Koorkap, kazuifel en vijf generaties Brueghel

Het is vakantietijd voor mij, dus tijd voor leuke uitjes. Deze week twee musea bezocht in verband met fraaie tentoonstellingen.

Brueghel de Familiereünie in het Noordbrabants museum in Den Bosch. Een mooie overzichtstentoonstelling van de verschillende (Pieter) Brueghels die twee eeuwen lang van grote invloed zijn geweest op de schilderkunst in de Lage Landen.

Het museum heeft zelf een aantal werken van de verschillende Brueghels (zoals het fantastisch werk waarin wel 100 spreekwoorden zijn verwerkt), maar voor de tentoonstelling zijn ook doeken geleend uit andere musea in Nederland en daarbuiten en uit particuliere collecties. Zoals onder andere De bedelaars van Pieter Brueghel de Oude (uit Musée du Louvre in Paris), Bloemenvaas met juweel, munten en schelpen van Jan Brueghel de Oude (uit de Pinacoteca Ambrosiana in Milaan) en De dronkaard in de varkensstal geduwd van Pieter Bruegel de Oude (uit een particuliere collectie in New York).

De tentoonstelling besteedt niet alleen aandacht aan de mannelijke Brueghels, maar ook aan de vrouwen uit de dynastie. Wie waren zij, wat was hun rol in het succes van de familie? Dat geldt onder andere voor Mayken Verhulst, een van de belangrijkste vrouwelijke kunstenaars uit haar tijd én een slimme zakenvrouw, mentor, kunstenaarsdochter, leraar, echtgenote, schoonmoeder en grootmoeder, wordt verteld in de verhalen links en rechts van de schilderijen.

De tentoonstelling is zo indrukwekkend, dat één bezoek niet volstaat. Gelukkig is die nog tot begin januari te bezoeken, dus ik ga nog wel een keer naar Den Bosch toe.

Oud-katholieke kerk Gouda

Het tweede museumbezoek deze week is aan het Catharijneconvent in Utrecht. Daar is de tentoonstelling Fashion for God, met veel prachtige kazuifels, koorkappen en andere katholieke kerkelijke gewaden.

Ook hier geldt weer dat het museum in Utrecht zelf over een aantal van die mantels, maar er zijn er ook ‘geleend’ voor de expositie. En dan vooral die uit de oud-katholieke kerk in de binnenstad van mijn woonplaats Gouda, die in Museum Gouda worden bewaard.

De samenvoeging van alle kleurrijke en rijk versierde kazuifels en dergelijke maken het tot een zeer indrukwekkende tentoonstelling. Een aanrader.

Zeilmiddag Sneekermeer

Heerlijke zeilmiddag vandaag op het Sneekermeer als donateurs van het skûtsje van Ljouwert/Leeuwarden. Het jaarlijkse uitje als tegenprestati8e voor de financiële bijdrage.

Het weer was geweldig, maar de wind viel tegen. Kracht 3 is beetje weinig om goed te kunnen zeilen voor de skûtsjes die vandaag meedoen met de Waterpoortrace.

Dat merkte is al toen we vanaf het volgschip Vrouwe Nieske vanaf de ligplaats bij het Starteiland met het salonskûtsje richting ‘ons’ skûtsje, de Rienk Ulbesz gingen. Geen deining en met een slakkengang over het water. Aan het grootzeil en de fok lang het niet, er was gewoon nauwelijks eind.

Wel paar mooie foto’s van het Ljouwerter skûtsje kunnen maken en op de Vrouwe Nieske uiteraard genoten van de Berenburg. De middag besloten met een heerlijk diner in de Beach Club. Geweldige dag. Het was de rit (twee uur heen en twee uur terug) meer dan waard.

Hieronder een kort filmpje.

Vorstelijk bezoek aan Amsterdam

Vorstelijk bezoek gebracht vandaag aan onze hoofdstad: het Paleis op de Dam. Je kunt daar –behoudens gesloten deur voor zeer belangrijke gasten – als onderdaan gewoon terecht. Een aanrader.

Ben natuurlijk lopend en vooral met de tram decennialang langs het paleis gekomen, maar nooit het idee gehad dat je naar binnen kunt. Leerde een paar weken geleden dat buiten die perioden je als bezoeker naar binnen kunt. Zelfs de Museumjaarkaart is geld.

Had wel enige scepsis. Het is niet zomaar een museum. Het is een werkend paleis.

OK, de koning en koningin overnachten er niet regelmatig, maar er zijn officiële ontvangsten, zoals staatsbezoeken en de beroemde balkonscene na de ondertekening van de abdicatie van de aftredende vorst.. Dus wat kun je wel en wat kun je niet zien.

OK, de keuken beneden waar de tig gangen menu’s voor de vorstelijke gasten worden bereid, kom je niet in, maar wel de ruimten die er toe doen. Het paleis was ooit het stadhuis van Amsterdam.
Uit die periode en ook uit de tijd van koninklijk paleis valt genoeg te zien in de kamers, de schilderijen, marmeren beelden, plafond-schilderingen en noem maar op. Vergaap je aan Atlas in de grote, indrukwekkende Burgerzaal.


En je ziet hoe een kamer er in de oorspronkelijke setting uitziet en hoe voor bij een officiële overnachting het kleine oude bed wordt vervangen door een ‘kingsize’ moderne versie. Je loopt hier echt door eeuwen historie van de stad en het koninkrijk.

Kunstschatten
Van de scepsis is na het bezoek niets overgebleven. Een bezoek aan het paleis (geen bezit van de koning zoals je bij die benaming zou denken, maar van de staat!) is zeer leerzaam zowel qua geschiedenis als qua kunstschatten. De fraaie klokken, schilderijen, lambrizeringen, veel meubilair in Empire stijl… het is allemaal vanwege de rijke historie die hier samenkomt, een lust voor het oog.

Zoals ik wel meer heb met musea is één bezoek niet genoeg. Er valt zoveel te zien en te leren dat je er tweede, misschien wel een derde keer heen moet.

O, en als jij ook besluit er heen te gaan, neem dan voor de (gratis) audiotour mee. Die geeft niet alleen een zeer goede uitleg over de verschillende ruimten in het algemeen, maar ook over details in schilderijen, klokken en andere interessante details van dit wonderschone Paleis op de Dam.

Bekijk in het korte filmpje hieronder nog enkele foto’s.

De laatste maanden van Vincent van Gogh: de levenslust spat er van af op zijn schilderijen

Werken van Vincent van Gogh uit de laatste maanden van zijn leven vlakbij Parijs bijeengebracht in een tentoonstelling in het Van Gogh museum.

Ben al paar keer eerder naar het Van Gogh museum in Amsterdam geweest, omdat ik steeds weer geniet van de werken van Van Gogh. Met de tentoonstelling Van Gogh in Auvers heeft het museum meer gedaan dan een aantal werken van de schilder opnieuw gerangschikt. Er zijn werken te zien uit andere musea en uit particuliere collecties.

Bijzonder zijn de acht schilderijen uit Musée d’Orsay in Parijs, die normaal gesproken niet worden uitgeleend. Dan gaat het onder andere om doeken die dat museum heeft verworven uit de nalatenschap van Paul Gachet, een nazaat van dokter Paul Gachet uit Auvers, met wie Van Gogh goed contact had. De arts hield ook een oogje in het zeil als het ging om de gezondheid van de schilder.

Revolver

Vincent van Gogh heeft maar kort gewoond in Auvers-sur-Oise, niet ver van Parijs. Hij kwam er aan op 20 mei 1890 en stierf er op 29 juli van dat jaar, nadat hij zichzelf met een revolver in de borst had geschoten.

Na ontslag uit de psychiatrische inrichting in Saint-Remy zocht Van Gogh een rustige plek om zich weer op het schilderen te storten. Liefst niet te ver van Parijs, daar woonde zijn broer Theo. Die vond dokter Gachet, gespecialiseerd in melancholie, bereid om een oogje in het zeil te houden terwijl Vincent verder herstelde.

Al snel raakten de twee bevriend en schilderde Van Gogh vele uren in de tuin. Hard werken; dat was de beste manier om zijn ziekte op afstand te houden, drukte Gachet hem op het hart.

Een depressieve kunstenaar aan het werk hier? Nou, hij schilderde er op los hier, leert de tentoonstelling; zo’n zeventig stuks in die zeventig dagen. Vijftig zijn er tot begin september te zien in het museum in Amsterdam. Geen sombere voorstellingen. De schilderijen tonen veel kleur en de levenslust spat er van af. Van Gogh was kennelijk zeer onder de indruk van het dorp en vooral van de omringende natuur.

Bijbels karakter

Er hangt één schilderij met een Bijbels karakter: Maria die de dode Jezus beweent. Dat heeft Van Gogh niet hier geschilderd, maar al in Saint-Rémy. Het is zijn versie van een schilderij van Eugène Delacroix. Het hing in Auvers vermoedelijk ‘troostend’ in zijn kamer.

De vriendschap tussen schilder en arts kwam Gachet niet slecht uit. Hij was zelf amateurschilder en kunstverzamelaar. Vandaar de vele werken van Van Gogh die in het bezit kwam van hem en zijn familie.

Van Gogh was niet de enige schilder die veel tijd doorbracht bij Gachet. Wie het huis van de dokter in Auvers nu bezoekt, krijgt al snel de indruk dat het er een zoete inval was voor kunstenaars, onder wie Paul Cézanne.

Eén schilderij is niet te zien: Stilleven, vaas met madeliefjes en klaprozen. Het is een van de laatste schilderijen dat hij maakte voor zijn dood. Het werd werd negen jaar geleden geveild voor bijna 62 miljoen dollar (66 miljoen euro) in New York. Maar de koper bleek niet de koper. En het schilderij is spoorloos.

Ik vind de tentoonstelling zo mooi, boeiend en leerzaam dat ik deze zomer vast nog een keer naar het Van  Gogh Museum ga om de onder te dompelen in de schoonheid van al die schilderijen uit de laatste maanden van het leven van Vincent van Gogh. En ik raad het de lezer van mijn weblog ook aan.

Zoek de verschillen

Laatste museumbezoek deze week: het Mauritshuis in Den Haag. En niet zonder reden. Hier is een overzichtstentoonstelling van werken van Jacobus Vrel, qua stijl een voorganger van Johannes Vermeer.

Vermeer (1632 – 1675)is bekend. Als je zijn naam niet kent, ken je wel zijn schilderij Het Straatje van Vermeer, of zijn verstilde binnenhuizen om er maar een paar te noemen.
Maar Vrel (1640 – 1660) deed hetzelfde al jaren voor hem. En nu is een selectie ervan te zien in het Mauritshuis in Den Haag in de tentoonstelling Vrel, voorloper van Vermeer.

Vrel werkte in het oosten van het land, vermoedelijk in en rond Zwolle, want enkele van zijn schilderijen tonen straatjes uit deze Overijsselse hoofdstad.

Pech voor hem. Anders dan over Vermeer is er over Vrel heel weinig bekend. Een aantal van zijn werken werd door kunsthistorici en veilinghuizen (en oplichters?) zelfs toegeschreven aan Vermeer of tijdgenoot Pieter de Hooch.

Internationaal dendrochronologisch onderzoek (onderzoek naar de jaarringen van de houten lijsten), leerde dat doeken die aan Vermeer of De Hooch onmogelijk van die twee konden zijn.

Ooievaarsnest

Leerzame tentoonstelling. Niet alleen om iets te weten te komen over de schilder, maar ook over de werken zelf. Dat hij een straatje meerdere keren schilderde, soms met een kleine aanpassing. Zoals in werken van de Waterstraat in Zwolle, afkomstig uit de Kunsthalle in Hamburg.

In de tentoonstelling hangen er twee naast elkaar. In de ene (links op de foto boven dit verhaal) is op een dak een ooievaarsnest te zien, op de andere een schoorsteen. Technisch onderzoek op het doek leert echter dat Vrel er eerst ook een ooievaarsnest op had geschilderd, zich mogelijk heeft bedacht om er daarna een nieuwe touch aan te geven…

Net als bij de tentoonstelling van Vermeer in het Rijksmuseum, biedt ook deze expositie de kans om werken te zien die je anders vermoedelijk nooit zult zien, al is het maar omdat ze van ver zijn gekomen. Zoals het mooie schilderij Vrouw bij een venster (het enige schilderij van Vrel met een jaartal: 1654), dat aan het Mauritshuis is uitgeleend door het Kunsthistorisch museum in Wenen.

In kranten of tijdschriften had je vroeger een quiz: Zoek de verschillende. Daar heeft het wel iets van weg.

En nog iets moois. Menig schilder zetten zijn naam links- of rechtsonder op het doek. Vrel deed het anders. Hij schilderde een op het oog achteloos bijvoorbeeld op straat gegooid stukje papier en schilderde daarop zijn naam of initialen, leert de toelichting in de tentoonstelling.

Modern Meisje met parel

En als ik toch in het Mauritshuis ben, moet ik ook weer even langs bij het Meisje met de parel, van Johannes Vermeer uit 1665, Net weer terug uit het Rijksmuseum, waar het enige tijd hing als onderdeel van de al genoemde grote overzichtstentoonstelling over Vermeer.

Het Haagse museum heeft er iets moois aan toegevoegd. Een internationale oproep aan kunstenaars en wie maar wil of een eigen versie van dit beroemde schilderij te maken: My girl with a pearl.

Het heeft verrassende resultaten opgeleverd uit binnen- en buitenland. Fraaie foto’s, maar ook versies in wol en andere kunstvormen. Verrassend en mooi om te zien hoe zo’n beroemd schilderij velen heeft geïnspireerd. Afbeeldingen zijn te zien op de Instagrampagina van het Mauritshuis.

Zoveel Vermeers zie je waarschijnlijk nooit meer bij elkaar

De overzichtstentoonstelling van de schilderijen van Johannes Vermeer in het Rijksmuseum is een lust voor het oog. Nooit eerder waren zoveel van zijn werken bij elkaar te zien. En het zal vermoedelijk ook nooit meer gebeuren.

Ben een van de ruim 450.000 mensen die het is geluk een kaartje te bemachtigen, want vanaf het moment dat ‘het Rijks’ de tentoonstelling bekendmaakte, was er een run op tickets. Zoveel belangstelling zelfs dat er extra kaarten in omloop kwamen en het museum zelfs een groot aantal avonden open is voor publiek. Maar met 450.000 kaarten was de grens bereikt.

Hoeveel dus heel veel belangstelling, is het bekijken, neem bewonderen van al die schilderijen goed te doen. Bezoekers blijven niet te lang staan bij een doek. Net als ik bewonderen ze een schilderij, maken een foto en lopen door. Het Rijksmuseum helpt de drukte in de zalen te beteugelen door schilderijen op gepaste afstand van elkaar te tonen. En nog een voordeel: de doeken zijn op thema gerangschikt.

Rode hoed

Je mag niet te dichtbij komen bij een doek, maar dicht genoeg om details op een schilderij waar te nemen. Zo indrukwekkend! En soms zijn er maar twee kleine portretten (zoals het Meisje met de rode hoed) op een donkere muur geplaatst. Dat maakt dat zo’n werk extra tot zijn recht komt.

De Delftse17-eeuwse schilder Johannes Vermeer (1632 – 1675) maakte in totaal 37 werken en daarvan hangen er nu 28 in het Rijksmuseum. Negen werken zwerven dus nog over de wereld. Niet gelukt om ze hierheen te halen. De eigenaar wilde niet meewerken of soms is niet eens bekend waar een schilderij zich bevindt op de wereld.

Tot de bekendste werken van Vermeer behoren Het melksmeisje, Gezicht op Delft, en Meisje met de parel. De laatste is nu niet meer te zien in het Rijksmuseum, want het Mauritshuis waar het doek thuishoort, had het zelf nodig voor de vele toeristen die in de zomer dit Haagse museum bezoeken.

Gouden Eeuw

Aan de ene kan vind ik dat niet erg. De Vermeers uit het Mauritshuis en het Rijksmuseum zelf heb ik vaker gezien. Ik kon ze vandaag dus eigenlijk wel overslaan. Jammer is het toch wel, omdat je bij de grootste Vermeertentoonstelling ooit juist zoveel mogelijk doeken van deze schilder uit de Gouden Eeuw bijeen wilt zien.

Ik zal je niet vermoeien met een uitleg van elk schilderij dat ik heb bekeken. Wel dat door de beschrijvingen aan de wanden je merkt waar alle schilderijen vandaan zijn gekomen voor deze expositie. Uit ‘mijn’ Schotland het doek Christus in het huis van Maria en Martha, uit de National Galeries of Scotland in Edinburgh.

En verder afkomstig uit het Louvre in Parijs, Berlijn, Dresden (Brieflezend meisje bij het venster), Frankfurt, Dublin, Tokyo, Londen, New York (Soldaat en het lachende meisje uit de Frick Collection, zie foto boven dit verhaal en de Allegorie van het katholieke geloof uit het Metropolitan Museum of Art) en Washington.

Elk schilderij is uniek qua compositie, thema en kleur. Een lust voor het oog allemaal. Al ben ik geen kunstkenner, door de schilderijen bijeen te zien kun je de schilder een klein beetje doorgronden.
Vermeer stelt niet teleur. Het Rijksmuseum trouwens ook niet.

Wat hiphop met het oude Egypte bindt

Bij toeval ontdekt, in museum dat ik al vaker heb bezocht: de tentoonstelling hiphop, jazz, soul & funk. Wat die muziekstijlen met oudheden te maken hebben? Nou, veel zo blijkt.

De tentoonstelling Kemet in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is zeer leerzaam. Kende de muziekstijlen wel van naam (al behoren ze op jazz na niet tot het genre dat ik beluister) en heb ook de Egyptische schatten van het museum eerder gezien, maar de combinatie van de twee is nieuw.

Verschillende artiesten van Miles Davis en Sun Ra tot Beyoncé en Rihanna en The Modern Jazz Quartet hebben zich in hun eigen naam of in de titel van hun muziek laten inspireren door de verbeeldingen van het oude Egypte en Nubië, of eigenlijk Kemet.

Ramses

Zowel Beyoncé als Rihanna liet zich afbeelden als de Egyptische koningin Nefertiti, rapper Nas stond als farao Toetanchamon op de cover van zijn legendarische album I am… 
In de jaren 90 van de vorige eeuw speelde acteur Eddie Murphy de farao Ramses in de videoclip bij Remember the Time, en op bijna alle platenhoezen van de band Earth, Wind & Fire uit die tijd is iets oud-Egyptisch te zien. Artiesten als Lauryn Hill en KRS-One rappen over de Egyptische oudheid.
Deze oud-Egyptische thema’s gaan terug tot de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen de jazzmuzikant Sun Ra en zijn Arkestra een combinatie maakten van jazz.

De artiesten omarmen en claimen deze oude Afrikaanse culturen om uitdrukking te geven aan verzet, empowerment en spirituele heling. Vaak grijpen ze terug op de naam die de Egyptenaren zelf aan hun land gaven: Kemet, ‘het zwarte’, een verwijzing naar de vruchtbare grond langs de Nijl.

Koptelefoons

Muziek heeft de hoofdrol in de tentoonstelling. Met videoclips, audiofragmenten (er staan verschillende bankjes met aan haken koptelefoons waarop de muziek en een korte uitleg te horen zijn), concertregistraties, foto’s en talloze albumhoezen wordt het verhaal verteld van bekende en minder bekende muzikanten en hun band met het oude Egypte.
Muzikant Typhoon maakte een audiotour bij de tentoonstelling, en rapper Nnelg laat in een nieuwe track horen wat zijn band met het oude Egypte en Nubië is. Niet te missen in de tentoonstelling is de gouden sculptuur van rapper Nas als koning Toetanchamon.

Klik hier voor de museumpagina over de tentoonstelling. Scrol naar beneden voor de Playlist waarop een aantal muziekstukken is te horen. Of zoek Rijksmuseum van Oudheden op Spotify en kies daarin voor Kemet. Er zijn twee lijsten van die naam. De ene is gemaakt door scholieren. Je moet de andere hebben. En binnen die lijst moet je zeker doorklikken naar het album Pyramid van The Modern Jazz Quartet. Dat album stond bij mij thuis aan tijdens het tikken van dit verhaal…

In de voetsporen van de ridders

Kende de naam natuurlijk wel, maar nog nooit geweest: het Muiderslot. Mijn ogen uitgekeken vandaag. En niet alleen van binnen mooi, ook op de wallen en de tuin is het goed toeven.

Na werken in het weekeinde (mijn eigen piketdienst en een overgenomen van een collega) en werken op Koningsdag, nu anderhalve week tijd om de laptop van de krant dicht te laten. En er is voor mij maar één manier om niet in de verleiding te komen om toch in te loggen en dat is: de deur uit. Dat heeft al eerder gewerkt.

Had idee om stadsbezoek te doen vandaag en dan een vestingstad, zoals eerder Heusden, Gorinchem en Naarden. Maar welke dan? Al zoekende kwam ik Muiden tegen, met het 700 jaar oude Muiderslot. Nog nooit geweest, zoals gezegd, dus koers gezet naar Muiden, op de grens van vier waterlinies: de Oude en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Utrechtse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam.

Herengracht

Goed geregeld daar. Gratis parkeerterreinen rond de stad en in tien minuten loop je naar het kasteel/museum. Voor wie ook eens gaat: kies voor parkeerterrein P2. De Herengracht (inderdaad, langs het water en de sluis) met zijn mooie gebouwen voert van parkeerterrein naar kasteel, dus routeplanner raadplegen voor die korte wandeling is niet nodig.

Het kasteel zelf is een lust voor het oog. Het torent als een vorst boven de omgeving uit. Via de ophaalbrug over de slotgracht naar het binnenplein en je bent in de woning van beroemde bewoners Graaf Floris V en P. C. Hooft (drost van Muiden en baljuw van Naarden.

Twee routes voeren je door de verschillende delen van het kasteel. Ondanks de meivakantie zijn er geen files op de smalle wenteltrappen in de toren. Doorschietgaten van de verdedigingsmuren heb je een prachtig uitzicht op de omgeving, ja ook op de moderne windturbines.

Muiderkring

In een van de vertrekken is de woon- en werkkamer van Hooft te zien. Een tafel, een ganzenveer en noem maar op moeten verbeelden dat hij hier zijn toneelstukken en gedichten schreef. De ridderzaal waar de Muiderkring (groep letterkundigen en geleerden rond P. C. Hooft) bijeen kwam. Voor de hongerige maag waren er maaltijden, bereid in de keuken die ook te bezoeken is. Een audiotour geeft uitleg.

Hoewel een oud kasteel, zijn er moderne voorzieningen voor de bezoekers: toiletten (nee, niet het gemak. Daar zijn er een paar van zichtbaar, maar niet te gebruiken…), horeca, garderobe en kluisjes.

Minstens zo mooi als het kasteel is de directe omgeving Via goed aangelegde paden loop je op twee niveaus rond het kasteel. Uitrusten en je eigen boterham eten kan aan de talloze picknicktafels, of in de kasteeltuin met talloze planten, waarvan ik de Hemelsleutel wel een bijzondere benaming vind.

Waterschild

In die tuin ook een zeer modern, betonnen paviljoen. Deels ondergronds: het Waterschild. Daar wordt het verhaal verteld van het water rond het kasteel en het midden van Nederland. Water als vriend en als vijand. Zeer informatieve, zeven minuten durende film over het verleden van water als verdediging tegen de vijand.

Een bezoek aan het Muiderslot vliegt voorbij, zeker als je weet dat het in de loop van de middag nog gaat regenen en je toch droog je auto wilt bereiken. Er zit niets anders op; zoals bij zoveel musea kom ik hier nog wel eens.

Historie
Rond 1285 koopt graaf Floris de Vijfde van Holland (die Gouda zijn stadsrechten gaf in 1272) een burcht aan de rivier de Vecht.
Hij laat de burcht moderniseren. Zo ontstaat het Muiderslot: een vierkant kasteel met vier hoektorens, een grote zaal op de binnenplaats en een slotgracht. Floris raadt niet dat hij zijn eigen gevangenis koopt. In 1296 wordt hij hier gevangengezet, voordat hij bij Muiderberg vermoord wordt.

Na zijn dood wordt het slot verwoest. Vanaf 1363 wordt het weer opgebouwd en krijgt het kasteel langzaam zijn huidige vorm. Op de 13e-eeuwse muurresten verschijnen hoge muren, torens en twee woonvleugels. In het begin met rieten daken, maar die worden al snel vervangen door daken van leisteen.

Ondanks alle verbouwingen en restauraties blijft het slot er door de eeuwen grotendeels hetzelfde uit zien. Dat maakt het één van de oudste én best bewaarde kastelen van Nederland.

Filmpje (4:30 minuten):

Er was eens….

Als kind ongetwijfeld eens geweest en jaren later nog tweemaal: een keer tijdens wintertijd en nog eens tijdens een jaarvergadering van mijn vakbond. En nu een kijkje min of meer achter de schermen: de tentoonstelling over 70 jaar Efteling, in het Noordbrabants museum in Den Bosch.

Een aantal attributen uit de opslag van het sprookjesbos in Kaatsheuvel/Loon op Zand, maquettes en ontwerptekeningen.

Mooi om te zien hoe de schetsen van een van de bedenker van sprookjes attracties Anton Pieck werkelijkheid worden. De schets van de sprookjesboom naar maquette of modellen, de ontwikkeling van puur sprookjesbos tot attractiepark met achtbanen zoals de Python en nog veel meer.

De Efteling werd 70 jaar geleden geopend om het leven in de omgeving na de teloorgang van de schoenindustrie een nieuwe (toeristische) impuls te geven.

Deze grote tentoonstelling in het museum in Den Bosch met wel honderden voorwerpen neemt je mee vanaf het begin tot het heden. Muur na muur kun je je vergapen aan de originele ontwerptekeningen van de verschillende attracties. Schetsen soms die anders nooit te zien zijn. Dus voor wie warme herinneringen heeft aan De Efteling is de tentoonstelling (nog tot 21 mei te bezoeken) een must.

Langnek
Een groot aantal bekende sprookjesverhalen en attracties komt voorbij. De schone slaapster, de wolf uit Roodkapje, de Indische waterlelies, ‘spiegeltje, spiegeltje aan de wand…’, Holle Bolle Gijs, Langnek. Herkenbaar en leerzaam.

Natuurlijk kan zo’n groot attractiepark niet compleet in een museum getoond worden. Dus zit er voor mij niets anders op dan deze zomer nog eens naar De Efteling te gaan om meer te zien. Geen straf zo’n vooruitzicht.

En alleen al om de Indische waterlelies (naar het sprookje van de toenmalige koningin Fabiola van België weer eens te zien en vooral te horen. Zie onderstaand filmpje.