, waarvan de eerste, Dog Falls, je al gelijk in de juiste stemming brengt. Prachtige natuur en veel watergeluid. Dan door naar de derde stop, River Affric. Geen zware wandeling, maar vanwege de soms/vaak natte stenen aan de oever toch de bergschoenen aangedaan, want goed profiel. Better safe than sorry!
Feestje
Weer heerlijk om hier weer rond te struinen. Heb hier met regen, zonneschijn en bijna elk ander weertype dat je kunt bedenken (OK, geen storm en sneeuw) gewandeld en het blijft elke keer weer net als nieuw. Nu bewolkt, droog, weinig wind en niet koud, dus een feestje. En ook weinig passanten, dus volop rust om van de natuur te genieten.
Tot slot naar de tweede, middelste stopplek, Loch Benin a’ Mheadhain. Prachtig uitzicht op het gelijknamige loch of meer. Hier niet het geluid van stromend water, dus absolute stilte. Als stadsmens maak ik dat thuis nooit mee.
Culloden Een nieuwe dag met weer iets nieuws. Een bezoek aan een heus slagveld: Culloden. Hier, een paar kilometer ten oosten van Inverness werd op 16 april 1746 slag geleverd tussen de Schotse aanhangers (Jacobieten) van ‘Bonny Prince Charles (die een onafhankelijk, dus vrij Schotland voor ogen had en ook de troon van zijn vader terug wilde) en het Engelse leger onder leiding van de Duke of Cumberland. De laatste won het gevecht, maar wel met 700 doden aan de kant van zijn leger. De Jacobieten hadden ruim twee keer zoveel doden te betreuren. Met de veldslag kwam een einde aan de opstand van de Jacobieten.
Op ‘Battlefield Culloden’, kun je de geschiedenis herbeleven in gesproken en geschreven woord en beeld. Er is een goed museum. Slingerend door het gebouw maak je aan de linkerkant van de looproute kennis met het verhaal van de Engelsen en rechts dat van de Jacobieten.
Uiteindelijk kom je buiten en loop je dus echt over het slagveld zelf. Verspreid in het gebied moeten nog slachtoffers in de grond liggen. Op informatieborden wordt de bezoekers gevraagd hier dan ook met respect rond te lopen.
De familieverbanden of clans zoals dat in Schotland heet, waartoe de 1.500 Schotse slachtoffers behoorden, zijn genoemd op ‘grafstenen’ in het veld. Waar de linies van beide partijen stonden, zijn blauwe (Jacobieten) en rode (de Engelsen) vlaggen neergezet. Al met al zeer informatief.
Geneve Zondag weer een kerkbezoek. Dit keer in Beauly. De dichtstbijzijnde kerk van de Church of Scotland 25 autominuten vanaf de camping), maar keuze ook om een andere reden.
De voorganger ken ik nog uit de tijd dat hij predikant was in Genève en we elkaar tegenkwamen bij vergaderingen (tweemaal per jaar) tijdens de classisvergaderingen/presbytery meetings ergens in Europa. Leuk om hem en zijn vrouw na afloop nog even te spreken. En o.a. de groeten te brengen van het dagelijks bestuur van de presbytery waarmee ik de vorige week nog had vergaderd via Zoom. Dacht hem nog even te verrassen met de laatste ontwikkelingen rond de kerk in Genève, maar hij blijkt daar nog zijn voelhoorns te hebben.
Na een goede nachtrust op weg naar Lochaber/Rannoch Moor/Glencoe. Een stop bij Fort Augustus om weer even te genieten van het passeren van een jacht door de vijf aan elkaar geschakelde sluizen tussen het Caledonian Canal en Loch Ness. Veel sluizen, maar er is dan ook een groot verval tussen het kanaal en het meer.
West Highland Way Doorgereden naar mijn eindbestemming voor vandaag Kinlochleven. Mini-camping en daardoor al veel beter dan die grote in Fort William. En leuk vermaak. Heb zelf bijna 40 jaar geleden met W.P. de West Highland Way (van net ten oorden van Glasgow naar Fort William, >20 km per dag, met bepakking) gelopen. En dan is het nu leuk om – met een whisky in de hand – al die afgepeigerde routelopers te zien arriveren. Een voordeel: al die lopers willen na aankomst douchen en niet de volgende ochtend voor begin van de laatste etappe. En laat ik dan juist graag lang onder de douchekop staan.
Hiervandaan staan nog twee wandelingen op het programma: Glen Nevis en Rannoch Moor. O ja en ik heb nog koffie-afspraak vlakbij Fort William bij de predikant van de allereerste Church Of Scotland gemeente die ik in1982 bezocht. Daar kijk ik zeker naar uit.
Plaquette Qua wandeling als elk jaar Peters Rock. Een soort pelgrimage. Peters Rock is een markering op elke landkaart van de Ordnance Survey, zeg maar de standaard landkaarten in het VK als het gaat om autoritten en wandelingen. De wandeling begint op het stationnetje Corrour, vanaf mijn camping in Kinlochleven eerst een half uur met de auto naar Fort William en dan een treinrit van vijftig minuten.
Daar midden in de stilte (behalve wat mensen die ook uitstapten op het station, ben ik op twee fietsers na de hele dag niemand tegengekomen) loop je te genieten. Alleen jij, wat vogels en de wind. O ja, en het betoverend mooie landschap.
De wandeling voert in een lichtje zonnetje en met wind mee over de heuvels. Een goed pad, zeker nu het hier al dagen droog is en je dus niet hink-stap moet proberen modderpoeltjes of plassen te ontwijken.
Ik weet na zoveel jaar dat ik hier kom dat ik op de heenweg wel een beetje moet doorlopen. Ik moet uiterlijk 15.15 uur terug zijn op het station, want als ik de trein van 15.24 uur naar Fort William mis, moet ik 6 uur (!) wachten op de volgende. Dus een uur (of wat langer) naar Peters Rock, daar een half uur of zo genieten en dan weer in een uur terug.
Onder het ijs verdwenen Peters Rock is vernoemd naar Peter J. Trowell, een Engelse beheerder/gastheer van jeugdherbergen. In de winter van 1978 – 1979 was hij hier. Ik heb daar twee lezingen over gevonden. De ene verhaalt van een vakantie in de stilte, de andere over klusjes die hij hier zou uitvoeren.
Hoe dan ook, er is iets vreselijks misgegaan. Het meer of loch was bevroren en hij is op enig moment onder het ijs verdwenen. Zijn lichaam werd pas in het vroege voorjaar gevonden toen het ijs begon te smelten. Trowell is in Engeland begraven, maar bij Peters Rock is een plaquette aangebracht op een rotsblok. Peters Rock dus.
En waarom staat dat rotsblok met plaquette juist hier? Wel, als je van Corrour naar Rannoch loopt, maakt het pad hier vlakbij een bocht naar rechts. Een markering dus. Op de plaquette staat behalve zijn naam, geboorte- en vermoedelijke overlijdensdatum een kort gedicht. Dat gedichtje is al jaren mijn levensmotto. En dus moet ik elk jaar als ik in Scotland ben, hier even naar toe. Bovendien, zeker op een dag als vandaag, is het hier echt genieten van de rust enger uitzicht. Als de treinen elk uur op Corrour zouden stoppen, zou ik er zeker langer blijven zitten dan het half uur dat nu kan.
Het gedicht op de plaquette: I have a friend a song and a glass Gaily along lifes road I pass Joyous and free out of doors for me Over the hills in the morning
Glen Nevis is het volgende doel. Een schitterend gebied. Elke keer dat ik dit dal in ga beschouw ik als een feestje. Dat begint al kort na het parkeren van de auto. Het pad voert onder andere langs een gorge met links een bergwand en rechts een diepe afgrond waar rivierwater hard stroomt langs de andere bergwand. Het geluid van het water boezemt ontzag in. Of nederigheid.
Staaldraadbrug Dan, na nog een minuut of vijftien ontwaart zich het dal of de glen. Breed, kiezelstrand. Schoonheid zover het oog reikt. Door lopend doemt al snel de waterval Steall Falls op. Naar rechts kijkend lokt de staaldraadbrug over het water me. Vandaag heb ik de verleiding kunnen weerstaan om naar de overkant te gaan. Laten we zeggen dat het te druk was en ik niet achteraan de rij wilde wachten…
Veel liever sla ik, na hier een minuut of tien weer van het uitzicht op de omgeving en de waterval te hebben genoten, linksaf. Verder het dal in. Het mooie is elk jaar weer de wetenschap dat veel mensen na bij de staaldraadbrug te zijn geweest nog ff doorlopen, maar dan al snel weer richting hun auto gaan. Een tweede groep loopt nog een stukje door naar een wat breder kiezelsteentjesstuk iets verderop. Daarna wordt het stiller en stiller qua wandelaars.
Haggis En daar ga ik voor. Paar mooie punten om weer even te stoppen en van het uitzicht te genieten. Alleen met het geluid van de wind, wat vogels en ergens achter mij weer een waterval(letje).
Ik zou het pad helemaal kunnen vervolgen tot het Blackwater reservoir (een kunstmatig meer voor de opwekking van elektriciteit of ‘witte steenkool’) en dan daar afdalen naar de camping. Maar ja, dan moet ik daarna weer helemaal naar de carpark in Glen Nevis om mijn auto op te halen… Dus omgekeerd en via Fort William terug naar de camping.
Dan zit de vakantie er al weer bijna op. Aan het slot van deze zes weken nog naar Earlston in de Borders. Daar spullen ophalen voor Rotterdam.
Maar vrienden Jean en Jimmy hebben ook beloofd mijn te verwennen met een goede warme maaltijd (met haggis!) en een stevig ontbijt op de laatste dag als ik na de kerkdienst richting veerboot ga. Dus bacon, eggs, haggis, bloedworst, baked beans.
Nou, daar houd ik het gemakkelijk op tijd tot het avondeten aan boord van de veerboot naar IJmuiden. Dank Jean!
Hieronder enkele filmpjes van de vakantie dit jaar. Geniet ervan, net als ik heb gedaan.
Druk vergaderweekeinde in Rome en geen tijd om tussendoor de toerist uit te hangen. Dus er een paar dagen aan vastgeknoopt om te genieten van het Colosseum, Vaticaan, de Trevi fontein, Forum Romano en het Pantheon. En dat met ook nog eens schitterend terrasweer.
Twee keer per jaar vergadert de classis van mijn kerk (Church of Scotland, de mijne in Rotterdam) bij een van de aangesloten kerken in Europa.
Toen ik nog werkte was ik min of meer jaloers op sommige deelnemers aan de bijeenkomsten die er paar dagen aan vastknoopten. Een soort minivakantie dus. Maar ja, destijds wilde ik zoveel mogelijk van mijn vrije dagen bewaren voor de zomervakantie in Scotland. Zonder de uitbreiding kosten de bijeenkomsten je al (mede vanwege de reis) al 2 x 2 dagen per jaar, dus…
Als pensionado speelt dat probleem niet meer. Ik zal niet telkens mijn verblijf in een van de steden in mijn classis/presbytery verlengen. In oktober zijn we in Lausanne, Zwitserland bijvoorbeeld, wat heb ik daar te zoeken… Maar Rome wel in Valetta op Malta waar ik ook al eerder ben geweest en ook in Lissabon zijn een paar dagen extra bepaald geen straf.
Bliksembezoek
Nu dus Rome. Acht jaar geleden was ik er voor het eerst en voor het laatst. Toen had ik op de donderdag- en vrijdagmiddag nog wat uren vrij voor een bliksembezoek aan het een en ander, maar door bijgekomen functies en taken in internationaal verband, zit ik na aankomst op donderdag (bijpraten met mensen van de andere kerken) en vrijdag en zaterdag (vergadering na vergadering) volgeboekt.
Begrijp me niet verkeerd. Ik doe het met liefde. Ben dol op mijn kerk en de werkwijze van een protestantse kerk en lever graag een bijdrage, ook in internationaal verband. Temeer dat verschillende leden/bezoekers vooral naar de Schotse kerk komen omdat ie protestants is en dat de diensten in het Engels zijn.
Ik wil ook graag de band met de moederkerk benadrukken en een steentje bijdrage aan onze relatie met de Church of Scotland in Scotland. Dus ben ik in internationaal verband (Europa, Bermuda en Sri Lanka) convener (bijeenroeper, een zachte vorm van voorzitter) van de commissies kerkvisitatie en de adviescommissie (begeleiding) van de straks voor een beroepingscommissie samenwerkende gemeenten in Geneve en Lausanne in Zwitserland en coördineer ik de publiciteit van de internationale tak richting Schotland (eens een journalist, altijd een journalist,…) onder andere via de Schotse variant van het Nederlandse PKN-maandblad Kerkinformatie en social media.
Uitstapjes Genoeg daarover. Het gaat me op deze weblog natuurlijk over de uitstapjes, wan tja, wie is er geïnteresseerd in mijn kerkelijk geneuzel.
Hoewel… de Schotse kerk in Rome (St. Andrews Church) heeft naast de kerkzaal op de begane grond onder andere een dakterras (zie foto hierboven) vanwaar je een prachtig zicht hebt op de stad Rome.
Tussenronde Net als iedereen hier tuur ik tijdens de lunchpauzes en het diner op vrijdagsavond en de lunch op zondagmiddag naar de St. Pieter in Vaticaanstad. Een geheel ander kerkgenootschap dan de mijne, maar toch zo dichtbij (zie foto rechtsboven). Uiteraard een paar keer naar de paus gezwaaid. Volgens mij zwaaide hij terug, maar ik kan me vergissen….
Relatief sober hotel Casa del Salle, niet ver van Vaticaanstad. Zoals ik hierboven al schreef: de St. Pieter was niet ver weg. Volgens mij een priesteropleiding dat al jaren niet meer geheel nodig is. Dus is deel van het complex tot een 3-sterrenhotel omgetoverd.
Prima kamers, goede voorzieningen zoals de ontbijtruime, rustig gelegen en zeeeer vriendelijk personeel. Wel een kapel (met mooie gebrandschilderde ramen), maar geen bar. Dat is oplosbaar, de Minimarket met een licence is om de hoek voor deze dorstige Gouwenaar.
Belangrijk: op minder dan 5 minuten gelegen van metrostation aan een van de belangrijkste metroroutes (lijn A) van de stad. Aanbevelingswaardig dus. Weet niet waarom, maar er werd behoorlijk veel Nederlands gesproken, dus hotel (eigen kosten voor mij voor de verlenging met twee nachten ongeveer 90 euro per nacht, 1-persoonskamer) is zeer in trek bij mijn landgenoten.
Toerist uithangen
Maandag en dinsdagochtend is het tijd voor het toeristische programma. Wil uiteraard nu wel de St. Pieter in en ook de rest van de highlights bezoeken. Op het St. Pieterplein krijg ik grote schrik. Het is nog redelijk vroeg (10.00 uur), Maar toch staat er al een rij van hier tot Tokio om naar binnen te mogen. Na een uur toch maar i de rij staan, ontdek tik dat de wachtrij niet zozeer de basiliek zelf betreft, maar de security. Net als op elk vliegveld met alles door een scanner. Daarna is van een wachtrij geen sprake meer.
Eenmaal binnen in de St. Pieter kijk je je ogen uit. Een en al pracht en praal. Zag het in reacties op social media al voorbijkomen: het is wel allemaal betaald van geld/donaties van goedgelovige katholieken. Dubbel gevoel dus. Hoewel, als je de St. Giles Cathedral in Edinburgh bezoekt (de ‘high kirk of Edinburgh’, maar ook van mijn kerkgenootschap…) is het maar de vraag of de katholieken daar uniek in zijn. Hoe dan ook, prachtig om deze wereldberoemde basiliek (volgende week, paaszondag klinkt het weer ‘Bedankt voor die bloemen…’) te bezoeken.
De volgende qua tijdslot al geboekte trip vandaag is Forum Romano (Latijn Romeins marktplein). Acht jaar geleden langsgelopen, maar niet nar binnen geweest. Nu wel Fantastisch. Je loopt door ruim tweeduizend (ja, tweeduizend!!!) oude geschiedenis van Rome. Tempels, kolommen, noem maar op. En bonus: hier in Forum Romano hoor je vrijwiel niets van de moderne stad, de sirenes van de hupdiensten daargelaten.
Colosseum
Uiteindelijk nog bezoek aan het Colosseum. Ben bepaald niet de enige. Het is flink druk. Anders dan bij musea in Nederland is het tijdslot heel strikt. Ik blijk vier minuten (!) te vroeg, dus moet wachten. Niet dat de kaartjesman streng is, maar zijn scanapparaat geeft geen groen licht als je te vroeg bent om het Colosseum (ooit het grootste amfitheater in het Romeinse Rijk.
Gebouwd op initiatief van keizer Vespasianus en dat werd gefinancierd uit de krijgsbuit van de plundering van Jeruzalem in het jaar 70 na Chr. De bouw begon in de eerste jaren van de heerschappij van Vespasianus, waarschijnlijk in 70-72. Mogelijk werkten Joodse slaven aan het enorme amfitheater, maar hier is geen historisch bewijs voor. De spelen bij de opening duurden 100 dagen.
Geen gladiatoren meer nu, ook geen keizer op de tribune, of wat daar van over is. Wel vanaf de verschillende ringen goed zicht op wat zich beneden moet hebben afgespeeld. De muren van de hokken van de wilde dieren, enzovoorts, het is allemaal zeer goed zichtbaar. Ook de bogen en de halfzuilen die de tand des tijds hebben doorstaan zijn imponerend. Niet voor te stellen dat er vroeger plek was voor 50.000 toeschouwers. Prachtig om rond te lopen in dit stukje Romeinse geschiedenis.
Trevi fontein Dinsdag eerst bezoek gebracht aan de Trevi fontein. Acht jaar geleden zag ik de drukte, een fontein, maar geen idee waar ik was, laat staan waar de drukte voor was. Dat ontdekte ik pas later bij thuiskomst.
Nu bewust hier een klein uur doorgebracht. Geen muntjes in de fontein gegooid (ben niet bijgelovig) voor een volgende terugkeer naar Rome zoals het verhaal wil, maar wel genoten van de schoonheid van het beeldhouwwerk. En zeker zoals deze dinsdag in de volle zonneschijn.
Ondanks het relatief vroege tijdstip al flink druk. Agenten houden toezicht, kennelijk om te voorkomen dat mensen de fontein in gaan. En misschien ook wel om eventuele zakkenrollers af te schrikken.
Pantheon Dan het Pantheon. Een herbouw in de tweede eeuw na Chr. van een eerdere tempel op deze plek. Goed geconserveerd. Dit dankt het gebouw aan het feit dat het in de zevende eeuw werd omgevormd tot kerk en continu in gebruik is gebleven en onderhouden. Het Pantheon is nog steeds in gebruik als rooms-katholieke kerk (‘kleine basiliek’). Zeker een uur rondgelopen om het gebouw goed in me op te nemen.
Daarna recht tegenover het Pantheon op zeer zonnig terras nog even genoten van een heerlijk kopje koffie. Wel de tijd in de gaten gehouden, want rond middaguur moet ik naar hotel om koffer op te halen en richting het vliegveld te gaan.
Einde van een paar schitterende toeristische dagen als slot van wat toch eigenlijk was bedoeld als een vergaderweekeinde. Weet niet hoelang ik nog taken binnen de classis of presbytery blijf uitoefenen, maar wellicht dus tot een volgende keer.
Voordeel voor pensionado: je kunt er zomaar een even een paar dagen tussenuit zonder vakantiedagen op te nemen. Dus van donderdag tot en met vandaag in Edinburgh vertoefd.
Nooit een straf om daar te zijn. Weet mijn weg daar na zoveel jaar wel te vinden. Had dit keer geen speciaal doel. Gewoon, paar dagen door de stad kuieren en musea en pubs bezoeken. Ontbijten met goede bacon and eggs (met ‘black pudding’, zie foto verderop), bijkletsen met vrienden K. en L. die daar wonen en bij wie ik als zo vaak logeerde. Onder het genot van wat bier en een maaltijd is dat toch wat leuker dan via Facebook en WhatsApp.
Vrienden verrast met kleine hoeveelheid Nederlandse boodschappen (drop, mueslibollen en pepitamix [van Lidl]).
Eerste volledige dag (vrijdag) benut met stadswandeling en bezoek aan St. Giles Cathedral (de ‘High kirk of Edinburgh’) en de National Galleries of Scotland.
Skating Minister Dat museum vooral aangedaan om weer even te genieten van het schilderij The Skating Minister (de schaatsen predikant). Een schilderij met een Nederlandse link. De afgebeelde Rev. Robert Walker heeft als kind leren schaatsen in Rotterdam, waar zijn vader predikant was van mijn kerk.
De jonge Walker is blijven schaatsen in Edinburgh waar hij zelf predikant werd. En dat trok de aandacht van de schilder Henry Raeburn. Uiteraard de elektronische knip tevoorschijn gehaald om een hoeveelheid souvenirs te kopen.
Na het snuiven aan de cultuur, maar even de pub in voor een pint bier. Daarna met mijn Edinburghse vrienden gegeten in restaurant van pub Deacon Brodie op de Royal Mile. Uiteraard fish and chips en – vooraf gecheckt of het er was – Cranachan als toetje. Al jaren mijn favo dessert in Scotland, zoals biest dat in Nederland is.
Bacon and eggs Dat over de toetjes. Voor het ontbijt elke ochtend deur uit voor een bacon and eggs, maar op zaterdag zelfs een met black pudding/pudding. Een traktatie!
Drie keer dit weekeinde dus. Zal best slecht zijn voor het cholesterolgehalte in mijn lijf, maar lekker!!!
En daarna steevast koers gezet naar de nieuwe Starbucks in Princes Street. De enige koffieketen met filterkoffie (veel beter of minder slecht zo je wilt voor je cholesterol!) en hier dan ook nog met schitterend uitzicht op Edinburgh Castle.
Zaterdag uren doorgebracht in het National Museum of Scotland, net ten zuiden van de Royal Mile. Jaren geleden dat ik daar binnen was geweest. De nieuwbouw ondergronds nog nooit gezien zelfs. Prachtig ‘verhaal’ over de historie van Schotland vanaf de oudheid. Indrukwekkend. Het oude gedeelte is zeer ruim en thematisch van opzet. Zo ‘verdwaal’ je niet in het museale aanbod.
En daarna met de lift naar het Roof Terrace. Met het zeer fraaie Februari weer geen straf. Prachtig uitzicht vanaf het dak over het dak, met indrukwekkende aanblik op het kasteel van Edinburgh. Zie foto boven dit artikel
Net als bij het Rijksmuseum gaat het niet alleen om de collectie die er te bewonderen is, maar dus ook om het uit 1866 daterende gebouw zelf. Een prachtige, lichter ruimte met vides, fraai vorm gegeven radiatoren, sierlijke trappen. Pas als je de vele zijzalen instapt, ontdek je hoe groot dit museum is.
Er is bijna teveel om van te genieten, dus ik moet komende zomer of later nog eens terug.
Moe van het lopen – elk excuus – naar de pub Greyfriars Bobby aan de overkant van de straat, voordat ik de bus terug naar het logeeradres neem.
6Nations rugby Het is het weekeinde van de belangrijkste rugbywedstrijd tussen Schotland en Engeland. Het 6landentournooi waaraan Engeland, Schotland, Wales, Ierland, Frankrijk en Italië aan meedoen, kent daarbinnen nog die om de Calcutta cup tussen Engeland en Schotland. Die wedstrijd gaat terug tot 1872 in – inderdaad – Calcutta in India.
Vandaag speelt Engeland in het Murryfield stadion in Edinburgh. De Schotten zetten alles op alles om de Calcutta cup voor de vierde keer op rij te winnen.
In centrum van Edinburgh is het aardig vol met fans van beide landen of teams, maar het gaat er zeer gemoedelijk aan toen. Rugby kent geen hooligans.
Heb geen kaartje voor de wedstrijd, maar dat geeft niet. De game bekeken in het clubhuis van de rugbyclub tegenover mijn logeeradres. Geweldige middag/avond met uiteraard wat pinten bier.
Vakantie of niet, op zondag ga ik ter kerke. Vandaag in de ‘High kirk of Edinburgh’, St. Giles Cathedral, op de Royal Mile. Het is de hoofdkerk van mijn kerkgenootschap, de Church of Scotland.
Terwijl ik naar een goede zitplek loop, passeer ik een bekend gezicht. Het is Rev. Dr. George Whyte, die ik twee keer een week heb meegemaakt tijdens synodevergaderingen van mijn kerk, als afgevaardigde namens mijn classis. Hij was eerste scriba of ‘Principal clerk‘ en nu Interim Moderator, zeg maar de waarnemende leider van de congregation. Hij gaat vandaag voor in de dienst.
Verbond Daarentegen heeft deze gemeente een geweldig kerkkoor en een schitterend orgel.
Mooie dienst waar het in de preek van Rev. Dr. George Whyte ging om het verbond tussen God en mensen, waarbij mensen al sinds mensenheugenis dat vaak beschouwen als eenrichtingsverkeer: van God tot de mensen. Op de foto zie je mij in rechterdeel links op de tweede rij. 🙂
Verschil met mijn eigen kerk in Rotterdam? St. Giles Cathedral is stukken groter dan het gebouw in Rotterdam, maar het aantal kerkgangers is hier beduidend kleiner. Laat ik het zo zeggen, als iedereen van mijn kerk een zondag daar zou kerken, zou het een volle bak zijn… Met net geen vijftig minuten ook wel een korte kerkdienst.
De citytrip is bijna ten einde, maar niet dat in de middag met K. en L. in pub The Playfair nog even de 6Nations rugbywedstrijd Frankrijk-Italië heb gekeken. Direct na afloop per tram naar het vliegveld voor de terugreis.
Over de vliegruizen heen en terug: Zestienhoven is een zeer relaxte luchthaven. Beduidend minder groot dan Schiphol, waardoor je niet het idee hebt dat je al halverwege de trip naar Schotse hoofdstad bent als je bij de gate aankomt.
Edinburgh is een groter vliegveld dan Zestienhoven, maar heeft een ander zeer groot nadeel. De security check dateert nog uit de Middeleeuwen. Waar op luchthavens als die in Nederland alles in de koffer en rugzak kan blijven dankzij de moderne X-Ray machines, moeten in Edinburgh (en vrijwel zeker ook elders in het VK) de laptop en flesjes met vloeistof apart worden aangeboden ter controle.
Vuilnisbak Waar ik op de heenreis geen enkel probleem ondervond met de flesjes shampoo, douchegel en aftershave, kijkt in Edinburgh de controledame (geen bitch, maar toch…) zeer boos. ,,U heeft veel meer bij u dan 100 ml!’’ Natuurlijk antwoord ik niet met een ,,Nou en?’’, want voor je het weet duurt de check nog langer en mis je het vliegtuig terug naar de moderne wereld. Dus shampoo en doucheschuim maar achtergelaten. Ruikt de vuilnisbak daar ook eens lekker… 🙂
Bovendien heeft klagen geen enkele zin. De dame kan er niets aan doen dat de apparatuur en de regels eeuwen oud zijn. Dat is beleid van de Britse overheid en die heeft lak aan reizigers op de haar luchthavens.
Gelukkig is het met de ferry van Newcastle naar IJmuiden die ik in de zomer neem stukken beter geregeld. En die overtocht komt weer in juni(heen) en juli (terug). Voor nu kijk ik terug op een heerlijk weekeinde in Edinburgh. Iets om lang op te teren.
Er klinkt weer doedelzakmuziek in ‘mijn’ Schotse kerk in Rotterdam. Of, zoals het vandaag heette een Heilig Huisje.
Heilige huisjes is een Rotterdam project waarbij gebedshuizen verspreid door de stad, niet alleen kerken, enkele dagen hun deuren openstellen voor publiek dat anders misschien nooit binnenkomt. ,,Ik kom hier vaak langs en wilde nu wel eens binnenkijken”, hoor je dan.
Na de eerste editie van vorig jaar, heeft mijn kerk dit keer weer meegedaan. Alleen op de zaterdag. Een flink aantal vrijwilligers van de kerk zorgde voor een warm welkom. Rondleidingen, versnaperingen.
Kinderen vinden het altijd spannend om het restant van de bom te zien die begin jaren vijftig gevonden is bij het bouwrijp maken van de grond voor de bouw van ons huidige kerkgebouw.
Mozaïekmuur Ouderen zijn geïnteresseerd in het verhaal dat na het bombardement in de meidagen van 1940 ons vorige kerkgebouw platgebombardeerd werd. Evenzeer gaat de aandacht uit naar de kleurrijke mozaïekmuur langs de tuin van ons kerkcomplex. Het is tien jaar geleden gemaakt door leden van de kerk en buurtgenoten.
En dat alleen de kluis intact was, met daarin onze kerkgeschiedenis (zoals notulen van kerkenraadsvergaderingen) bewaard zijn gebleven. Zelfs de notulen van de allereerste vergadering van 11 september 1643. Ook het bijzondere verhaal over de glas-in-lood ramen in het trapportaal wekt de interesse.
Ik vind het, net als met Open Monumentendag, weer leuk mijn bijdrage te leveren aan de rondleidingen. Heb het ook nu weer met plezier gedaan.
Heilige Huisjes heeft voor de vier kerken in Cool Zuid waar mijn kerk staat, dit keer extra activiteiten. Voorafgegaan door doedelzakspelers van de The Hague Highland Pipe Band konden liefhebbers mee met een toch langs die vier kerken, om te eindigen bij de mijn kerk aan de Schiedamse Vest. Daar speelden de pipers nog even in de kerkzaal.
Akoestiek Bijzonder om dit Schotse muziekinstrument in een Schotse kerk te horen, zeker met de mooie akoestiek die ons gebouw heeft. De enige andere keer dat doedelzakmuziek hier klinkt, is elk jaar rond 11 november als ook onze Schotse kerk op Remembrance Sunday stilstaat bij de slachtoffers van oorlog en geweld. Een piper speelt bij de ingang van de kerkzaal dan de Lament, een klaaglied.
Daarna vandaag voordrachten (onder andere gedichten van Robert Burns door Guino van Weenen) en geweldige zang van Michline Plukker, die zelfs spontaan met de pipers de Skye Boat Song zong. Zij maakte mijn dag compleet. Wat een gouden stem.
Zie voor de muziek van de doedelzakspelers en Michline Plukker het filmpje hieronder.
Voor kerkbijeenkomst namens presbytery of classis twee dagen naar Geneve. De zaterdag is volgepland met praten, maar de vrijdagochtend en deel middag bood tijd voor hernieuwde kennismaking met deze mooie Zwitserse stad.
Breng mijn vakanties altijd door in Schotland, maar zo’n korte trip naar een Europese stad is niet te versmaden.
Prachtig weer (anders dan deze vrijdag in Nederland), dus heerlijk gewandeld door de oude stad met haar prachtige monumentale gebouwen. En natuurlijk ook even naar het meer van Geneve, al is het maar om bij het park Jardin Anglais te genieten van de fontein die het water tot 140 meter hoogte spuit.
En natuurlijk als protestant weer even langs de Muur van de hervormers in het Bastions park, met enorm hoge beeltenissen van onder andere Johannes Calvijn (de kerkvader van de Nederlandse protestantse kerken) en John Knox (van mijn kerk).
Bier Om de calvinist in mij niet te vergeten de middagwandeling besloten met een lekker glas Calvijnbier. En wat het extra lekker laat smaken is dat ik op terras zit, met de zon op mijn gezicht. En dat voor half november. OK, wel een jas aan, maar toch…
De zaterdag stond in het teken van het overleg met de Church of Scotland in Geneve, die een fraai onderkomen heeft in het Auditoire de Calvin, klein afstekend naast de grote kathedraal Saint Pierre. Beide in het hart van de oude stad op een heuvel. Het overleg is vertrouwelijk, dus zo je al geïnteresseerd zou zijn, meld ik hier geen details van de bespreking.
Na afloop een lunch in een pannekoekenrestaurant zoals we dat in Nederland niet kennen. Heb gekozen voor een hartige pannenkoek met gerookte zalm. Daarbij een paar heerlijke glazen Zwitser cider. Niet te versmaden.
Twee leden van de delegatie blijven nog in Geneve tot en met de kerkdienst op zondag. Zelf keer ik vanavond al terug naar Nederland in verband met een afspraak zondagmiddag.
Schema Een zeer voorspoedige terugreis. Maar een handvol passagiers, dus de boarding is in een oogwenk voorbij. Vliegtuig kan eerder vertrekken en krijgt onderweg nog eens een kortere route aangereikt. Uiteindelijk drie kwartier voor op schema geland op Schiphol. De vlucht biedt net genoeg tijd voor een glaasje whisky en een kop koffie.
Volgende kerktrip is in maart. Dan naar Brussel. Dan met de trein uiteraard. In 2024 ben ik met pensioen. Dan knoop aan dit soort bezoeken misschien wel een dagje extra verblijf voor eigen rekening.
Een lang weekeinde kerkvergadering in Bochum (Duitsland, Noordrijn-Westfalen). Leuk, want de enige kerk in Europa waar ik voor de International Presbytery van mijn kerk (Church of Scotland) nog nooit ben geweest.
De rit naar Bochum verliep afgelopen donderdag niet zoals gepland. Een vrachtauto had bij Oberhausen geen erg in zijn hoogte en ramde een spoorviaduct. Bij Arnhem moest mijn ICE dus omrijden via Den Bosch en Venlo richting Duitsland. Tijdverlies door het omrijden en het wachten (bijna half uur) tot Prorail een gaatje had gevonden in het spoorrooster. In plaats van 17.50 dus pas om 19.45 uur. En vanaf Venlo eerst met boemeltje naar Mönchengladbach, om laatste half uur nog even van de relaxte zit in een ICE te genieten.
Het was wel weer even wennen: in Duitsland zijn in het ov (en sommige gebouwen) het dragen van een mondkapje nog verplicht. En die fijne, stoffen van mijn werkgever werden niet getolereerd door de strenge toezichthouder in de regionale trein. Het moest de officiële FFP2 zijn Tja, die had ik uiteraard niet bij me. Colelga-toeizchthouder wel en die bood me er een aan, ,,omdat ik vandaag in een goerde bui ben…”
Gelukje: hotel waar ik overnachtte dit weekeinde is vlak achter het station. Snel opfrissen dus en met predikant en zijn echtgenote die dezelfde rit maakten op etensjacht. Die gevonden – op loopafstand – in het Italiaanse restaurant Farina. Heerlijk op terras gezeten en genoten van een fantastische Carbonara. Die maaltijd weggespoeld met een frisse, droge Riesling. Niks mis mee om een reisdag zo te besluiten.
Het Ibis-hotel biedt kamers van het formaat schoenendoos, maar alles wat je nodig hebt zit er in. Zeer goed bed, goede douche. En een fantastisch ontbijtbuffet: boord, broodjes voldoende soorten beleg, uitstekende koffie en scrambled eggs (helaas geen bacon). Voor iemand zoals ik die niet luncht, genoeg om het daarna tot het avondeten uit te zingen.
Bratwurst
Vrijdag en zaterdag is goeddeels gevuld met vergaderen in het kerkgebouw naast de Pauluskirche, iets meer dan tien minuten lopen van het hotel. Met de inhoud vermoei ik mijn lezertjes niet. In de avond echt Duits eten: bratwurst met een goede currysaus, klaargemaakt op de barbecue op het plein tussen de twee gebouwen.
O ja, en heerlijke Bochumse bieren: Moritz Fiege en Moritz Bernstein. Zeer ontspannen sfeer. Nodig ook wel, want vanwege corona hebben predikanten, ouderlingen en anderen elkaar niet in het echt kunnen ontmoeten.
Het middagprogramma van de vergaderagenda ging vlotter dan gepland. Dat betekende dat enkele ontwerpen naar voren konden worden gehaald. En dat had weer tot resultaat dat de zaterdagmiddag ineens ter vrije besteding was.
Mooie gelegenheid om onder een strakblauwe lucht van Bochum te genieten. Groot geworden door de mijnbouw, maar daar herinnert alleen een museum nog aan. Modern centrum naast de altstadt, met de St. Peter en Paul’s Propstei kerk (gebouwd door keizer Karel de Grote).
Heel bijzonder is de passage onder het spoor vlakbij hotel. Met neonverlichting staat er Wohin is verschillende talen (ook in het Nederlands). En als je de andere kant uitloopt staat er Woher (waar vandaan). Bijzondere manier om een saaie passage een vrolijk aanzien te geven. Zie de foto boven dit verhaal.
Groot nadeel van Bochum en de rest van Duitsland naar ik begreep, is dat je in veel winkels niet met je Nederlandse Visa-card of bankkaart kunt betalen. De terminals weigeren die steevast. In het land van de Europese Centrale Bank kun je dus niet met je pas betalen en moet je eerst een geldautomaat zien op te sporen (die zijn er gelukkig volop) om cash te halen.
Catering
Het zaterdagavonddiner dit keer niet in een restaurant. Er was catering geregeld (rekening man, zoals altijd met het avondeten op zaterdag tijdens de classis-weekenden) en vanwege het mooie weer kon dat opnieuw op het ‘kerkplein’. Opnieuw volop gelegenheid om bij te praten en bij mijn vertrek naar het hotel kort voor middernacht was het nog steeds niet koud buiten.
Zondag pas om 12.30 uur kerkdienst, omdat de Pauluskirche niet van de English Speaking Congregration (ECC) is, maar wordt gehuurd van de Protestantse kerk. Genoeg tijd dus om tussen ontbijt en inpakken en kerkdienst nog even van de zon te genieten. Na de kerkdienst voldoende gelegenheid om leden van de ECC te ontmoeten.
Vanavond officieel begonnen als consistory clerk van de Scots International Church Rotterdam (SICR).
Geen baan als in werk, maar vrijwillig kerkenwerk. Een maand of twee hiervoor benaderd. Me eerst maar laten uitleggen welke werkzaamheden er bij horen, want mijn voorganger doet zoveel in de kerk, dat ik geen onderscheid kon maken.
Na doornemen van de lijst, bleek dat groot aantal taken van mijn voorganger niet toebehoren aan de functie van consistory clerk. Na de ‘ontvlechting’ tot mij te hebben genomen, heb ik ja gezegd tegen mijn nieuwe kerkfunctie.
Consistory clerk (of scriba in Nederlandse kerken) is eigenlijk secretaris van de kerkenraad; ondersteuner van de predikant. Ben geen ouderling meer, dus geen stemrecht in de kerkenraad, net zomin als de predikant.
Nieuwe taak betekent ook nieuwe ontdekkingen. Zal best wel even duren voor het pak dat ik heb aangetrokken vanavond (na afleggen eed) mij als gegoten zit.
Hoe dan ook eervol dat ik ben gevraagd en mooi dat ik deze taak mag doen voor de kerk die al meer dan vijftien jaar mijn spirituele thuis is.
Een aanrader voor iedereen die de Beeldenstorm uit 1566 eens op een andere manier wil beleven: de altaarstukken uit de vroegere katholieke St.-Janskerk in Gouda die voor een paar maanden even ‘thuis’ zijn.
Tijdens de Beeldenstorm in 1566 werden in verschillende steden in Europa, waaronder in Nederland, religieuze beelden en liturgische gebruiksvoorwerpen in katholieke kerken verwoest. Kunstschatten idem, of ze werden verpatst.
De St.-Janskerk in Gouda ontsprong de dans, na een dringend appèl van het toenmalige stadsbestuur. Dat ging prat op de verdraagzaamheid van de Gouwenaars. De vrijheid van de ander beschadig je niet – een belangrijke les.
Met succes: de kunstschatten werden in veiligheid gebracht, waaronder vijf altaarstukken die later in Museum Gouda belandden. Daar zijn ze sinds 1872 (toen Gouda 600 jaar stadsrechten vierden; het jubileum werd aangegrepen als moment om de historische stukken op te snorren en samen te brengen, waaronder de altaarstukken. Zo ontstond twee jaar later het Museum Gouda) nog steeds te bewonderen. De schilderijen van Pieter Pietersz. en Pieter Pourbus behoren tot de topstukken van het vlakbij de kerk gevestigde museum.
Gouda750
En nu zijn ze dus terug in de St.-Jan. Niet voor altijd, maar voor enkele maanden. Deze ‘Omgekeerde Beeldenstorm’ is onderdeel van Gouda750, de viering van 750 jaar stadsrechten. Doordat dergelijke monumentale schilderijen alleen in Gouda bewaard zijn gebleven, is dat uniek voor Nederland.
‘Beleef het wonder van Gouda’ heet de tentoonstelling, want dat is het eigenlijk. Een wonder is het dus ook dat al die altaarstukken bewaard zijn gebleven en nu enkele maanden de kerk meer eventjes een katholiek aanzien geven.
En beleven doe je het ook. De altaarstukken hangen in de kerk niet aan muren, maar op plekken waar eeuwen geleden altaren stonden. In de hoogtijdagen van de katholieke functie van de kerk waren er bijna twintig (!) alteren in de kerk, waaronder her hoofdaltaar in het koorgedeelte, gewijd aan Johannes de Doper, de beschermheilige van de kerk en de schutspatroon van Gouda. Om het katholieke beeld te completren hangt er een klein beetje een wierooklucht in de buurt van een enkel altaarstuk.
Cartons
Beleef het Wonder van Gouda is een dubbeltentoonstelling. De kapel van het museum, waar de altaarstukken gewoonlijk hangen, zijn nu werktekeningen of cartons van de gebrandschilderde ramen in de St.-Jan te bewonderen. Ook al een unieke schat van Gouda. De tekeningen zijn op ware grootte gemaakt, schaal 1:1 dus. Een bijzondere kans om ze te bewonderen in deze setting, want na de tentoonstelling gaan ze weer terug in de kluizen van de kerk.
Complimenten voor de opzet van de dubbele tentoonstelling. Zowel in de kerk als in museum is er een audiotour, een videotour met gebaren en op gezette tijden zijn er gidsen (in historische kledij) die tegen een extra bijdrage een uitleg verzorgen. Volgens mij wordt het mede door de vele publiciteit en social media een drukte van belang voor zowel kerk als museum deze zomer.
Hieronder twee filmpjes, waaronder een met meer foto’s da die ik op deze weblog laten zien vanwege ruimtebeperkingen.