Een vrije week is voor mij niet compleet zonder een bezoek aan Maastricht. Niet alleen voor het terras. De Zuid-Limburgse hoofdstad is voor mij hoe druk het er ook is, een oase van rust. OK, op het Vrijthof kan het druk zijn, maar dat plein mijd ik dan ook als het even kan.
De dag begonnen met een bezoek aan het Museum aan het Vrijthof. Voor mij het
toonbeeld van waar een (piep)klein museum groot in kan zijn. Vandaag was het doel de overzichts-tentoonstelling van foto’s van de kunst-fotograaf Jan Stel.
Nooit gehoord van de man, maar in dit museum (als ook in het aan de overkant van de Maas gevestigde Bonnefantenmuseum) laat ik me graag verrassen. Een goede keus ook dit keer.
Prachtige foto’s van wat ik maar noem vergane glorie. Verlaten gebouwen met een
karakteristieke architectuur. Locaties die ooit bruisten van leven en bedrijvigheid, zoals het museum wervend schrijft. Zoals een vroegere staalfabriek in Frankrijk, een glasbedrijf (kristal) in België, een textielfabriek in Spanje en een cathedrale de vino, ook in Spanje. En een imposante vroegere Kamer van Koophandel in België en – zeer bijzonder – casino in het Roemeense Constanta.
Gelet op de aandacht in het museum vormen de foto’s gemaakt in een vroegere gashouder (gazomètre) in Frankrijk min of meer het hoogtepunt. Toch kunnen die mij het minst bekoren.
Maar al het al een heel leuke tentoonstelling, waar je ongemerkt langer blijft dan gedacht.
Voordeel als je vaker een dagje Maastricht doet, is dat je steeds eens wat afwijkt van de geijkte paden. De stadsomwalling al een paar keer bezocht en ook het terrein van de
vroegere Tapijnkazerne (nu gebouwen universiteit Maastricht en een brasserie) in het Aldenhof-park bekeken, maar nooit verderop gelopen.
Boven de stadsmuur een prachtige rustige tuin van de universiteit met banken en tafels (nu verlaten, want vakantietijd). Bijzonder fraai beeld van een bosnimf (Luk van Soom, brons, 2006) waar je ook op mag zitten.
En beneden in het Aldenhofpark de Berenkuil bekeken. Inderdaad, zoals de naam al doet vermoeden zat hier tot 1993 een echte bruine beer. Nu is het een kunstwerk, de Troostmachine. Verschillende dieren, maar als blikvanger een vrouw die het hoofd van een dode giraffe streelt. Zie foto boven dit verhaal. Klik in vorige zin op Troostmachine om het complete verhaal
achter dit kunstwerk te lezen.
De beer is niet helemaal verdwenen. Die zit, nu in brons gegoten, in de buurt op een bankje.
Het Aldenhofpark is vanwege de schoonheid, de rust, de kunst en de nabijheid van het riviertje de Jeker een prachtig deel van Maastricht om te vertoeven. Een aanrader.
Zoals gezegd is een bezoek aan het Bourgondische Maastricht voor mij niet compleet zonder een versnapering op het terras van café Charlemagne aan het Onze Lieve Vrouweplein. Prettige, vlotte, attente bediening. Fantastisch. Vergeet het Vrijthof. Dit intieme plein is een verademing. Een stilteplek in een grote stad.
Heerlijk was ook het glas (OK, twee…) Maastrichter Maltezer hier voor de terugreis naar de drukke Randstad werd aangevangen.
Bekijk hieronder een filmpje. Daaronder nog een fotocollage (in filmvorm)

Voordeel is ook dat je niet steeds de gehele dag (‘want ik heb dat dure kaartje toch niet voor niets gekocht…’) hier hoeft te vertoeven. Ben ik het na een uur of twee, of drie zat, dan keer ik huiswaarts.
En voor een moment van absolute rust, mag een bezoek aan de Victoriaserre (aan oostzijde van de Rivièrahal) niet ontbreken op mij lijstje. Is het niet voor de stilte (en warmte en de waterlelies), dan wel voor de architectuur van dit (en trouwens ook de 20 andere 20
van alles te doen, maar niet alles is op zondag toegankelijk. Het
personeel van het Friese waterschap, het Wetterskip Fryslân. Zo blijft de kennis van de werking van een stoomgemaal behouden. Ook wordt – voor bezoekers toegankelijk – sowieso twee keer per jaar het gemaal onder stoom gebracht, vroeger met steenkool, nu met stookolie.
Berlage. Het gemaal werd in 1920 (volgend jaar dus 100 jaar geleden) geopend door koningin Wilhelmina.
. De zestig meter hoge schoorsteen is al van verre te zien.
(tienduizend inwoners) trekt. Neem alleen al de
keer, ’t En wacht naar Prins noch Heer.
(brons, Bert Kiewiet). Of bij het brugwachtershuisje (brêgehokje) op een van de bankjes van de laag ommuurde zithoek met in staal weergegeven tekst ‘Onder de Hoek foar in praatsje en it lêste nijs’.
plaats van Ljouwert Boppe.
Na de regen van de afgelopen dagen was het vanmiddag goed toeven op de dijk. Prima zicht op het wedstrijdveld (een 
Niet gekozen om het dorp, maar om de beschikbaarheid van voldoende hotelkamers. De keus was gevallen op
de dijk langs het IJsselmeer de leeuwen het nog beter doen.
Zo heet op het achterdek, dat we toch regelmatig onze tafel binnen hebben opgezocht.
van skûtsjes op het water te kunnen volgen) aangeklikt werd vanaf Lesbos en vanuit de Filippijnen en Curaçao…
Komende zaterdag opnieuw naar Friesland. Dan de wedstrijd op het IJsselmeer volgen vanaf de dijk.
open te draaien. Hoorde het deze week al autorijdend via muziekapp (<I>
het allemaal heel simpel. Er zijn ook orkestversies (met veel, heel veel strijkers), maar voor mij is er maar één instrument voor dit werk: een (kerk)orgel. In dit geval het Marcussen-orgel in de Sankt. Jacobikerk in Varde, Denemarken.
nieuweling als ik is het een eyeopener.
heen leidt. Dat begint met een bezoek in vogelvlucht over de stad met zijn kasteel, haven, stad en omgeving. Om vervolgens ergens in de stad te landen, waar je als bezoeker getuige bent van het dagelijks leven in deze levendige en multiculturele handels- nederzetting.
je dat je een VR-bril op je hoofd hebt. Je daalt echt af naar Batavia. Draai je je hoofd naar links, dan zie je links ook gebouwen, de zee, de schepen. Ga je naar rechts, zie je het kasteel van Batavia en de haven. En dan vaar je mee op een sloep. Kijk naar een blauwe pin, verschijnt het leven in Batavia tot in detail op je netvlies.
twee suppoosten in de zaal de grootste lol hebben als ze de gezichten van de VR-kijkers heen en weer zien gaan…