Bij de lokale omroep Gouwestad zijn vanmiddag de opnamen geweest van de allereerste Ken Uw Stad quiz, afgekort de KUS quiz.
Was erbij, omdat de quiz is overgedragen van de opgeheven Goudse mediasociëteit Kwartaalclub. Die had op haar beurt de quiz enkele decennia geleden geleend van de ook niet meer bestaande ziekenomroep Agro (Amateur Goudse Radio Omroep).
Teams van drie spelers die vragen moeten beantwoorden over Goudse weetjes op het gebied van politiek, historie, gebouwen/straten, sport en noem maar op. Heb voor de Kwartaalclub jarenlang de vragen bedacht, omdat ik eerder als deelnemer zo vaak had gewonnen, dat het niet leuk meer was voor de andere deelnemers.
Uiteraard ga ik hier niet de vragen en antwoorden verraden die in de quiz bij Gouwestad voorbij zijn gekomen. Ook niet welk team vanmiddag heeft gewonnen. Wie het wil zien, moet de eerste week van januari maar op tv kijken (als je in het gebied van kabelstichting Rekam woont) of vanaf diezelfde periode op het YouTubekanaal van Gouwestad.
Voor het winnende team was er in elk geval de Fer Groeneveld bokaal (hier links), vernoemd naar de oprichter van zowel de Agro als Gouwestad.
Getriggerd door recente verhalen in mijn eigen krant en opmerkingen van burgemeester Pieter Verhoeve van Oudewater (vanaf 13 november ‘van Gouda) vandaag een bezoek gebracht aan Hof van Nederland. Aanleiding voor de recente aandacht was het nieuwe beeld van Willem van Oranje, gewijd aan de eerste Vrije Statenvergadering in juli 1572 in Dordrecht. Op de sokkel staan de steden die er aan deelnamen, alleen die van Oudewater ontbreekt. Een omissie die nog goedgemaakt moet worden.
Het museum Hof van Nederland is onder andere gewijd aan die eerste Vrije Statenvergadering. Informatie over de voorloper van ons huidige Nederland, de republiek, is overal te vinden. En je hebt het natuurlijk ook gehad bij het vak geschiedenis op school. De Tachtigjarige Oorlog, de opstand tegen de Spaanse koning Filips II en zijn bestuurder in ons land, de hertog van Alva, de geloofsvervolging.
Opstand
Willem van Oranje stuurt aan op een vrije Statenvergadering (tegenhanger van de tot dan officiële in Den Haag) om een opstand tegen de Spaanse koning Filips II te organiseren. Met het beleid van Filips II en zijn Hertog van Alva is hij het oneens; de Spanjaarden leggen hoge belastingen op, beperken de macht van de Nederlandse adel en er heerst hongersnood. Bovendien worden mensen om hun geloof vervolgd door het katholieke regime.
De eerste Vrije Statenvergadering legt de basis voor de onafhankelijke Republiek der Nederlanden, de voorloper van ons Nederland van nu.
Wat de aandacht hiervoor in Hof van Nederland in Dordt bijzonder maakt, is de film. Alleen die is het bezoek aan het in 2015 geopende museum al meer dan waard. Na de aankomst van de burgemeesters van de deelnemende gemeenten, schakelen decor en kostuums over naar 1572.
Watergeuzen
Je bent, gezeten in de echte Statenzaal (tot de Beeldenstorm de refter van het Augustijnen-klooster) waar de vier dagen durende vergadering 4,5 eeuw geleden in het echt plaats had, getuige van het overleg. Je zit als het ware op de tweede rij bij die bijeenkomst. Je ziet en hoort Marnix van St Aldegonde (gespeeld door René van Zinnicq Bergmann), de vertegenwoordiger van Willem van Oranje, die het verzet zou gaan leiden. En ook de wrede opperbevelhebber van de Watergeuzen Willem van der Marck, heer van Lumey (gespeeld door Cees Geel).
Opvallend, zo had ik het nog niet eerder gehoord, is dat de vergadering geen uitroeiing wilde van het katholicisme in Nederland. ,,Laat ons niet doen zoals Alva en zijn Bloedraad’’ klonk het echter. In die context zou de tweede wapenspreuk van Nederland kunnen luiden: Een land waar je vrij bent om te denken wat je denkt, te geloven wat je gelooft en te zijn wie je bent.’’
Vergadertafel
Na afloop van de vijftien minuten durende film (geregisseerd door Theu Boermans, bekend van Soldaat van Oranje) gaat het scherm omhoog en kun je vervolgens om de vergadertafel lopen.
Ik vond het zo boeiend om op deze manier die eerste Vrije Statenvergadering te hebben bijgewoond, dat ik hem zelfs twee keer heb bekeken vandaag.
Het museum geeft ook aandacht aan de oudste Nederlandse Bijbel, de Statenvertaling. Met natuurlijk aandacht voor de Nationale Synode van 1618 (in Dordrecht). Mooi om de gravure van Bernhard Picart uit 1729 van die vergadering in het echt te zien.
Het was bovendien schitterend weer vandaag, dus een wandelingetje door het oude centrum was de kers op de taart.
Hieronder de promo van de film over de eerste vrije Statenvergadering:
Morning has broken. Denk dat iedereen deze uitvoering van Cat Stevens wel kent. Toch is het niet zijn nummer. Het staat in het liedboek van mijn kerk. Op de melodie Bunessan, gecomponeerd in de Schotse Hooglanden.
Het wer afgelopen zondag uit volle brost gezongen tijdens de kerkdienst in de Auditoire de Calvin, de Schotse kerk in Genève waar ik lang weekeinde vebleef.
Eerste voorstelling voor mij dit seizoen in de Goudse Schouwburg: Drie zusters door Urban Myth. Het is het beroemde werk van Anton Tsjechov. Ken het en denk dat ik het al eens eerder in toneeluitvoering heb gezien.
Het verhaal zeer kort samengevat: drie zusters. Na te zijn opgegroeid in Moskou slijten zij en hun broer na het overlijden van hun ouders hun dagen in een duf provinciestadje. Wat ze willen is terug naar het volle leven van Moskou, maar ze zitten klem. Door een gebrek aan geld, aan een echtgenoot, aan doorzettingsvermogen.
Fraai gespeeld, dicht bij de oorspronkelijke tekst, al blijft het natuurlijk een Nederlandse vertaling. Simpel decor, maar het voldoet prima. De wervende theatertekst meldt dat voor het eerst in Nederland de zusters worden gespeeld door actrices van kleur. Hierdoor krijgen de teksten een geheel nieuwe lading, als een beroemd schilderij in totaal andere kleuren. Nou, dat zal wel. Op mij komt geen diepere lading af. Gewoon acteurs die hun werk doen. Die meerwaarde, als het zo is bedoeld, komt op mij niet over.
Wat ik in het stuk wel als negatief ervaar is de snelheid waarmee sommige dialogen en monologen worden uitgesproken. Dat heb ik de spelers na afloop ook laten weten. Bij het zoeken in archief van mijn mediabedrijf verneem ik dat het staccato door bewerker en regisseur Koos Terpstra bewust in het spel is gebracht. Waarom dat gejaagde nodig is, ontgaat mij als toeschouwer volledig. Sterker nog, sommige delen zijn doodvermoeiend om te volgen.
Hoewel ik niet tegen een moderne uitvoering van een klassiek toneelstuk ben, had het vanavond van mij wel op een ouderwetse manier gebracht mogen worden.
Het nuttige met het aangename verenigen heet het. Ik heb het de afgelopen dagen gedaan in de op een na grootste Zwitserse stad Genève. De International Presbytery(internationale classis) van mijn kerk houdt tweemaal per jaar een classis vergadering bij een van de tot de classis of presbytery behorende kerken als gastvrouw optreedt. Dit keer in Genève.
Ben er in 2013 voor het eerst geweest voor zo’n vergadering. Verschil met toen: ik was een vreemdeling in Jeruzalem. Ik kende niemand van de andere kerken. Maar net als in mijn kerk in Rotterdam werd er ook toen alles aan gedaan om nieuwelingen welkom te heten en op te nemen in de groep.
Tijdens de vergadering (commissiebijeenkomst vrijdagochtend en de algemene vergadering op vrijdagavond en zaterdag) gaat het over zaken die alle kerken in de presbytery raken: het gemeenteleven, financiën, gebouwenbeheer, vacatures, zendingsprojecten, publiciteit en noem maar op. Daar zal ik jullie hier niet mee vermoeien.
Plaats van handeling is het uit de vijftiende eeuw daterende Auditoire de Calvin, het gebouw van de Schotse kerk. Een sobere, maar fraaie kerk. Typisch protestants. En anders dan de er naast staande grote Cathedrale St. Pierre. Maar gelet op de grootte van de kerkgemeenschap zal de Schotse kerk van Genève er niet rouwig om zijn dat zij het met een kleiner exemplaar moet doen. De kathedraal is donker (weinig licht via de ramen naar binnen) en zo groot dat je er op een zondag verloren zou voelen. Maar de kathedraal is wel mooi, zowel van binnen als van buiten.
De vrijdagmiddag (als het ‘bestuur’ vergadert), is voor de classisleden ter vrije besteding. Ik heb die tijd gebruikt om onder een strakblauwe lucht Genève opnieuw te ontdekken.
De oude stad, waar ook de Schotse kerk en de kathedraal zijn gevestigd, is geweldig. Veel mooier in mijn optiek dan het mondaine stadsdeel direct aan het Meer van Genève (hier ook wel Lac Lémans geheten) en rond de Rhône. Hoogteverschillen, oude gebouwen. Vele historie, je kunt er de reformatie proeven.
Ik overdrijf niet. In het café kun je Calvijn bier (‘Calvinus’) bestellen.
Net buiten de oude stad is de reformatie nadrukkelijk aanwezig. De 100 meter lange Muur der hervormers in het Parc des Bastions is indrukwekkend. In 1909 gebouwd ter gelegenheid van de 400ste verjaardag van Johannes Calvijn en de 250ste verjaardag van de universiteit van Genève die door hem is gesticht.
Centraal staan de vier meer dan levensgrote kerkhervormers Guillaume Farel, Johannes Calvijn, Theodore de Bèze en John Knox. Calvijn wordt als de belangrijkste beschouwd, afgaand op de het iets grotere formaat en het stapje naar voren dat hij doet in de beeldengroep. Mijn Nederlandse kerk voorheen was meer ‘van Calvijn’, terwijl mijn Schotse kerk ‘luistert’ naar de Schotse hervormer John Knox.
Wie meer wil weten over Genève en de reformatie moet hier klikken.
Met de bus (hotel leverde een gratis bus- en treinpas voor de duur van het verblijf) nog even kort ritje naar het complex van de Verenigde Naties. Prachtig gelegen. Schitterend plein met omhoog schietende waterstralen en het ruim tien meter grote kunstwerk Broken chair (1997), een stille aanklacht tegen landmijnen en clusterbommen.
De zaterdagse lunchpauze (ik lunch niet en vind het vreemd om aan tafel tussen etende mensen te zitten) nog even naar het Meer van Genève gelopen en het aangrenzende stadspark Jardin Anglais bezocht. Had ik al gezegd dat het dezer dagen prachtig weer was in Genève? Het was er heerlijk toeven in het half uurtje dat ik er kon rondstruinen.
Vanwege de torenhoge hotelkosten, verbleef het kerkgezelschap in Versoix, op vijftien minuten gaans per trein. Schitterend hotel, met uitzicht op het Meer van Genève. Al moest ik er vanuit mijn kamer wel wat moeite voor doen om het meer te zien. Goede voorzieningen, hulpvaardig personeel, puik ontbijt, kortom, alles wat je nodig hebt voor een (vergader)bezoek van een paar dagen.
Na de zondagse dienst in Auditoire de Calvin met enkele gemeenteleden gesproken, onder wie een dame op leeftijd. Ze zat wat stil en alleen, maar binnen paar minuten bleken we iets gemeenschappelijks te hebben. Ze is decennia lang actief geweest als journaliste. Zowel in Engeland waar ze aanvankelijk woonde, als in Genève. Ze fleurde op door met iemand uit hetzelfde vak over haar werkzame leven te kunnen praten. Een boeiend gesprek.
Pluim nog voor de KLM. OK, de net 100 geworden luchtvaartmaatschappij was vergeten mijn koffer in het vliegtuig naar Zwitserland te stoppen. Kreeg daar bij aankomst (nadat ik al tijdje vruchteloos naar de bagageband had gekeken) een sms-je over. Kon een online formulier invullen met adres waar ik verbleef. Koffer ging mee op volgende vlucht naar Genève en werd in de loop van de avond afgeleverd in hotel. Tot tevredenheid opgelost. Of KLM iets wilde goedmaken weet ik niet. Feit is dat bij aankomst op Schiphol op terugreis mijn koffer als eerste op de bagageband belandde.
Ook hulde voor mijn huisarts en apotheek in Versoix. Al mijn medicijnen zaten in koffer. Binnen uur na melding bij huisarts, kon ik in apotheek voorraadje van alle pillen ophalen.
Volgende kerkvergadering is in maart 2020. Dan vertoef ik in Gibraltar.
Het lied in onderstaand filmpje heeft het koor van mijn kerk afgelopen zondag gezongen. By Faith van het Noord-Ierse duo Keith en Kristyn Getty.
Een heerlijke nummer. Aansprekende tekst, heerlijke uptempo melodie met een onmiskenbare Ierse sound er in. Een genot om te zingen en ik hoop ook om naar te luisteren. Al zongen wij het vast niet zo goed als in het filmpje hieronder.
Geniet van de boodschap in het lied.
Vanuit Genève, de stad van de reformatie waar ik dezer dagen voor mijn kerk ben, wens ik u een prettig weekeinde.
De jaarlijkse broers- en zussendag heeft ons vandaag naar Leerdam gebracht. De glasstad van Nederland, dus een bezoek aan het Nationaal Glasmuseum mag uiteraard niet ontbreken. Prachtig overzicht van wat decennia aan glaskunst en glazen gebruiksvoorwerpen Royal Leerdam heeft voortgebracht.
Leuk om in de vitrines een bloemenvaasje te zien dat mijn moeder – die als ze nog leefde vandaag 100 zou zijn geworden – ook had.
Bijzonder ook de expositie Glas In zicht over toepassing van glas in de bouw en de architectuur. Glas-in-lood als toepassing is me als Gouwenaar met de prachtige, eeuwenoude ramen van de gebroeders Dirck en Wouter Crabeth in de St.-Janskerk. Maar dat er zelfs dakpannen en bouwstenen van glas (hebben) bestaan was me volkomen onbekend. Je ziet, je steekt wat op van zo’n familiedag.
Om te zien hoe vazen en siervoorwerpen van glas worden gemaakt, hebben we aansluitend een bezoek gebracht aan de ’Glasblazerij, een mooi, modern gebouw aan de oever van de Linge, waar het oude ambacht op fraaie wijze wordt getoond.
Glasblazer Maurice la Rooy liet ons op rustige wijze zien hoe hij in de praktijk een kleurrijk siervoorwerp (een rode, donkerrode vaas in dit geval) maakt. Het spel van het vloeibare glas dat langzaam afkoelt terwijl het verder vorm krijgt, dan weer wordt opgewarmd (nou ja, temperaturen tot rond de 1500 graden Celsius), blazen, draaien, steeds een stukje verder.
Rondvaart
Een broers- en zussendag is niet compleet zonder een etensmaal. Dit keer gecombineerd met een rondvaart op een schip van Rederij Leerdam. Rustig drie uur lang varend over de Linge. Ondertussen genieten van een zeer goed verzorgd buffet. Vier gezelschappen aan boord, maar onze plek was voorin redelijk afgezonderd, zodat er voldoende tijd was om bij te kletsen en de familie. Een topdag dus.
Hieronder een filmpje met de demonstratie van glasblazen, al wordt er niet geblazen…
En hieronder een filmisch verslag van de boottocht over de Linge:
Tweede keer dit jaar naar het Openluchtmuseum. Prachtig weer, dus een uitje verzonnen om buiten te zijn. Geen spijt van gehad. Het museumpark liet zich van zijn mooiste kant zien. Gebouwen steken prachtig af tegen de blauwe lucht.
In de afgelopen twee jaar nu drie keer in het museum geweest. En ik kan u zeggen, het verveelt niet. Ik blijf me verwonderen in die oude gebouwen. Al is het alleen maar om te zien hoe goed geconserveerd alles is. Het is soms echt alsof je in een tijdmachine bent gestapt.
Tijdens mijn vorige bezoek in mei vooral ruim tijd besteed aan de Canon van Nederland (aanrader als je hier nog niet bent geweest), nu gekozen voor wandeling en tramrit door het park zelf.
Gouda in Openluchtmuseum Gekeken naar hoe iets kleins iets belangrijks kan doen. Het Aanbrengertje of weidemolen dat uit Gouda afkomstig blijkt. OP de foto bovenaan dit verhaal net links van het midden te zien. Het molentje bemaalde ooit de kleine polder tussen de Oude en Nieuwe Gouwe. Nu zorgt het er in het Openluchtmuseum sinds 1946 voor dat water uit de sloot naar de grote vijver wordt gepompt.
En natuurlijk een bezoek gebracht aan de oude boerderijen uit Beerta, Giethoorn, Staphorst, Varik en Arnhem zelf. In een aantal oude gebouwen wordt daadwerkelijk gekookt, zodat het in het monument ook ruikt als vroeger, inclusief de lucht van petroleum. Eén bezoeker merkte bij binnenkomst in de keuken van de boerderij uit Beerta op dat de geur hem deed denken aan bezoeken aan zijn oma. ,,Dan wist je dat je die dag iets heel lekkers te eten kreeg.’’
Barak
Waar het ook al lekker rook was in de Molukse barak uit het Brabantse Lage Mierde. De toegevoegde kruiden zorgen voor een extra dimensie als je hier binnen rondloopt en je je verdiept in de geschiedenis van de KNIL-militairen en hun gezinnen die in dit soort barakken leefden.
Mooi om te zien hoe het museum moderne foefjes toevoegt om de sfeer uit het verleden nog meer boven te laten komen. Zoals in het oude café van de Westerstraat in Amsterdam, rechts voorbij de ingang. Je stapt de kroeg binnen en met een druk op de knop zie je Tante Leen of Johny Jordaan met muziek uit oude speakers hun oude liederen zingen.
En als je even wilt bijkomen van al die gebouwen? Uiteraard is er dan genoeg horeca (ook in of bij oude gebouwen) en op deze zonnige dag is het bovendien heerlijk toeven in de tuinen midden in het park. Hoe druk het ook is in het Openluchtmuseum, hier is het een oase van rust.
Kortom, een bezoek om met genoegen op terug te kijken. Volgend jaar maar weer eens doen.
Bekijk hieronder een kort filmpje. Inclusief het koken in de Molukse barak. Zonder de geuren helaas…
Op Open Monumentendag me tijdens rondleiding verdiept in de gebouwen in Diergaarde Blijdorp. Kom al met enige regelmaat in deze Rotterdamse dierentuin. Niet alleen voor de dieren, maar ook om de fantastische gebouwen van architect Sybold van Ravesteyn.
Had mijn hoop gevestigd om tijdens de rondleiding vandaag in de Rivièrahal verstopte podium te zien te krijgen. Die verwachting is waargemaakt en meer dan dat. Er zat aan dit bezoek echter ook een schaduwkantje: het verval.
Van Ravesteyn, van oorsprong station architect van de NS (hij heeft ook het in 1949 opgeleverde en in 1984 vervangen station van Gouda gebouwd), kreeg in 1937 de opdracht om een nieuwe dierentuin te ontwerpen in zijn woonplaats. De oude dierentuin in het centrum (ten zuiden van het Groothandelsgebouw en het Weena; de straatnaam Diergaardesingel verwijst er nog naar) moest wijken voor wat we nu stadsvernieuwing zouden noemen. Als locatie voor de nieuwe diergaarde werd gekozen voor een braakliggend terrein tussen de spoorlijn Utrecht – Rotterdam en de Van Aerssenlaan.
Van Ravesteyn kon hier zijn gang gaan. Moesten stations aan allerlei eisen voor het reizigersvervoer voldoen, hier kon hij zijn voorliefde voor ronde en sierlijk golvende vormen tonen. Een ronde vijver? Nee hoor, Van Ravesteyn maakte er iets aparts van. Zelfs de looproutes (ook met bochten) werden door hem bedacht. Opvallend, zegt Blijdorp zelf, want in die tijd zegevierde juist de strakke Nieuwe Zakelijkheid.
Blijdorp was een van de eerste dierentuinen ter wereld die in zijn geheel door één architect ontworpen was: een totaalontwerp. Hoewel VAn Ravesteyn niet veel met de dieren op had, zorgde hij voor iets opvallends. Grote hekken of tralies werden vervangen door grachten en lage muren. De dierenverblijven oogden minder als een gevangenis zoals tot die tijd gebruikelijk was.
Slechts één gebouw is nog ouder dan Blijdorp. De Victoriaserre, het ronde gebouw naast de Rivièrahal. Een ruimte waren tijdens mijn gewone bezoeken graag even vertoef. Een rustpunt in de drukke dierentuin. De serre was er al in de oude dierentuin en is door Van Ravesteyn meegenomen in zijn ontwerp voor Blijdorp.
Bij het aanbreken van de Tweede Wereldoorlog was Blijdorp zover af dat de meeste dieren er heen konden. Net op tijd voor het bombardement dat een deel van de stad verwoestte en ook de plek van de oude diergaarde. Daar waren dieren dood gegaan of ontsnapt. Zo liep er in die tijd een zebra door een winkelstraat… Een krokodil, Matata, is ook meeverhuisd en heeft hier tot tot zijn overlijden in 2014 geleefd.
Dan nu het verval. Van Ravesteyn maakte voor veel van de 21 gebouwen, waaronder de dierenverblijven, gebruik van het eind jaren dertig net opkomende beton. Echt nieuw dus maar van betonrot was nog onbekend.
De betonrot heeft om zich heen gegrepen. Dat is goed te zien op het orkestpodium en de twee balkons in de Rivièrahal. Aan het zicht van het publiek onttrokken, maar vandaag van dichtbij te zien. Wat eens de trots moet zijn geweest van dit gebouw, oogt nu achter een houten wand verloederd. Maar ook elders in het rijksmonument doet het zich voor. De uitkijktoren aan de achterzijde van de hal is in 1972 gesloopt.
Nog erger is een van de voormalige dierenverblijven er aan toe. Zie de foto boven dit verhaal. Als dierentuinbezoeker zie je dit niet, maar vandaag via een deur naar de bergdierenrots waar eens verschillende dieren rondliepen. Zo slecht dat de gids die ons rondleidt, waarschuwt om vooral voorzichtig te zijn als we naar de muur lopen…
De Bergdierenrots in betere tijden
Restaureren is geen optie. Zal heel veel geld kosten. Een meer dan tien jaar oud restauratieplan ging uit van twintig miljoen euro, maar vandaag de dag liggen de kosten van de bouwsector veel hoger. Maar als er niets gebeurt, is het maar de vraag hoe lang publiek de Rivièrahal nog binnen mag.
Interessant en zeer leerzaam om vandaag eens met de neus op andere feiten van Blijdorp te zijn gedrukt. Dank aan de gids die ons rondleidde. Goede uitleg en veel kennis van de Rotterdamse diergaarde.
Een ouwetje deze keer. Mike Oldfield. Zijn album Voyager uit 1996.
Prachtige muziek, volop Keltische invloeden, dus vooral beluisteren met een goed glas malt whisky binnen handbereik. Opname duurt bijna een uur, maar dat vliegt voorbij. Helaas ontkom je in deze YouTube-versie niet aan advertenties…
Hoe dan ook: een prettig weekeinde.