Zeilmiddag Sneekermeer

Heerlijke zeilmiddag vandaag op het Sneekermeer als donateurs van het skûtsje van Ljouwert/Leeuwarden. Het jaarlijkse uitje als tegenprestati8e voor de financiële bijdrage.

Het weer was geweldig, maar de wind viel tegen. Kracht 3 is beetje weinig om goed te kunnen zeilen voor de skûtsjes die vandaag meedoen met de Waterpoortrace.

Dat merkte is al toen we vanaf het volgschip Vrouwe Nieske vanaf de ligplaats bij het Starteiland met het salonskûtsje richting ‘ons’ skûtsje, de Rienk Ulbesz gingen. Geen deining en met een slakkengang over het water. Aan het grootzeil en de fok lang het niet, er was gewoon nauwelijks eind.

Wel paar mooie foto’s van het Ljouwerter skûtsje kunnen maken en op de Vrouwe Nieske uiteraard genoten van de Berenburg. De middag besloten met een heerlijk diner in de Beach Club. Geweldige dag. Het was de rit (twee uur heen en twee uur terug) meer dan waard.

Hieronder een kort filmpje.

Er klinkt weer doedelzakmuziek in mijn Schotse kerk

Er klinkt weer doedelzakmuziek in ‘mijn’ Schotse kerk in Rotterdam. Of, zoals het vandaag heette een Heilig Huisje.

Heilige huisjes is een Rotterdam project waarbij gebedshuizen verspreid door de stad, niet alleen kerken, enkele dagen hun deuren openstellen voor publiek dat anders misschien nooit binnenkomt. ,,Ik kom hier vaak langs en wilde nu wel eens binnenkijken”, hoor je dan.

Na de eerste editie van vorig jaar, heeft mijn kerk dit keer weer meegedaan. Alleen op de zaterdag. Een flink aantal vrijwilligers van de kerk zorgde voor een warm welkom. Rondleidingen, versnaperingen.

Kinderen vinden het altijd spannend om het restant van de bom te zien die begin jaren vijftig gevonden is bij het bouwrijp maken van de grond voor de bouw van ons huidige kerkgebouw.

Mozaïekmuur
Ouderen zijn geïnteresseerd in het verhaal dat na het bombardement in de meidagen van 1940 ons vorige kerkgebouw platgebombardeerd werd. Evenzeer gaat de aandacht uit naar de kleurrijke mozaïekmuur langs de tuin van ons kerkcomplex. Het is tien jaar geleden gemaakt door leden van de kerk en buurtgenoten.

En dat alleen de kluis intact was, met daarin onze kerkgeschiedenis (zoals notulen van kerkenraadsvergaderingen) bewaard zijn gebleven. Zelfs de notulen van de allereerste vergadering van 11 september 1643. Ook het bijzondere verhaal over de glas-in-lood ramen in het trapportaal wekt de interesse.

Ik vind het, net als met Open Monumentendag, weer leuk mijn bijdrage te leveren aan de rondleidingen. Heb het ook nu weer met plezier gedaan.

Heilige Huisjes heeft voor de vier kerken in Cool Zuid waar mijn kerk staat, dit keer extra activiteiten. Voorafgegaan door doedelzakspelers van de The Hague Highland Pipe Band konden liefhebbers mee met een toch langs die vier kerken, om te eindigen bij de mijn kerk aan de Schiedamse Vest. Daar speelden de pipers nog even in de kerkzaal.

Akoestiek
Bijzonder om dit Schotse muziekinstrument in een Schotse kerk te horen, zeker met de mooie akoestiek die ons gebouw heeft. De enige andere keer dat doedelzakmuziek hier klinkt, is elk jaar rond 11 november als ook onze Schotse kerk op Remembrance Sunday stilstaat bij de slachtoffers van oorlog en geweld. Een piper speelt bij de ingang van de kerkzaal dan de Lament, een klaaglied.

Daarna vandaag voordrachten (onder andere gedichten van Robert Burns door Guino van Weenen) en geweldige zang van Michline Plukker, die zelfs spontaan met de pipers de Skye Boat Song zong. Zij maakte mijn dag compleet. Wat een gouden stem.

Zie voor de muziek van de doedelzakspelers en Michline Plukker het filmpje hieronder.

Vorstelijk bezoek aan Amsterdam

Vorstelijk bezoek gebracht vandaag aan onze hoofdstad: het Paleis op de Dam. Je kunt daar –behoudens gesloten deur voor zeer belangrijke gasten – als onderdaan gewoon terecht. Een aanrader.

Ben natuurlijk lopend en vooral met de tram decennialang langs het paleis gekomen, maar nooit het idee gehad dat je naar binnen kunt. Leerde een paar weken geleden dat buiten die perioden je als bezoeker naar binnen kunt. Zelfs de Museumjaarkaart is geld.

Had wel enige scepsis. Het is niet zomaar een museum. Het is een werkend paleis.

OK, de koning en koningin overnachten er niet regelmatig, maar er zijn officiële ontvangsten, zoals staatsbezoeken en de beroemde balkonscene na de ondertekening van de abdicatie van de aftredende vorst.. Dus wat kun je wel en wat kun je niet zien.

OK, de keuken beneden waar de tig gangen menu’s voor de vorstelijke gasten worden bereid, kom je niet in, maar wel de ruimten die er toe doen. Het paleis was ooit het stadhuis van Amsterdam.
Uit die periode en ook uit de tijd van koninklijk paleis valt genoeg te zien in de kamers, de schilderijen, marmeren beelden, plafond-schilderingen en noem maar op. Vergaap je aan Atlas in de grote, indrukwekkende Burgerzaal.


En je ziet hoe een kamer er in de oorspronkelijke setting uitziet en hoe voor bij een officiële overnachting het kleine oude bed wordt vervangen door een ‘kingsize’ moderne versie. Je loopt hier echt door eeuwen historie van de stad en het koninkrijk.

Kunstschatten
Van de scepsis is na het bezoek niets overgebleven. Een bezoek aan het paleis (geen bezit van de koning zoals je bij die benaming zou denken, maar van de staat!) is zeer leerzaam zowel qua geschiedenis als qua kunstschatten. De fraaie klokken, schilderijen, lambrizeringen, veel meubilair in Empire stijl… het is allemaal vanwege de rijke historie die hier samenkomt, een lust voor het oog.

Zoals ik wel meer heb met musea is één bezoek niet genoeg. Er valt zoveel te zien en te leren dat je er tweede, misschien wel een derde keer heen moet.

O, en als jij ook besluit er heen te gaan, neem dan voor de (gratis) audiotour mee. Die geeft niet alleen een zeer goede uitleg over de verschillende ruimten in het algemeen, maar ook over details in schilderijen, klokken en andere interessante details van dit wonderschone Paleis op de Dam.

Bekijk in het korte filmpje hieronder nog enkele foto’s.

Twee oud-collega’s van me op de planken theater Gouda dit seizoen (en raad eens wie er kaartjes heeft)

Het nieuwe schouwburgseizoen in de Goudse Schouwburg levert me herinneringen op aan twee oud-collega’s in de 48 jaar dat ik vanaf oktober dit jaar actief ben als journalist.
Eentje uit de begintijd (Youp van het Hek, toen nog Joep) en een van veel later (Mark van der Werf). Lijkt me mooie afsluiting van mijn journalistieke loopbaan.

Elk jaar kijk ik reikhalzend uit naar het aanbod in het theater in Gouda. Ben ook dit jaar niet teleurgesteld door de variëteit, al had er naar mijn smaak (maar dat is dus puur persoonlijk) wat meer toneel in gemogen. Maar misschien was er niet meer te bieden dit nieuwe theaterseizoen. Mar goed, deze buit is alvast binnen:

21/11: Laagland, door Het Nationale Theater (toneel)
22/11: Meester Mark (mijn oud-collega bij Rijn en Gouwe)
24/11: The Kilkennys (Ierse folk)
09/12: Lebbis & Jansen (cabaret, Oudejaarsconference)

05/01: Augustus: Oklahoma Toneelgroep Maastricht (toneel)
09/01: Youp van het Hek, De laatste ronde (mijn oud-collega bij Distrifood/Foodpress)
03/02: Diederik van Vleuten:  Bouwjaar ’61

Misschien komen er nog wat voorstellingen bij de komende maanden. Ik zie wel. Sta in elk geval voor één voorstelling in de wachtrij: Peter Pannekoek (20 oktober, cabaret). Hij is goed, dus al mag ik maar in het schellinkje zitten…

De laatste maanden van Vincent van Gogh: de levenslust spat er van af op zijn schilderijen

Werken van Vincent van Gogh uit de laatste maanden van zijn leven vlakbij Parijs bijeengebracht in een tentoonstelling in het Van Gogh museum.

Ben al paar keer eerder naar het Van Gogh museum in Amsterdam geweest, omdat ik steeds weer geniet van de werken van Van Gogh. Met de tentoonstelling Van Gogh in Auvers heeft het museum meer gedaan dan een aantal werken van de schilder opnieuw gerangschikt. Er zijn werken te zien uit andere musea en uit particuliere collecties.

Bijzonder zijn de acht schilderijen uit Musée d’Orsay in Parijs, die normaal gesproken niet worden uitgeleend. Dan gaat het onder andere om doeken die dat museum heeft verworven uit de nalatenschap van Paul Gachet, een nazaat van dokter Paul Gachet uit Auvers, met wie Van Gogh goed contact had. De arts hield ook een oogje in het zeil als het ging om de gezondheid van de schilder.

Revolver

Vincent van Gogh heeft maar kort gewoond in Auvers-sur-Oise, niet ver van Parijs. Hij kwam er aan op 20 mei 1890 en stierf er op 29 juli van dat jaar, nadat hij zichzelf met een revolver in de borst had geschoten.

Na ontslag uit de psychiatrische inrichting in Saint-Remy zocht Van Gogh een rustige plek om zich weer op het schilderen te storten. Liefst niet te ver van Parijs, daar woonde zijn broer Theo. Die vond dokter Gachet, gespecialiseerd in melancholie, bereid om een oogje in het zeil te houden terwijl Vincent verder herstelde.

Al snel raakten de twee bevriend en schilderde Van Gogh vele uren in de tuin. Hard werken; dat was de beste manier om zijn ziekte op afstand te houden, drukte Gachet hem op het hart.

Een depressieve kunstenaar aan het werk hier? Nou, hij schilderde er op los hier, leert de tentoonstelling; zo’n zeventig stuks in die zeventig dagen. Vijftig zijn er tot begin september te zien in het museum in Amsterdam. Geen sombere voorstellingen. De schilderijen tonen veel kleur en de levenslust spat er van af. Van Gogh was kennelijk zeer onder de indruk van het dorp en vooral van de omringende natuur.

Bijbels karakter

Er hangt één schilderij met een Bijbels karakter: Maria die de dode Jezus beweent. Dat heeft Van Gogh niet hier geschilderd, maar al in Saint-Rémy. Het is zijn versie van een schilderij van Eugène Delacroix. Het hing in Auvers vermoedelijk ‘troostend’ in zijn kamer.

De vriendschap tussen schilder en arts kwam Gachet niet slecht uit. Hij was zelf amateurschilder en kunstverzamelaar. Vandaar de vele werken van Van Gogh die in het bezit kwam van hem en zijn familie.

Van Gogh was niet de enige schilder die veel tijd doorbracht bij Gachet. Wie het huis van de dokter in Auvers nu bezoekt, krijgt al snel de indruk dat het er een zoete inval was voor kunstenaars, onder wie Paul Cézanne.

Eén schilderij is niet te zien: Stilleven, vaas met madeliefjes en klaprozen. Het is een van de laatste schilderijen dat hij maakte voor zijn dood. Het werd werd negen jaar geleden geveild voor bijna 62 miljoen dollar (66 miljoen euro) in New York. Maar de koper bleek niet de koper. En het schilderij is spoorloos.

Ik vind de tentoonstelling zo mooi, boeiend en leerzaam dat ik deze zomer vast nog een keer naar het Van  Gogh Museum ga om de onder te dompelen in de schoonheid van al die schilderijen uit de laatste maanden van het leven van Vincent van Gogh. En ik raad het de lezer van mijn weblog ook aan.

Oude liefde hervonden

De treinreis vandaag naar het diepe zuiden van Limburg benut om oude hobby op te pakken: het beluisteren van een hoorspel. Voor de jeugd: de voorloper van de podcast.

En een spannende nieuwe kennismaking gelijk op Spotify: 5 afleveringen van Moord in de Ridderzaal, naar het gelijknamige boek van Theo Joekes, oud-journalist, schrijver en VVD-Kamerlid. Opgenomen in 1980.

Samenvatting: Op Prinsjesdag, tijdens de plechtige opening van de Staten-Generaal, valt er in de Ridderzaal een kroonluchter naar beneden. Al spoedig ontstaat het vermoeden dat er opzet in het spel is. De Griffier van de Tweede Kamer en een inspecteur van de Rijksrecherche worden samen met het onderzoek belast.

Het besloten wereldje aan het Binnenhof blijkt door steeds meer onzichtbare draden van verdenking met andere delen van Den Haag – zoals de Archipelbuurt – en met Wassenaar, Amsterdam, de Noord-Veluwe en zelfs Suriname verbonden.

Spannend van de gil in het begin tot de ontknoping aan het einde. Prachtig spel dat is geregisseerd door de gerenommeerde hoospelregisseur Hero Muller. En met stemmen van onder andere Hans Karsenberg, Peter Aryans, Piet Ekel, Sacco van der Made, Ab Abspoel, Dondald de Marcas, Frans Somers en anderen.  

Zoek de verschillen

Laatste museumbezoek deze week: het Mauritshuis in Den Haag. En niet zonder reden. Hier is een overzichtstentoonstelling van werken van Jacobus Vrel, qua stijl een voorganger van Johannes Vermeer.

Vermeer (1632 – 1675)is bekend. Als je zijn naam niet kent, ken je wel zijn schilderij Het Straatje van Vermeer, of zijn verstilde binnenhuizen om er maar een paar te noemen.
Maar Vrel (1640 – 1660) deed hetzelfde al jaren voor hem. En nu is een selectie ervan te zien in het Mauritshuis in Den Haag in de tentoonstelling Vrel, voorloper van Vermeer.

Vrel werkte in het oosten van het land, vermoedelijk in en rond Zwolle, want enkele van zijn schilderijen tonen straatjes uit deze Overijsselse hoofdstad.

Pech voor hem. Anders dan over Vermeer is er over Vrel heel weinig bekend. Een aantal van zijn werken werd door kunsthistorici en veilinghuizen (en oplichters?) zelfs toegeschreven aan Vermeer of tijdgenoot Pieter de Hooch.

Internationaal dendrochronologisch onderzoek (onderzoek naar de jaarringen van de houten lijsten), leerde dat doeken die aan Vermeer of De Hooch onmogelijk van die twee konden zijn.

Ooievaarsnest

Leerzame tentoonstelling. Niet alleen om iets te weten te komen over de schilder, maar ook over de werken zelf. Dat hij een straatje meerdere keren schilderde, soms met een kleine aanpassing. Zoals in werken van de Waterstraat in Zwolle, afkomstig uit de Kunsthalle in Hamburg.

In de tentoonstelling hangen er twee naast elkaar. In de ene (links op de foto boven dit verhaal) is op een dak een ooievaarsnest te zien, op de andere een schoorsteen. Technisch onderzoek op het doek leert echter dat Vrel er eerst ook een ooievaarsnest op had geschilderd, zich mogelijk heeft bedacht om er daarna een nieuwe touch aan te geven…

Net als bij de tentoonstelling van Vermeer in het Rijksmuseum, biedt ook deze expositie de kans om werken te zien die je anders vermoedelijk nooit zult zien, al is het maar omdat ze van ver zijn gekomen. Zoals het mooie schilderij Vrouw bij een venster (het enige schilderij van Vrel met een jaartal: 1654), dat aan het Mauritshuis is uitgeleend door het Kunsthistorisch museum in Wenen.

In kranten of tijdschriften had je vroeger een quiz: Zoek de verschillende. Daar heeft het wel iets van weg.

En nog iets moois. Menig schilder zetten zijn naam links- of rechtsonder op het doek. Vrel deed het anders. Hij schilderde een op het oog achteloos bijvoorbeeld op straat gegooid stukje papier en schilderde daarop zijn naam of initialen, leert de toelichting in de tentoonstelling.

Modern Meisje met parel

En als ik toch in het Mauritshuis ben, moet ik ook weer even langs bij het Meisje met de parel, van Johannes Vermeer uit 1665, Net weer terug uit het Rijksmuseum, waar het enige tijd hing als onderdeel van de al genoemde grote overzichtstentoonstelling over Vermeer.

Het Haagse museum heeft er iets moois aan toegevoegd. Een internationale oproep aan kunstenaars en wie maar wil of een eigen versie van dit beroemde schilderij te maken: My girl with a pearl.

Het heeft verrassende resultaten opgeleverd uit binnen- en buitenland. Fraaie foto’s, maar ook versies in wol en andere kunstvormen. Verrassend en mooi om te zien hoe zo’n beroemd schilderij velen heeft geïnspireerd. Afbeeldingen zijn te zien op de Instagrampagina van het Mauritshuis.

Zoveel Vermeers zie je waarschijnlijk nooit meer bij elkaar

De overzichtstentoonstelling van de schilderijen van Johannes Vermeer in het Rijksmuseum is een lust voor het oog. Nooit eerder waren zoveel van zijn werken bij elkaar te zien. En het zal vermoedelijk ook nooit meer gebeuren.

Ben een van de ruim 450.000 mensen die het is geluk een kaartje te bemachtigen, want vanaf het moment dat ‘het Rijks’ de tentoonstelling bekendmaakte, was er een run op tickets. Zoveel belangstelling zelfs dat er extra kaarten in omloop kwamen en het museum zelfs een groot aantal avonden open is voor publiek. Maar met 450.000 kaarten was de grens bereikt.

Hoeveel dus heel veel belangstelling, is het bekijken, neem bewonderen van al die schilderijen goed te doen. Bezoekers blijven niet te lang staan bij een doek. Net als ik bewonderen ze een schilderij, maken een foto en lopen door. Het Rijksmuseum helpt de drukte in de zalen te beteugelen door schilderijen op gepaste afstand van elkaar te tonen. En nog een voordeel: de doeken zijn op thema gerangschikt.

Rode hoed

Je mag niet te dichtbij komen bij een doek, maar dicht genoeg om details op een schilderij waar te nemen. Zo indrukwekkend! En soms zijn er maar twee kleine portretten (zoals het Meisje met de rode hoed) op een donkere muur geplaatst. Dat maakt dat zo’n werk extra tot zijn recht komt.

De Delftse17-eeuwse schilder Johannes Vermeer (1632 – 1675) maakte in totaal 37 werken en daarvan hangen er nu 28 in het Rijksmuseum. Negen werken zwerven dus nog over de wereld. Niet gelukt om ze hierheen te halen. De eigenaar wilde niet meewerken of soms is niet eens bekend waar een schilderij zich bevindt op de wereld.

Tot de bekendste werken van Vermeer behoren Het melksmeisje, Gezicht op Delft, en Meisje met de parel. De laatste is nu niet meer te zien in het Rijksmuseum, want het Mauritshuis waar het doek thuishoort, had het zelf nodig voor de vele toeristen die in de zomer dit Haagse museum bezoeken.

Gouden Eeuw

Aan de ene kan vind ik dat niet erg. De Vermeers uit het Mauritshuis en het Rijksmuseum zelf heb ik vaker gezien. Ik kon ze vandaag dus eigenlijk wel overslaan. Jammer is het toch wel, omdat je bij de grootste Vermeertentoonstelling ooit juist zoveel mogelijk doeken van deze schilder uit de Gouden Eeuw bijeen wilt zien.

Ik zal je niet vermoeien met een uitleg van elk schilderij dat ik heb bekeken. Wel dat door de beschrijvingen aan de wanden je merkt waar alle schilderijen vandaan zijn gekomen voor deze expositie. Uit ‘mijn’ Schotland het doek Christus in het huis van Maria en Martha, uit de National Galeries of Scotland in Edinburgh.

En verder afkomstig uit het Louvre in Parijs, Berlijn, Dresden (Brieflezend meisje bij het venster), Frankfurt, Dublin, Tokyo, Londen, New York (Soldaat en het lachende meisje uit de Frick Collection, zie foto boven dit verhaal en de Allegorie van het katholieke geloof uit het Metropolitan Museum of Art) en Washington.

Elk schilderij is uniek qua compositie, thema en kleur. Een lust voor het oog allemaal. Al ben ik geen kunstkenner, door de schilderijen bijeen te zien kun je de schilder een klein beetje doorgronden.
Vermeer stelt niet teleur. Het Rijksmuseum trouwens ook niet.

Wat hiphop met het oude Egypte bindt

Bij toeval ontdekt, in museum dat ik al vaker heb bezocht: de tentoonstelling hiphop, jazz, soul & funk. Wat die muziekstijlen met oudheden te maken hebben? Nou, veel zo blijkt.

De tentoonstelling Kemet in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is zeer leerzaam. Kende de muziekstijlen wel van naam (al behoren ze op jazz na niet tot het genre dat ik beluister) en heb ook de Egyptische schatten van het museum eerder gezien, maar de combinatie van de twee is nieuw.

Verschillende artiesten van Miles Davis en Sun Ra tot Beyoncé en Rihanna en The Modern Jazz Quartet hebben zich in hun eigen naam of in de titel van hun muziek laten inspireren door de verbeeldingen van het oude Egypte en Nubië, of eigenlijk Kemet.

Ramses

Zowel Beyoncé als Rihanna liet zich afbeelden als de Egyptische koningin Nefertiti, rapper Nas stond als farao Toetanchamon op de cover van zijn legendarische album I am… 
In de jaren 90 van de vorige eeuw speelde acteur Eddie Murphy de farao Ramses in de videoclip bij Remember the Time, en op bijna alle platenhoezen van de band Earth, Wind & Fire uit die tijd is iets oud-Egyptisch te zien. Artiesten als Lauryn Hill en KRS-One rappen over de Egyptische oudheid.
Deze oud-Egyptische thema’s gaan terug tot de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen de jazzmuzikant Sun Ra en zijn Arkestra een combinatie maakten van jazz.

De artiesten omarmen en claimen deze oude Afrikaanse culturen om uitdrukking te geven aan verzet, empowerment en spirituele heling. Vaak grijpen ze terug op de naam die de Egyptenaren zelf aan hun land gaven: Kemet, ‘het zwarte’, een verwijzing naar de vruchtbare grond langs de Nijl.

Koptelefoons

Muziek heeft de hoofdrol in de tentoonstelling. Met videoclips, audiofragmenten (er staan verschillende bankjes met aan haken koptelefoons waarop de muziek en een korte uitleg te horen zijn), concertregistraties, foto’s en talloze albumhoezen wordt het verhaal verteld van bekende en minder bekende muzikanten en hun band met het oude Egypte.
Muzikant Typhoon maakte een audiotour bij de tentoonstelling, en rapper Nnelg laat in een nieuwe track horen wat zijn band met het oude Egypte en Nubië is. Niet te missen in de tentoonstelling is de gouden sculptuur van rapper Nas als koning Toetanchamon.

Klik hier voor de museumpagina over de tentoonstelling. Scrol naar beneden voor de Playlist waarop een aantal muziekstukken is te horen. Of zoek Rijksmuseum van Oudheden op Spotify en kies daarin voor Kemet. Er zijn twee lijsten van die naam. De ene is gemaakt door scholieren. Je moet de andere hebben. En binnen die lijst moet je zeker doorklikken naar het album Pyramid van The Modern Jazz Quartet. Dat album stond bij mij thuis aan tijdens het tikken van dit verhaal…