Genezen dankzij experimentele behandeling via konijn

Aardige voorstelling Lebbis bijgewoond, maar ik had – zeker in deze tijd – wat meer politieke grappen verwacht.

Lebbis, eertijds Lebbis en Jansen, associeer ik met actuele teksten waarin ministers en andere politici op de hak worden genomen. OK, niet het programma vol, zoals vroeger bij Wim Kan, maar toch…

In het begin van de voorstelling vanavond in de Goudse Schouwburg passeerden Pieter Omtzigt, Marjolein Faber en nog een paar wel kort de revue, maar daar was de kous wel mee af in de voorstelling Het Spaanse Kussen.

De rest van de voorstelling was zeker niet onaardig. Hij verhaalde van zijn – overwonnen – auto-immuunziekte Sclerodermie zo’n tie jaar geleden. Een levensbedreigende ziekte die het bindweefsel aantast.

Slopende pijn
Sibbel vertelt over zijn (lichamelijke) reacties tijdens de chemokuur en de experimentele stamceltransplantatie via een konijn, zijn verblijf in het ziekenhuis, de slopende pijn, enzovoorts.
Geen verzonnen verhaal, maar echt zijn beleving. Ook dat van het konijn. En niet alleen maar somberen, hij kon er humorvol over vetellen.

Al met al zeker geen onaardige voorstelling. Leerzaam ook. En misschien was ik door de naam Lebbis wel op het verkeerde been gezet.

Van de kroon naar de sterren

Nog nooit in een sterrenwacht geweest, maar vanmiddag dus wel. En nog meteen de oudste van Nederland en het oudste nog operationele universitaire observatorium ter wereld.

Gelegen aan de rand van de Hortus Botanicus n Leiden, heb ik de koepels van de Sterrewacht wel eens gezien, maar nooit bedacht of ik er ook eens binnen zou kunnen kijken.

Een artikel in een krant over een drie maanden durende verbouwing van de ontvangst- en expositieruimte, triggerde me. Er stond dat er op een aantal middagen per week rondleidingen zijn in de oudste sterrentelescoop van de Leidse universiteit. En na die verbouwing was het vrijdag voor de eerste keer weer mogelijk.

Dus direct een kaartje geboekt. Het mooi voor een pensionado. Je kunt zomaar besluiten op een doordeweekse dag op pad te gaan. Geen spijt van gehad.

Goede een uur durende rondleiding door de koepel. Wel heel veel feitjes doorspekt met jaartallen en namen die ik alweer ben vergeten, maar daar hebben we internet voor… Was wel verbaasd dat de student sterrenkunde alles oplepelde zonder boek of laptop te raadplegen.

1633
Het enige jaartal dat ik heb onthouden is 1633. De stichting van de nu oudste nog bestaande universitaire observatorium ter wereld. Het was nog pril. Een echt gebouw voor de studenten kwam er pas in 1860, dankzij de inzet van de sterrenkundige/natuurkundige en rector magnificus van de universiteit, Frederik Kaiser.

Maar goed, het ging me dus vanmiddag vooral om een kijkje te nemen in de koepel in de hoek van de Hortus bij de 5e Binnenvestgracht en de Sterrenwachtlaan. Een smalle trap leidt naar boven en daar is de telescoop. Hoewel, die zich eigenlijk verstopt in een stalen ommanteling.

De rondleider legt uit dat die rust op een houten paal die los staat van het gebouw zelf. Dit om trillingen bij het maken van foto’s van het heelal tot ongewenste trillingen zou leiden.

Natuurlijk werd de telescoop zelf tevoorschijn gehaald en werd uitgelegd hoe in het verleden hiermee foto’s van sterren werden gemaakt. Ook de koepel werd geopend en bij een bijzondere stoel werd uitgelegd dat onderzoekers hier op half liggend urenlang konden turen naar het heelal. En een trap in de hoek blijkt eenzelfde functie te hebben gehad.

Zelf naar het heelal staren zit er niet in vanmiddag. Het is er te bewolkt voor. Ook de sterrenkundigen hebben het steeds moeilijker, legt de rondleider uit. Het vele valse licht maakt waarnemingen lastig.

Dat is nier naar de sterren kan kijken, hindert me niet. Vind het al interessant om de sterrewacht die ik al een paar keer van buiten heb gezien, nu betreden te hebben.

Om de reis naar Utrecht voor een rondleiding van een uur op te fluffen, vooraf een bezoek gebracht aan de tentoonstelling In de ban van Goud, in Museum Volkenkunde, dat zich sinds een paar jaar met de titel Wereldmuseum afficheert.

Goud
De tentoonstelling toont de spirituele en materiële aantrekkingskracht van goud. Historische objecten uit het museum zelf, maar ook bruiklenen en moderne kunst waarin goud een belangrijke rol speelt.

Ook zijn er voorwerpen uit de collectie Koninklijke Verzamelingen. Tot de getoonde voorwerpen daaruit behoren de kroon die is gebruikt voor de inhuldiging van koning Willem I in 1815. In de uitleg wordt gemeld dat die kroon nooit op het hoofd van de nieuwe vorst wordt geplaatst. Nederland kent daarom geen kroning, maar een inhuldiging.

Ook mooi om te zien is de gouden rammelaar van prinses Beatrix, vervaardigd uit goud en diamant, afkomstig uit Deli, Indonesië, circa 1937. 

En van de moderne kunst kan ik een glimlach niet onderdrukken bij het zien van een gouden urinoir, vervaardigd door de kunstenares Sarah van Sonsbeeck. Even zo mooi om te zien is het beeld van de moedergodin van de Winti, Mama Aisa.

Al met al een heerlijke dag in de Sleutelstad, ondanks de straffe, koude wind buiten.

Superkort filmpje Sterrewacht hieronder.

Job op Schokland

Prachtig weer vandaag, dus na een aantal dagen (thuis)werken voor de kerk nu maar eens naar buiten. Ook om de gedachten te verzetten. Met een tentoonstelling over het eiland Schokland in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen lukt dat goed.

In het binnenmuseum wel te verstaan, want het buitenmuseum (een aanrader!) is nog gesloten tot eind maart en dan is de tentoonstelling voorbij. Een apart bezoek aan het binnenmuseum is geen straf, ben er te weinig geweest.

En ook de wandeling door het oude deel van Enkhuizen is op deze zonnige dag fantastisch.Het zicht op de stadspoort Dromedaris en het beeld van de in Enkhuizen geboren schilder Paulus Potter.

Nu speciaal dus voor de tentoonstelling De ziel van Schokland, om de voormalige Zuiderzee, niet ver van Urk en Kampen. Een verdwenen eiland wordt het genoemd, want sinds de drooglegging van de Noordoostpolder, maakt het deel uit van het landschap.


Waarom ik juist naar deze tentoonstelling wilde vandaag, volgt later in dit verhaal (spoiler alert!)

Tot de drooglegging van de polder, was Schokland 10.000 jaar een gebied van leven met water. Tot in de Middeleeuwen was het geen eiland, maar een moerassig veengebied met hier en daar wat hogere gedeelten die geschikt waren voor bewoning. De zee kreeg Schokland in haar macht kreeg. Stormvloeden sloegen grote stukken veengebied weg.

Reuring
Van oudsher was Schokland een belangrijk oriëntatiepunt voor de scheepvaart in de Zuiderzee. Het lag aan de monding van de IJssel op een druk bevaren scheepvaartroute. Bij storm zochten de schepen beschutting aan de oostkant van het eiland.
Schippers die hier voor anker lagen, kwamen geregeld met kleine bootjes aan land, wat voor reuring en economische activiteiten zorgde. In 1915 werd een visafslag gebouwd. Deze was tot de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 in bedrijf.

Tijdens de stormvloed van 1825 werd Schokland zwaar getroffen. Het hele eiland kwam onder water te staan. Er werd meer dan twee kilometer aan zeedijk vernield en de paalwering raakte zwaar beschadigd, evenals de twee kerken. Ook de vuurtoren op de Zuidpunt werd volkomen vernield. De bewoners moesten naar de zolders van hun woningen vluchten. Er vielen 13 doden, 20 huizen spoelden weg en tientallen andere woningen liepen ernstige schade op. De burgemeester schreef in een brief dat op het hele eiland slechts zeven huizen bewoonbaar bleven na de storm. Info van Wikipedia.

In 1855 werd vanwege de landafslag de Zuiderbuurt ontruimd. Vanwege de onveilige situatie en omdat de instandhouding van het eiland te duur was, werd in 1859 op bevel van koning Willem II het gehele eiland ontruimd. Reden voor de ontruiming was ook de armoede.

Aanplakborden
Op 1 maart 1859 maakte burgemeester Gerrit Jan Gillot op aanplakborden bij het gemeentehuis van Schokland bekend dat de bewoners het eiland binnen vier maanden moesten verlaten. Er woonden op dat moment ongeveer 650 mensen. De huizen werden afgebroken en het materiaal werd weer gebruikt bij de bouw van nieuwe woningen op het vasteland.

Hoewel een ruime meerderheid van de eilandbevolking katholiek was, evacueerde maar een klein deel van de inwoners naar het katholieke Volendam. Het merendeel verhuisde naar onder andere Kampen, waar de Schokkerbuurt gebouwd werd. Een deel van deze Schokkerbuurt is nagebouwd in het Zuiderzeemuseum.

Dat laatste wist ik niet, al moet ik tijdens zomers bezoeken aan het buitenmuseum er wel langs gelopen zijn. Schokland is in 1995 als eerste Nederlandse monument geplaatst op de werelderfgoedlijst van Unesco.

Maar goed, waarom nu naar die tentoonstelling in he Zuiderzeemuseum? Wel, twee redenen. De eerste is dat ik eind juli, begin augustus als ik naar het skûtsjesilen in Friesland ga langs de A6 het bord Schokland zie staat. Iedere keer weer.

Job op Schokland
De tweede is er een van decennia geleden. Op tv (Ikon) zag ik de solovoorstelling Job op Schokland, door Henk van Ulsen. Job is de door God beproefde figuur uit het Oude Testament. In het verhaal is het ‘vertaalt’ naar een oude jood die als enige van zijn familie de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd.

Ik zag Van Ulsen, die een geweldige verteller was, nog lopen over de planken die de verbinding is tussen de droge stukken land van Schokland. Ook al in de tv-uitzending veertig jaar geleden, dat beeld zie ik nog altijd voor me.

De tentoonstelling is een mooie geschiedenisles over het zware leven op Schokland, de ontruiming en het gegeven dat het voormalige eiland nog altijd trekt aan de nazaten van de oorspronkelijke bewoners. Voorwerpen, foto’s, tekeningen, modellen van vissersschepen voor de Zuiderzee (waaronder de boven dit verhaal afgebeelde schokker), uitbeeldingen van de verhuizing naar Volendam en Kampen en nog veel meer.

Ik kan me nu meer een beeld vormen over Schokland en zijn bewoners. Het enige wat me nu te doen staat is op een zomerse dag naar het voormalige eiland zelf gaan.

De tv-uitzending van Job op Schokland kan ik niet vinden, maar hier is wel een filmpje met daarin enkele minuten Henk van Ulsen uit die uitzending. Scroll (zodra dat na de reclame kan) door naar 3:10.

Gewoon een avond met een gulle lach

In de Goudse Schouwburg vanavond de voorstelling van Bert Visscher bijgewoond. Geen zware kost. Gewoon lekker twee uur lachen om flauwe grappen die als Visscher ze vertelt toch heel leuk zijn. Ongenuanceerde ongein.

Natuurlijk met het bekende werk, waarbij mensen op rij 1 in zijn vertellingen worden betrokken. Vrouwen – ook zijn echtgenote – moeten het ontgelden. En geloof me, de vrouwen in de uitverkochte zaal lachen er misschien nog wel het hardst om.

Had de voorstelling geboekt, omdat enkele figuren uit zijn eerdere shows zouden langskomen.

Ter Haxel
Dus was er de begrafenisondernemer die uitleg geeft over een moderne doodskist.
En natuurlijk de stewardess (met het hoge gilletje) op het vliegveld van Ter Haxel, de vegetarische kok, Ken (van Barbie), de cursus bloemeschikken en de rolstoelveteraan, wiens zoon lid is van motorclub No Calender. Een feest der herkenning.

En daar tussendoor het geinen met het publiek. Pretentieloos, maar het werkte geweldig. Onbedaarlijk gelachen.

Braveheart, freedom en een whisky

Vanavond op RTL7 de film Braveheart. Een Schotse film – zo zie ik het – die om twee redenen altijd mijn grote interesse zal houden.

Het was halverwege de jaren negentig dat ik weer eens Glen Nevis (Lochaber, vlakbij Fort William) in ging en links van de weg een dorpje meende te zien. Het bleek de set van een film die daar deels werd opgenomen. Braveheart dus, met Mel Gibson in de hoofdrol. Zie foto hieronder (© Schotlandganger A. B.).

Het was niet voor het eerst dat ik zoiets meemaakte. Enkele jaren eerder was ik met vriend G.P. in Glencoe, ten zuiden van Lochaber.
Bij het afdalen van met de skilift zagen we staande stenen of standing stones. Die kenden we (denk aan Stonehenge in Engeland of Callanish op het eiland Lewis), maar niet in deze regio. Ja, maar ze waren er toch. Dat kan niet, ja, maar we zien ze wel…
Ze bleken, toen we op onderzoek uit gingen, van piepschuim te zijn. Het decor voor die andere geweldige film: Rob Roy.

Referendum
Braveheart dus. In 1997 was er het ‘devolution referendum’ in Scotland en een meerderheid van de Schotten koos voor onafhankelijkheid. Dat leidde tot grote feestvreugde tijdens de jaarwisseling. Daarover zo meer.

Ik had me in de zomer van 1996 voorgenomen eens een jaarwisseling met streetparty mee te maken in Edinburgh. Groot straatfeest in Princes Street en omgeving. Helaas, vanwege de grote drukte moest je voortaan tig keer je stamkroeg in centrum Edinburgh hebben bezocht dat jaar om voor een ticket in aanmerking te komen.

Perskaart
Dus voor het eerst in mijn leven mijn status als journalist misbruikt. Perskaart (en partnerkaart voor in Edinburgh woonachtige vriendin K.S.) om het mee te maken. Inclusief toegang met drank en hapjes in het toen nog bestaande Overseas League House in Princes Street.

Tegen middernacht het dakterras op. En daar hoorde ik de vraag die in de film door Braveheart aan zijn legers wordt gesteld. Wat willen jullie: onderdrukt blijven door de Engelsen of freedom? FREEDOM, scanderen zijn aanhangers.

En toen die avond van 31 december 1996 een paar minuten voor de overgang naar 1997 klonk de vraag uit de speakers op straat: wat hebben wij gekregen dit jaar? FREEDOM scandeerden nu meer dan 100.000 mensen in Princes Street. Je voelde op het dak het geluid toenemen, door mijn voeten, mijn benen, naar boven. Freedom, freedom, freedom!

Dat moment, dat gevoel zal ik nooit vergeten. En elke keer als ik de film Braveheart zie, denk ik daar aan terug. Met – net als toen – een wee dram in de hand.

Slaìnte!

Alzheimer met humor

Weer een heerlijke toneelavond in de Goudse Schouwburg. Heerlijk omdat de gelauwerde Anne Wil Blankers een prachtige aan Alzheimer lijdende oma neerzet.

Realistisch, dat kan wel gezegd worden van de 84-jarige actrice in de rol van een oude(re) vrouw die een kleine galerie in New York heeft, maar zienderogen achteruit gaat. Haar familie kan er maar moeilijk mee omgaan. Je krijgt medelijden met die familie, maar meer nog met de grootmoeder die moeilijk met haar eigen verwarring lijkt te kunnen omgaan.

Galerie The Waverly (foto: Joris van Bennekom)

Galerie The Waverly is een aangrijpend maar ook hilarische tragikomedie van Kenneth Lonergan over de laatste jaren van een gulle en praatgrage grootmoeder Gladys Green. Door de ogen van haar kleinzoon (Daniel Cornelissen) zien we haar strijd. Ze vecht om haar onafhankelijkheid te behouden, maar ze doolt ook reddeloos en steeds paniekeriger over het podium. ‘Prachtig pijnlijk’ omschreef de Volkskrant dat eerder.
Gladys is gebaseerd op de grootmoeder van Lonergan, die daadwerkelijk een Waverly Gallery bezat in Greenwich Village in New York en worstelde met het verlies van haar geheugen.

Lachen
Alzheimer als het leidmotief in het stuk, maar dat betekent geenszins dat de opvoering van Galerie The Waverly zwaar is. Integendeel, er valt genoeg te lachen in het stuk hier in de vrijwel uitverkochte Goudse Schouwburg.

De mooiste bijrol vond ik die van de kleinzoon Daan, neergezet door Cornelissen, die het Amerikaanse stuk heeft vertaald.

Opsteker
Een aardig lijstje voor de 35-jarige acteur, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het voor hem een enorme opsteker moet zijn om in Galerie The Waverly samen te spelen met Anne Wil Blankers die al decennia op de planken staan en ook in veel films heeft gespeeld, onder andere in de rol van koningin Wilhelmina.

Ik ken hem niet, maar ik lees op Wikipedia dat hij al bekendheid geniet door zijn rollen in onder andere de jeugdtheaterproductie Bromance en Showponies van Alex Klaasen en films als Moos, De Zevende Hemel en Feuten, Het Feestje.

Vanavond was ze voor mij de koningin van het toneel. Als ze in bijna twee uur lang zo overtuigend een grootmoeder neerzet die aan een steeds erger wordend Alzheimer lijdt, ben je gewoon verbaasd als ze na afloop monter het theatercafé binnenstapt en met bezoekers aan de praat gaat. Hulde!

Nog nooit zoveel toetjes bij elkaar gezien, jammer dat ze nep zijn

Nog nooit zoveel toetjes bij elkaar gezien, jammer dat ze nep zijn

Als liefhebber van toetjes of dessert of pap, is de tentoonstelling Grand dessert – de geschiedenis van het toetje. Zeer mooi opgezet. Je krijgt spontaan trek in een vlaflip of een griesmeelpudding uit een fraaie gietvorm.

Ben dol op toetjes. Niet dat is het thuis elke keer eet aan het slot van de maaltijd, maar als zich de gelegenheid voordoet en het dessert ziet er veelbelovend uit, dan…

De tentoonstelling in het Kunstmuseum in Den Haag is een lust voor het oog. Kleurrijk, vormrijk, Jammer dat de werken – pudding, ijs, taart – niet echt zijn. Je zou zo een lepel in een toetje willen zetten.

En niet alleen de toetjes zijn het aanzien meer dan waar. De tentoonstelling varieert van bakvormen tot kookboeken, van serviezen tot bestek, van ijsmallen tot menukaarten, en nog heel veel meer. 

Geuren
Om bezoekers nog meer mee te voeren in de verleidelijke wereld van (koninklijke) toetjes is een bijzonder element toegevoegd: geuren. Proeven doe je namelijk vooral met je neus, dus aroma’s spelen een grote rol als je smult van een heerlijk dessert.

De twaalf geuren die je uit flessen kunt opsnuiven zijn ontwikkeld door International Flavors and Fragrances (IFF), wereldwijd een van de grootste producenten op het gebied van smaak- en geurstoffen. Het geeft een extra dimensie aan de tentoonstelling.

Art Deco
Net als bij het Rijksmuseum in Amsterdam boeide het Kunstmuseum in Den Haag me vandaag ook vanwege het gebouw vol symmetrische elementen zelf. Het is een Art Deco gebouw van de architect H.P. Berlage. Hij zou het zijn mooiste ontwerp noemen, maar maakte zag het eindresultaat zelf nooit. Hij overleed voor het museum werd geopend.

Voor mij is het gebouw een reden om nog eens naar dit museum te gaan. Bovendien is er veel meer te zien dan alleen de desserts.

Voor wie de toetjes ook wil zien: de tentoonstelling is nog te bezoeken tot begin april.

Als in een snoepwinkel

Het is weer even doorwerken – of eigenlijk doordrinken – geweest, maar deze zondagmiddag zestien whisky’s geproefd uit Schotland, Ierland, België en ook Nederland. Het International Whiskyfestival in Den Haag was weer een groot succes.

Of eigenlijk vijftien-en-een-half, want de Torabhaig Allt Gleann Legacy Series Batch strength (61,1 procent alcohol) giet ik deels in een flacon om thuis te proeven. Waarom? Wel, heb al twee flessen van de Torabhaig distilleerderij op het eiland Skye in Schotland, waaronder de Allt Gleann Legacy. Die is 40 procent alcohol. Enige verschil is dus het alcoholpercentage. Op een mooie, rustige avond ga ik ze na elkaar drinken om te vergelijken.

Het whiskyfestival in de Grote kerk in Den Haag bezoek ik al enkele decennia, waarvan de langste tijd met neef D. Als in een snoepwinkel rondkijken en bij nieuwe vondsten het glas omhoog houden en er een bodempje in laten schenken. Ruiken, proeven, ervaringen delen met D. en soms andere bezoekers. En dat dus zo’n vier uur lang.

Dronken
Nee, dronken zijn we niet geworden. Omgerekend naar normale hoeveelheden whisky hebben we ongeveer vijf glazen gedronken, al is een aantal hoog in alcoholpercentage. . Bovendien kom je hier niet om dronken te worden. Dan werkt een goedkope fles drank bij de slijter beter… Entree is bijna vijftig euro en voor de niet-standaard whisky’s betaal je al snel twee tot vijf euro. Voor een bodempje dus.

Die prijzen weerhouden ons zoals je merkt aan het aantal glaasjes dat we hebben weggewerkt. Tot de bijzondere en types merken die we hebben geproefd noem ik hier naast de Allt Gleann (genoemd naar een van de twee waterbronnen van de distilleerderij) van Torabhaig, de Bus whisky uit het Nederlandse Brabant, een fantastische Ardnamurchan cask strength (58,3 procent), een 18 jaar oude Aberfeldy (43 procent alc.), de Arranversie van Provenance (8 jaar, 46 proc. alc.), de Tomatin Cu Bòcan (46 proc.), Glen Dalough, de Arran Quarter cask (56 proc.), de Corriecravio edition van Lagg. Deze heb ik thuis ook, maar die op het festival heeft een alcoholpercentage van 58, terwijl die thuis 55 procent telt.

De lijst gaat nog even door: Gouden Carolus uit België. Ja, het merk ken je misschien van het bier van hetzelfde bedrijf. Verder de Ma-Talla Terra van de Morrison distilleerderij op het eiland Islay (46 proc.).

Bijzonder is de Ierse whisky van Lambay. We proeven er twee: de standaard blend en een bijzondere, driemaal gedistilleerde 2021 Limited edition, gerijpt op cognacvaten.

Puffin
Het gelijknamige eiland Lambay ligt een paar kilometers uit de kust van Dublin. Natuurbehoud speelt een belangrijke rol. Buitenstaanders zijn niet welkom in dit natuurgebied, behalve via enkele georganiseerde wandeltochten. De Ierse whisky kan bij mij al niet stuk, want het voert mijn favoriete zeevogel de papegaaiduiker of puffin die er voorkomt op het etiket. Los van het etiket: zeker de limited edition is niet te versmaden.

Een heel mooie ontdekking is ook Nc’Nean, een organic malt van de rand van Morvern, in het uiterste westen van het vasteland van Schotland. Een kleine distilleerderij, verscholen in de heuvels bij Drimnin. Alleen te bezoeken op afspraak.

De standaard Nc’Nean (de naam verwijst naar een figuur uit Schotse legendes) is heerlijk. We besluiten aan het einde van het festival hier nog eens langs te gaan om een flaconnetje te laten vullen om thuis nog eens na te genieten. De keus valt ter plekke op een andere Nc’Nean, de Hunters Orchard Cobblers. Het is een mix van malts die op verschillende vaten hebben gerijpt, met voor tweetende op die van rode wijn. Benieuwd wat we er van vinden.

Onverwachts naar oratorium

Het voordeel als je pensionado bent. ’s Morgens na het lezen van een goed recensie besluiten dat je het concert die avond zelf wilt bijwonen. Kaartje boeken en je onderdompelen in de fantastische muziek van het oratorium Esther van Georg Friedrich Händel.

Had al eerder gelezen over deze uitvoering van het muziekstuk door het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir onder leiding van de net 80 jaar geworden Ton Koopman. De recensie vanochtend in Trouw overtuigde me: ik moet dit zelf gaan beluisteren. Gelukje: er waren nog kaartjes voor de uitvoering in Amare in Den Haag.

Esther is gebaseerd op het gelijknamige Bijbelboek. Het vertelt het verhaal van de joodse wees Esther, die koningin van Perzië wordt en haar volk weet te redden van een brute slachting door de kwaadaardige Haman. 

De muzikale versie van Händel is wel aangepast voor de uitvoering door het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir. Koopman heeft voor deze uitvoering speciaal een nieuwe editie samengesteld, die bestaat uit een combinatie van een heel vroege versie van Händels werk uit 1720 en de grootschaliger versie uit 1732.

Trompetten
Dat heeft geleid tot de toevoeging koorgedeelte Blessed are all they that fear the Lord, aan het einde van de tweede akte. Hoe prachtig de solisten (met name de sopraan Julia Lezhneva in de rol van Esther) ook zijn, het koor, begeleid door het orkest met in dit deel ook de trompetten is fantastisch.

Herkenbaar ook dit laatste stukje, want het is deels afkomstig uit de anthem Zadok the priest, geschreven voor de kroning van George II in 1727,

Eenzelfde muzikale ontlading is er aan het einde: The Lord our enemy has slain, een van Händels meeste uitgebreide en feestelijke slotkoren. En vanavond weer met vol orkest.
God save the king,
Long live the king,
May the king live forever.

Amen, alleluja, amen!

Alle lof
Ben nooit zo van het lang aanhouden van een applaus, maar vanavond wel. Wat een prachtig en heerlijk muzikaal feestje. Alle lof voor koor en orkest. O ja, en voor de solisten natuurlijk.

Mount Lebanon his firs resigns,
Descend, ye Cedars, haste ye Pines,
To build the temple of the Lord,
For God his people has restor’d.
For ever blessed be thy holy name,
Let heav’n and earth his praise proclaim
.

Heb gelezen dat in dit feestjaar van Koopman er nog twee werken op het programma staan: Deborah en Athalia. Dat moet ik in de gaten houden.

Spiegel met een verborgen afbeelding

Bronzen kunst, al is kunst niet helemaal de juiste benaming voor de 75 voorwerpen in de tentoonstelling Asian Bronze in het Rijksmuseum. Topstuk is de Boeddha beschermd door de Naga, dat voor het eerst uiten Thailand te zien is. Ook indrukwekkend is een spiegel met een verborgen afbeelding.

Kan mezelf onderhand wel een vaste bezoeker noemen van het Rijksmuseum in Amsterdam. Ik geniet van de kunst in de vaste collectie, zowel schilderijen van de grote meesters van Rembrandt Van Gogh en Van Ruysdael, de beelden in de katholieke traditie (hoeveel Maria met kindje Jezus telt het museum wel niet?), maar ga er tegenwoordig graag heen vanwege de bijzondere tentoonstellingen die er te zien zijn.

Zoals vandaag dus Asian Bronze. Van Boeddha tot Shiva en van wijnvat tot wapen. Het is er allemaal te zien. Een deel van de circa 75 tentoongestelde voorwerpen komt uit het eigen museum, maar er zijn ook veel bruiklenen, zoals het Nationaal Museum in Bangkok dat zes werken heeft uitgeleend, waaronder dus die Boeddha beschermd door de Naga (foto rechts). Verder stukken uit Indonesië (Museum Sonobudoyo, Yogyakarta), India (Bihar Museum, Patna), Pakistan (Nationaal Museum, Karachi) en musea in Londen en Parijs.

Nachtwacht
Het trekt altijd veel bezoekers voor de vaste collectie bij de Nachtwacht is het zelfs dringen voor goed zicht op dit werk van Rembrandt) en vandaag ook weer veel schoolklassen. Bij Asian Bronze is het echter veel rustiger. Zo rustig zelfs dat het vereiste tijdslot niet eens nodig is.

Jammer voor de samenstellers van de expositie wellicht, maar voor mij als bezoeker wel fijn. In alle rust kun je lang genieten van alle voorwerpen die in de moderne Philipsvleugel bijeen zijn gebracht.

De grote stukken zijn imposant om te zien, maar het kleine werk oogst bij mij zo mogelijk meer bewondering. Zoals een pauw uit Thailand. Vervaardigd met verfijnd vakmanschap. Het moet, aldus het tekstkaartje er vlakbij, zijn gemaakt voor een invloedrijke eigenaar.
Het is volgens mij een van de oudste voorwerpen in de tentoonstelling, het dateert uit 400 – 100 voor Christus.

Bellen
Ook indrukwekkend is de set van acht yong-bellen en een –bo-bel uit China uit de achtste eeuw voor Christus. Zie foto boven dit verhaal.

De makers van dit soort bellen, aldus het Rijksmuseum, wisten van tevoren vaak al precies welke toon elke afzonderlijke bel zou maken wanneer die was gegoten. Sommige bellen kunnen meerdere tonen laten horen, afhankelijk van de plek waarop de bel wordt aangeslagen.

Aanraken mag natuurlijk niet, maar in de App van het Rijksmuseum kun je na de uitleg een stukje van de muziek horen.

Verborgen afbeelding
Een derde opvallend voorwerp is een bronzen spiegel meet daarin een verborgen afbeelding van Christus aan het kruis. Japanse ambachtslieden ontwikkelden in de periode 1600 – 1870 een techniek om een verscholen afbeelding te creëren in een spiegel. Het christendom was in die tijd (de Edo-periode) verboden en daarom waren dit soort spiegels in zwang.

De twee spiegels die in de tentoonstelling zijn te zien (er is er ook een met Maria) zijn een moderne versie, eerder dit jaar in opdracht van het Rijksmuseum gemaakt door de kunstenaar Yamamoto Akihisa uit Kyoto, de vijfde generatie van deze makers. Met een scherpe lichtbundel worden in het museum de verborgen afbeeldingen op de muren in de tentoonstellingszaal geprojecteerd. Bijzonder.

Al met al weer een waardevol bezoek aan het Rijksmuseum vandaag.