4/4

Een paar dagen Mull betekent voor mij een mooie lange rit (‘rondje’) over het eiland. Bekende plekken opnieuw bekijken en genieten van het nieuwe uitzicht, omdat de lucht en het licht weer anders zijn dan vorig jaar en zeker dan afgelopen winter. Waarom ik hier toen ben geweest? Wel, deels om dezelfde reden als elk jaar: fish and chips bij de beste kraam van Mull, die op de pier in de hoofdplaats Tobermory. Een vroeg diner (om iets na drie uur), dus vanavond om de maag nog even bij te tanken heerlijk bread and butter pudding (niet een Schots, maar wel een Brits, niet te versmaden nagerecht) gegeten in de Craignure Inn, mijn thuisbasis dezer dagen. Het broodgerecht (gegrild, of uit de oven?) zo te zien lagen brood, met wat suiker. Qua structuur lijkt het ook iets op appelgebak. Hoe dan ook, het heeft me zondagavond goed gesmaakt, dus vanavond in de herhaling. En ach, ik moet toch in de pub zijn, dus…
Een van de redenen om terug te keren naar Mull, is ook de oversteek naar Iona, het eiland waarvan het verhaal gaat dat van hieruit St. Columba (uit Ierland overgestoken monnik) de kerstening van (Noord-)Europa is begonnen, in de tweede helft van de zesde eeuw. Hoe dan ook, Iona is een spiritueel eiland van rust; een beetje Taiz (Frankrijk), maar dan minder vol en zeker minder opdringerig gelovig. Ik kom er terug om weer in de abbey te zijn, door de gangen te lopen en te genieten van het uitzicht.

De galerij van Ionba Abby -  Ruud F. Witte 2008

Het weer werkt mee. De zon schijnt volop en door de wind verkleur ik aardig in mijn gezicht. Da’s ook de enige plek. Het is met die wind te fris om het fleece-vest uit te doen. En een paar uur later, als ik op de camping de borrel heb ingeschonken, begint het te regenen. Gelukkig, na dik een uur klaart het op; de zon keert terug. Tijd om naar de Craignure Inn te gaan. Geen plekje aan het raam aldaar, maar een pint Belhaven Best vergoedt veel. O ja, en voor de derde keer deze week bread & butterpuddng gegeten!

De breadandbutterpudding van de Craignure Inne -   Ruud F. Witte 2008

Met de boot van Craignure naar Oban ben je eerder in Edinburgh (mijn volgende en laatste overnachtingplaats), maar toch verkies ik de route via Lochaline Ardgour Corran (twee ferry’s), omdat je dan de mooie route van Lochaline richting Strontian hebt en op het ‘echte’ vasteland de route door Glencoe/Rannoch Moor. Beide onderdelen van de reisroute wedijveren om mijn gunst. Ze eindigen onbeslist. Ze zijn allebei overweldigend. Het glooiende, groene van het eerste deel van de reis en het woeste van het hoogveen. Nou, misschien wint Rannoch Moor het dan toch. Dat gebied heb ik meer dan eens lopend doorkruist. Deels over de Corrour estate, van Loch Ossian naar Rannoch station. Een wandeling van ruim vijf uur door gebied waar geen paden zijn, dus kaart en kompas mee. En dan via mijn favoriete rustpunt: Peters Rock, waar de inscriptie staat die al jaren als deel van de ondertekening van mijn priv e-mails staat:
I have a friend, a song and a glass
gaily along lifes road I pass
joyus and free out of doors for me
over the hills in the morning.
*
Zelfs als ik op de Trunkroad A82 van Glencoe naar Bridge of Orchie rijd en ik zie het bord van de summit van Rannoch Moor, schieten die regels me altijd te binnen. Ze geven mijn plezier in Scotland, mijn terugverlangen naar dit land, weer als geen enkel ander vers, boek, dia, film of foto, of wat dan ook. Je moet hier geweest zijn om het ultieme Scotlandgevoel te hebben opgedaan. En dan heb ik het nog niet eens over de Trossachs, het gebied van Glencoe richting Perth. Samen met het gebied van Loch Lomond vormt dit een nationaal park. Als je hier doorheen rijdt, snap je waarom. Las trouwens deze week dat de Loch Lomond song (,,Youll take the high road…) helemaal niet zon vrolijk kampvuurlied is als ik altijd heb gedacht. Het gaat figuurlijk – over de ter dood veroordeelde en de verrader van Schotland die uit genade wordt vrijgelaten en de gemakkelijke of high road vanuit Engeland naar Schotland mag terugkeren. De ter dood veroordeelde volgt de moeilijke (low road) naar zijn Schotland. Hij doet daarmee meer goed voor Scotland. Nou ja, weer wat geleerd.

Nog n dag Edinburgh. Niet om de camping, want op deze regenachtige dag is een modderpoel. daar kan de campingeigenaar weinig aan doen. Maar van volgens mij, de duurste camping van Scotland, mag wel iets meer worden verwacht dan een miezerig straaltje van de douche en apart betalen voor Wi-Fi. Herinner je het verhaal over mijn verblijf in Glen Affric nog? Nog niet de helft van de prijs van hier, gratis internet en ook nog betere grond. En zonder het geluid van de vele auto’s die voobijrazen op de nabijgelegen City Bypass A720 ( de ‘ruit’ van Edinburgh). Gelukkig is er Edinburgh zelf nog. Het blijft een heerlijke stad, vol geschiedenis, architectuur, leuke winkels, musea, pubs. Gelukkig ben ik hier nu het festivalseizoen is afgelopen. Iets minder druk, voor zover dat mogelijk is de hoofdstad van Scotland. En de zon schijnt (voorlopig!).
Overal in het centrum straten opgebroken; de voorbereidingen voor de aanleg van de tramlijn, die Leith, het vliegveld en het centrum met elkaar verbindt van 2011 af.
Dit keer ook naar de National Gallery, nabij de kruising van Princes Street en de The Mound, waar zich schilderijen bevinden die in bruikleen zijn van de Duke of Sutherland wil ze te gelde maken, om het familiekapitaal aan te zuiveren. Vooral twee werken, van Titan, zijn de afgelopen maand veel in het nieuws geweest. Het zijn de topstukken van het museum. er wordt zelf gezegd dat als deze twee stukken hier zouden verdwijnen de gallery verwordt toto een dertien-in-een-dozijn museum, dat je kunt missen. De duke is gelukkig de beroerdste niet. Geschat wordt dat de twee topstukken een veilingwaarde halen van 300 miljoen pond. De gallery mag ze hebben voor een derde van dat bedrag. Als voor het einde van het jaar de 50 miljoen voor het eerste schilderij op tafel wordt gelegd, ziet de duke (voorlopig) af van de veiling. Aardig toch h?
Nog wat laatste inkopen, de laatste getapte pint op Schotse bodem (voor R, K en K: uiteraard in The Last Drop). Nog n keer koffie bij Starbucks in Princes Street (met uitzicht op het kasteel) en dan, op vrijdag, de stad uit, de A! richting o gruwel Engeland/Newcastle. Dat gruwel slaat alleen op Engeland hoor. Niet dat ik er een hekel aan heb om huiswaarts te keren. Na een maand ben ik behoorlijk uitgerust, heb nieuwe energie opgedaan en wil weer schrijven. Ik kan haast niet wachten tot ik mijn eerste artikel af heb. Bovendien, voor je het weet is het januari, tijd voor een short break in Scotland. Maar eerst nog de afsluiting van alweer een schitterend bezoek aan Scotland: de overtocht naar huis. Het heerlijke visbuffet dat vergezeld gaat van een mooie Chablis. Nou, de foto van hoe mijn etenstafel er vrijdagavond uitzag, hoef ik niet meer te plaatsen toch?

* Zie eerder verhaal over dit vers, via het zoekmenu van deze weblog, met trefwoorden Peter Trowell

3/4

Vanwege stationaire, doch te hoorbare motorgebrom van de ferry van Stromness naar Scrabster in de nacht van zondag op maandag oordopjes ingedaan. Daardoor het vertrek gemist en voer de boot al langs het eiland Hoy voor ik wakker werd. Naam veerboot is trouwens Hamnavoe, wat de oude (van het Noors afgeleide?) naam voor Stromness is en heaven in the bay betekent.
Boot mooi, hut OK, ontbijt valt iets tegen (taaie toast), maar om nog eens 33 pond voor uit te trekken voor deze B&B… Aan de andere kant: als je de vroege boot (vertrek 06.30 uur) wilt hebben, is dit wel de relaxtste manier van overnachten.
Bij aankomst in Scrabster (08.00 uur) eerst koers gezet naar B>Thurso om te tanken. Dat de laatste dagen zoveel mogelijk uitgesteld, want op het vasteland is de prijs per liter toch al snel tien pence lager. Daarna begon de 4,5 uur lange rit naar Applecross aan de noordwestkust van Scotland. Dwars oversteken kan niet, want zoveel wegen zijn er hier nou ook weer niet. Gelukkig is de rit niet saai. Er valt onderweg genoeg te genieten van het landschap.

[WHISKYFLASH]En dan ineens is er echt toeval, niet tevoren uitgezocht B>D., ik zweer het! – in Tain de distilleerderij van Glenmorangie Ook Glenmorangie behoort tot mij favoriete whisky’s, dus de distilleerderij is een bezoek dubbel en dwars waard. En voor je het weet, zit je rond elf uur in de ochtend aan een mooie 10 y Glenmorangie. Er zijn slechtere manieren om de week mee te beginnen.

De distilleerderij van Glenmorangie -  Ruud F. Witte 2008

Whisky Galore at Glenmorangie -  Ruud F. Witte 2008

Applecross staat niet zomaar op mijn ritlijst in de zomervakantie. Net voorbij de camping, beneden aan de waterkant (met uitzicht op het eiland Raasay en daarachter Skye staat de Applecross Inn. Een prima herberg, vooral vanwege de maaltijd. Het eten hier is na jaren de belangrijkste reden steeds terug te keren. De local catch op het blackboard is voor de ware visliefhebber niet te versmaden. Heb hier al twee keer heerlijk kreeft gegeten. Om je vingers bij af te likken. En de Inn heeft het op een na lekkerste toetje: cranaghan, een mix van geslagen room, havermout (oatmeal), frambozen en whisky of Drambuie. Het is voorgekomen dat ik bij de tent kookte en na het eten in deze pub nog een toetje bestelde. Ja, ik weet het: Bourgondir is my middle name. Terug moet je de helling op, dus de ingeslagen calorien ben je bij aankomst in de tent al weer kwijt. Dat geloof ik echt.
Geen kreeft vandaag. Op het moment dat ik dit tik, moet ik mijn keuze nog maken, maar ik denk dat ie valt op tarbot met een ‘prutje’ van olijven en tomaten; mediterraans dus.

Yep, het is de tarbot geworden. Een prima keus. Alsof er een engeltje op mijn tong poepte, En zoals den lezer inmiddels gewend is, is de vis weggespoeld (‘vis moet zwemmen‘) met een pint McEwans 80/-.
O ja, er is nog een reden om hier te eten. Het al genoemde uitzicht van de eettafel af over het water naar Raasay en daarachter Skye, met in de verte de ondergaande zon.

De Applecross Inn -  Ruud F. Witte 2008

Een nieuwe dag is aangebroken; eentje van kilometers maken. Doel is het zojuist genoemde Skye, het eerste Schotse eiland dat ik heb bezocht in 1982, met H-W. P. En al heb ik nog zoveel eilanden daarna aangedaan, Skye houdt een bijzonder plekje in mijn hart. Scotland in miniature, zou je het ook kunnen noemen. Heuvels, groen, mooie plekken voor een fikse wandeling, (sea)lochs, teveel om op te noemen. En toch bereisbaar: 50 mile lang, 30 breed. Van deze naar gene zijde van Skye is met de auto in anderhalf uur te doen. Kamperen als vanouds in Sligachan. Ook hier is camping een ruim begrip. Een veld om je tent op te zetten, een gebouwtje met douche en toilet. Maar wat meer heb je nodig? Al bij het uitstappen wordt duidelijk waarom Skye nog meer beroemd is: de midges, piepkleine vliegjes (zo klein dat ze ook wel no see ‘ms worden genoemd), waartegen bijna geen kruid gewassen is. Er is maar n middel dat echt werkt: Jungle Formula, dat naar ik me herinner jaren geleden in Nederland werd gefabriceerd, maar daar vanwege een van de bestanddelen niet mocht worden verkocht. Inmiddels laat ik de midges hun gang gaan. Geen insmeren meer en zeker niet zo’n idiote antimuggenhoed op mijn hoofd! Doodmeppen helpt niet; daarvoor zijn er teveel midges. Bovendien heb ik me jaren geleden al door een Schot laten vertellen: ,,If you kill a midge, a thousend will come to the funeral.” Een beet is na een minuut of tien uitgejeukt, dus als je weer in de auto kruipt, je tent in gaat, of de pub bezoekt (vooral dat laatste schijnt te helpen!), is het leed zo geleden. Wist je trouwens dat alleen de vrouwtjes je bijten? Ze hebben je bloed nodig als voedsel voor hun I>kiddies.

De Schotse regering brengt dezer dagen een bezoek aan Skye (Sleat, Kyle of Lochalsh). Is onderdeel van de zomertour, om ook eens bij de mensen thuis te komen, zo te zeggen, ḱ Heb er niets van gemerkt (geen drukte op de weg met afzettingen of zo), maar het is wel de talk of de island. ,,O, ik heb gisteren Alex Salmond (de First Minister, SNP -rfw) gezien”, hoorde ik achter me zeggen in de supermarkt te Broadford. Nou, de Press and Journal (de regionale krant van Scotland) zal er morgen wel vol van staan.
Een bezoek aan Skye is de laatste jaren niet compleet zonder het bedrijf van pottenbakker Alan Freestone in Uig te hebben bezocht. Heb hem ooit ontmoet op het Gouds Pottenbakkers Festival en toen ik vernam dat hij van Skye kwam, ben ik aan het einde van de middag met een fles whisky naar zijn kraam gegaan en hebben we op Skye getoast. Van zijn collecties vind ik de serie Landscape het mooist en ik heb inmiddels al wat mokken, borden, soepkommen, zoutvat, suiker- en roomstel, ontbijtset (kom en melkkan) aangeschaft en ebroken exemplaren vervangen. Dit jaar nog wat kommen aangeschaft en een piepkleine roomkan. Helaas is Alan juist die ochtend voor een week naar het vasteland vertrokken, dus een ontmoeting zit er dit jaar niet in.

Met dank aan een recensie in de West Highland Free Press (weekblad voor de Hebriden), heb ik het recent verschenen boek The Skye Bridge Story van Andy Anderson aangeschaft. Het verhaalt van de strijd tegen de tol voor deze in oktober 1995 geopende brug. Om mensen te ‘dwingen’ ervan gebruik te maken, werd gelijktijdig de veerdienst Kyle of Lochalsh Kyleakin opgeheven. De eilanders waren niet tegen de brug, maar wel tegen het tarief: meer dan vijf pond (enkele reis) voor een personenauto. Bovendien was het de enige tolroute in geheel het Verenigd Koninkrijk, waarbij een private partij (Bank of America) en garen bij spinde. De strijd heeft geduurd tot het afschaffen van het tolgeld op 1 januari 2004. Ik dacht vrijwel alles van de strijd tegen de tol te hebben meegekregen. Al die jaren, via krantenartikelen en later via internet. Op mijn auto zit nog steeds een sticker van de actiegroep tegen de tolheffing, de Skye and Kyle Against Toll (SKAT). Het tegendeel blijkt. Hert ‘spel’ er omheen (de rol van Robbie the Pict, die anders is dan mij in de kranten werd voorgeschoteld, de arrestaties die niet alleen door de overtreders, maar ook door Justitie en de regering werden geschuwd) is nooit naar buiten gekomen, tot het verschijnen dus van dit boek. Het bijzondere aan het boek is dat het tweetalig is: rechterpagina’s bevatten de Engelse tekst, de linker de vertaling in het Gaelic, de taal die zeker op het zuiden van Skye nog dagelijks wordt gebezigd.
skat.jpg

[JOKE]Gelezen in The Scotsman (zeg maar het Schotse AD; come to think of it: de ontwerper van tabloid AD is dezelfde als die van dit Schotse dagblad): Iain Dale, the Conservative blogger, has suggestions for a quick pick-me-up for his party colleagues: step 1:Open a new file in your computer; 2:Name it ‘Gordon Brown’; 3:Send it to the Recycle bin; 4:Your PC will ask you: ‘Do you really want to get rid of Gordon Brown?’5: Firmly click ‘yes’. 6: Feel better?
Vervang de naam van Gordon Brown door die van je baas, een vervelende collega, de mega irri buurman, voor de jongere lezers: de naam van die k****-leraar Frans, je verzint het maar.

Geen beklimming van de Ben Nevis, met ruim 1400 meter de hoogste berg van het Verenigd Koninkrijk, dit jaar. Het is bewolkt en dat blijft ook zo de komende dagen. Dat betekent dat er gegarandeerd geen uitzicht vanaf de top. Dat is dus de tweede keer dat ik daar dit jaar niet ben. In de winter de tocht erheen ongeveer een half uur onder de top moeten afbreken wegens teveel sneeuw (tot mijn knien). Ach, there’s always next year

De afgelopen dagen al paar keer mannen horen lachen op dezelfde manier als Duncan, (A.B.) weet wie ik bedoel). Zou er dan toch een relatie bestaan tussen roken en drinken in Scotland?
Hoe dan ook, vandaag (vrijdag) een rondje schiereiland gedaan, Vanuit Fort William richting Maillaig gereden, maar op driekwart (?) van de route linksaf geslagen richting Strontian. Niet voor niets gekozen. Van vorig jaar weet ik nog hoe mooie deze B-weg is. Kun je nagaan: kom ik al zoveel jaar in Lochaber (zo heet deze streek) en dit schiereiland (op minder dan een uur rijden van Fort William) had ik nog nooit bezocht. Strontian kende ik alleen van de borden als ik na de ferry Corran Ardgour (voor webcam: zie mijn links op deze weblog, in de meest rechtse kolom), richting de ferry voor Mull reed. En verder: Strontian is de plek waar vrienden (bepaald niet alleen om onze voorliefde voor Scotland) A. B. en A. H. zijn geweest ZONDER MIJ!!!. Nu halverwege de B-weg riching Tioram gegaan gegaan. Het bord geeft een kasteeL aan. Het blijkt te gaan om een rune, Caisteal Tioram. Rune, want het uit 1373 daterende kasteel, op de plaats waar de lochs Moidart en Shiel samenkomen, is in 1715 afgefikt. De Gaelicnaam Tioram betekent ‘droog’ en dat verwijst naar de enige mogelijkheid om het kasteel te bereiken via het vasteland: bij eb, over het strand. Het is nog steeds zij het via ‘verschuivingen’ eigendom van de familie van destijds. Ondanks een grote plaquette die anders doet vermoeden, kan ik kasteelrune niet in. In 2000 is er stuk van een muur omlaag gekomen en de boel is erg instabiel.

Caisteal Tioram -  Ruud F. Witte 2008

Dit stuikje tekst tik ik in The Tail Race Inn, de pub/restaurant/hotel, die vrienden K. en K. van der H. nog wel kennen. We zijn immers gedrien in 2006 in Kinlochleven geweest. En hij van K+K v/d H, weet dat we op een avond hier de Tail Race Inn bezochten, op het moment dat een lokaal bandje elke elektronische versterking nodig had om het publiek te imponeren. De naam van de band weet ik niet meer, KUN JE NAGAAN HOE SNEL WE HET ETABLISSEMENT WEER HEBBEN VERLATEN!!!.

Doet me er aan denken dat we volgende week zondag met een aantal vrienden (de al genoemde K+K en verder R+M, P, I +M en M) de eerste plannen smeden voor een gezamenlijke vakantie in Scotland in 2009. Zal Kinlochleven een van de plekken worden die we aandoen als een uitvalsbasis?

Een bezoek aan Lochaber/Glencoe is niet compleet zonder het bijwonen van een kerkdienst in de Duncansburgh MacIntoshkerk in Fort William. Sinds 1982 heb hier tijdens vakanties de kerkdiensten bijgewoond in de MacIntosh Memorail Church. Deze maand een jaar geleden is de kerk samengegaan met de Duncansburghkerk. Als een van de sluitstukken van het fusieproces en het begin van enkele activiteiten rond deze eerste verjaardag, is deze zondag een herinneringsbord met de namen van kerkleden/militairen die in de Tweede Wereldoorlog, de Golfoorlog en de oorlog in Irak zijn gesneuveld. In de oude kerk was de herinneringsplaquette aangebracht in de tafel van het liturgisch centrum. Die tafel is na de verhuizing overgebracht naar de Free Church of Scotland in Fort William. De plaquette verwijderen zou de tafel erg ontsierd hebben. Daarom een nieuw bord gemaakt, die goed aansluit bij de al aanwezige bronzen plaat die de Duncansburghkerk al had. In de dienst werden de namen van alle slachtoffers die op de borden staan voorgelezen, ook de militairen die in de periode 1914 1918 (The Great War) zijn omgekomen.
Zaterdagavond apart nog op bezoek geweest bij Alan en Lin Ramsay. Alan was tot een jaar geleden de predikant van de MacIntosh Memorail Church en geniet nu van zijn vervroegd pensioen. Bijgepraat en genoten van een heerlijke maaltijd die Lin had bereid.
Het weer lijkt nu echt omgeslagen. Vanochtend begon het nog veelbelovend (licht bewolkt en droog), op het moment dat ik tent ging inpakken begon het te miezeren en nu regent het echt. Het weerbericht geeft voor vanmiddag verbeteringen. We zullen wel zien. Anders op Mull (waar ik nu heen ga) maar snel de natte tent op zetten, laten doorwaaien en snel met de verse, grote stapel zondagskranten (wat zal ik die missen van volgende week af) naar de pub. Je ziet, ik heb maar het minste excuus nodig om in zo’n etablissement te belanden.

O ja, het zijn wel lange lappen tekst in de vakantie – zeker nu ik een laptop bij me heb en de teksten kan ‘voorbereiden’ in de auto, de pub en de tent. Na thuiskomst (nog een week!) plaats ik er enkele foto’s tussen die ik heb gemaakt. Die moeten eerst bewerkt, lees: verkleind tot voor het weblogsysteem behapbaar formaat van rond de 30 kb per stuk. De ‘abonnees’ krijgen daar vanzelf bericht over (net als over elke update); anderen moeten gewoon na pak ‘m beet 10 september nog eens terugkeren naar de vakantieverhalen.

Kerk

Vanochtend in St. Magnus Cathedral in Kirkwall de kerkdienst bijgewoond. Is Church of Scotland, dus mijn kerk. Bleek niet zomaar een dienst te zijn. Was gewijd aan het 850ste sterfjaar van de stichter van het gebouw (voor zijn oom Magnus) Rognvald. Dienst vol plichtplegingen dus en met veel gasten uit Noorwegen en de consul-generaal van Noorwegen in Edinburgh, Kjellaug Myhre. Geschenken,, etc. Geen toeval die Noren, want tot een paar honderd jaar geleden behoorde Orkney tot dat Scandinavische land. Gelet op de afstand waren de Orcadians al meer gericht op Scotland en bij het samengaan (later ongedaan gemaakt) van Noorwegen en ik dacht Denemarken, is Orkney bij het Verenigd Koninkrijk ingelijfd. Vandaar dus die vele Noorse invloeden nog hier.
Logo Rognvald 850 jaar

Zit nu in pub aan de haven (Ferry Inn, hoe kan het anders) met een pint McEwan 80/-. Na een visdiner (zalm) begeef ik me richting inscheepplek. Vanavond in de hut (trossen zijn nog verbonden met de kade, dus strikt genomen ben ik nog op Orkney) sluit ik dus ik herhaal het graag, zeker voor D.! – dit eerste bezoek aan Orkney af met een glaasje Highland Park.

Glaasje Highland Park 18 y in de cabin op de ferry -  Ruud F. Witte 2008

2/4

Niet in n keer naar Orkney gegaan. Geen idee nog hoe het daar zit met campings en om nu bij aankomst in de avond nog te moeten zoeken… Dus naar een adres waar ik eerder ben geweest: Durness, een van de noordelijkste punten van het Schotse vasteland (58,34,07 graden N). Daar waar de Atlantische oceaan op de kust beukt. In sterke wind lukt het met toch met groot gemak de tent op te zetten en stormvast aan de bodem te verankeren. Moet ook wel goed gaan, want het zal me toch niet gebeuren dat tijdens het opzetten de wind vat krijgt op de tent en die er als een vlieger zonder touw vandoor gaat, gadegeslagen door medekampeerders die vanuit hun campers mijn verrichtingen gadeslaan. Teveel wind om bij de tent te koken, dus wat een heerlijke smoes richting restaurant voor een goede maaltijd.
De overtocht naar Orkney wordt niet gemaakt met de beloofde catamaran. Die nieuwe boot is nog onderweg richting Scotland vanaf de werf in het Verre Oosten. Op routekaart aan boord van de oude vessel is te zien dat het nog wel even duurt voor ie op en neer naar Orkney gaat varen. Nou ja, ik ga ongetwijfeld een van de komende jaren nog wel eens naar Orkney, dus…
De landkaart geeft in de buurt van de hoofdplaats Kirkwall n camping aan. Het blijkt een echte stadscamping: te druk voor mij. Dus naar het alternatief (gezien op een aanplakbiljet van de ferryterminal van Gills Bay in Deerness, aan de oostkant van het hoofdeiland. Stel je niet teveel voor van Deerness: Twaalfmorgen bij Reeuwijk is er een wereldplaats bij. Doodlopende weg,, met eigenlijk alleen ’s morgen een ’s avonds het forensenverkeer, landbouwvoertuigen en de schoolbus. Achter en naast het dorpshuis kun je je tent opzetten en er zijn zowaar stroompunten.

Uitzicht vanaf de camping in Deerness -  Ruud F. Witte 2008

Na een nummer gebeld te hebben komt er een dame (Tammy genaamd) op de fiets een sleutel van een zijdeur van het dorpshuis brengen. Het blijkt de toegang tot een schoon en frist toiletgebouw met douche te zijn. Toilet, douche. stroom, meer heb je als kampeerder niet nodig. Puike, zeer rustige pek, met een picknicktafel binnen handbereik.

Volop genieten van het uitzicht op strand op nog geen 5 autominuten van mijn camping -  Ruud F. Witte 2008

Prima stekkie tot en met zondag. Alleen: er is in de verste verten geen pub te bekennen. Dat is even wennen. Maar ach, wat blikjes bier in mijn koelkast en er ligt nog genoeg whisky in de kofferbak En voor noodgevallen is er de buurtsuper op loopafstand. En dit, het mag voor Nederland nog wel weer even worden uitgelegd, is weer zo’n plek zonder criminaliteit. Hier kun je je tent probleemloos laten staan. Niemand komt aan je spullen. Ook ’s nacht je waardevolle spullen gewoon in de auto laten liggen, is geen enkel probleem. Het enige nadeel van dit soort paradijzen is, dat je bij terugkeer in Nederland er weer aan moet denken je mobieltje en het frontje van je autoradio te verwijderen bij het parkeren en je auto op slot te doen…

Skara brae -  Ruud F. Witte 2008

Donderdag het toeristische programma gedaan. Dat is op Orkney een bezoek aan de rune van Earls Palace, de 150 jaar geleden tevoorschijn gekomen, 5.000 jaar oude nederzetting Skara Brae de standing stones Ring of Brodgar en die van Stennes. TomTom aan, maar nauwelijk nodig. Vanaf Skara Brae hoefde ik alleen maar de bussen vol andere toeristen te volgen…

Ring of Brodgar -  Ruud F. Witte 2008

In Kirkwall nog het Orkney museum bezocht. Genoeg cultuur voor een dag, dus snel (nou, na 17.00 uur) naar de camping voor de kranten en een glaasje van het een of ander.
Vanavond getrakteerd op muziek vanuit het dorpshuis. Blijkt koorrepetitie te zijn. De eerste samenkomst na de zomervakantie. Muziek van de musical Oliver. Klinkt goed. Unisono, maar zeer levendig. Na afloop toch even gaan praten. Dirigent en begeleidster/pianisten waren, vertelden ze, zelf ook verbaasd over de eerste bijeenkomst. De bedoeling is een uitvoering in de kerstperiode. Jammer dat ik er niet ben om het resultaat te horen.

Distilleerderij Highland Park -  Ruud F. Witte 2008

Visiting Orkney kan natuurlijk niet compleet zijn zonder een bezoek aan Highland Park, distilleerderij van de gelijknamige en een van mijn favoriete whisky’s. Fantastisch om de dram die ik thuis drink op een rustige avond, nu te proeven (de 12y en 15 y) op de plek waar die geproduceerd wordt. En net als al weer heel wat jaren geleden bij Laphroigh op Islay gezien, hier weer een distilleerderij die (op het bottelen na dan) alles zelf doet, dus ook het bevochtigen en drogen van de barley met peat van Orkney zelf. Veel distilleerderijen sluiten in de zomer voor onderhoud, maar Highland Park blijft ook dan een werkend bedrijf en dat is te ruiken ook. De spirit dringt overal je neusgaten in. De 18 jaar oude Highland Park is in 2005 verkozen tot de Best spirit in the World door het toonaangevende Spirit Journal, van F. Pau Pacult. Jammer dat die whisky na afloop van de rondleiding niet geproefd kon worden… Dus maar paar kleine flesjes ingeslagen. Een gaat zondagavond in mijn hut open, enkele uren voor de ferry me terugbrengt naar het vasteland van Scotland
Over proeven gesproken, vrijdagmiddag ook nog een bezoek gebracht aan Orkney Wine Company van de Nederlander (Driebergen) Emile van Schayk. Begonnen als hobby, maar vanwege de stijgende vraag en na het in twee achtereen volgende jaren winnen van de Homebrew and Wine Competittion van de Orkney Food and Drink Festival een echt bedrijf geworden. Na wat gekeurd te hebben, twee flessen gekocht. Een Black Portent (zwarte bes, zacht, zeer fruitig, goed als after dinner drink en bij kaas, 16,5 %) en een Elderberry Borealis (vlierbessen, port stijl, diepdonkere bessen, rijke smaak, pittig, 17 %). De toevoeging Borealis verwijst naar Aurora Borealis, het noorderlicht.. De wijnen zijn (nog) niet verkrijgbaar in Nederland (Van Schayk’s dochter: ,,Als u iemand weet…”), dus een extra reden nog eens terug te gaan naar Orkney. En leuk: na het gesprek met dochterlief (10 toen ze Nederland verliet) in het Engels, klonk bij het afscheid toch een echt Nederlands ‘doeg!’

Churchill barrir  -  Ruud F. Witte 2008

Vandaag ook nog twee van de ‘wonderen’ van Orkney bekeken: de Churchill Barriers (dammen tussen eilanden die de doorvaart door Duitse boten in de Tweede Wereldoorlog moesten voorkomen) en de Italian Chapel. Die kapel, in twee Nissen hutten, is ingericht (met prachtige fresco’s of frescoachtige tekeningen door de Italiaanse krijgsgevangenen die de barriers hebben gebouwd.

Italian chapel -  Ruud F. Witte 2008

Orkney heeft (ook) iets met pufins, dus ja, de collectie is weer uitgebreid.
Nog n volle dag op dit fantastische eiland. Zondag kerkbezoek in St. Magnus cathedral en dan nog een mooie rit, eten, om vervolgens die avond in te schepen voor de reis naar het vasteland. Trouwen, ls dat allemaal maar goed gaat. Auto blijft ’s nachts op de kade en wordt de volgende ochtend vroeg aan boord gereden door personeel van de veerdienst. Een soort valet dus, maar dan anders.

Whisky Galore

[NEWSFLASH]Dieven hebben afgelopen weekeinde in de buurt van Glasgow een vrachtauto met drieduizend dozen whisky gestolen. De lorry is de volgende dag leeg teruggevonden. De lading bestond uit William Lawson’s blend, Dewar’s Special Reserve en de malts Aberfeldy en The Glenlivet. Puike malts, maar dat terzijde. De whisky heeft een waarde van 250.000 pond. Strathclyde Police hoopt dat mensen die goedkope whisky krijgen aangeboden, zich melden.
Ha, doet me denken aan de verfilming van het boek van Compton MacKenzie uit 1947, Whisky Galore, over een schip vol whisky op weg naar Amerika. Bij de twee Schotse eilandjes Todday (het ene protestant, het andere katholiek) loopt het zaterdags aan de grond . Pas na de zondag of sabbath (anders zou een zonde worden begaan…) brengen de juttende eilanders (die het zelf als gevolg van de Tweede Wereldoorlog al enige tijd zonder het amberkleurige vocht moeten stellen) de aangespoelde vaten whisky in veiligheid. Naspeuringen van de overheid lopen op niets uit. En het bleef nog lang gezellig op Toddasay… Dus de kans dat Strathclyde Police bruikbare informatie krijgt lijkt me uiterst klein. Indachtig Whisky Galore, komt de whisky niet terug bij de rechtmatige eigenaren.

Balen

Wat ik heb misgedaan, weet ik niet, maar mijn Vodafone modemprogramma is verdwenen van mijn Asus. Ben nu dus afhankelijk van Wi-Fi. Wel zonde van de ‘blox’ Europa die ik speciaal voor de vakantie heb afgesloten bovenop mijn gewone mobiel breedband abonnement. Alvast een vraag voor J: Wil jij na de vakantie nog eens proberen het programma er op te zetten? Voor andere lezers die denken: da’s toch zo moeilijk niet? Jawel, dat is het wel. Modemprogramma dat Vodafone standaard levert, heeft geen ‘vertaling’ in Linux. En ondersteuning voor Linuxgebruikers wordt maar mondjesmaat geleverd door V.

De Asus Eee

1/4

Een zomervakantie in de Schotse Hooglanden begint voor mij al jaren steevast met een weekje in Glen Affric. Beetje wandelen, boekje lezen, ritje door de omgeving maken, pubbezoek. En natuurlijk radio luisteren. Het werkt elk jaar weer. Zodra ik op BBC Radio 4 het verhaal van een hoorspel helemaal heb kunnen volgen, weet ik dat ik ben uitgerust; dat het hoofd leeg is. Meetal duurt dat een dag of vier, vijf.
Ik houd de mythe natuurlijk graag in stand,maar in het echt regent het niet altijd in Scotland. Donderdag een prachtige dag, die ik deels heb doorgebracht bij Dog Falls (Glen Affric), een schitterende plek in de glen. Nee, niet gewandeld, daar heb ik nog geen zin in. Om de drukte van jengelende kinderen te vermijden, ben ik eindje omgelopen en een rustige rotsplek uitgezocht om heerlijk een paar uur in de zon te liggen niksen. Flesje water erbij (ja, ik drink wel eens water!) en genieten van vogelgeluiden en het kabbelende water. Plek heeft bijzondere betekenis voor me. Mijn vader is, al toen mijn moeder in het verpleeghuis verbleef, een paar keer meegegaan naar Scotland. Een keer ook deze plek bezocht. Hij heeft toen foto van me gemaakt op de rotsblokken hier. Die foto bekeek hij vrijwel dagelijks, omdat die de achtergrond was van het bureaublad op zijn laptop.
Na hier te hebben vertoefd, naar de camping – h, gelukkig, de vijf zit in de klok… – voor de borrel.
Het mooie (sic) van Scotland is dat het weer de volgende dag 180 graden gedraaid kan zijn. Dus op vrijdag regen: miezer (die op je tentdak doet vermoeden dat een wolkbreuk is losgebarsten. Geen nood, er is altijd nog internetten in bed. Een laat ontbijt, autoritje, de ochtendbladen, een boek, de radio en voor je het weer is het tijd voor de borrel.
Zondag naar de kerk in Invernes. Ben hier eerder ter kerke gegaan, maar toen bij toeval in de Free Church of Scotland beland, de orthodoxe variant van mijn kerk. Nu de gewone Church of Scotland, St. Columba High Church. Nou dat was gelijk de laatste keer. Wat een duf zooitje. Gemiddelde leeftijd van de overige 40 of zo bezoekers is zeker boven de 70 jaar. Somber groot gebouw, dat met zo’n klein aantal kerkgangers er ook niet gezelliger op wordt. Volgende keer als ik in Glen Affric ben, ga ik weer naar Beauly. Daar herinner ik me de CoS die vrolijker kleuren heeft en meer lively is.
Rest van de dag traditiegetrouw doorgebracht met een heerlijke stapel dubbeldikke zondagskranten. O ja, en de pub is uiteraard ook weer met een bezoek vereerd. De landlord kent zijn klanten en voor ik de bar heb bereikt, staat mijn pint 80/- * al op mij te wachten.
Ben nu goed uitgerust, dus de echte, actieve vakantie kan beginnen. Maandag koers richting Orkney.

*Uit Wikipedia:
Shilling categories: The shilling categories were based on price charged per barrel for beer during the 19th century. The stronger or better quality beers costing more. However, customers would ask for a strength of beer by names such as ‘heavy‘ and ‘export‘. The terms export and heavy are still widely used in Scotland. Even though the practise of classifying beers by the shilling price was not specific to Scotland, during the cask ale revival in the 1970s Scottish brewers resurrected the shilling names to differentiate between keg and cask versions of the same beers. This differentiation has now been lost.
While the shilling names were never pinned down to exact strength ranges, and Scottish brewers today produce beers under the shilling names in a variety of strengths, it was largely understood that:
Light (60/-) was under 3.5 % abv (alcohol by volume)
Heavy (70/-) was between 3.5 % and 4.0 % abv
Export (80/-) was between 4.0 % and 5.5 % abv
Wee heavy (90/-) was over 6.0 % abv
(/- is read as ‘shilling’or ‘bob’ as in ,,a pint of eighty-bob, please)

Winnie the Pooh

Hoor net op BBC Radio 4 een praatprogramma rond het Edinburgh International Festival. Deed me ineens denken aan mijn allereerste Scotlandreis, in 1982 samen met W. P. Eenmaal in Edinburgh wilden we wel iets meemaken van het festival, maar in een paar dagen kun je nooit alles bezoeken. Dus, na een paar keer ’s avonds laat BBC Radio 2 te hebben geluisterd, besloten we naar het Caledonian Hotel aan de westkant van Princes Street te gaan, om de live-uitzending bij te wonen van Round Midnight van Brian Matthew. Die gaf elke avond een ‘waaier’ of ‘bloemlezing’ uit het overvloedige programma-aanbod, met optredens van performers. We waren op tijd, zaten eerste rij en zagen tal van artiesten die optraden tijdens het festival aan ons voorbij trekken. Het was voor het eerst dat ik iemand iets hoorde voordragen uit Winnie the Pooh: “I wasn’t afraid,” said Pooh, said he, “I’m never afraid with you.”, is de zin uit de voordracht die ik nooit meer vergeet.

Online op campsite

Campsite in Cannich (Glen Affric) is met de tijd meegegaan. Er is nu Wi-Fi die gratis is te gebruiken. Ontvangst zelfs in de auto prima, dus in de tent helemaal. Gekke is alleen dat mijn mailprogramma (Thunderbird) wel post ontvangt, maar een foutmelding geeft bij verzenden. Vreemd, want thuis (ethernet) werkt het wel goed. Wie een oplossing weet, mag die plaatsen in het reactieveld hieronder.