
Ben groot liefhebber van de toneelstukken van Anton Tsjechov, dus ook van De Meeuw, maar de nieuwe uitvoering van Nina Spijkers door Het Nationale Theater kan me niet helemaal boeien. Een paar keer een huilscene door een van de spelers, maar het waarom blijft in de lucht hangen.
Vijftien jaar geleden zag ik het stuk ook al in de Goudse Schouwburg. Geen idee meer door welk gezelschap. Dus voor het huidige theaterseizoen kaartje gereserveerd. Hoewel… reservering was niet nodig geweest. De zaal was bij lange na niet uitverkocht. Tja, Tsjechov is alleen voor de echte toneelliefhebbers.
Maar goed, in de uit 1896 daterende De Meeuw, of Meeuw zoals het is omgedoopt, beschrijft Anton Tsjechov de verwikkelingen van een aantal mensen uit de bovenklasse van de Russische samenleving aan het eind van de negentiende eeuw.

De vier belangrijkste rollen zijn Trigorin (een gevierde schrijver op leeftijd), Arkadina (zijn minnares, een gevierd actrice), Kostja (haar zoon, een jonge schrijver) en Nina (zijn geliefde, een jonge actrice). Die rollen spiegelen elkaar, het gaat over ambitie en dromen enerzijds en desillusie anderzijds, zoals alle stukken van Tsjechov.
Regisseur Nina Spijkers heeft er voor gekozen in deze uitvoering door Het Nationale Theater een aantal rollen, onder andere deze centrale vier, te ‘genderswappen’ (mannen worden vrouwen, vrouwen mannen), om een al te stereotype rolverdeling tegen te kleuren. Dat pakt soms goed uit.
Monoloog
Zo wordt de monoloog van Trigorin, waarin ze Nina (hier ‘Mika’) uitlegt hoe zwaar het is om zo’n beroemde schrijver te zijn, knap gespeeld door Tamar van den Dop. Antoinette Jelgersma is prachtig – en een onvervalst Tsjechovpersonage – als Kostja’s kleurrijke tante Sorin, een oude vrouw die geen van haar dromen uit heeft zien komen en desalniettemin haar humor heeft weten te behouden. En knap is ook de rol van Alex Hendricks die Mika speelt, de schaapachtige jongeman die ervan droomt acteur te worden. Al is het maar om zijn gelaatsuitdrukkingen.

Het knappe spel van de meeste acteurs wordt echter deels teniet gedaan door een ratjetoe aan rare scenes (huilen waarvan het waarom niet echt duidelijk wordt en ook zo weer over is) en de twee ‘klepels’ die uit de lucht omlaag komen en als metronomen een tijdje heen en weer blijven slingeren. Ook hier is het waarom niet duidelijk. Om de tijd te vullen in dit twee uur durende stuk? Het komt me als toneelliefhebber warrig over.
Misschien dat ik in een van de komende weken als het stuk in de wijde omgeving wordt opgevoerd, nog maar eens ga. Kijken of het me dan wat helderder wordt.
Dit was mijn eerste voorstelling in de vernieuwde grote zaal van de opgefriste Goudse Schouwburg. Ziet er weer up-to-date uit. Alleen de stoelen zitten niet lekker voor een voorstelling van twee uur. Nieuw: een rekje voor je stoel waarin je een flesje of glas (fris)drank of je eigen waterfles kwijt kunt.
