Zoek de verschillen

Laatste museumbezoek deze week: het Mauritshuis in Den Haag. En niet zonder reden. Hier is een overzichtstentoonstelling van werken van Jacobus Vrel, qua stijl een voorganger van Johannes Vermeer.

Vermeer (1632 – 1675)is bekend. Als je zijn naam niet kent, ken je wel zijn schilderij Het Straatje van Vermeer, of zijn verstilde binnenhuizen om er maar een paar te noemen.
Maar Vrel (1640 – 1660) deed hetzelfde al jaren voor hem. En nu is een selectie ervan te zien in het Mauritshuis in Den Haag in de tentoonstelling Vrel, voorloper van Vermeer.

Vrel werkte in het oosten van het land, vermoedelijk in en rond Zwolle, want enkele van zijn schilderijen tonen straatjes uit deze Overijsselse hoofdstad.

Pech voor hem. Anders dan over Vermeer is er over Vrel heel weinig bekend. Een aantal van zijn werken werd door kunsthistorici en veilinghuizen (en oplichters?) zelfs toegeschreven aan Vermeer of tijdgenoot Pieter de Hooch.

Internationaal dendrochronologisch onderzoek (onderzoek naar de jaarringen van de houten lijsten), leerde dat doeken die aan Vermeer of De Hooch onmogelijk van die twee konden zijn.

Ooievaarsnest

Leerzame tentoonstelling. Niet alleen om iets te weten te komen over de schilder, maar ook over de werken zelf. Dat hij een straatje meerdere keren schilderde, soms met een kleine aanpassing. Zoals in werken van de Waterstraat in Zwolle, afkomstig uit de Kunsthalle in Hamburg.

In de tentoonstelling hangen er twee naast elkaar. In de ene (links op de foto boven dit verhaal) is op een dak een ooievaarsnest te zien, op de andere een schoorsteen. Technisch onderzoek op het doek leert echter dat Vrel er eerst ook een ooievaarsnest op had geschilderd, zich mogelijk heeft bedacht om er daarna een nieuwe touch aan te geven…

Net als bij de tentoonstelling van Vermeer in het Rijksmuseum, biedt ook deze expositie de kans om werken te zien die je anders vermoedelijk nooit zult zien, al is het maar omdat ze van ver zijn gekomen. Zoals het mooie schilderij Vrouw bij een venster (het enige schilderij van Vrel met een jaartal: 1654), dat aan het Mauritshuis is uitgeleend door het Kunsthistorisch museum in Wenen.

In kranten of tijdschriften had je vroeger een quiz: Zoek de verschillende. Daar heeft het wel iets van weg.

En nog iets moois. Menig schilder zetten zijn naam links- of rechtsonder op het doek. Vrel deed het anders. Hij schilderde een op het oog achteloos bijvoorbeeld op straat gegooid stukje papier en schilderde daarop zijn naam of initialen, leert de toelichting in de tentoonstelling.

Modern Meisje met parel

En als ik toch in het Mauritshuis ben, moet ik ook weer even langs bij het Meisje met de parel, van Johannes Vermeer uit 1665, Net weer terug uit het Rijksmuseum, waar het enige tijd hing als onderdeel van de al genoemde grote overzichtstentoonstelling over Vermeer.

Het Haagse museum heeft er iets moois aan toegevoegd. Een internationale oproep aan kunstenaars en wie maar wil of een eigen versie van dit beroemde schilderij te maken: My girl with a pearl.

Het heeft verrassende resultaten opgeleverd uit binnen- en buitenland. Fraaie foto’s, maar ook versies in wol en andere kunstvormen. Verrassend en mooi om te zien hoe zo’n beroemd schilderij velen heeft geïnspireerd. Afbeeldingen zijn te zien op de Instagrampagina van het Mauritshuis.

Zoveel Vermeers zie je waarschijnlijk nooit meer bij elkaar

De overzichtstentoonstelling van de schilderijen van Johannes Vermeer in het Rijksmuseum is een lust voor het oog. Nooit eerder waren zoveel van zijn werken bij elkaar te zien. En het zal vermoedelijk ook nooit meer gebeuren.

Ben een van de ruim 450.000 mensen die het is geluk een kaartje te bemachtigen, want vanaf het moment dat ‘het Rijks’ de tentoonstelling bekendmaakte, was er een run op tickets. Zoveel belangstelling zelfs dat er extra kaarten in omloop kwamen en het museum zelfs een groot aantal avonden open is voor publiek. Maar met 450.000 kaarten was de grens bereikt.

Hoeveel dus heel veel belangstelling, is het bekijken, neem bewonderen van al die schilderijen goed te doen. Bezoekers blijven niet te lang staan bij een doek. Net als ik bewonderen ze een schilderij, maken een foto en lopen door. Het Rijksmuseum helpt de drukte in de zalen te beteugelen door schilderijen op gepaste afstand van elkaar te tonen. En nog een voordeel: de doeken zijn op thema gerangschikt.

Rode hoed

Je mag niet te dichtbij komen bij een doek, maar dicht genoeg om details op een schilderij waar te nemen. Zo indrukwekkend! En soms zijn er maar twee kleine portretten (zoals het Meisje met de rode hoed) op een donkere muur geplaatst. Dat maakt dat zo’n werk extra tot zijn recht komt.

De Delftse17-eeuwse schilder Johannes Vermeer (1632 – 1675) maakte in totaal 37 werken en daarvan hangen er nu 28 in het Rijksmuseum. Negen werken zwerven dus nog over de wereld. Niet gelukt om ze hierheen te halen. De eigenaar wilde niet meewerken of soms is niet eens bekend waar een schilderij zich bevindt op de wereld.

Tot de bekendste werken van Vermeer behoren Het melksmeisje, Gezicht op Delft, en Meisje met de parel. De laatste is nu niet meer te zien in het Rijksmuseum, want het Mauritshuis waar het doek thuishoort, had het zelf nodig voor de vele toeristen die in de zomer dit Haagse museum bezoeken.

Gouden Eeuw

Aan de ene kan vind ik dat niet erg. De Vermeers uit het Mauritshuis en het Rijksmuseum zelf heb ik vaker gezien. Ik kon ze vandaag dus eigenlijk wel overslaan. Jammer is het toch wel, omdat je bij de grootste Vermeertentoonstelling ooit juist zoveel mogelijk doeken van deze schilder uit de Gouden Eeuw bijeen wilt zien.

Ik zal je niet vermoeien met een uitleg van elk schilderij dat ik heb bekeken. Wel dat door de beschrijvingen aan de wanden je merkt waar alle schilderijen vandaan zijn gekomen voor deze expositie. Uit ‘mijn’ Schotland het doek Christus in het huis van Maria en Martha, uit de National Galeries of Scotland in Edinburgh.

En verder afkomstig uit het Louvre in Parijs, Berlijn, Dresden (Brieflezend meisje bij het venster), Frankfurt, Dublin, Tokyo, Londen, New York (Soldaat en het lachende meisje uit de Frick Collection, zie foto boven dit verhaal en de Allegorie van het katholieke geloof uit het Metropolitan Museum of Art) en Washington.

Elk schilderij is uniek qua compositie, thema en kleur. Een lust voor het oog allemaal. Al ben ik geen kunstkenner, door de schilderijen bijeen te zien kun je de schilder een klein beetje doorgronden.
Vermeer stelt niet teleur. Het Rijksmuseum trouwens ook niet.

Wat hiphop met het oude Egypte bindt

Bij toeval ontdekt, in museum dat ik al vaker heb bezocht: de tentoonstelling hiphop, jazz, soul & funk. Wat die muziekstijlen met oudheden te maken hebben? Nou, veel zo blijkt.

De tentoonstelling Kemet in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is zeer leerzaam. Kende de muziekstijlen wel van naam (al behoren ze op jazz na niet tot het genre dat ik beluister) en heb ook de Egyptische schatten van het museum eerder gezien, maar de combinatie van de twee is nieuw.

Verschillende artiesten van Miles Davis en Sun Ra tot Beyoncé en Rihanna en The Modern Jazz Quartet hebben zich in hun eigen naam of in de titel van hun muziek laten inspireren door de verbeeldingen van het oude Egypte en Nubië, of eigenlijk Kemet.

Ramses

Zowel Beyoncé als Rihanna liet zich afbeelden als de Egyptische koningin Nefertiti, rapper Nas stond als farao Toetanchamon op de cover van zijn legendarische album I am… 
In de jaren 90 van de vorige eeuw speelde acteur Eddie Murphy de farao Ramses in de videoclip bij Remember the Time, en op bijna alle platenhoezen van de band Earth, Wind & Fire uit die tijd is iets oud-Egyptisch te zien. Artiesten als Lauryn Hill en KRS-One rappen over de Egyptische oudheid.
Deze oud-Egyptische thema’s gaan terug tot de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen de jazzmuzikant Sun Ra en zijn Arkestra een combinatie maakten van jazz.

De artiesten omarmen en claimen deze oude Afrikaanse culturen om uitdrukking te geven aan verzet, empowerment en spirituele heling. Vaak grijpen ze terug op de naam die de Egyptenaren zelf aan hun land gaven: Kemet, ‘het zwarte’, een verwijzing naar de vruchtbare grond langs de Nijl.

Koptelefoons

Muziek heeft de hoofdrol in de tentoonstelling. Met videoclips, audiofragmenten (er staan verschillende bankjes met aan haken koptelefoons waarop de muziek en een korte uitleg te horen zijn), concertregistraties, foto’s en talloze albumhoezen wordt het verhaal verteld van bekende en minder bekende muzikanten en hun band met het oude Egypte.
Muzikant Typhoon maakte een audiotour bij de tentoonstelling, en rapper Nnelg laat in een nieuwe track horen wat zijn band met het oude Egypte en Nubië is. Niet te missen in de tentoonstelling is de gouden sculptuur van rapper Nas als koning Toetanchamon.

Klik hier voor de museumpagina over de tentoonstelling. Scrol naar beneden voor de Playlist waarop een aantal muziekstukken is te horen. Of zoek Rijksmuseum van Oudheden op Spotify en kies daarin voor Kemet. Er zijn twee lijsten van die naam. De ene is gemaakt door scholieren. Je moet de andere hebben. En binnen die lijst moet je zeker doorklikken naar het album Pyramid van The Modern Jazz Quartet. Dat album stond bij mij thuis aan tijdens het tikken van dit verhaal…

In de voetsporen van de ridders

Kende de naam natuurlijk wel, maar nog nooit geweest: het Muiderslot. Mijn ogen uitgekeken vandaag. En niet alleen van binnen mooi, ook op de wallen en de tuin is het goed toeven.

Na werken in het weekeinde (mijn eigen piketdienst en een overgenomen van een collega) en werken op Koningsdag, nu anderhalve week tijd om de laptop van de krant dicht te laten. En er is voor mij maar één manier om niet in de verleiding te komen om toch in te loggen en dat is: de deur uit. Dat heeft al eerder gewerkt.

Had idee om stadsbezoek te doen vandaag en dan een vestingstad, zoals eerder Heusden, Gorinchem en Naarden. Maar welke dan? Al zoekende kwam ik Muiden tegen, met het 700 jaar oude Muiderslot. Nog nooit geweest, zoals gezegd, dus koers gezet naar Muiden, op de grens van vier waterlinies: de Oude en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Utrechtse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam.

Herengracht

Goed geregeld daar. Gratis parkeerterreinen rond de stad en in tien minuten loop je naar het kasteel/museum. Voor wie ook eens gaat: kies voor parkeerterrein P2. De Herengracht (inderdaad, langs het water en de sluis) met zijn mooie gebouwen voert van parkeerterrein naar kasteel, dus routeplanner raadplegen voor die korte wandeling is niet nodig.

Het kasteel zelf is een lust voor het oog. Het torent als een vorst boven de omgeving uit. Via de ophaalbrug over de slotgracht naar het binnenplein en je bent in de woning van beroemde bewoners Graaf Floris V en P. C. Hooft (drost van Muiden en baljuw van Naarden.

Twee routes voeren je door de verschillende delen van het kasteel. Ondanks de meivakantie zijn er geen files op de smalle wenteltrappen in de toren. Doorschietgaten van de verdedigingsmuren heb je een prachtig uitzicht op de omgeving, ja ook op de moderne windturbines.

Muiderkring

In een van de vertrekken is de woon- en werkkamer van Hooft te zien. Een tafel, een ganzenveer en noem maar op moeten verbeelden dat hij hier zijn toneelstukken en gedichten schreef. De ridderzaal waar de Muiderkring (groep letterkundigen en geleerden rond P. C. Hooft) bijeen kwam. Voor de hongerige maag waren er maaltijden, bereid in de keuken die ook te bezoeken is. Een audiotour geeft uitleg.

Hoewel een oud kasteel, zijn er moderne voorzieningen voor de bezoekers: toiletten (nee, niet het gemak. Daar zijn er een paar van zichtbaar, maar niet te gebruiken…), horeca, garderobe en kluisjes.

Minstens zo mooi als het kasteel is de directe omgeving Via goed aangelegde paden loop je op twee niveaus rond het kasteel. Uitrusten en je eigen boterham eten kan aan de talloze picknicktafels, of in de kasteeltuin met talloze planten, waarvan ik de Hemelsleutel wel een bijzondere benaming vind.

Waterschild

In die tuin ook een zeer modern, betonnen paviljoen. Deels ondergronds: het Waterschild. Daar wordt het verhaal verteld van het water rond het kasteel en het midden van Nederland. Water als vriend en als vijand. Zeer informatieve, zeven minuten durende film over het verleden van water als verdediging tegen de vijand.

Een bezoek aan het Muiderslot vliegt voorbij, zeker als je weet dat het in de loop van de middag nog gaat regenen en je toch droog je auto wilt bereiken. Er zit niets anders op; zoals bij zoveel musea kom ik hier nog wel eens.

Historie
Rond 1285 koopt graaf Floris de Vijfde van Holland (die Gouda zijn stadsrechten gaf in 1272) een burcht aan de rivier de Vecht.
Hij laat de burcht moderniseren. Zo ontstaat het Muiderslot: een vierkant kasteel met vier hoektorens, een grote zaal op de binnenplaats en een slotgracht. Floris raadt niet dat hij zijn eigen gevangenis koopt. In 1296 wordt hij hier gevangengezet, voordat hij bij Muiderberg vermoord wordt.

Na zijn dood wordt het slot verwoest. Vanaf 1363 wordt het weer opgebouwd en krijgt het kasteel langzaam zijn huidige vorm. Op de 13e-eeuwse muurresten verschijnen hoge muren, torens en twee woonvleugels. In het begin met rieten daken, maar die worden al snel vervangen door daken van leisteen.

Ondanks alle verbouwingen en restauraties blijft het slot er door de eeuwen grotendeels hetzelfde uit zien. Dat maakt het één van de oudste én best bewaarde kastelen van Nederland.

Filmpje (4:30 minuten):

Er was eens….

Als kind ongetwijfeld eens geweest en jaren later nog tweemaal: een keer tijdens wintertijd en nog eens tijdens een jaarvergadering van mijn vakbond. En nu een kijkje min of meer achter de schermen: de tentoonstelling over 70 jaar Efteling, in het Noordbrabants museum in Den Bosch.

Een aantal attributen uit de opslag van het sprookjesbos in Kaatsheuvel/Loon op Zand, maquettes en ontwerptekeningen.

Mooi om te zien hoe de schetsen van een van de bedenker van sprookjes attracties Anton Pieck werkelijkheid worden. De schets van de sprookjesboom naar maquette of modellen, de ontwikkeling van puur sprookjesbos tot attractiepark met achtbanen zoals de Python en nog veel meer.

De Efteling werd 70 jaar geleden geopend om het leven in de omgeving na de teloorgang van de schoenindustrie een nieuwe (toeristische) impuls te geven.

Deze grote tentoonstelling in het museum in Den Bosch met wel honderden voorwerpen neemt je mee vanaf het begin tot het heden. Muur na muur kun je je vergapen aan de originele ontwerptekeningen van de verschillende attracties. Schetsen soms die anders nooit te zien zijn. Dus voor wie warme herinneringen heeft aan De Efteling is de tentoonstelling (nog tot 21 mei te bezoeken) een must.

Langnek
Een groot aantal bekende sprookjesverhalen en attracties komt voorbij. De schone slaapster, de wolf uit Roodkapje, de Indische waterlelies, ‘spiegeltje, spiegeltje aan de wand…’, Holle Bolle Gijs, Langnek. Herkenbaar en leerzaam.

Natuurlijk kan zo’n groot attractiepark niet compleet in een museum getoond worden. Dus zit er voor mij niets anders op dan deze zomer nog eens naar De Efteling te gaan om meer te zien. Geen straf zo’n vooruitzicht.

En alleen al om de Indische waterlelies (naar het sprookje van de toenmalige koningin Fabiola van België weer eens te zien en vooral te horen. Zie onderstaand filmpje.

100 jaar oude Kersentuin van Anton Tsjechov blijft het bekijken waard

Na – op één dag na – tien jaar weer een opvoering gezien van De Kersentuin. Het uit 1904 daterende werk van de Russische schrijver Anton Tsjechov. Het laatste stuk dat hij schreef voor zijn dood handelt over de weduwe Ljoebov die treurt om de ontrouw van haar Parijse minnaar.

Zij komt uit Parijs om de zomer door te brengen bij haar broer op het landgoed waar ze is opgegroeid. Daar wachten haar echter andere problemen. Wegens financiële nood moet het landgoed worden verkocht, tenzij er zomerhuisjes op gebouwd worden voor vakantiegangers uit de stad. Ljoebov weigert de werkelijkheid en de veranderende tijd onder ogen te zien. Maar die werkelijkheid is meedogenloos.

De Kerstentuin die Toneelgroep Maastricht vanavond in de Goudse Schouwburg heeft opgevoerd, is aan gepast aan de huidige tijd. En wat andere aanpassingen. Zo komt Ljoebov nu niet uit Parijs, maar uit New York. En ook niet omdat haar geliefde haar heeft verlaten, maar vanwege een mislukte carrière als actrice. Geen idee waarom deze veranderingen zijn doorgevoerd.

Nou ja, regisseur Michel Sluysmans zegt dat het dik 100 jaar oude stuk nog steeds actueel is, maar wel een actualisatie nodig had. ,,Het stuk gaat over de veranderende tijd en hoe daarmee om te gaan, een thema dat ruim 100 jaar later niet minder relevant is maar wel en geactualiseerde interpretatie verdient. Jibbe Willems heeft op de fundamenten van Tsjechov een prachtig nieuw stuk geschreven, waarin zijn humor, melancholie, liefdesperikelen en mensbeeld helemaal zijn geïmplementeerd in de wereld van nu.’’

Toch blijft het heerlijk om het verhaal opnieuw (na april 2013 en ergens in 2010) weer te zien in de Goudse Schouwburg. Goed spel van Anniek Pheifer (Ljoebov) en Jeroen Spitzenberger (ondernemer Lopachin) en de andere spelers. Bijzonder vond ik de bijdrage van Beppe Costa die niet alleen de rol van bediende Firs speelt, maar ook een multi-instrumentalist is tijdens de voorstelling.

En uiteraard was ik weer blij dat de voorstelling geen pauze kende die je uit het verhaal rukt. Gewoon iets meer dan twee uur genieten. De tijd vloog voorbij.
Al met al: 5 sterren van mij.
Fotocredits: Ben van Duin

Hieronder de trailer van het stuk:

Hoe 70 jaar geleden mijn stad bijna werd verzwolgen door de watersnood

Na het zien van de zeer leerzame  en daarmee ook indrukwekkende vierdelige tv-documentaireserie Het water komt op Nederland 2, vandaag een bezoek gebracht aan het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland. Minstens zo indrukwekkend als de tv-serie.

De watersnoodramp is deze periode 70 jaar geleden. Ook in mijn Gouda kwam het water via de Hollandsche IJssel gevaarlijk hoog de zuidkant binnen. Al tientallen jaren zie ik tijdens een rondje lopen bij de Havensluis de gedenksteen die aangeeft hoe hoog het water hier gekomen is.

Dankzij de Deltawerken (de Hollandsche IJsselkering bij Krimpen aan de IJssel) wordt – in ieder geval tot de zeespiegelstijging dramatische gevolgen krijgt – een herhaling voorkomen. Zelfs op tweehoog waan ik me al meer dan 40 jaar extra veilig!

Kende de naam van het museum in Ouwerkerk alleen omdat oud-stagiair/collega M. er werkzaam is.

Bezoek aan het Watersnoodmuseum stond dus al even op mijn lijstje, maar vanochtend na het terugkijken van de laatste aflevering van die prachtige tv-serie (dank Winfried Baijens)  koers gezet naar de oever van de Oosterschelde in Zeeland. 

Schijn bedriegt

Bij op het eerste gezicht tegenviel was hoe klein het museum (in één caisson dat ik zie en dat is geplaatst na het breken van de dijk bij Ouwerkerk) oogt. Maar de uitdrukking schijnt bedriegt is hier zeer van toepassing. Het gehele museum telt vier aan elkaar gekoppelde caissons, die per caisson een verhaal vertellen.

Het begint bij de ramp van die bewuste nacht van 31 januari op 1 februari 1953, naar  de emoties van die gebeurtenis, naar de wederopbouw en de bewustwording tot in het laatste caisson de toekomst.

Ik verwachtte het niet van een tot nu toe voor mij onbekend museum, maar het is zeer interactief. Van alles te zien (foto’s, films, voorwerpen), op knoppen drukken (altijd leuk voor kinderen en het kind in mij) en te lezen.
Zeer, echt zeer leerzaam. Had gedacht er met een uurtje wel doorheen te zijn, maar het werd veel meer dan twee uur.

Geen opsmuk

Misschien dat ik het dan combineer met een stadsbezoek aan Zierikzee, een paar kilometer verderop. Ging daar na het museumbezoek even naar toe voor een boodschap. De historie die me via de autoruiten aankeek, heeft me in dat besluit bevestigd. Misschien moet ik het dan combineren met een maaltje mosselen of oesters ergens hier of op Zeeuws-Vlaanderen.

Zoals vaker bij musea ben ik niet alleen geïnteresseerd in de collectie (allerbelangrijkste, maar toch…) maar ook in het gebouw. En dit museum is dus ondergebracht in echte caissons uit 1953, net iets minder oud dan de ramp zelf.


Je ziet dus al lopende door het museum hoe indrukwekkend die betonnen constructie is. Kale muren, geen opsmuk om de ruwbouw te verstoppen.

Je loopt door de caissons zelf en de tentoonstellingen heen door een belangrijk stuk geschiedenis van ons land. Ik was zeer onder de indruk. Het was al met al zo overweldigend dat ik al heb besloten het museum later dit jaar of volgend jaar nog eens met een bezoek te vereren.

Kortom een meer dan welbestede zaterdag.  

Volgende keer ook ff over die Zeelandbrug (foto rechts) heen…

Duik in geschiedenis waatersnood die ook mij stad heeft geraakt

Na het zien van de zeer leerzame  en daarmee ook indrukwekkende vierdelige tv-documentaireserie Het water komt op Nederland 2, vandaag een bezoek gebracht aan het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland. Minstens zo indrukwekkend als de tv-serie.

De watersnoodramp is deze periode 70 jaar geleden. Ook in mijn Gouda kwam het water via de Hollandsche IJssel gevaarlijk hoog de zuidkant binnen. Al tientallen jaren zie ik tijdens een rondje lopen bij de Havensluis de gedenksteen die aangeeft hoe hoog het water hier gekomen is.
Dankzij de Deltawerken (de Hollandsche IJsselkering bij Krimpen aan de IJssel) wordt – in ieder geval tot de zeespiegelstijging dramatische gevolgen krijgt – een herhaling voorkomen. Zelfs op tweehoog waan ik me extra veilig

Kende de naam van het museum in Ouwerkerk alleen omdat oud-stagiair/collega M. er tegenwoordig werkzaam is.
Bezoek aan het Watersnoodmuseum stond al even op mijn lijstje, maar vanochtend na het terugkijken van de laatste aflevering van die prachtige tv-serie (dank Winfried Baijens)  koers gezet naar Zeeland. 

Schijn bedriegt

Bij op het eerste gezicht tegenviel was hoe klein het museum (in één caisson dat ik zie en dat is geplaatst na het breken van de dijk bij Ouwerkerk) oogt. Maar de uitdrukking schijnt bedriegt is hier zeer van toepassing. Het gehele museum telt vier aan elkaar gekoppelde caissons, die per caisson een verhaal vertellen.
Het begint bij de ramp van die bewuste nacht van 31 januari op 1 februari 1953, naar  de emoties van die gebeurtenis, naar de wederopbouw en de bewustwording tot in het laatste caisson de toekomst.

Ik verwachtte het niet van een tot nu toe voor mij onbekend museum, maar het is zeer interactief. Van alles te zien (foto’s, films, voorwerpen), op knoppen drukken (altijd leuk voor kinderen en het kind in mij) en te lezen. Zeer, echt zeer leerzaam. Had gedacht er met een uurtje wel doorheen te zijn, maar het werd veel meer dan twee uur.

Geen opsmuk

Zoals vaker bij musea ben ik niet alleen geïnteresseerd in de collectie (allerbelangrijkste, maar toch…) maar ook in het gebouw. En dit museum is dus ondergebracht in echte caissons uit 1953, net iets minder oud dan de ramp zelf. Je ziet dus al lopende door het museum hoe indrukwekkend die betonnen constructie is. Kale muren, geen opsmuk om de ruwbouw te verstoppen. Je loopt door het gebouw zelf en de tentoonstellingen heen door een belangrijk stuk geschiedenis van ons land. Ik was zeer onder de indruk. Het was al met al zo overweldigend dat ik al heb besloten het museum later dit jaar of volgend jaar nog eens met een bezoek te vereren.

Misschien dat ik het dan combineer met een stadsbezoek aan Zierikzee, een paar kilometer verderop. Ging daar na het museumbezoek even naar toe voor een boodschap. De historie die me via de autoruiten aankeek, heeft me in dat besluit bevestigd. Misschien moet ik het dan combineren met een maaltje mosselen of oesters ergens hier of op Zeeuws-Vlaanderen.

Kortom een meer dan welbestede zaterdag.  

Hemelse muziek

De laatste ‘extra’ vakantiedag op maandag vandaag doorgebracht in museum Catharijneconvent in Utrecht. Al eerder geweest om al het schoons aan kerkelijke kunst te aanschouwen. Nu een bezoek gebracht vanwege de tentoonstelling Gospel.

Een mooie, uitvoerige reis langs de opkomst en hoogtepunten van de gospel. Niet alleen in foto’s en teksten, maar ook in filmfragmenten. Die laatste maakten het bezoek extra bijzonder.

Onder andere de bijzondere uitvoering van Amazing Grace door Aretha Franklin in de New Temple Missionary Baptist Church in 1972, Clara Ward in een nachtclub en Mahalia Jackson met Keep your hand to the plow. Hemelse muziek.

De laatste was een uitvoering van een door 23.000 protestantse jongeren bezochte bijeenkomst met concerten in de Jaarbeurs in Utrecht. Het evenement was georganiseerd door het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) ter gelegenheid van zijn 150 jarig bestaan.

Kon er geen opname van vinden op YouTube, maar wel deze. Maar de cleane studio-opname haalt het niet bij een live-uitvoering.

Stevie Wonder
En bijzonder de overgang van gospel en negro-spirituals naar popmuziek en meer, uitgebeeld in tal van platenhoezen (vinyl) aan de wand. Onder andere een mij zeer bekende hoes van een album van Stevie Wonder. Deed me terugdenken aan mijn jeugdjaren. Op de jongerenvereniging 18+ werd deze grijsgedraaid.

En wat te denken van een stokoude Hammondorgel. Een veelgebruikt instrument in de gospelmuziek.

Ook de andere geluidsfragmenten, maar ook de verhalen, de foto’s maakt het tot een boeiende tentoonstelling. Een aanrader. Nog te bezoeken tot in april volgend jaar. En ik ben niet de enige die enthousiast is.

Wie al in de stemming wil komen is er een uur durende opname van een gospelcopcnert (ze hieronder) dat tot stand is gekomen in een samenwerking tussen het Catharijneconvent en de EO. Mooie nummers.

Wie geen zin of tijd heeft het hele concert te zien/te horen: ga naar 40:00 voor Way Maker door Muriel Blijd. Een heerlijk nummer.

En voor wie nog even de sound van een Hammond-orgel wil horen: