De Bergdierenrots mag er weer zijn

Een dubbele foto hierboven. Een bijzonder verblijf in Diergaarde Blijdorp. De Bergdierenrots. Zag die, voor zover ik mij kan herinneren, drie jaar geleden voor het eerst tijdens Open Monumentendag. Toen vreselijk in verval, nu na de restauratie een plaatje om te zien.

De Bergdierenrots (een rijksmonument) is, net als de andere gebouwen in de dierentuin en de inrichting van het oude gedeelte van Blijdorp zelf een ontwerp van architect Sybold van Ravesteyn (1889-1983). Blijdorp is daarmee het grootste rijksmonument van Rotterdam.

De Bergdierenrots moet in het verleden ook prachtig zijn geweest, tot de rots zelf door betonrot werd aangetast. Na buiten gebruik te zijn gesteld is dit bergdierenverblijf denk ik uit veiligheidsoverwegingen afgesloten voor het publiek.

Tijdens de rondleiding die Open Monumentendag in september 2019 was te zien hoe erg het verval om zich heen had gegrepen. Afbrokkelende muren, losliggende en –latende stenen. De gids vertelt dat wie naar de muur loopt erg voorzichtig moet zijn.

Himalayagebied
Gelukkig is vorig jaar de restauratie van de Bergdierenrots begonnen, samen met die van de ernaast gelegen karakteristieke houten stal Toko Tjitjak, de deels betegelde keermuur en de achterwand. De Bergdierenrots is eigenlijk niet meer het origineel uit de tweede helft van de jaren dertig in de vorige eeuw, maar is in 1960 vervangen door een nieuwe vanwege de slechte staat.

De opening was afgelopen juli, maar ik had de vernieuwde attractie nog niet gezien. Op deze zonnige zaterdagmiddag wel. En wat is het een lust voor het oog geworden. Het deel van Blijdorp waar de Bergdierenrots zich bevindt heet nu Himalayagebied. Het is het (extra) domein van de kleine panda’s en ook van de kuifherten.

Mijn aandacht ging vanmiddag niet uit naar deze dieren, maar ben er puur om de Bergdierenrots en alles wat erbij hoort zelf. Heb zittend op een bankje genoten van het gerestaureerde geheel. Het zal het veel geld hebben gekost, maar wat een aanwinst voor Blijdorp!

Terug naar Schotland

Na drie jaar (vooral vanwege corona) terug in Schotland. Het land heeft me beloond met goed weer. De meeste regen viel in de nacht/vroege ochtend als ik nog in de slaapzak bivakkeerde. En na zo lange tijd (voor mijn doen) er niet te zijn geweest, weet ik weer waarom ik zo verliefd ben op de Highlands en Islands.

Besloten niet als een gek het hele land te doorkruisen. Dus geen Orkney bijvoorbeeld. Dat is voor een ander jaar. Nu vooral gemiddeld vier nachten op één plek de tent opgezet en van daaruit bekende gebieden opnieuw opgezocht en weer alle landschapsbeelden in me opgenomen.

Zoals Glen Nevis bij Fort William. Ik kom precies veertig jaar in Schotland en er is volgens mij geen jaar voorbij gegaan zonder hier gewandeld te hebben.

Er is maar één wandelroute het dal in gezien vanuit Fort William en dat is via een kloof of gorge, langs de Water of Nevis. Dat is ook meteen het zwaarste deel van de route. Een misstap op het soms gladde pad en je hebt nog één keer heel kort hoofdpijn… Oppassen dus.

Daarna ontvouwt zich een prachtig dal. De vele (nou ja, vele…) bezoekers verspreiden zich. De meesten blijven in het eerste stuk bij de touwbrug en de Steall Waterfall. Wie linksaf slaat, richting Rannoch Moor heeft de rest van de glen bijna voor zichzelf. En op een dag als vandaag is het helemaal een feestje. De zon schijnt; het is niet te warm of te koud. Ideale omstandigheden voor een wandeling van een paar uur.

Een prachtig begin van de vier weken durende vakantie. Terug in Kinlochleven waar mijn tent staat, schenk ik mezelf een flink glas whisky in als beloning. Na een maaltijd in de pub de ogen dicht en me voorbereiden op een volgende wandeling.

Corrour estate
En dat is Rannoch Moor, of beter: Corrour estate op Rannoch Moor. Ook daar moet ik elk jaar heen. Het gebied is oogverblindend mooi, maar het eigenlijke doel is Peters Rock.

Deze rotspunt op Corrour Estate heeft een plaquette voor Peter Trowell. Hij is in 1979 verdronken in Loch Ossian (verdwenen in een wak; gevonden toen de dooi goed inzette). Ter nagedachtenis is de plaquette aangebracht op deze rots.
De plek staat nu ook op de ‘stafkaarten’ van de Ordnance Survey bekend als Peters Rock. Behalve zijn naam, geboorte- en sterfdatum staat er een vers:

I have a friend, a song and a glass
gaily along life’s road I pass
joyeus and free out of doors for me
over the hills in the morning.

Dat is sinds is het de eerste keer zag, min of meer mijn levensmotto.

Na een paar dagen verzet ik via Morvern de koers naar het eiland Mull. Als altijd een heerlijke plek langs het water van de baai bij Craignure. Mooi zicht op de langsvarende schepen en de veerboot van Mull naar Oban op mainland Scotland. Me weer prima vermaakt bij Lochbuie, Calgary (strand en Art is Nature) en natuurlijk op zondag naar de kerk op Iona.

Het eiland is vooral bekend vanwege de Abbey, gewijd aan St. Columba. Nu een oord dat – voor de kenners – een heel klein beetje vergelijkbaar met Taizé in Frankrijk, maar dan niet katholiek en geen monniken. En ondanks de regen deze ochtend zit de abdij vol tijdens de dienst.

De volgende dag opnieuw naar Iona. Ben er tot nu toe steeds geweest voor de abdij, maar vandaag – opnieuw heerlijk weer – een wandeling naar de andere kant van het eiland, St. Columba’s Bay.

Wel foutje gemaakt. Ik publiceer op Facebook onder andere foto’s in de groep Schotland. Op foto’s van mijn bestemming krijg ik de melding dat dit niet St. Columba’s Bay is, maar dat die een paar kilometer verderop is. Mooi, heb ik voor volgend jaar alvast weer een bestemming.

Glen Affric
De volgende dag een flinke autorit naar Glen Affric. Dus terug via Morvern naar Fort William en daarna koers richting Inverness om bij Drumnadrochit dit mooie dal in te gaan.

Al jaren is Cannich mijn vaste kampeerplek. Een dorp van niks, maar je treft er een dorpswinkel en een pub. Het gaat me hier om het landschap. In de eerste plaats het mooie Glen Affric zelf, maar ook Glen Mullardoch.

Beide routes brengen je, net als op Mul, in een rustige stemming. e mag er 60 miles per hour rijden (tegen de 100 km per uur), maar je mag blij zijn als je op veel van de stukken weg de helft haalt. Hier niet veel gewandeld, maar wel genoten van het uitzicht. Je komt er helemaal tot rust. Een beetje Zen. Zo heet dat toch?

En al ben ik dol op de rust in de glens, een dagje de stad in, is niet te versmaden. Dus naar Inverness geweest. Valt weinig over te melden. Gewoon wat winkelen en stadsgeluiden horen, wachten voor een verkeerslicht, u kent dat wel.

De volgende halte is Skye. Ook al sinds 1982 een eiland dat ik nooit oversla. En ook al jaren kampeer ik op Sligachan, langs de route van Broadford naar de hoofdplaats Portree.

Dan doe je op een zonnige ochtend je tentdeur open en wensen de bergtoppen Slamaig en Marsco je goedemorgen. Je dag kan gelijk al niet meer stuk. En wat dacht je van de avonden. De pub Seamus Bar aan de overkant van de weg heeft ruim vierhonderd verschillende malt whisky’s op voorraad!

Nieuwe distilleerderij
Over whisky gesproken: het eiland heeft er in 2017 voor het eerst in 190 jaar een nieuwe whiskydistilleerderij bij gekregen, Torabhaig (spreek uit Toraveeg en dan een g die bijna als een k klinkt).

De eerste twee whisky’s zijn uit en ik heb die van dit jaar geproefd, de Allt Gleann. Milde peat. Niet te versmaden.
Gelijk een fles aangeschaft. Heb begrepen dat de fles in Nederland ruim 60 euro kost. ik heb er (met ter plaatse te besteden kortingsbon) ongeveer 55 euro voor betaald. Dat scheelt een slok op een borrel kun je in dot geval wel zeggen.

Een van de wandelingen op Skye voert me naar Boreraig, de ruïnes van een dorpje met die naam over de heuveltoppen, niet ver buiten Broadford.

Een tocht van netto 1,5 uur in complete stilte. Geen mens te zien. Het enige geluid komt van de wind en van de vogels.

Schoonheid
Na een uur hier genoten te hebben van de zon, de rust en het uitzicht, terug via dezelfde route. Maar omdat je die in omgekeerde richting doet, oogt het landschap als nieuw. 

Wat een schoonheid. Als je ergens tot absolute rust wilt komen, is het hier wel. Tijd lijkt niet te bestaan.

Een tocht op Skye die wel op het programma stond, maar is afgevallen, is Quiraing, aan de noordkant van het eiland. Enkele jaren geleden al een klein stukje gelopen. Gaat niet door dit keer. Het parkeerterrein dat er tegenwoordig is, is overvol. Zelfs de uitloopgebieden. Dan weet je genoeg: het is hier te druk.

Wel de volgende dag de tocht naar Neist Point Lighthouse. Een korte, leuke wandeling. En dan bij de vuurtoren genieten van het uitzicht. 

Cranachan
Een bezoek aan Applecross ontbreekt ook al jaren niet in mijn reisprogramma. Een peninsula in het noordwesten van het land. De rit met haarspeldbochten is altijd leuk om te doen, maar het eigenlijke doel is de Applecross Innn. Geroemd om de gezelligheid en gemoedelijkheid. Het eten is er fantastisch. En hier heb ik als toetje uiteraard Cranachan. Het is een dessert waarvan je – helaas – geen twee achter elkaar krijgt weggesnoept. 

Queen Elisabeth II
Maar Ruud, hoor ik u denken, je hebt het nog helemaal niet gehad over het overlijden van Queen Elisabeth II gehad. Is dat aan de journalist die je toch bent voorbijgegaan? Nee hoor, alles gevolgd op de radio, in de krant en via de social media. 

Alleen de proclamatie in St. James Palace in Londen dat hij de nieuwe koning is en een aantal geloften doet (onder andere de rechten van mijn kerk de Church of Scotland te eerbiedigen) en de begrafenis van QEII via de BBC gevolgd in mijn auto.
O ja, en – ik kon het niet laten – me nog even bemoeid met een verhaal voor mijn krant. Twee storende fouten op tijd weten te corrigeren via een intern communicatiekanaal.

De rest van de vier weken voor aantal afspraken met goede vrienden doorgebracht in Stirling en Edinburgh. Op de terugreis nog even door de map meer meer dan duizend foto’s en filmpjes gebladerd. Een aantal treft u in dit verhaal aan en hieronder in een tweetal filmpjes. Plezier er mee.

Foto-album:

De andere kant van Maastricht

De bedoeling was vandaag een bezoek te brengen aan de St. Pietersberg aan de kant van Ternaaien/Lanaye in het Belgische Wallonië. Ter plekke in dat dorp het plan gewijzigd en langs de Maas naar Maastricht gewandeld.

Had in Eijsden Google Maps tevoorschijn gehaald om een route te krijgen naar een geldautomaat.
Wie van Eijsden over een van de ‘lopen’ van de Maas naar Ternaaien wil, moet gebruik maken van een voet- en fietsveer. De schipper accepteert alleen cash en voor een enkeltje betaal je 1,20 euro. Terug dus nog een keer en zoveel klein geld heb ik tegenwoordig niet meer in mijn portemonnee.

Lopen dwars door Eijsden is nooit vervelend, zeker niet als je de beeldengroep De Cramignon op het Vroenhof mag passeren. Een vrolijk makende reidans, vervaardigd door Vera de Haas. Zie foto boven dit verhaal.

Anyway, na het maken van foto’s aan de oever van de Maas (onder andere de fraaie tuibrug over het Albert Kanaal, zie foto rechts) in Ternaaien op Google Maps nog eens gekeken hoe lang het lopen zou zijn naar hartje Mastricht. Ergens tussen de anderhalf en twee uur. Leek me ineens een mooie test voor de komende vakantie in Schotland als ik ouderwets veel (berg)wandelingen hoop te maken. Dus niet met de pont terug naar Eijsden.

Geen spijt gehad van deze wandeltocht. Gewoonlijk kom ik per trein in Maastricht aan en ga over de bekende Sint Servaasbrug naar het centrum. Nu dus naar de Limburgse hoofdstad via een omweg en de stad via de andere kant in.

Mooie, rustige wandeling langs het water. Zicht op de hoge wanden van de mergelgrotten, de sluizen van Ternaaien (écluse de Lanaye) en langs het cementbedrjf ENCI, dat al zo’n 100 jaar mergel wint van de St. Pietersberg.

Een deel van het gebied is/wordt getransformeerd naar recreatie. Dat bekijk ik een volgende keer wel. Wel genoten van het  keramisch reliëf van een gestileerde cementoven met mergelwinners en bouwvakkers: Vemergeld rijk. Is bevestigd aan de zijgevel van het hoofdgebouw. Een lust voor het oog.

Na dik twee uur lopen (want tja, je moet ook foto’s maken en wat filmen) is eindelijk het terras van Charlemagne op het Onze Lieve Vrouweplein in Maastricht in zicht. Deze plek heeft mijn persoonlijke voorkeur boven het Vrijthof.

Genoten van een paar glazen voortreffelijke Riesling van Weingut K.F. Groebe. Had ik wel verdiend na zo’n onverwachte wandeltocht. Elk excuus…

Pet trein terug naar Gouda. Een welbestede dag. Mooi om Maastricht eens van de andere kant te zien.

O, en het lopen ging goed (als ik niet in Schotland ben, maak ik geen wandelingen van een paar uur), dus ik ben klaar voor mijn vakantie.

Op de kaart hiernoven in blauw de wandelroute vanaf Ternaaien. Eijsden ligt rechts van Ternaaien. En hier onder een kort filmpje van vandaag.

Gouds krachtvoer voor skûtsjebemanning heeft effect

Traditioneel – zo kan ik het inmiddels wel noemen – vandaag voor de wedstrijd skûtsjesilen op het IJsselmeer bij Stavoren een bezoek gebracht aan het volgschip van het Ljouwerter skûtsje, de Vrouwe Nieske.

Elk jaar brengen we op de wedstrijddag van Stavoren (Starum zijn zijn Fries) Goudse stroopwafels voor de bemanning van het Ljouwerter skûtsje (waar aantal vrienden en ik donateur van zijn) en hun partners die op het volgschip ervoor zorgen dat het niemand aan iets ontbreekt.

Jaren geleden als aardigheidje bedacht en ook nu gaan we langs met de Goudse traktatie als onze blijk van interesse en steun voor allen die zich deze twee weken van het SKS skûtsjesilen inzetten voor het geweldige Friese evenement.

Na de koffie vertrekken wij langs de oude sluis en het Vrouwtje van Stavoren naar de dijk langs het IJsselmeer om een mooi plekje te zoeken om de wedstrijd te volgen.

We zien al snel de boeien liggen die het wedstrijdveld markeren, dus de stoeltjes en de koelbox worden klaargezet. Verrekijker in de aanslag, net als een fles Berenburg. We zijn er helemaal klaar voor.

Met volop zon en de wind uit het noordwesten met kracht 3, is het goed toeven aan het water. Maar goed dat we op tijd een plekje hebben uitgezocht, want allengs wordt het drukker en drukker met toeschouwers.

En net als wij zien al die mensen de veertien skûtsjes langs komen tijdens de wedstrijd. In het ochtendoverleg van de schippers en de wedstrijdleiding in evenementengebouw De Kaap is gekozen voor een op-en-delbaan (zie tekening hier links), een soort heen en weer route. Een bovenboei met een wegbrengboei en onderin een poort waar de schippers kunnen kiezen welke ton ze ronden. Een mooi gezicht om het varend erfgoed twee uur lang dichtbij voorbij te zien trekken.

Het Ljouwerter skûtsje wint vandaag (weer) niet, maar de derde plek is veel beter dan het resultaat van de afgelopen week. Dat kan maar door één ding komen: de bemanning heeft al stroopwafels op voor ze het water opging en het Goudse krachtvoer heeft wonderen verricht.

Hopen dat het nog doorwerkt de komende week en dat Leeuwarden nog wat stijgt boven de negende plek in het klassement.

De dag besloten met een heerlijke maaltijd (bietencarpaccio, gevolgd door een pan mosselen) in restaurant De Gulden Leeuw in Workum.

Klik hier voor het wedstrijdverslag van vandaag. En bekijk hieronder een kort filmpje

Mijn theatervoorstellingen in seizoen 2022/2023

Uitgesteld, uitgesteld, maar nu besteld (en deels gekregen): mijn keuze voor het nieuwe theaterseizoen in de Goudse Schouwburg:

15 december 2022: Dolf Jansen – Flitsbezorgd (oudejaarsconference)
21 januari 2023: Scrum – Back to Basic (heerlijke Schotse en Ierse folk)
4 april 2023: Bert Visscher – Dat zie je een ander niet doen
12 april 2023: De Kersentuin – Toneelgroep Maastricht

Wil ook graag naar jubileumvoorstelling 30 jaar Goudse Schouwburg (ik ken de oude nog, heb de bouw en opening nieuwe meegemaakt, dus ja…), maar daar zijn nog geen kaartjes voor te bestellen.

En nog meer wil ik graag naar voorstelling Youp van ’t Hek in maart volgend jaar. Zijn geen (of nog ergens in ’t schellinkje) te krijgen, dus sta op wachtrij.

Zou mooi zijn in het jaar dat ik de journalistiek vaarwel zeg, de man te zien die opmaker was bij de tijdschriften waar ik in 1975 mijn journalistieke carrière begon. Het is, heeft hij aangekondigd, ook zijn laatste kunstje. Duimen dus.

Hoe dan ook al vier mooie voorstellingen in the pocket.

De leeuw is los

Na twee jaar eindelijk weer skûtsjesilen in Friesland. En uiteraard volg ik dat met paar vrienden die net als ik lid zijn van de donateursclub van het skûtsje van Leeuwarden of Ljouwert.

Elk jaar wonen we ten minste twee wedstrijden bij: de eerste op het Pikmeer en de Wijde Ee bij Grou en later die op het IJsselmeer bij Stavoren. Een lange dag vandaag, want Grou ligt zoals u weet bij Leeuwarden, dus vanuit Gouda is het nog een flinke autorit van 2,5 uur (inclusief korte koffiestop op vaste plek).

Maar goed, we kunnen weer naar de zeilwedstrijden en het weer is prachtig. Muziekje aan en gaan met die banaan… eeehhh  Mazda.

De openingswedstrijd bij Grou is op het Pikmeer en de Wijde Ee. Wij kiezen al jaren voor een tocht met de rondvaartboot Marprinses die altijd een mooi plekje krijgt op het laatste water. Ook nu weer. De boeien waar omheen de skûtsjes moeten ligt vlak voor ons aan stuurboord. 

Friesland kent twee skûtsjewedstrijden, het open kampioenschap van de IFKS waar volgens mij zowat alles wat skûtsje is aan kan meedoen en de strenger gereglementeerde wedstrijden skûtsjesilen van de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen SKS. Veertien skûtsjes. En de schipper van elke boot moet uit een geslacht van skûtsjeschippers komen. Elk schip is herkenbaar aan een eigen zeilteken. Dat van Leeuwarden/Ljouwert is – uiteraard – de leeuw.

Eigen water
Weer genoten van de twee uur durende wedstrijd van vandaag, al was het niet echt spannend te noemen. Grou heft ‘op eigen water’ gewonnen, dus groot feest op het water en op de wal.

Ljouwert is als negende geëindigd, maar heeft wel een tijdje op de vier plek gelegen. Aan het schip kan het niet gelegen hebben, hebben we eerder dit jaar gehoord op de donateursdag (meezeilen!), dus de bemanning moet de komende dagen nog even flink aan de bak. Komende zaterdag zijn we bij de wedstrijd op het IJsselmeer, dus een plek in het ‘linker rijtje’ zien wij graag.

De puntentelling is ingewikkeld. De winnaar krijgt 0,9 punten, de laatste 14, maar protesten kunnen strafpunten opleveren. Op één dag maakt dat misschien niet zoveel uit, maar in het klassement in het twee weken durende kampioenschap wel.

Zoals altijd de dag in Friesland besloten met een goede maaltijd. Dit keer in eetcafé Westersail in Earnewald. Een lekkere bieten carpaccio en een boerenschnitzel. Zeer aangenaam. En daarna nog dik twee uur terug naar Gouda rijden…

Beetje oog in oog met mijn allereerste auto

Midden jaren zeventig kocht ik mijn eerste auto. Een derdehands, maar wel een gaaf voertuig: Daf 55 Coupé.

Derdehands, want nog weinig geld als beginnend journalist. Het betekende wel bevrijding het openbaar vervoer. Er reden nog niet zoveel treinen als nu, dus om op tijd op de redactie te zijn, moest ik al voor 07.00 uur naar het station in Gouda. En eenmaal in Amsterdam nog met de tram naar het Leidseplein en dan nog wat lopen naar de Tesselschadestraat.

Al met al een reis van ongeveer anderhalf uur. De auto bracht me in iets meer dan een uur via Alphen aan den Rijn (N207) en dan afwisselend via Leimuiden en de A4/A10 of via Nieuwkoop/De Kwakel (N201)  naar het centrum van 020.

Het reed echt snel aan. Snelheidscontroles waren er niet of nauwelijks en de Daf kon een hoge snelheid halen. Leukste was de route via De Kwakel, omdat je dan bij de oprit van de A4 stond te wachten voor het verkeerslicht en er heel laag een landend vliegtuig voor Schiphol over je heen kwam en de auto flink schudde. Altijd weer leuk.

Waarom ik deze herinnering ophaal? Vandaag op vrije dag met troosteloos weer heb ik twee musea in Eindhoven bezocht, waaronder het DAF museum.
Het merendeel van de bezoekers kwam er in elk geval deze dag voor de vrachtauto’s. Mijn aandacht ging uit naar de personenauto’s op de eerste verdieping. Zag er de DAF 33 zoals mijn broer en mijn vader die hebben gehad en mijn 55 Coupé.

Nou ja, niet echt de mijne, want die is later in de jaren zeventig bij de sloper beland. Wel hetzelfde type, niet de kleur die ik had: oker. Zag in de tentoonstelling wel een qua uiterlijk eenduidige uitvoering, de 66 Coupé in die kleur. Dus met beide voertuigen op mijn netvlies, stond ik toch een beetje naar mijn allereerste auto te kijken. Jammer dat ik er niet even in mocht zitten.

Nostalgie, maar verder niks. Die DAF had geen elektrisch bedienbare ramen, een radio heb ik later laten inbouwen, net als achterruitverwarming. En airconditioning, climate control en cruise control bestonden nog niet.

Toch heb ik veel plezier gehad van dat voertuig. Het bracht me op plekken die met het ov of de fiets niet bereikbaar waren.

Evoluon

Het tweede museum vandaag had ook iets nostalgisch: het Philips museum.
Grappig om de oude toestellen zoals een van de eerste stofzuigers en scheerapparaten te zien; het begin van de gloeilamp en meer ouwe meuk.

En een van de eerste draagbare cassetterecorders. Ouderen onder de lezers zullen hem bij het zien van de foto links misschien wel herkennen.

Nostalgie, omdat ik ook gelijk moest terugdenken aan het Evoluon, het prachtige tentoonstellingsgebouw van Philips dat de gelijkenis heeft met een vliegende schotel. Las ergens dat binnenkort je er als bezoeker weer terecht kunt. Ga ik zeker doen.

Zag in een van de vitrines nog een draagbare radio in de vorm van het Evoluon. Die heb ik zo’n vijftig jaar geleden daar ook gekocht. Misschien ligt die nog wel in een doos die sinds de verhuizing naar mijn huidige woning begin 1983 nog nooit is uitgepakt.
Toch maar eens op zoek gaan.

Schepen Ahoy!

In Harlingen me vandaag vergaapt aan de Tall Ships die er liggen afgemeerd. Prachtige historisch ogende, maar vaak moderne zeilschepen.

Ze liggen hier afgemeerd als tussenstop van de Tall Ships Races maar in Harlingen is er direct een groot evenement omheen gebouwd.  Een aantal van de schepen mag bezocht worden. Dus aan boord, trappetje op, trappetje af. Samen met de duizenden andere bezoekers. 

Vanaf de wal is een schip al een plaatje om te zien, maar aan boord kan er oog zijn voor details, zoals de houten haken waar de touwen van de zeilen aan worden vastgezet.
De manier waarop op dek de touwen netjes in een cirkel liggen opgerold. Koperen relingen… Alles straalt uit dat de eigenaars en bemanningen trots zijn op hun tall ships.

Schepen uit binnen- en buitenland. Zelfs uit het sultanaat Oman, de Shabab Oman II. Dan kijk je naar het infobord en zie je dat dat schip wel in Nederland is gebouwd.

Doedelzak

De bemanning van dit tall ship een waar feestje bouwt om hu aanwezigheid luister bij te zetten. Begeleid door een doedelzak (ja, die komt nu eenmaal van oorsprong niet uit Schotland) gaan ze al dansend op weg naar een middenterrein op de haven voor een touwtrekwedstrijd (tegen de bemanning van de Dar Mlodziezy uit Polen.

Dat Oman verliest is geen reden om weer al dansend op muziek terug te keren naar hun schip. Ook daar wordt later op dek nog een show van dans en muziek gegeven voor het publiek dat er in groten getale voor blijft staan kijken.

Harlingen is de perfecte plek voor een evenement als dit. Compact havengebied, maar voldoende ruimte (ook in de binnenstad trouwens) om zoveel schepen te herbergen.
En uiteraard ook voldoende ruimte voor het randprogramma (muziek van dj’s en dergelijke, kramenmarkt, presentatie van bijvoorbeeld de reddingsmaatschappij KNRM, activiteiten voor kinderen, eet- en drinktentjes) waarvan ik alles (op een lekkere smoothie na) aan me voorbij heb laten gaan.

WhatsApp
Bezoek gepland na bericht op WhatsApp van vrienden K+K, die met hun eigen boot door Friesland toeren en deze dag naar Harlingen zouden gaan om het evenement te bezoeken. Spontaan bedacht vandaag heen te gaan. 

Je moet er wel wat voor over hebben om er van Gouda heen te gaan. Gewoonlijk kun je elk uur met één trein van de NS van Gouda naar Leeuwarden en dan het laatste stuk naar Harlingen met een andere vervoerder (Arriva), maar niet vandaag.
Vanwege werkzaamheden aan het spoor is de reis in zes (!) delen geknipt, inclusief een 20 minuten durende busrit van Zwolle naar Meppel. Maar ach, het is zaterdag, de zon schijnt en er ligt een leuk evenement in het verschiet…

Natuurlijk met K+K in de loop van de middag twee keer een terras opgezocht. Op het eerste een Vlaams Paard van de hier gevestigde havenbrouwerij Het Brouwdok en later op het andere – je bent in Friesland of je bent het niet – Berenburg.
Al met al een fantastische dag!

Bekijk hieronder een korte filmimpressie:

Lang weekeinde Duitsland

Weekeinde Duitsland

Een lang weekeinde kerkvergadering in Bochum (Duitsland, Noordrijn-Westfalen). Leuk, want de enige kerk in Europa waar ik voor de International Presbytery van mijn kerk (Church of Scotland) nog nooit ben geweest.

De rit naar Bochum verliep afgelopen donderdag niet zoals gepland. Een vrachtauto had bij Oberhausen geen erg in zijn hoogte en ramde een spoorviaduct. Bij Arnhem moest mijn ICE dus omrijden via Den Bosch en Venlo richting Duitsland.
Tijdverlies door het omrijden en het wachten (bijna half uur) tot Prorail een gaatje had gevonden in het spoorrooster.
In plaats van 17.50 dus pas om 19.45 uur. En vanaf Venlo eerst met boemeltje naar Mönchengladbach, om laatste half uur nog even van de relaxte zit in een ICE te genieten.

Het was wel weer even wennen: in Duitsland zijn in het ov (en sommige gebouwen) het dragen van een mondkapje nog verplicht. En die fijne, stoffen van mijn werkgever werden niet getolereerd door de strenge toezichthouder in de regionale trein. Het moest de officiële FFP2 zijn Tja, die had ik uiteraard niet bij me. Colelga-toeizchthouder wel en die bood me er een aan, ,,omdat ik vandaag in een goerde bui ben…

Gelukje: hotel waar ik overnachtte dit weekeinde is vlak achter het station. Snel opfrissen dus en met predikant en zijn echtgenote die dezelfde rit maakten op etensjacht. Die gevonden – op loopafstand – in het Italiaanse restaurant Farina. Heerlijk op terras gezeten en genoten van een fantastische Carbonara. Die maaltijd weggespoeld met een frisse, droge Riesling. Niks mis mee om een reisdag zo te besluiten.

Het Ibis-hotel biedt kamers van het formaat schoenendoos, maar alles wat je nodig hebt zit er in. Zeer goed bed, goede douche. En een fantastisch ontbijtbuffet: boord, broodjes voldoende soorten beleg, uitstekende koffie en scrambled eggs (helaas geen bacon). Voor iemand zoals ik die niet luncht, genoeg om het daarna tot het avondeten uit te zingen.

Bratwurst

Vrijdag en zaterdag is goeddeels gevuld met vergaderen in het kerkgebouw naast de Pauluskirche, iets meer dan tien minuten lopen van het hotel.
Met de inhoud vermoei ik mijn lezertjes niet. In de avond echt Duits eten: bratwurst met een goede currysaus, klaargemaakt op de barbecue op het plein tussen de twee gebouwen.

O ja, en heerlijke Bochumse bieren: Moritz Fiege en Moritz Bernstein. Zeer ontspannen sfeer. Nodig ook wel, want vanwege corona hebben predikanten, ouderlingen en anderen elkaar niet in het echt kunnen ontmoeten.

Het middagprogramma van de vergaderagenda ging vlotter dan gepland. Dat betekende dat enkele ontwerpen naar voren konden worden gehaald. En dat had weer tot resultaat dat de zaterdagmiddag ineens ter vrije besteding was.

Mooie gelegenheid om onder een strakblauwe lucht van Bochum te genieten. Groot geworden door de mijnbouw, maar daar herinnert alleen een museum nog aan. Modern centrum naast de altstadt, met de St. Peter en Paul’s Propstei kerk (gebouwd door keizer Karel de Grote).

Heel bijzonder is de passage onder het spoor vlakbij hotel. Met neonverlichting staat er Wohin is verschillende talen (ook in het Nederlands). En als je de andere kant uitloopt staat er Woher (waar vandaan). Bijzondere manier om een saaie passage een vrolijk aanzien te geven. Zie de foto boven dit verhaal.

Groot nadeel van Bochum en de rest van Duitsland naar ik begreep, is dat je in veel winkels niet met je Nederlandse Visa-card of bankkaart kunt betalen. De terminals weigeren die steevast. In het land van de Europese Centrale Bank kun je dus niet met je pas betalen en moet je eerst een geldautomaat zien op te sporen (die zijn er gelukkig volop) om cash te halen.

Catering

Het zaterdagavonddiner dit keer niet in een restaurant. Er was catering geregeld (rekening man, zoals altijd met het avondeten op zaterdag tijdens de classis-weekenden) en vanwege het mooie weer kon dat opnieuw op het ‘kerkplein’. Opnieuw volop gelegenheid om bij te praten en bij mijn vertrek naar het hotel kort voor middernacht was het nog steeds niet koud buiten.

Zondag pas om 12.30 uur kerkdienst, omdat de Pauluskirche niet van de English Speaking Congregration (ECC) is, maar wordt gehuurd van de Protestantse kerk. Genoeg tijd dus om tussen ontbijt en inpakken en kerkdienst nog even van de zon te genieten. Na de kerkdienst voldoende gelegenheid om leden van de ECC te ontmoeten.

Blij dat na corona de International Presbytery van mijn kerk weer ‘in person’ bijeen kon zijn. Het volgende classis-weekeinde is in oktober in Boedapest.

Je kan het dak op

Je kan het dak op. Ja, dat kan tot ergens in de loop van deze maand in Rotterdam.

De Rotterdamse Dakendagen (‘Roof Top Walk’) geven je de gelegenheid om van de ene kant van de Coolsingel naar de andere kant te lopen door de lucht. Of, ok het wat uitgebreider te maken van de kant van het  World Trade Center (WTC) bij de verhoging van de Koopgoot naar de Bijenkorf en andere daken tot de rand van de parkeergarage op de hoek van de Aert van Nesstraat met de Hennekijkstraat.  

Wie het zo leest of op tv of in de krant heeft gezien/gelezen, lijkt het iets van 10 – 15 minuten, omdat je vooral de oversteek over de Coolsingel ziet.
De wandeling door de Rotterdamse lucht is echter groter.

Moestuin
OK, misschien niet direct aan de kant van het WTC, maar temeer aan de overzijde. Wandelend over de daken van de gebouwen (want daar gaat het over bij de Rotterdamse Daken Dagen) leer je ook wat we met daken kunnen doen. Zeker in Rotterdam.

Een plat dak een plat dak laten, of er een moestuin maken, een plantenrijke stadstuin of simpel iets met sedum. De mogelijkheden zijn legio. En niet alleen ‘groen’. Daken kunnen ook gebruikt worden om iets als sport en spel toe te voegen.

Ik geef toe. Ik ging vooral al die trappen naar het hoogste punt (Coolsingel, 29,5 meter) op om vanaf grote hoogte de Erasmusbrug te kunnen zien, het stadhuis, de fontein op het Hofplein en mijn kerk (helaas verstopt achter de hoogbouw).

Los van dit alles: ik heb een fantastische ochtend beleefd op hoogte in mijn geboorte- en kerkstad Rotjeknor!

Dakkapel
Prachtige vergezichten, maar de inzichten om daken te vergroenen (Rotterdam schijnt daarin een grote voorloper te zijn in de praktijk) is geweldig. Naar ik van de aannemer van mijn huisbaas heb begrepen krijg ik een nieuw dakkapel. Misschien een goed moment dan te pleiten voor sedum op het dak.

OK, ik geef toe dat het dak van een dakkapel maar een heel kleine bijdrage is, maar alle kleine beetjes helpen. Toch?

Hieronder een filmpje van vandaag.