Vrouwtje van Stavoren weerstaat coronavirus

Nog treinkaartje dat op moest en het was mooi weer na dagen van regen. Voor mij genoeg reden om per trein koers te zetten naar Stavoren. Ken het stadje eigenlijk vooral vrouwtje kleinvan de zomerperiode, als ik met vrienden hier het SKS skûtsjesilen bijwoon.

Vandaag een stuk minder druk. Wat zeg ik: het was stil. Ben al eens eerder in de winter geweest, dus de stilte zal niets met coronavirus te maken hebben.
Die stilte (behalve het geluid van de wind) was fantastisch voor een wandeling over de dijk langs het IJsselmeer.
Heerlijk om die dijk helemaal voor jezelf te hebben. Nou ja, op een enkele wandelaar met hond na dan. En het Vrouwtje van Stavoren uiteraard. Die laat zich door niets en niemand uit het veld slaan…

En nog vroeg in het jaar of niet: er was al een zeilboot te zien niet al te ver uit de kust. Eenmaal op de pier niet ver van de Johan Frisosluis heb je dijk kleinhelemaal het gevoel dat je in het water staat.

Natuurlijk ook even door het dorp gelopen. Hier al net zo stil. Moet je in de zomer uitkijken dat je niet van de sokken wordt gereden, vandaag is Stavoren de rust zelve. En met minder wind dan op de dijk, is het hier een stuk aangenamer.

havenweg kleinDe stille periode merk je ook aan de horeca. Nabij de burg over de stadsgracht en het beeld van het vrouwtje van Stavoren in het oude centrum, tel ik maar één horecagelegenheid die open is: De Visserman. O ja, en aan de overkant van de haven is op de zeetong of pier ’t Havenhoofd ook open, net als den enkele friet- en viskraam.

Hoogtepunt, naast de hernieuwde kennismaking met dit oude stadje, is het kunstwerk Verbeelding van het Blokhuis. In 2019 geplaatst in een diep gelegen plek achter de vakantiewoningen van de Havenweg. Op die plek blijkt dus in een zeer ver verleden een vestingwerk geweest. Klik hier voor meer informatie daarover.

Modern kunstwerk van beton, staal en glas. Daar houd ik wel van.
Zoals de naam al zegt is het een verbeelding van het vestingwerk, geen moderne, getrouwe kopie. Door glasplaten kijk je een kuil met daarin de echte restanten van dekunstwerkStavorenklein wenteltrap uit het oorspronkelijke gebouw.

Een minder geslaagd onderdeel van het kunstwerk, want door de grote druppels die aan de onderzijde van de glasplaat hangen, valt er niet heel veel te zien. Maar het idee is leuk. Een aantal foto’s van de Verbeelding van het Blokhuis heb hier onder in een YouTube montage gezet.

Een flinke reis voor zo’n dagbezoek, maar het was het waard. Als je reisplanner goed raadpleegt, kun je van Gouda tot Leeuwarden in dezelfde trein blijven zitten. Ontspannend met een flinke thermosbeker goede koffie voor de heenreis en een wee dram voor de terugreis. Een welbestede dag.

Filmimpressie:

 

Fotoreeks Verbeelding van het Bolwerk:

 

Apen op de rots

Superlekker weer (zon, behaaglijk warm). Alleen dat zou al een reden zijn geweest voor een lang weekeinde Gibraltar, het zuidelijkste puntje van het Iberisch Schiereiland. En volgens de Grieks mythologie een van de twee zuilen van Hercules.
De echte reden was de classisvergadering van mijn kerk, de Church of Scotland. Die wordt (vanwege de grote afstanden tussen onze lokale kerken) tweemaal per jaar gehouden, in hoofdfoto 2 kleinmaart en oktober.

Dit keer dus in Gibraltar, met als gastkerk St. Andrews. Ben hier jaren geleden al een keer geweest voor kerk kleineen clasissvergadering. Een hernieuwde kennismaking dus. Ik zal jullie hier niet vermoeien met saaie details van de vergaderingen op vrijdag en zaterdag. Alleen dat er extra vrije tijd was. Door omstandigheden ontbraken verschillende mensen. Dus een report minder te bespreken en ook minder lange toespraken. Kortom op zaterdag al om 13.30 uur klaar i.p.v. gemiddeld 16.00 uur. Mijn aandeel: commissievergadering op vrijdagochtend, toespraak op vrijdagavond en op zaterdag een presentatie van de publiciteit die we als internationale classis hebben gegenereerd in het kerkblad van de Church of Scotland en op de websites, Facebook Twitter en Instagram van dezelfde kerk en het kerkblad.

‘Vroeg’ stoppen op zaterdag was dit keer allesbehalve een straf. Had ik al verteld dat het prachtig weer was in Gibraltar? De vrijdagmiddag ben ik altijd vrij (vergadering dagelijks bestuur en de commissievoorziters en daar hoor ik niet bij), dus volop tijd om in een heerlijke zonnetje jasloos door Hotelkamer kleinGibraltar te wandelen.

De vrijdagmiddag gebruikt om in Morrisons wat Britse bacon in te slaan voor thuis. En verder op balkon van mijn hotelkamer (het kleine rode cirkeltje op de foto is balkon van mijn kamer) een kleur op het gezicht te krijgen.

De grote foto boven dit verhaal is het uitzicht vanaf mijn balkon, met in het midden de zes hectare grote en twee eeuwen oude Botanische tuin van Gibraltar. In 1816 aangelegd in opdracht van de Britse gouverneur van Gibraltar, generaal George Don. Het was zijn bedoeling dat de soldaten gestationeerd in het fort een aangename recreatiegebied tot hun beschikking hadden wanneer ze vrij waren. Ook andere bewoners van Gibraltar mochten hier genieten, beschermd tegen de extreme hitte van de zon. Op de achtergrond van de foto de Straat van Gibraltar.apen klein

De zaterdagmiddag met de kabelbaan naar boven op de 200 miljoen jaar oude  Rots van Gibraltar pal achter mijn hotel. De berberapen (makaken) bezocht (die brutaal azen op eventueel eten in je jas of rugzak).
De legende gaat dat zolang er apen op de rots leven, Gibraltar in handen blijft van de Britten. De Britten doen er dus alles aan om ervoor te zorgen dat de apen op de rots blijven.
Ook
genoten van het fenomenale uitzicht. Geen wolkje aan de lucht, dus zo ver kijken als het oog reikt.

Ook bijzonder: vanwege het mooie weer zondagmiddag van kerk naar luchthaven gelopen. Klein runway kleinhalfuurtje met als bonus dat je via de Winston Churchill Avenue de landingsbaan moet krusien om van de stad naar het luchthavengebouw te gaan. Als er een vliegtuig komt of vertrekt? Dan gaan de slagbomen omlaag, net als bij een spoorwegovergang. Leuk om eens legaal over de landingsbaan te mogen wandelen.

Bij de classisvergaderingen zelf gaat het niet alleen om de officiële kerkbeslommeringen, ze zijn ook een goede gelegenheid om banden aan te halen met predikanten en ouderlingen van de verschillende kerken in dit regioverband. Een fantastische ploeg mensen die zich samen inzetten voor onze kerken. menu kleinEen vriendenclub, iets dat zich vooral uit tijdens de diners op vrijdag- en zaterdagavond. Zeker ook voor de predikanten, want die zien alleen over het algemeen ook niet vaak. De kerkregio is immers zeer groot: van Bochum in het noordoosten en Amsterdam in het noordwesten tot Malta in het zuidoosten en Lissabon in het zuidwesten. En dan de kerken nog Colombo (Sri Lanka) en Bermuda.

De volgende bijeenkomst is in het tweede weekeinde van oktober, dan in Boedapest. Ook een hernieuwde kennismaking. Ik kijk er al naar uit.

Filmpje van de apen op de Rots van Gibraltar

 

En een filmpje van het kruisen van de start- en landingsbaan van Gibraltar International Airport

Vikingen

Laatste trip voor dit proefpensioen heeft me vandaag naar Leeuwarden gebracht. Nee, nu niet om het Ljouwerter skûtsje op te zoeken, maar voor een bezoek aan het Fries Museum voor de tentoonstelling Wij Vikingen.

Vikingen zijn me als Scotlandbezoeker niet vreemd. Zeker Orkney en Shetland ademen de sfeer van de vroegere veroveraars. Maar wat hun betekenis voor ons land en dan vooral de noordelijke provincies is geweest van de achtste tot de elfde eeuw, was me tot nu toe onbekend.

Waar de Vikingen me vooral als moordenaars en plunderaars zijn bijgebleven uit de verhalen en de films, leert de tentoonstelling me ook een andere kant zien. Zeker ze hebben huisgehouden in Friesland (of Frisia de oude naam van die provincie), maar de Vikingen die niet alleen het noorden van Europa bezochten, maar ook Constantinopel en zelfs Bagdad, zijn ook van invloed geweest op de handelsgeest van de Friezen. De wijnvat kleinVikingen brachten uit het noorden barnsteen en glaskralen en uit het zuiden zijde en zilver, alsmede aardewerk en wapens. Niet alles was handelswaar, het ging voor een groot deel ook om geroofde goederen.

De Friezen nemen die handelsgeest over. Ze halen wijn uit Duitsland en verkopen dat weer in het noorden. Enkele van de grote, houten vaten zijn te zien op de tentoonstelling.
Munten om te betalen werden niet gebruikt. Ze bestonden wel, maar werden al dan niet in stukken gehakt om als betaalmiddel (‘hakzilver’) dienst te doen. Een deel van het hakzilver (gevonden in Wieringen) is tentoongesteld.
Het roven namen de Friezen ook over. Niet zelden sloten ze zich aan bij de Vikingen.

Wij Vikingen schetst ook een geheel ander beeld dat dat uit films als Wickie de Viking naar voren komt. Zo droegen ze helemaal geen gehoornde helmen. Ze vochten schouder aan schouder, voeren op smalle schepen, dus die hoorns zouden maar in de weg zitten. Sterker nog, de tentoonstelling leert dat veel Vikingen helemaal geen helm droegen. Het waren vaak arme boeren en konden zich zoiets niet veroorloven. Vermoedelijk hebben romantici in de kunststroming van de achttiende eeuw naar het beeld van de Germanen gekeken en dat over de Vikingen geplakt.

En nog iets. Het beeld van rauwe Vikingen met lange baarden en een onverzorgd uiterlijk blijkt ookoorlepel strijkijzer klein helemaal niet te kloppen. Ze waren zelfs zeer bezig met hun uiterlijk. Er zijn metalen oorlepeltjes gevonden, de voorlopers van de wattenstaafjes. En kammen. En ze trimden hun baarden laten opgegraven attributen zien. Er is zelfs een voorloper van een strijkijzer te zien. Ze wilden kennelijk netjes voor de dag komen na een dag van roven en plunderen. Een echte eyeopener dus.

Niet alleen het roven en de economie uit de Vikingtijd komen aan bod op de tentoonstelling. Ook de wet kleinkerstening die later volgde. Zo zijn er enkele houten doopvonten te zien.
Uit die tijd dateren ook de eerste (?) wetteksten waar de Friezen mee te maken kregen. Zo is er een wet die zegt dat een Friese Viking wordt uitgestoten. Als hij geplunderd, verkracht en gemoord heeft, wordt hij berecht. Er volgt alleen geen straf als hij er door de Vikingen toe gedwongen werd. Dan volgt geen boete of vredegeld en hij hoeft zelfs geen schadevergoeding te betalen.

schip kleinWat heel bijzonder is op de tentoonstelling, is de replica van een origineel vikingschip. Tien leerlingen van de opleiding Bouw en Infra en Maritieme Techniek van ROC Friese Poort hebben die in tien maanden gebouwd. Als basis gebruikten ze de afmetingen van het vikingschip Skuldelev V dat zich in het vikingmuseum in het Roskilde bevindt. Het schip, of wat er van over was, werd in 1959  gevonden door duikers in een fjord in de buurt van deze Deense stad.

Om het vijftien meter lange schip in het museum te krijgen is het in drie delen ‘geknipt’ en in het museum als een puzzel in elkaar gezet. Niet alleen mooi om naar te kijken, je mag ook aan boord.

De tentoonstelling is maar één doel voor de reconstructie. Als de expositie half maart is afgelopen, wordt het schip gereed gemaakt om door Friesland te varen. Na meer dan duizend jaar vaart er straks dus weer een vikingschip door Friesland. Het zou me niks verbazen als dat ook gebeurt tijdens het SKS skûtsjesilen.

 

 

Van Cyprus tot de Vikingen in een paar weken

Met al zes museumbezoeken in de afgelopen vier weken en nog een (vrijdag) te gaan, ben ik al goed op stoom om mijn Museumjaarkaart flink terug te verdienen. Hoewel, hoe vaak zou ik een museum bezoeken zonder die kaart? Juist!
Hoe kan ik deze vier weken, die ik als proefpensioen beschouw, doorkomen. Kan ik echt vier weken zonder mijn werk doorbengen ook als ik niet de heuvels in Scotland in trek? Welnu, met gemak leert deze ervaring. Van alles gedaan. Ook wel een of een paar dagen (soms aaneengesloten) thuis gebleven, omdat daar ook nog wel wat vrijwilligerswerk lag te wachten, maar uiteraard ook naar Maastricht en voorts volop ingezet ook op musea.

Rijks klein

De meeste niet bij toeval, maar vanwege een tentoonstelling of andere bijzonderheid. Neem nu het Rijksmuseum in Amsterdam. Al een paar keer geweest, maar nog niet in de periode dat het voorwerk wordt gedaan voor de restauratie van de Nachtwacht, Rembrandts beroemdste schilderij. Dus hier gisteren (dinsdag) heen.
Leuk om gezien te hebben, maar het viel wat tegen. Indrukwekkend is de grote glazen constructie om de muur waar het immens grote doek hangt. Maar ik heb pech. In dit glazen huis overleggen drie mensen aan een bureau. Weinig spannend dus.

Gebouw
Maar goed, ronddolen door dit museum is al een genot op zichzelf. Zoveel kunstschatten. En het gebouw van architect Pierre Cuypers is een lust voor het oog. De eerste keer dat ik het Rijksmuseum bezocht, in augustus 2017, ging ik voor de Nachtwacht, maar werd betoverd door het gebouw zelf. Ik neem aan dat iedereen die dit leest en er geweest is, dit kan beamen.

Ook een bezoek gebracht aan het naastgelegen Van Goghmuseum. Eerder bezocht in augustus 2017. Maar de werken van deze schilder blijven me imponeren. Zoveel moois en door de goede uitleg op de bordjes, leer je het tijdsbeeld kennen. Zoals de werken die hij maakte in de periode dat Van Gogh was opgenomen in een ziekenhuis of inrichting in Arles.

aardappeleters klein

Aardappeleters
Een tweede bezoek aan dit museum is geen overbodige luxe. De eerste keer is het totale overzicht van de werken van Van Gogh zo overweldigend, kan niet alles in een keer is te bevatten. Je moet er dus wel een tweede keer heen en ik denk ook een derde, om dieper in deze nalatenschap van de beroemde schilder te duiken. Al is het alleen maar om het schilderij Aardappeleters nog eens te zien.

Een derde schilderijenbezoek deze periode was vorige week zaterdag het Mauritshuis in Den Haag. Ook een herhaalbezoek en ook omdat de collectie zo omvangrijk en indrukwekkend is om alles in een keer te bevatten. Zaal na zaal zie je de mooiste schilderijen die Nederlands rijk is. Neem alleen al het betoverende Meisje met de parel van Johannes Vermeer.

Laat de kinderen tot mij komen klein

Een speciale reden om nu naar het Mauritshuis te gaan, is de overzichtstentoonstelling Nicolaes Maes, een van de beste leerlingen van Rembrandt. Vooral de portretten van de slapende oude vrouw, en de verschillende uitvoeringen van de Luistervink zijn het bezoek meer dan waard. Je ziet werken die uit beroemde musea elders op de wereld komen, zoals Jezus zegent de kinderen (‘Laat de kinderen tot mij komen en verhindert ze niet…’) uit de National Gallery in Londen. En Abraham die zijn zoon Izak offert, uit het Agnes Etherington Art Centre in Ontario, Canadese zie je ook niet elke dag.

Aphrodite klein

Aphrodite
Een geheel ander museum waar ik weer ben geweest deze periode is het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Nu hierheen vanwege de tentoonstelling Cyprus, Eiland in beweging. Een mooi overzicht van beelden en andere voorwerpen uit het zeer oude Cyprus. Het aanbod heeft een spanwijdte van wel negenduizend jaar.
Veel archeologische topstukken uit het Cyprus Museum zelf zijn hier nog tot half maart te zien, zoals het grote beeld boven dit verhaal. Heel veel beelden van Aphrodite de godin die volgens de legendes uit het schuim van de zee bij Palaepaphos zou zijn geboren. Ik wist het niet, maar onze maand april is naar haar vernoemd. Interessant ook om de invloeden van andere landen zoals Egypte en Griekenland.

Twee andere musea die ik heb bezocht zijn Speelklok en het Catharijneconvent in Utrecht. Zie daarvoor het verhaal hieronder, ‘Van klok tot kerststal’.

Nog één museum staat op mijn lijstje tijdens dit proefpensioen. Komende vrijdag zet ik koers naar Leeuwarden, het Fries Museum. Daar is nu de tentoonstelling Wij Vikingen. Die is gewijd aan de tijd van de vele Vikingaanvallen in Friesland, of Frisia, zoals dit noordelijke stukje Nederland ruim duizend jaar geleden heette.
Hoe ik deze tentoonstelling waardeer, lees je over een paar dagen in dit blog.

Van klok tot kerststal

Twee musea bezocht vandaag in Utrecht. Speelklok, in de vroegere Buurkerk in het centrum van de Domstad, was een hernieuwde kennismaking. Daarheen nu vanwege de nieuwe aanwinst, de Clay klok uit 1738. De ‘Nachtwacht’ onder de speelklokken, meldt het museum vol trots. Daar kan ik me iets bij klok kleinvoorstellen. Klok hier voor een nadere uitleg over de klok: geschiedenis, aankoop door het museum en de restauratie in samenwerking met het Rijksmuseum.
Zeer verfijnd vervaardigd zo met mijn leke-ogen te zien. Schitterende details zoals de allegorische voorstelling van Mars, Apollo, Pegasus en de negen muzen (godinnen van de kunsten en de wetenschap).

En een fraai melodietje. Een van de tien werken van Georg Friedrich Händel, die speciaal voor deze klok zijn bewerkt (ingekort en middenstemmen weggelaten), zoals het Menuet uit de Ouverture van Arianna (opera Arianna in Creta) dat de gids met een druk op de knop tot leven laat komen. Een genot om naar te kijken en te luisteren.
Had het melodietje jullie hier graag laten horen, maar ben iets te onvoorzichtig geweest met het wissen van opnamen van mijn telefoon. Tot 5 januari wordt de klok nog een paar keer per dag spelend gedemonstreerd, dus moet ik binnenkort nog een keer naar dit museum toe om een opname te maken.

Het tweede museum was ik nog niet eerder geweest: het Catharijne Convent. Ondergebracht in een vroeger Karmelietenklooster, herbergt dit museum veel christelijke/geestelijke kunst. Voorwerpen, zoals – volgens een Samaritaanse vrouw kleinlegende – de hamer waarmee Sint-Maarten de duivel heeft geslagen en afgodsbeelden heeft vernield.
En verder heel veel schilderijen met Bijbelse voorstellingen, zoals – uiteraard – tientallen (ik heb ze niet geteld) afbeeldingen van Maria met het kindeke Jezus, Izak die Jacob zegent, Mozes toont het volk de twee stenen tafelen met de tien geboden, Jozef door zijn broers verkocht, de genezing van de blinde, de overspelige vrouw (‘Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen’), Lot en zijn dochters, de Samaritaanse vrouw (zie foto hierboven), de brede en de smalle weg, de kruisiging van Jezus. Allemaal een lust voor het oog. Niet alleen het totaalbeeld, maar ook de vele details in die werken.

kerststal kleinEn in deze kersttijd ook een ruimte vol met kerststallen. Groot en klein, oud en modern, zoals het plaatje hiernaast toont. Onderdeel van het evenement Kerstival en speciaal gericht op kinderen. Maar als ik om me heen kijk, zijn er volop volwassenen die net zo van genieten van de details in al die kerststallen.

Net als ik eerder in het Rijksmuseum heb ervaren tijdens en na mijn eerste bezoek, was de collectie te omvangrijk en te indrukwekkend om het allemaal in een keer tot me te laten doordringen. Zal er dus nog een paar keer heen gaan om meer en meer te genieten van de schoonheid van deze kunstschatten. Geen straf voorwaar.

 

 

 

Mooi Maastricht

De weersvoorspelling is uitmuntend, dus belofte aan mezelf ingelost en per trein naar Maastricht. Altijd een favo stad voor een daagje uit.

Geen museumbezoek dit keer. Wil volop genieten van de zon en de warmte. Want het voelt bij aankomst op het NS-station van Maastricht. Denk heel even dat er zo’n muurschildering kleinterrasheater in de buurt staat, maar het is toch echt zonnewarmte. Heerlijk.

Er wordt trouwens driftig gerestaureerd aan het monumentale stationsgebouw. Er is oog voor details. In de vernieuwde AH to go is een originele wandschildering uit 1961 weer zichtbaar gemaakt. Een plaatje.
Bij de renovatie van het in 1915 gebouwde station worden nog meer elementen in de oude luister hersteld en krijgen eerder niet toegankelijke ruimtes nieuwe publieksfuncties. Zo wordt er in de vroegere visitatieruimte een grand café gevestigd. Meer informatie over de restauratie van het stationsgebouw vindt je hier.

Standswandeling langs de oude vestingwal. In maart van dit jaar is een deel van degedicht klein stadsmuur bij de vijver De Vijf Koppen (stadspark, Sint Pieterskade) bezweken. Is nog steeds niet hersteld. De Maastrichtse stadsdichter Maarten van den Berg heeft zich er op uitgeleefd. Nu de werkzaamheden op het oog voorlopig stil liggen, is het gedicht op een groot geel doek geplaatst over het gat in de muur.

Het gedicht:

ontembaar vocht de muur tegen vijand en vuur, tot zij
koortsig bollend bezweek, keien als koppen liet rollen
haar buik waarachtig een wortelkraker bleek
en vijf eeuwen opende om de tijd opnieuw te stollen

Daarna doorgelopen naar een plek op de stadsmuur waar het goed toeven is. Vanaf bankjes kijk je uit over de Tapijntuin. Helaas schermt een deel van de bomen het beeld kleinzonlicht af. Dus doorgelopen naar het Aldenhofpark. Daar wel een plek waar de zon volop haar werk kan doen.

Bijzonder in deze hoek van Maasstricht blijft ook het beeld van een van de drie musketiers, d’Artagnan. Bekend uit het boek van Alexandre Dumas (Eén voor allen, allen voor één). Maar d’Artagnan blijkt echt te hebben bestaan. Charles de Batz-Castelmore, seigneur d’Artagnan is in Maastricht in 1673 gesneuveld toen Franse troepen de stad belegerden.

Uiteraard ook koers gezet naar het Onze Lieve Vrouweplein, omklein bier bij mijn stamcafé Charlemagne neer te strijken. Wat ik hoopte, komt uit. Het terras is in gebruik. Wat zeg ik: alle terrassen op het plein zitten vol. De zonnige dag is goed voor de Maastrichtse horeca. Na een heerlijk tapbiertje ( Maastrichter Malthezer ) genuttigd te hebben met de trein via Valkenburg naar Heerlen, om de terugreis naar Gouda aan te vangen.

Pas voorbij Den Bosch, als de schemering al inzet, begint het te regen. Maakt me niet uit. Mijn dagje Maastricht kan niet stuk.

 

servaes klein

Whisky galore

Ruud op het International Whiskyfestival in Den Haag is als een kind in een snoepjeswinkel. Een middag lang (van 13.100 – 17.00 uur) een paar honderd whisky’s zien en er een stuk of vijftien proeven. Voor mij inmiddels een jaarlijkse traditie in november. Het festival (vrijdagavond, zaterdag en zondagmiddag) beleefde dit festival kleinweekeinde zijn twintigste editie.
Kleine hoeveelheden per keer (omgerekend zeven [?] gewone glazen), maar man, man, man wat een moois was er weer te proeven vanmiddag. De ene verrassing na de andere.

Bij binnenkomst een standaard whisky genomen om in de juiste stemming te komen en mond en neus alvast aan het werk te zetten. Een Glengoyne.

Daarna neef D en vriend M opgezocht om samen aan het echte werk te beginnen. Direct Cley kleinmet de neus in de boter, uhhh, het whiskyglas bij Cley distillery uit Rotterdam. Inderdaad, een Nederlandse whisky dus. Maar andere distilleerderijen in Nederland laten al jaren zien, dat whisky niet per se uit Scotland hoeft te komen.
Bij deze stand twee fraaie malts geproefd, waarbij die uit het Oloroso vat het lekkerste was. Vier jaar oud pas (de distilleerderij bestaat pas een aantal jaren), dus een goede belofte voor de toekomst. Boven mijn budget, maar je kunt ook je eigen vat ( 10, 65 of 100 liter) kopen, laten afvullen en laten opslaan bij Cley en na een x-aantal jaren laten bottelen.

Robert Burns
Vervolgens enige tijd doorgebracht bij de stand van Annandale, uit Dumfries, de regioannandale klein ten zuidoosten van Glasgow. Twee mooie, nieuwe (uit 2018) Lowland whisky’s geproefd, de peated Man O’Sword (verwijzing naar William Wallace en de unpeated (gelagerd op Oloroso vat) Man O’Words (Robert Burns). Verschillend van karakter uiteraard, maar beide niet te versmaden.

En niet dat ik een fles zal kopen, maar deze
1770 van de vijf jaar oude Glasgow Distillery mag er best zijn. Een zachte, fruitige young spirit.

Het voordeel van een whiskyfestival is dat je voor relatief weinig geld veel kunt proeven om te ontdekken wat je lekker vindt en niet. Zo kom je niet voor ene teleurstelling te staan als een voor veel geld gekochte fles helemaal jouw smaak niet is. Dat ontdekten we Talisker kleinvanmiddag. De Game of Thrones van Talisker op het eiland Skye is zo’n teleurstelling. Duidelijk een marketingdingetje dat inhaakt op de populaire (bij sommigen) Amerikaanse fantasy-televisieserie Game of Thrones. Hoe de serie is, weet ik niet, maar de whisky is ronduit vlak. Niks spannends aan. Veel minder dan de gewone Talisker en al helemaal niet te vergelijken met de bijzondere Talisker Arran kleinStorm.

Nee, dan de 10 jaar oude Arran non-chill filtered en de cask strength. Dit zijn whisky’s  die je graag van Sinterklaas op pakjesavond zou krijgen. De 10 jaar oude is al een genot voor de smaakpapillen, die cask strength nog meer. Wat een sensatie in de mond.

Leuk, maar niet overdreven bijzonder was ook de Glen Moray Fired Oak. Glen Moray ken ik van mijn vakantie. Heb altijd een fles in de auto voor bij de tent. Een whisky zonder poespas, een ‘doordrink whisky’ zoals ik thuis de Glen Talloch drink.
De Fired Oak belooft veel. De naam verwijst naar het zwart branden van de binnenkant van de vaten (American Oak). De whisky zelf heeft een goed smaakpalet. Helemaal niks mis mee.

Tasmania kleinNieuw en mooie whisky uit Australië geproefd ook vanmiddag. De 10 jaar oude Roring forty van Hellyers Road Distillery uit Tasmanië, Australië. Licht van smaak, beetje zoet niet complex, met 46,2 procent alcohol (ABV) zeer goed te doen. Wat je ver haalt is lekker, zegt men. Dat klopt wel. Ik zou geen nee zeggen als mij een fles wordt aangeboden.

Pagode
Geen whiskyfestival is compleet voor mij zonder even iets geproefd te hebben bij Highland Park. Heb de distilleerderij al een aantal Highland Park kleinkeren bezocht en geniet altijd van omrijden uit Kirkwall naar mijn camping in Deerness. De lucht uit de pagode schoorsteen die via de ventilatie je auto binnendringt… De Dragon Legend dit keer geproefd. Een kleur van diep goud, de turf of peat (van Hobbister Moor in het westen van mainland) duidelijk aanwezig zonder te overheersen.

Nog een blend geproefd waar eveneens niets mis mee is, de 12 Y The Ancestor van Dewar’s. Verrassend. Een gewone blend zou je zeggen, maar er blijft iets van turfsmaak hangen in de mond. Dat maak je niet altijd mee.

Turf
Heel, echt heel bijzonder was de Port Askaig 28 Y. Port Askaig is behalve een dorp op het eiland Islay ook een whiskyhandelsmerk van Speciality Drinks, het bedrijf achter The 100 Proof kleinWhisky Exchange van Sukhinder Singh. Port Askaig zegt nooit welke malts van Islay worden gebotteld, maar deze 28 jaar oude komt toch wel erg overeen met Laphroaig, stellen we voorzichtig vast, samen met W. die de prachtige stand van Bresser en Timmer. Winkelwaarde van één fles: 350 euro!
Heel mooi hier was ook de Port Askaig 100 Proof. De turf ook overduidelijk aanwezig en zoals de ‘100 Proof’ voor de kenners al doet vermoeden: 57,1 procent alcohol (ABV). Blijft lekker lang hangen in de mond. Echt iets voor een koude winteravond.

Zeker sinds oud-collega van me met die achternaam de Kilchoman kleindistilleerderij op Islay heft bezocht, ook even genipt bij Kilchoman. De standaard whisky en toen de limited edition STR cask matured, waarbij STR min of meer staat voor schoongemaakt, geschuurd en daarna geroosterd en gebrand (charred) aan de binnenzijde. Zeven jaar oud, 50 procent ABV. Fantastisch.

Kortom, nou ja, kort… weer een fantastisch festival.

festival 2 klein

Getuige van eerste Vrije Statenvergadering

Getriggerd door recente verhalen in mijn eigen krant en opmerkingen van burgemeester Pieter Verhoeve van Oudewater (vanaf 13 november ‘van Gouda) vandaag een bezoek gebracht aan Hof van Nederland.
Willem van Oranje kleinAanleiding voor de recente aandacht was het nieuwe beeld van Willem van Oranje, gewijd aan de eerste Vrije Statenvergadering in juli 1572 in Dordrecht. Op de sokkel staan de steden die er aan deelnamen, alleen die van Oudewater ontbreekt. Een omissie die nog goedgemaakt moet worden.

Het museum Hof van Nederland is onder andere gewijd aan die eerste Vrije Statenvergadering. Informatie over de voorloper van ons huidige Nederland, de republiek, is overal te vinden. En je hebt het natuurlijk ook gehad bij het vak geschiedenis op school. De Tachtigjarige Oorlog, de opstand tegen de Spaanse koning Filips II en zijn bestuurder in ons land, de hertog van Alva, de geloofsvervolging.

Opstand
Willem van Oranje stuurt aan op een vrije Statenvergadering (tegenhanger van de tot dan officiële in Den Haag) om een opstand tegen de Spaanse koning Filips II te organiseren. Met het beleid van Filips II en zijn Hertog van Alva is hij het oneens; de Spanjaarden leggen hoge belastingen op, beperken de macht van de Nederlandse adel en er heerst hongersnood. Bovendien worden mensen om hun geloof vervolgd door het katholieke regime.
De eerste Vrije Statenvergadering legt de basis voor de onafhankelijke Republiek der Nederlanden, de voorloper van ons Nederland van nu.

Wat de aandacht hiervoor in Hof van Nederland in Dordt bijzonder maakt, is de film. Alleen die is het bezoek aan het in 2015 geopende museum al meer dan waard. Na de aankomst van de burgemeesters van de deelnemende gemeenten, schermafdruk film kleinschakelen decor en kostuums over naar 1572.

Watergeuzen
Je bent, gezeten in de echte Statenzaal (tot de Beeldenstorm de refter van het Augustijnen-klooster) waar de vier dagen durende vergadering 4,5 eeuw geleden in het echt plaats had, getuige van het overleg. Je zit als het ware op de tweede rij bij die bijeenkomst. Je ziet en hoort Marnix van St Aldegonde (gespeeld door René van Zinnicq Bergmann), de vertegenwoordiger van Willem van Oranje, die het verzet zou gaan leiden. En ook de wrede opperbevelhebber van de Watergeuzen Willem van der Marck, heer van Lumey (gespeeld door Cees Geel).

Opvallend, zo had ik het nog niet eerder gehoord, is dat de vergadering geen uitroeiing wilde van het katholicisme in Nederland. ,,Laat ons niet doen zoals Alva en zijn Bloedraad’’ klonk het echter. In die context zou de tweede wapenspreuk van Nederland kunnen luiden: Een land waar je vrij bent om te denken wat je denkt, te geloven wat je gelooft en te zijn wie je bent.’’

Vergadertafel
Na afloop van de vijftien minuten durende film (geregisseerd door Theu Boermans, bekend van Soldaat van Oranje) gaat het scherm omhoog en kun je vervolgens om de statenvertaling kleinvergadertafel lopen.
Ik vond het zo boeiend om op deze manier die eerste Vrije Statenvergadering te hebben bijgewoond, dat ik hem zelfs twee keer heb bekeken vandaag.

Het museum geeft ook aandacht aan de oudste Nederlandse Bijbel, de Statenvertaling. Met natuurlijk aandacht voor de Nationale Synode van 1618 (in Dordrecht). Mooi om de gravure van Bernhard Picart uit 1729 van die vergadering in het echt te zien.
Het was bovendien schitterend weer vandaag, dus een wandelingetje door het oude centrum was de kers op de taart.

Hieronder de promo van de film over de eerste vrije Statenvergadering:

 

Op een mooie herfstdag

Tweede keer dit jaar naar het Openluchtmuseum. Prachtig weer, dus een uitje verzonnen om buiten te zijn. Geen spijt van gehad. Het museumpark liet zich van zijn mooiste kant zien. Gebouwen steken prachtig af tegen de blauwe lucht.
In de afgelopen twee jaar nu drie keer in het museum geweest. En ik kan u zeggen, het verveelt niet. Ik blijf me verwonderen in die oude gebouwen. Al is het alleen maar om te sfeer kleinzien hoe goed geconserveerd alles is. Het is soms echt alsof je in een tijdmachine bent gestapt.

Tijdens mijn vorige bezoek in mei vooral ruim tijd besteed aan de Canon van Nederland (aanrader als je hier nog niet bent geweest), nu gekozen voor wandeling en tramrit door het park zelf.

Gouda in Openluchtmuseum
Gekeken naar hoe iets kleins iets belangrijks kan doen. Het Aanbrengertje of weidemolen dat uit Gouda afkomstig blijkt. OP de foto bovenaan dit verhaal net links van het midden te zien. Het molentje bemaalde ooit de kleine polder tussen de Oude en Nieuwe Gouwe. Nu zorgt het er in het Openluchtmuseum sinds 1946 voor dat water uit de sloot naar de grote vijver wordt gepompt.

En natuurlijk een bezoek gebracht aan de oude boerderijen uit Beerta, Giethoorn, tram kleinStaphorst, Varik en Arnhem zelf. In een aantal oude gebouwen wordt daadwerkelijk gekookt, zodat het in het monument ook ruikt als vroeger, inclusief de lucht van petroleum. Eén bezoeker merkte bij binnenkomst in de keuken van de boerderij uit Beerta op dat de geur hem deed denken aan bezoeken aan zijn oma. ,,Dan wist je dat je die dag iets heel lekkers te eten kreeg.’’

Barak
Waar het ook al lekker rook was in de Molukse barak uit het Brabantse Lage Mierde. De toegevoegde kruiden zorgen voor een extra dimensie als je hier binnen rondloopt en je je verdiept in de geschiedenis van de KNIL-militairen en hun gezinnen die in dit soort barakken leefden.

cafe kleinMooi om te zien hoe het museum moderne foefjes toevoegt om de sfeer uit het verleden nog meer boven te laten komen. Zoals in het oude café van de Westerstraat in Amsterdam, rechts voorbij de ingang. Je stapt de kroeg binnen en met een druk op de knop zie je Tante Leen of Johny Jordaan met muziek uit oude speakers hun oude liederen zingen.

En als je even wilt bijkomen van al die gebouwen? Uiteraard is er dan genoeg horeca Dag klein(ook in of bij oude gebouwen) en op deze zonnige dag is het bovendien heerlijk toeven in de tuinen midden in het park. Hoe druk het ook is in het Openluchtmuseum, hier is het een oase van rust.

Kortom, een bezoek om met genoegen op terug te kijken. Volgend jaar maar weer eens doen.

Bekijk hieronder een kort filmpje. Inclusief het koken in de Molukse barak. Zonder de geuren helaas…

Schip Ahoy!

Na een paar jaar de Wereld Haven Dagen in Rotterdam bezocht. Er mijn vrije vrijdag voor gebruikt. Goede beslissing. Het kwam me minder druk over dan op zaterdag.

Boskalis kleinGeen vast programma gevolgd. Gewoon, eerst langs en op schepen rond de Wilhelminakade. Bijvoorbeeld aan boord geweest van De Zonnebloem, het schip van de gelijknamige organisatie. Het dateert uit 2005, maar als mij was verteld dat het net in de vaart was, zou ik het ook geloven. Het zag er tiptop uit.

Bijzonder ook om eens rond te kijken op een schip dat de vaargeul in de Botlek diepstuurhut klein genoeg uit. Indrukwekkend hoeveel power zo’n schip uitstraalt.
Zelfde geldt voor de schepen van Rijkswaterstaat en de KNRM. Mooi om er eens op geweest te zijn.

Aan de andere kant van de Maas, bij de Parkkade geneusd bij de vele kraampjes. Wilde in de hoek vlakbij de Maastunnel nog even de Zr. Ms. Rotterdam op. Maar de Veerhaven kleinrij voor de entree was zo lang dat ik dat maar aan me voorbij heb laten gaan.

In plaats daarvan voor het eerst van mijn leven onder de Maas gelopen, door de Maastunnel.
Ken de autotunnel vooral uit de tijd dat ik als kind met mijn ouders met de bus naar opa en oma op Heijplaats ging. En op een zondag wil ik af en toe nog wel eens een ritje door Rotterdam maken en kom dan ook wel eens door de tunnel. Maar het voetgangersdeel mastunnel kleinwas compleet nieuw voor me. Leuke ervaring.

maastunnelgebouw klein

Aan de zuidzijde via de Brielselaan richting Katendrecht gelopen en over een brug terug naar de Wilhelminakade. Dat heb je hier sneller gelezen dan de wandeling duurde. Maar het was prachtig weer en leuk om zo een nieuw stukje Rotterdam te leren kennen.

Bekijk een kort filmpje van vandaag hieronder:

En hieronder nog een foto-overzicht: