Concert bij het ochtendgloren

Gregoriaanse gezangen in de vroeg ochtend van paaszaterdag. Een mooi concert en jaarlijkse traditie van Schola Cantorum Karolus Magnum op een bijzondere locatie.

Heb het eerder bijgewoond, maar de laatste keer is al weer even geleden. Dus vandaag om 05.15 uur (ja, je leest het goed) koers gezet naar de Overasseltse Vennen (niet ver van Nijmegen), waar het mannenkoor optreedt bij de koortsboom en de ruïne van de St.-Walrick kapel.

De kapel is gebouwd in de 15e eeuw. Eeuwen eerder al stond er al een benedictijner klooster. Op deze plek zou Karel de Grote in het jaar 777 genezing hebben gevonden op voorspraak van de heilige Willibrord.

De betekenis van deze heilige plek en de nabije koortsboom is de laatste honderd jaar alsmaar toegenomen. Mensen overal vandaan hangen aan de takken van de koortsboom lapjes die afkomstig zijn van de kleding van ernstig zieken, en bidden voor hun genezing.

Een bijzonder plek dus voor een concert. En ondanks het vroege tijdstip (het eerste gezang klinkt reeds om 07.00 uur) zijn er naar ik schat zo’n tweehonderd mensen. De organisatie is geweldig. Niemand, een enkeling daargelaten, verstaat de teksten van de Gregoriaanse gezangen, maar het koor heeft programmaboekjes met naast de teksten in het Latijn de vertaling in het Nederlands.

Processie
Het moois is dat iedereen met elkaar praat, maar zodra de in monnikskledij gestoken zangers al zingend in processie vanuit het niets naar de kapel komen, verstommen de gesprekken en wordt het schouwspel in stilte gadegeslagen.

De eerste liederen worden bij de koortsboom gezongen, met als eerste een lofzang op de koortsboom: Sanitatem aegris (Jij schenkt gezondheid aan de zieken) en de rest in de ruïne van de kapel zelf. Verder verschillende paasliederen over de Opstanding (‘Haec dies’). Tijdens het slotlied vertrekt het koor weer al zingend.

Vijf kwartier van Gouda naar Overasselt en ook weer terug voor een optreden van drie kwartier. Het was het weer waard.

Wie wat van de liederen wil horen, bekijken het filmpje hieronder.

Nog nooit zoveel emotie van een lijdende Jezus gezien

De Kremer collectie in Stedelijk Museum Alkmaar. Werken van de grote en schatrijke verzamelaar George Kremer. Niet zijn schilderijen van onder andere Rembrandt, Frans Hals, Albert Cuyp, Pieter de Hooch en meer weggestopt in depot, maar juist bedoeld om ze overal tentoon te stellen zodat het publiek er kennis van kan nemen. Het bezoek meer dan waard.

Zo af en toe (meer toe dan af gelukkig), kom je aankondigingen tegen in kranten of op tv van tentoonstellingen die een bezoek waard zijn. Vandaag dus in Alkmaar. Daar, in het Stedelijk Museum, is de expositie met werken van verschillende Hollandse meesters te bezoeken.

De 48 tentoongestelde werken zijn in bezit van de Kremer Collectie, een sinds 1995 opgebouwde kunstverzameling van de steenrijke George en Ilone Kremer. Stuk voor stuk geweldige stukken, al heb ik niet zoveel met stillevens, maar des temeer met de verhalende werken en portretten.

Geldwisselaar
In het doek uit 1629/1632 van Matthias Stom (1600 –1681) komt dat verhaal echt tot leven. Indrukwekkende expressies. De geldwisselaar die in haast zijn geld bijeen raapt, de angst op het gezicht van de man die de gesel van Jezus zijn kant ziet opkomen, de verkoper van een kip die het hazenpad kiest. Anderen die er angstig (goed te zien op hun gezichten) al net zo snel vandoor gaan.
Wonderschone details. Elk gezicht heeft een andere expressie. Als ik journalist in die tijd was geweest, had ik daar bij willen zijn! Wie het Bijbelverhaal kent, ziet het hier de ‘Tempelreiniging’zeer goed uitgebeeld. Een zeer krachtig werk.

Een tweede doek dat ik, zeker in de Stille Week, met meer dan ontzag heb bekeken is Christus aan de zuil van Jan Lievens. (1607 – 1674).

De expressie op het gezicht van de lijdende Jezus is wat mij betreft ongeëvenaard. Dichtbij het doek zie je zelfs de tranen in de ogen van Jezus. Bloed druppelt vanonder de doornenkroon. Links op het doek kijkt een soldaat toe.

Er bestaan heel veel schilderijen van de kruisiging van Jezus en wat er in de laatste dagen daarvoor gebeurde, maar ik heb nergens zoveel emotie in een doek gezien als hier. Gelukkig staat er een bankje bij het schilderij en kun je rustig langdurig naar dit wonderschone werk kijken.  

Barmhartige Samaritaan
Minder indrukwekkend, maar het aanzien zeker toch waard is de Berouwvolle Petrus, van Gerrit van Honthorst. Met gevouwen handen en de sleutels van de eeuwige stad op tafel. Hetzelfde geldt voor de Barmhartige Samaritaan van Pieter Lastman.

In de min of meer niet-religieuze categorie zijn er ook fraaie ontdekkingen. Zo is er het schilderij van een boerderij van Abraham Bloemaert.

Dat blijkt na voltooiing te zijn versneden. Zodoende ontbreekt rechts een varkensstal met daar de Verloren zoon uit een va de parabels van Jezus. Die is wel te zien in de ontwerptekening die ook te zien is.

Dat de Kremers oog voor kunst hebben, komt wat mij betreft tot uiting in het werk van een landschap met koeien. Een echt Hollands gezicht van grazende en rustende runderen, door de Kremers voor het eerst gezien op een tentoonstelling in Boedapest..

Er waren twijfels of dit wel een echt werk van Albert Cuyp was. De Kremers hielden vol en na verwerving bleek uit onderzoek dat George en Ilona het bij het rechte eind bleken te hebben.

Audiotour
Ik zal hier niet alle werken van de tentoonstelling beschrijven. Daarvoor zijn het er teveel. Ga zelf kijken. Dat kan nog tot 1 juni. Geniet ook van de audiotour met daarin de bijdragen van George en Ilone Kremer zelf.
Ze vertellen bij elk werk dat de revue passeert wat dit doek voor ze betekent en waarom ze dit aan hun collectie hebben toegevoegd. Een van de betere audiotours die ik ooit heb gehoord in een museum. En wellicht komen de schilderijen van de Kremer collectie later terug als eeuwigdurende bruikleen.

Sowieso is een bezoek aan Almaar een feestje. Zelfs als er geen vrijdagse toeristische kaasmarkt is.

Spelen, ook voor grote mensen

Stond al even op mijn lijstje Dagtochten en vandaag, want zeer prachtig weer, naar Deventer. Al paar keer in deze stad geweest. Heerlijk om doorheen te lopen en met de voet-/fietspont naar het Worpplantsoen, de verborgen parel van Deventer. Maar het eigenlijke doel vandaag is het Speelgoedmuseum.

Benieuwd of er speelgoed te vinden is dat ik herken uit mijn eigen jeugd. Nou, daarin ben ik niet teleurgesteld in dit Speelgoedmuseum. Speelgoed, spelletjes, jeugdboeken (Hallo Dik Trom!). Een feest der herkenning.

Was als kind al dol op speelgoed autootjes (wie niet). Heb me vandaag verlekkerd aan de vitrines vol Dinky Toys en Matchbox. En he, daar is dat bijzondere vliegtuig uit de tv-serie Thunderbirds. “5, 4, 3, 2, 1 … Thunderbirds Are Go...” .

En ook de Schuco autootjes die over een wat ik maar noem spiraalbaan reden. Heb die zelf niet gehad, maar mijn oudere broers wel.

Meccano
Hetzelfde geldt voor het ijzeren constructie speelgoed Meccano. Al was ook dat van een van mijn broers, hier heb ik heel veel mee gebouwd. Net als later de houten versie van SIO. Kennelijk wat te duur of zo. Mijn vader heeft er zelf van hout nog een veelvoud van gemaakt voor me. Eindeloos veel speelplezier.

En qua speeltjes is er in dit museum in Deventer natuurlijk Mens-erger-je-niet te vinden. Dat heb ik zelfs als volwassene nog heel vaak gespeeld met mijn moeder en ook met de vroegere oppas en goede vriendin Mientje. Het spel kende een familievariant: dammetjes.
Daar mocht je dan niet voorbij. Ook jij niet met de eigen kleur pionnetjes. Je mocht wel de dam vergroten. Er ontstond dan al snel een file achter de dammetjes, waardoor het spel heel lang kon duren.

In de film- en fotohoek maar bescheiden aandacht voor één  View-Master. De kijker voor stereofoto’s. Heb er zelf nog een (ooit als kind gekregen), met tal van schijfjes. Heb ik nog steeds. Misschien maar eens tevoorschijn halen.

Verder veel poppenhuizen, Barbies en noem maar op. Daar snel voorbij gelopen. Wel gekeken naar de modelspoorbaan. Maar als je in Miniworld in Rotterdam bent geweest, valt deze wel wat tegen. Maar laat dat geen reden zijn deze zaal over te slaan als je hier op bezoek komt.

Knikkerbaan
Al het waardevolle oude speelgoed staat in vitrines, maar voor kinderen (en hun ouders!) zijn er ook volop interactieve mogelijkheden. Dozen vol bouwblokken om maar wat te noemen.
Het mooiste, op een van zolders van de twee gekoppelde oude pakhuizen in het centrum van de stad is de reusachtige knikkerbaan, een ‘installatie’ zouden we dat nu noemen, van de Zwitsers-Duitse kunstenaar Hans-Martin Wagner.

Door zelf te draaien aan een van de twee wielen komt de knikkerbaan boven je hoofd in beweging. Via allerlei doorzichtige buizen gaan de ballen heen en weer. Omhoog, opzij en mat een vaart omlaag. Geweldig om te zien. Zie filmpje onderaan dit verhaal.

Een museum dat het bezoek waard is. Zeer vriendelijk personeel, een audiotour met goede uitleg.
En zeker in dit jaar van 80 jaar bevrijding ook veel aandacht voor spelen en spellen in de Tweede Wereldoorlog, zoals het Verduisteringsspel en het Onderduikspel. Het museum wil maar duidelijk maken: spelen is van alle tijden, ook in tijden van oorlog. 80 Jaar geleden en waarschijnlijk ook nu nog.

Park
Zoals gezegd was het bezoek aan het Speelgoedmuseum de hoofdreden vandaag naar Deventer te gaan. Nee, geen Deventer koek aangeschaft. Wel vanwege het schitterende weer (volop zon, dik 20 graden Celsius) genoten van de stad zelf. Met het voet-/fietsveer naar de overkant van de IJssel en daar genoten van de stilte en de zon in het Worpplantsoen.

Veel drukte met passagiers op de tocht van zo’n twee minuten. De meesten gaan per fiets de omgeving in, op zoek naar hun geparkeerde auto in de nabijheid. Een paar stappen verder sta je in het, naar het schijnt, oudste wandelpark van Nederland. En daar is bijna geen mens te bekennen vandaag. Ongelooflijk! Dus uurtje van de stilte en de zon genoten aleer de treinreis terug naar Gouda te aanvaarden.

Filmpje van de knikkerbaan in Speelgoedmuseum Deventer:

Gewoon, omdat het kan

Gewoon omdat het kan, klopt wel aardig voor mijn eendaags bezoek aan Edinburgh. Heerlijke oude stad om doorheen te lopen. En dat voor heen en terug per vliegtuig voor net iets meer dan 100 euro.

Zat eerder dit jaar gewoon eens rond te neuzen op internet en kwam er achter dat als je zeer flexibel bent qua vliegdag, je voor een habbekrats van Schiphol (helaas niet meer vanaf Zestienhoven) naar de Schotse hoofdstad Edinburgh kunt vliegen.

Dat leek me wel wat. Dan wel in het voorjaar gaan, zodat je al wat meer van het daglicht kunt genieten en de ergste kou ook verdwenen is.

Kwam uit op deze dinsdag. ’s Morgens om 07.30 uur weg (dank aan zus Y. die me naar de luchthaven heeft gebracht in alle vroegte) en ongeveer twaalf uur later terug naar Nederland.

Wat ik toen nog niet wist uiteraard, was het prachtige weer vandaag. Volop zonneschijn, met alleen in de ochtend paar wolkjes. En met 15 gaden een zeer aangename temperatuur om door het oude centrum te wandelen.

Ontbijt
Ben elk jaar aan het begin van mijn zomervakantie hier wel een dag, soms twee. Het verveelt echter nooit. Ik geniet van de oude gebouwen. St. Giles Cathedral (de hoofdkerk van mijn Schotse kerk), een goed en stevig ontbijt om de dag mee te beginnen (bacon, eggs, sausage, baked beans…) en uiteraard een bezoek aan een pub.

Het nuttige met het aangename verenigd. Vanochtend na het ontbijt in The Booking Office vlakbij het grote Waverly treinstation, per stadsbus naar de evangelische boekenzaak Faith Mission gegaan om daar twee exemplaren op te halen van het reeds bestelde supplement God welcomes all van het liedboek van mijn kerk op te halen.

En aan het begin van de middag een gesprek met iemand van de media-afdeling van de Church of Scotland om eens kennis te maken. Via email heb ik al regelmatig contact met ze, vanwege mijn rol als coördinator communicatie en publiciteit van de internationale classis.

Pub
Na nog een rondje Princess Street Gardens naar de pub Alexander Graham Bell in George Street voor wat biertjes met Edinburghse vriend L. S. Altijd gezellig. En de Abbot Ale is zeer goed te drinken.

Dat vliegretour zo goedkoop is, komt ook door te kiezen voor Easyjet. OK, je zit wat opgepropt in het toestel, maar dat mag de pret niet drukken. En het is slechts een kleine anderhalf uur vliegen. Als ik een dagje Maastricht doe, ben ik langer onderweg.

Nog een voordeel: het is maar een dag, dus behalve een rugzak gaat er niks mee. Na aankomst, zowel in Edinburgh als vanavond op Schiphol, ben je zo het luchthavengebouw uit.

Niet gelijk morgen, maar misschien dat ik in het najaar of zo nog eens een dagje Edinburgh doe.

Hieronder een kort filmpje van vandaag. Met live doedelzakmuziek op de achtergrond.

Stadswandeling Maastricht

Na vier dagen intensief voor mijn kerk in de weer te zijn geweest met overleggen, schrijven, mailen, mezelf vandaag getrakteerd op een dagje Zuid-Limburg. Plan wel moeten bijstellen, want twee ideeën zijn ondanks de zonneschijn in het water gevallen.

Kom graag in Maastricht en omgeving. Vooral de Limburgse hoofdstad zelf met zijn Bourgondische levensstijl kan me bekoren. Voor vandaag bedacht om met de trein door te reizen naar Eijsden, dan dwars door het dorp naar de Maas en dan met het voerveer over naar Lanaaien, of Lanaye op zijn Frans (want Wallonië), om vervolgens langs het water terug te lopen naar Maastricht.

Helaas, in de trein naar Maastricht ontdekte ik dat het voetveer pas weer in april vaart. Alternatief bedacht: Visé, een paar treinmunten zuidelijk van Eijsden. Daar stak Arriva een stokje voor. Problemen met het treinstel. Dat zou betekenen dat ik bijna een uur moest wachten op de volgende trein.

Nou ja, dan maar weer een heerlijke stadswandeling door Maastricht zelf, na eerst koffie te hebben gedronken op terras van De la Bourse aan de Markt.

Rondeel
Stadswandeling Maastricht is geen straf. Vele van de bouwkundige historie is bewaard gebleven, of goed gerestaureerd. Laat me weer verrassen door een fraaie gevelsteen nabij het VVV-kantoor aan de Muntstraat.

Uiteraard even gekeken of het herstel van de stadswal en rondeel De Vijf Koppen vordert. Een deel van dit historische verdedigingswerk is deze maand precies vijf jaar geleden deels ingestort.

Daarna elders op de stadsmuur van de zon genoten en via de Hellepoort langzaam richting het Onze Lieve Vrouweplein gegaan, om daar in alle rust op het terras van mijn favoriete café hier, Charlemagne, van twee glaasjes witte wijn te genieten.

Zoals aan het begin gemeld, ging de wandeling vanuit Lanaaien/Lanaye naar Maastricht niet door vandaag, maar wie mij kent, weet dat ik deze zomer nog wel een keer koers zet Zuid-Limburg. Wat in het vat zit…

Filmpje:

Te katholiek? Wel schitterend

Fraaie tentoonstelling in het Rijksmuseum Twenthe; Zien & Geloven. Veel werken die gerelateerd zijn aan de lijdenstijd en Pasen. Een lust voor het oog.

Nog nooit in dit museum in Enschede geweest. Sterker nog, ik ben nog nooit in die Overijsselse stad geweest. Goed te bereiken met het openbaar vervoer. Er gaat een rechtstreekse trein naar Enschede en met een kwartiertje lopen sta je bij het museum.

Had over de tentoonstelling die een zintuigelijke reis door de Middeleeuwen is, gelezen in de krant ene tijdje terug en besloten die op mijn lijstje met te bezoeken musea te zetten. Geen spijt van gehad, al sta ik bij het ene kunstwerk langer stil dan bij het andere.

Getijdenboek
Zo ligt er een aantal getijdenboeken tentoongesteld Opengeslagen in de vitrines zien ze er prachtig uit, maar lezen kan ik de teksten niet. Dus daar ben ik al snel op uitgekeken.

Wel indrukwekkend zijn de vele fraaie schilderijen en drieluiken die zijn samengebracht uit de eigen museumcollectie en bruiklenen van elders. Het geeft een mooi beeld van hoe kunst en geloof met elkaar verbonden waren.

Indrukwekkend zijn de vele werken met het lijden van Jezus, zijn kruisiging en opstandig als onderwerp. Zo staat er een manshoog houten beeld van Jezus die op een ezel zit, op reis naar Jeruzalem (Palmpasen).

Doornenkroon
Zeer fraai vind ik het werk met Jezus met zijn door de doornenkroon bebloede hoofd. En ook die van na de opstanding als Jezus zijn op het kruis met een spijker doorboorde hand toont aan Maria. Klein, maar zeer fraai gemaakt is het duizend jaar oude ivoren werkje van de drie Maria’s bij het graf. Maker onbekend, uitgeleend voor de tentoonstelling door Museum Schnütgen in Keulen. De Bijbelse verhalen komen zo goed tot leven.

Heel grappig ook om de katholieke sfeer te kunnen horen en ruiken. Er staan glazen bollen waaruit je een geur kunt laten ontsnappen. Onder andere de voor mij als protestant onbekende wierook. En een bel die wordt gebruikt bij bepaalde onderdelen in de katholieke liturgie. Als je langs de tentoongestelde werken loopt, hoor je constant dat iemand een bel; op een tafel oppakt en laat rinkelen.

Perkament
Verder zijn er veel relikwieën te bewonderen, zoals verschillende monstransen, wierookvaten, altaarbellen, je kunt perkament voelen met je vingers. Een complete tentoonstelling, een complete ervaring.

De ‘hoftuin’ een kunstwerk met allerlei afbeeldingen en vertellingen in wat het paradijs (de Hof van Eden) moet voorstellen, moet de zinnen prikkelen in een aparte ruimte waar geknutseld kan worden.
De werkjes kunnen in een ‘hoftuin’ aan de muur worden geplaatst. Onder andere Jezus aan het kruis heeft bezoekers geïnspireerd. En nee, er hangt geen werkje van mij. Ik ben nooit van de handenarbeid geweest…

Wandtapijten
Nu ik er toch ben ook maar even door de rest van het bijna honderd jaar oude museum gedoold. Thematisch ingerichte zalen, zoals die met landschappen.

En een aparte ruimte met zes mooie wandtapijten die het museum vlak voor de opening in 1930 heeft gekocht van toenmalige koningin-moeder Emma en afkomstig zijn uit haar ouderlijk huis, Schloss Arolsen in Duitsland.

Het zijn overigens Nederlandse wandtapijten (geen gobelins, hoewel de zaal wel die naam draagt), geweven tussen 1650 en 1675 door Maximiliaan van der Gucht.

Als moderne tegenhanger hangen aan het plafond vijf enorme ‘vorstelijke’ kroonluchters, in 2014 vervaardigd door glaskunstenaar Bernard Heesen.

Vuurwerkramp
De enige verwarring aan het bezoek wordt me bij het verlaten weggenomen. Het gebouw oogt van buiten als een vroege school, of misschien wel een klooster. Niets blijkt minder waar, wordt me verteld. Het is als een ‘monument voor kunst en cultuur’ als museum gebouwd in opdracht van textielfabrikant Jan Bernard van Heek. Hij leefde van 1863 – 1923 en heeft dus de opening in 1930 niet mogen meemaken. Het is aan zijn weduwe en zijn tien broers en zussen te danken dat het museum toch werd voltooid.

Het museum is gelegen niet ver van de plek waar op 13 mei 2000 de grote vuurwerkramp was. Als door een wonder bleef de collectie onbeschadigd.
Het gebouw zelf liep zoveel schade op dat het een jaar lang gesloten bleef voor herstel.

De expositie Zien & Geloven is nog tot en met 4 mei te bezoeken. Een aanrader!

Van de kroon naar de sterren

Nog nooit in een sterrenwacht geweest, maar vanmiddag dus wel. En nog meteen de oudste van Nederland en het oudste nog operationele universitaire observatorium ter wereld.

Gelegen aan de rand van de Hortus Botanicus n Leiden, heb ik de koepels van de Sterrewacht wel eens gezien, maar nooit bedacht of ik er ook eens binnen zou kunnen kijken.

Een artikel in een krant over een drie maanden durende verbouwing van de ontvangst- en expositieruimte, triggerde me. Er stond dat er op een aantal middagen per week rondleidingen zijn in de oudste sterrentelescoop van de Leidse universiteit. En na die verbouwing was het vrijdag voor de eerste keer weer mogelijk.

Dus direct een kaartje geboekt. Het mooi voor een pensionado. Je kunt zomaar besluiten op een doordeweekse dag op pad te gaan. Geen spijt van gehad.

Goede een uur durende rondleiding door de koepel. Wel heel veel feitjes doorspekt met jaartallen en namen die ik alweer ben vergeten, maar daar hebben we internet voor… Was wel verbaasd dat de student sterrenkunde alles oplepelde zonder boek of laptop te raadplegen.

1633
Het enige jaartal dat ik heb onthouden is 1633. De stichting van de nu oudste nog bestaande universitaire observatorium ter wereld. Het was nog pril. Een echt gebouw voor de studenten kwam er pas in 1860, dankzij de inzet van de sterrenkundige/natuurkundige en rector magnificus van de universiteit, Frederik Kaiser.

Maar goed, het ging me dus vanmiddag vooral om een kijkje te nemen in de koepel in de hoek van de Hortus bij de 5e Binnenvestgracht en de Sterrenwachtlaan. Een smalle trap leidt naar boven en daar is de telescoop. Hoewel, die zich eigenlijk verstopt in een stalen ommanteling.

De rondleider legt uit dat die rust op een houten paal die los staat van het gebouw zelf. Dit om trillingen bij het maken van foto’s van het heelal tot ongewenste trillingen zou leiden.

Natuurlijk werd de telescoop zelf tevoorschijn gehaald en werd uitgelegd hoe in het verleden hiermee foto’s van sterren werden gemaakt. Ook de koepel werd geopend en bij een bijzondere stoel werd uitgelegd dat onderzoekers hier op half liggend urenlang konden turen naar het heelal. En een trap in de hoek blijkt eenzelfde functie te hebben gehad.

Zelf naar het heelal staren zit er niet in vanmiddag. Het is er te bewolkt voor. Ook de sterrenkundigen hebben het steeds moeilijker, legt de rondleider uit. Het vele valse licht maakt waarnemingen lastig.

Dat is nier naar de sterren kan kijken, hindert me niet. Vind het al interessant om de sterrewacht die ik al een paar keer van buiten heb gezien, nu betreden te hebben.

Om de reis naar Utrecht voor een rondleiding van een uur op te fluffen, vooraf een bezoek gebracht aan de tentoonstelling In de ban van Goud, in Museum Volkenkunde, dat zich sinds een paar jaar met de titel Wereldmuseum afficheert.

Goud
De tentoonstelling toont de spirituele en materiële aantrekkingskracht van goud. Historische objecten uit het museum zelf, maar ook bruiklenen en moderne kunst waarin goud een belangrijke rol speelt.

Ook zijn er voorwerpen uit de collectie Koninklijke Verzamelingen. Tot de getoonde voorwerpen daaruit behoren de kroon die is gebruikt voor de inhuldiging van koning Willem I in 1815. In de uitleg wordt gemeld dat die kroon nooit op het hoofd van de nieuwe vorst wordt geplaatst. Nederland kent daarom geen kroning, maar een inhuldiging.

Ook mooi om te zien is de gouden rammelaar van prinses Beatrix, vervaardigd uit goud en diamant, afkomstig uit Deli, Indonesië, circa 1937. 

En van de moderne kunst kan ik een glimlach niet onderdrukken bij het zien van een gouden urinoir, vervaardigd door de kunstenares Sarah van Sonsbeeck. Even zo mooi om te zien is het beeld van de moedergodin van de Winti, Mama Aisa.

Al met al een heerlijke dag in de Sleutelstad, ondanks de straffe, koude wind buiten.

Superkort filmpje Sterrewacht hieronder.

Bij het graf van mijn opa en oma die ik nooit gekend heb

De jaarlijkse broers- en zussendag voerde ons vandaag naar Langerak. Bijzonder om daar bij het graf te staan van mijn opa en oma die ik nooit gekend heb.

Bij toerbeurt organiseren mijn broers en zussen het daagje uit. Vooral ook om weer eens bij elkaar te zijn. Sinds het overlijden van mijn ouders, is dat anders niet goed te organiseren. Standaard komen we bijeen op de zaterdag op of voor mijn moeders verjaardag in oktober.

Na een consumptie op het schitterende plein (maar wel druk met autoverkeer) van Nieuwpoort zijn we naar Langerak getogen, het dorp waar mijn in 2000 overleden moeder is geboren en getogen.

Kerkmuur
Eerste stop de begraafplaats achter de hervormde kerk daar. Op een veld dichtbij de kerkmuur is het familiegraf. De steen is behoorlijk verweerd, maar broer H. heeft jaren geleden al een foto gemaakt toen die steen in betere toestand verkeerde.

Hier komen, net als eerder op het terras in Nieuwpoort, de verhalen over opa en oma boven. Ik ken er heel weinig van, maar vind het wel interessant te horen. Zoals dat hij enige tijd met de winkel is gestopt en in Groot-Ammers enige tijd een komkommerkwekerij heeft gehad.

Opa Lammert van Zessen en oma Janna van Zessen – Gelderblom, overleden in respectievelijk 1945 en 1955, hadden sinds 1916 een kruidenierswinkel met ook rookwaren en gereedschap langs de Lekdijk.

Aan die winkel herinnert hier nu niets meer. Zie foto boven dit verhaal. Maar zeker mijn oudste zus weet zich alles nog goed te herinneren, waar de tuin was, een kelder/onderhuis dat als opslag diende, maar ook werd gebruikt voor een trouwfeest en noem maar op.

Bouwval
Het huis was tot voor een paar jaar een bouwval, maar een jong stel heeft zich erover ontfermd en verbouwt het tot een fraaie woning.

De twee zijn aanwezig en vinden het, als we het doel van ons bezoek vertellen, geen probleem als we buiten even rondlopen. Dat hun huis ooit een kruidenierswinkel is geweest, is ze bekend.

Naast de ontmoeting van broers en zussen maakte dit bezoek aan Langerak de familiedag zeer succesvol. Afsluitend nog een overheerlijk diner (en veel bijpraten) in hotel-restaurant Belvédère in Schoonhoven.

Tot slot nog een fraai boek over Nieuwpoortse en Langerakse handelaren, middenstanders en vaklieden in 1950 ontvangen. Daarin ook aandacht voor mijn grootouders. Onder andere een foto van mijn oma, breiend in de tuin achter de woning/winkel.

Heerlijk weekeinde Friesland

Een zaterdag en nog een lang weekeinde met vrienden doorgebracht in Friesland voor wedstrijden van het SKS skûtsjesilen. We moedigen altijd het skûtsje van Leeuwarden of Ljouwert aan waarvan we al jaren en jaren donateur zijn. Het was weer heerlijk toeven in Friesland.

Had als geboren Rotterdammer en getogen Gouwenaar helemaal niets met skûtjes, maar door vrienden ooit gevraagd eens mee te gaan en donateur te worden van het Ljouwerter skûtsje.

Gedaan en nooit spijt van gehad. Behalve een paar leuke dagen Friesland is het ook een mooie gelegenheid veel te leren over zo’n traditioneel Fries vrachtschip. En over de wedstrijden van de SKS. Daar doen maar veertien schepen aan mee en alle schippers moeten uit een skûtsjegeslacht komen.

Vorige week zaterdag vanaf de rondvaartboot Marprinses onder genot van glaasje Berenburg de wedstrijd op de Wijde Ee gadegeslagen en afgelopen weekeinde die op het IJsselmeer bij Stavoren vanaf de dijk (zaterdag) en die op het Heegermeer bij Woudsend (maandag, weer op de Marprinses). Ook op de dijk en de rondvaartboot natuurlijk weer Berenburg binnen handbereik.

Planetarium

De zondag – dan zijn er geen wedstrijden – per trein koers gezet naar Franeker voor bezoek aan het Eise Eisinga planetarium. Kende dat alleen van de verhalen en de foto. Zeer indrukwekkend om het nu met eigen ogen te aanschouwen en het verhaal er achter te horen. Zeer goede uitleg over de bouw en de werking van het planetarium en ook mooi om op zolder het radarwerk te zien.

En minstens zo belangrijk is natuurlijk de gezelligheid van het samenzijn met vrienden. Samen borrelen en eten. En overnachten in prima hotel naast de sluis in Workum waar we ook al een aantal jaren komen.

Kortom, twee weekenden om met genoegen op terug te blikken.

Hieronder een filmpje van de skûtsjewedstrijden op het IJsselmeer en het Heegermeer.

Kunstkijken in een gesloten museum

Bezoek aan museum dat al paar jaar gesloten is en ook nog jaren gesloten blijft. Bijzonder dus om toch door Museum Boijmans Van Beuningen te lopen. Wel met bouwhelm op. Verrassende installaties.

Nog nooit geweest, maar deze weken is het mogelijk omdat in kader van Maand van de Architectuur een rondgang te maken door het gesloten, 89 jaar oude Boijmans Van Beuningen. Dat het museum in Rotterdam wordt gerenoveerd, kan niemand ontgaan die binnenstapt, merk je tijdens het bezoek aan Snakken naar Boijmans.

Wel met een bouwhelm op. En voor wie ondanks de waaraschuwing bij het boeken van een toegangskaartje toch zo dom is op teenslippers te zijn gekomen, moet dat schoeisel even omruilen voor beschikbare stevige stappers.

Gaten in de muren. Verwijzingen naar zalen die niet meer kloppen. Volgens mij is het nog niet de verbouwing zelf, maar bouwkundig onderzoek naar wat er allemaal mis is en wat er moet gebeuren en ook – dat staat vast – asbestverwijdering.

Rijksmonument

Het klinkt spannend voor zo’n bezoek. Ik ben van de categorie die niet alleen naar het museum gaat voor de collectie, maar ook voor het gebouw zelf. Dat heb ik al sinds ik voor het eerst in het Rijksmuseum in Amsterdam kwam. De architectuur daar is van een grote schoonheid en ik hoop op diezelfde ervaring in Boijmans, dat deels ook een rijksmonument is.

Nou, dat lukt, al zijn er soms wel een beetje fantasie en oude foto’s voor nodig. Dat geldt bijvoorbeeld voor een monumentale houten trap. Die is verwijderd. Alleen het stenen geraamte duidt de plek.

Spannend is dat het museum niet één gebouw is, maar eigenlijk een optelsom van vier bouwdelen van achtereenvolgende architect die sinds 1928 betrokken zijn geweest bij Boijmans. Duidelijke uitleg in twee plattegronden die elke bezoeker meekrijgt. Op de ene kant veel informatie over het gebouw (architectuur) zelf en de andere kant over de installaties en andere kunstwerken die speciaal voor deze weken te bewonderen zijn.

Toren

Zo leer ik dat de al genoemde houten trap (die dus nu verwijderd is) al dateert uit 1700, maar toen onderdeel was van het woonhuis van Simon de Brienne, die het in 1928 schenkt aan het museum. Ik geniet van de marmeren vloeren en plinten en de fraaie spiraaltrap met veel lichtinval. De toren die boven het museum uitsteekt is helaas niet te bezoeken, maar op deze zonnige dag is er vanaf de binnenplaats mooi zicht op.

Om Boijmans toch even een museum te laten zijn (het is dicht sinds 1919 en gaat op zijn vroegst pas in 1929 open), hebben kunstenaars op verschillende plekken fraaie installaties geplaatst. Dat moet een buitenkansje voor ze zijn, want door de leegte van het gebouw, hebben ze nauwelijks met ruimtelijke beperkingen te maken gehad.

Yellow Lines

Heel fraai vind ik bij de al genoemde spiraaltrap de meters- en metershoge draaiende… tja, wat is het eigenlijk? Autotomania ku Zjeitu van de kunstenaar Kevin Osepa . Nou, mooi in elk geval. Nog mooier vind ik The Pace of Yellow Lines and Blue Surfaces van Johannes Langkamp. Twee bewegende installaties in zachte kleuren en materialen die van een afstand in twee naast elkaar gelegen museumzalen zijn te zien.

Een installatie waar je niet omheen kunt (maar wel doorheen kunt lopen) is Labyrinth van de kunstenaar Adrianus Kundert op de binnenplaats van het museum (zie foto onderaan). Met lucht gevulde gestreepte kokers waar je doorheen kunt lopen.

Sommige installaties heb ik gefilmd. Zie onderaan.

En op een zonnige dag is er natuurlijk ter afsluiting een uurtje in redelijke van de zon genieten in het park achter het museum. Wie het museum wil bezoeken (aanrader!): het is nog toegankelijk tot en met 7 juli.