Hans Verploeg 14 maart 1945 – 26 mei 2010

De oud-secretaris van de NVJ Hans Verploeg is afgelopen nacht in het Erasmus MC in Rottedam overleden, is zojuist bekendgeworden. De geboren Zeeuw (en ook wilde weten dat zijn roots daar lagen) heeft veel heel veel voor de Nederlandse Vereniging van Journalisten betekend in de 25 jaar dat hij er leiding aan heeft gegeven. Als algemeen secretaris gaf hij leiding aan de bond en stond hij besturen met raad en daad terzijde. Zelf heb ik ook veel van hem geleerd. Hij leerde me verder kijken dan mijn dagbladneus lang was. Zijn niet aflatende aandacht voor persvrijheid in de wereld is velen tot voorbeeld. Zo was hij voorzitter van Free Voice, een organisatie die persvrijheid stimuleert. Hij was bestuurslid van de IFJ, de Internationale Federatie van Journalisten en van Reporters Respond, dat noodhulp aan journalisten in het buitenland geeft. Voor al zijn inspanningen werd hij in 1994 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Iets van zijn werkmethode dat ik nog steeds toepas is het bijhouden van een dagboek. Geen verslagen van vergaderingen, maar meer korte notitie, kreten, leuke opmerkingen die nimmer in de notulen verschijnen, jaartallen, namen en noem maar op. Ook tijdens zijn ziekbed bleef hij genteresseerd in het wel en wee van de journalistiek. Hans zal binnen en buiten de NVJ en aanverwante organisaties worden gemist.
Lees hier een interview in De Journalist van september 2005 met Verploeg naar aanleiding van zijn afscheid als algemeen secretaries van de NVJ.
Op deze plek wens ik Inge Brakman veel sterkte toe. Ze heeft haar Hans tot het laatste toe verzorgd. Het moet zwaar zijn geweest, vooral de laatste tijd. Hans was al zo verzwakt dat hij zelfs een levertranspantatie niet meer had kunnen ondergaan.
De crematie is dinsdag 1 juni, om 14.15 uur in Driehuis.

Torenmuziek

Door de openstaande ramen klinkt vanuit mijn achtertuin de beiaard van de St.-Jan. Heerlijke muziek, dus tv-geluid staat uit nu. Vast een oefening voor Torenmuziek 2010, dat op 12 juli begint. Een aantal weken lang, elke maandagavond. Het beste te beluisteren in de schitterende Catharinatuin aan de Achter de Kerk.
Voor wie komt luisteren, hier het programma:
12 juli, Gideon Bodden (Oudewater)
19 juli Jan Verheyen (Hasselt, Belgi)
26 juli Midori Conneman (Waddinxveen)
02 augustus Boudewijn Zwart (Gouda)
09 augustus Gerda Peeters (Hillegom)
16 augustus Boudewijn Zwart (Gouda)
23 augustus Roy Kroezen (Zwolle)
30 augustus Boudewijn Zwart (Gouda)

Hier een opname van onze stadsbeiaardier Boudewijn Zwart (hij zal wel het wel zijn die ik nu hoor reperteren): met de Toccata en Fuga in D moll BWV 565 van Johann Sebastian Bach:

Internetcrimineel

Er is er weer een. Wie er intrapt, verdient niet beter dan opgelicht te worden door deze crimineel. Leest u even mee?

Dit bericht is afkomstig van de IT Service Webmail messaging centrum voor Webmail-gebruikers. We zijn momenteel verbetering van onze databank en e-centrum te wijten aan een ongewone activiteiten gedentificeerd in onze e-mail systeem.
Wij zijn het verwijderen van alle ongebruikte Webmail-accounts. U bent nodig is om uw webmail-account te verifiren door te bevestigen Webmail van uw identiteit.
Dit zal voorkomen dat uw Webmail account is gesloten tijdens deze exercise.In om uw Webmail te bevestigen identiteit, bent u de volgende gegevens te verstrekken;
Voornaam:
Achternaam:
Gebruikersnaam / ID:
Wachtwoord:
Toekomst Wachtwoord:
* Belangrijk * Gelieve al deze informatie volledig en correct andere wijze te wijten aan de veiligheid redenen die we kunnen hebben op uw rekening af te sluiten temporarily.We dank u voor uw snelle aandacht voor deze kwestie.
U zult begrijpen dat dit een veiligheidsmaatregel bedoeld om u te helpen beschermen en uw Webmail account.
Wij zijn excuses voor het eventuele ongemak.
Met vriendelijke groet,
Webmail IT Service

Nou, mijn Toekomst Wachtwoord mag hij weten. Het luidt: voortaanverschoondteblijvenvanjouwidiotecriminaliteit!

Asperges

Heerlijk vertoefd in Susteren, Zuid-Limburg, met vrienden voor het 18+ Pinksterweekeinde, het overblijfsel (uit langvervlogen tijden, ik geef het onmiddellijk toe!) van de Goudse jongerenvereniging 18+. Nu (de meesten) 50+, maar nog steeds een prima sfeer. Bonte avond, speurtocht dan wel dropping hebben plaatsgemaakt voor kleppen, lezen, de kinderen vermaken, maar nog net zoveel drank als toen. Wat verder gebleven is, is de vriendschap en natuurlijk op zaterdagavond de barbecue.
Sinds vorig jaar brengen we dit weekeinde door in Susteren, op camping Hommelheide. Luxe park, compleet met zwem- en visvijver en zwembad. O ja, en er hoort ook een restaurant bij. Vorig jaar redelijk goed kennis meegemaakt. Redelijk goed, want kaart meer dan in orde, maar bediening Nu dus weer. Een Limburgs restaurant in deze tijd van het jaar en dan geen aspergemenu op de kaart OK, maar de bediening zal aan de keuken vragen of A. B. en ik toch een aspergemaaltijd kunnen krijgen. Vol verwachting begin ik alvast aan een goede, droge witte huiswijn. Wat er vervolgens ook komt (de mooiste jonge moeders passeren mijn netvlies), geen eten! Tot drie keer toe de ober gevraagd of de asperges nog voor St.-Jan (het einde van de aspergetijd) danwel Kerst komen. Dan geef ik het na twee uur wachten op. Boos meld ik me bij de bediening om op luide toon te vertellen dat dit geen behandeling is. Wat blijkt uiteindelijk, onze bestelling is niet eens aan de keuken doorgegeven! Een blamage die haars gelijk niet kent. Een dikke onvoldoende, ondanks de kwijtschelding van de rekening voor de reeds genoten drankjes.
Doet me denken aan de grap die ooit begon met Gerard Cox en Frans Halsema, in de conference Raden maar. Presentator Kees Schilperoort, werd daarin door de deelnemer Kees Schil genoemd. ,,Hallo, de naam is Schilperoort hoor!. ,,O, kunt u nagaan hoe snel wij de radio thuis uitzetten.
Jaren geleden hebben A en ik die in Schotland nog eens gedaan rond een vals spelende accordeonist, Willy Rus. ,,Hallo, de naam is Willy Russell hoor. ,,Kunt u nagaan hoe snel wij de pub verlaten als u gaat spelen. Het is, tussen ons, nu een running gig.
Daarom nu de Susterse variant, die we op het terras hebben bedacht:
Landgoed Hommelheide, Hommelweg 2, 6114 RT Susteren, telefoon: 046-4492900, http://www.landgoed-hommelheide.nl.
Hallo, alleen ‘Hommelheide’ is voldoende hoor!
Nou, kunt u nagaan hoeveel tijd we hebben zitten wachten op ons eten

Hier, ter vermaak, de conference van Gerard Cox en Frans Halsema:

Schotse uitvinder flappentap overleden

Oud Schots nieuws, maar toch. Hoor net op de radio dat afgelopen zaterdag de uitvinder van de geldautomaat, de Schot John Shepherd-Barron na een kort ziekbed is overleden in het Raigmore hospital in Inverness.
De eerste machine, afgekeken van snoepautomaat voor chocoladerepen, werd in 1967 geplaatst. De bankpas bestond nog niet; hij gebruikte een speciale cheque met als beveiliging het radioactieve goedje carbon 14. De gebruikte hoeveelheid was zeer gering en kon geen kwaad, heeft hij altijd gezegd.
Shepherd-Barron (84) koos voor een pincode van vier cijfers. Het verhaal wil dat zijn vrouw zijn zescijferige legernummer niet kon onthouden, dus een evenlange PIN-combinatie zou dan ook problemen geven.
Onbeperkt geld uit de muur halen was er in de begintijd nog niet bij; je kreeg per keer maximaal tien pond.
De eerste machine werd in 1967 geplaatst in het noord-Londense Enfield, bij Barclays Bank.
Shepherd-Barron, geboren in India, gestudeerd in Edinburgh, was directeur van een drukkerij voor speciaal papier (de Engelse tegenhanger van onze Joh. Enschede &Zn.), toen hij de cash machine bedacht. Hij lag in bad, moest nog naar de bank om geld te halen en kwam er achter dat de bank inmiddels dicht was. Hij kon het niet verteren dat hij als bezitter van het geld niet op elk gewenst moment bij dat geld kon komen. Overigens wil het verhaal dat er in 1939 al een vorm van een geldmachine heeft gestaan in New York, maar die werd enige tijd na de installatie verwijderd wegens gebruik aan belangstelling van de kant van de consument.

Hank Jones

Gisternacht is de Amerikaanse jazzpianist Hank Jones (91) overleden. Jones, de grand old man of the jazz piano begon zijn carrire toen hij dertien was. Hij speelde met grootheden als Coleman Hawkins, Ella Fitzgerald, Charlie Bird Parker, Artie Shaw, Benny Goodman, Lester Young en Tommy Flanagan. Als pianist en orkestleider werkte Jones (the Jazz Master) ook mee aan de beroemde Broadwaymusical Aint Misbehavin, gebaseerd op de muziek van Fats Waller. Door zijn bijdrage aan deze musical kreeg Jones eind jaren zeventig meer bekendheid onder een groter publiek. In 2009 kreeg Jones (klik op die site vooral op 6 and 4) een Grammy Lifetime Achievement Award. Kort erna speelde hij op het The Hague Jazz, waar ik hem bij toeval heb horen spelen. Op uitnodiging van R. de R. woonde ik het festival bij en we raakten na een paar optredens elders in het complex, verzeild in de grote zaal van het congrescentrum. Dar speelde Jones met het Metropole Orkest. 91 Jaar en dan nog zo de sterren van de hemel spelend. Een pareltje. Geweldig! Hij droeg uit dat hoe oud je ook bent, je de mooiste muziek ter wereld kunt blijven spelen.

Max Havelaar

Max Havelaar, wie heeft op middelbare school niet moeten lezen of dat met plezier gedaan?
Vanavond was het als hoorspel (via deze link terug te beluisteren) bij de Avro. Heerlijk. A: een goed verhaal en B: een hoorspel van enige inhoud op de Nederlandse radio.
Voor wie zegt: hoe zat het ook alweer? Hier een tekst van internet (luiheid, dan hoef ik het zelf niet te typen)

Max Havelaar verscheen in 1860. De auteur was Eduard Douwes Dekker; als pseudoniem koos hij Multatuli, d.w.z. ik heb veel gedragen.
Het boek werd opgedragen aan zijn vrouw, Everdine Huberte Baronesse Van Wijnbergen. Het is geschreven in een voor die tijd zeer fris en levend Nederlands en valt op door zijn oorspronkelijke compositie. In de eerste hoofdstukken is Batavus Droogstoppel, makelaar in koffie te Amsterdam, aan het woord; hij wil een boek over koffie schrijven (zie de ondertitel van het boek). We leren Droogstoppel kennen als een bekrompen, materialistisch en fantasieloos mens. Aangezien zijn principe is: “waarheid en gezond verstand”, heeft hij geen enkele waardering voor pozie. Als volontair is bij hem in huis Ernest Stem, zoon van een bevriende relatie, uit Hamburg. (“Hij schijnt vlug en bekwaam, maar ik geloof dat hij schwrmt.”)
Een vroegere schoolmakker van Droogstoppel, Sjaalman, zendt de makelaar een pak manuscripten, met het verzoek er het een en ander van uit te geven. (Droogstoppel spreekt schamper van “Sjaalman”, want hij is “een schoolkameraad die een sjaal draagt in plaats van een jas, en die niet weet hoe laat het is”.) De jonge Stern zal uit het pak di manuscripten overschrijven, die Droogstoppel voor zijn boek kan gebruiken. Wel zal de makelaar af en toe een hoofdstuk tussenvoegen, “om aan ’t boek een solide voorkomen te geven”.
Bij het vijfde hoofdstuk (de indeling in hoofdstukken is van Jacob van Lennep) begint het eigenlijke verhaal. Dit is het relaas in romanvorm van wat Douwes Dekker zelf is overkomen.
Aan het eind van het boek neemt Douwes Dekker zelf het woord en zegt hij dat de strekking van zijn roman tweedelig is: hij eist een betere behandeling van de inlanders en eerherstel voor zichzelf. Om dit te bereiken draagt hij zijn boek op aan “Willem den Derden, Koning, Groothertog, Prins ….. meer dan Prins, Groothertog en Koning ….. Keizer van ’t prachtig rijk van Insulinde dat zich daar slingert om den evenaar, als een gordel van smaragd……”
Wat is Max Havelaar overkomen ? In 1855 wordt Max Havelaar door de Gouverneur-Generaal benoemd tot assistent-resident van Lebak. Dit geschiedt tegen de voordracht van de Raad van Indi in; de toestanden in Lebak (Zuid-Bantam) zijn slecht en de G.G. ziet in Havelaar iemand met hart voor de inlanders.
Begin 1856 komt Havelaar met zijn vrouw Tine en z’n zoontje Max in zijn standplaats Rangkas-Betoeng aan; op 22 jan. houdt hij de beroemde toespraak tot de hoofden van Lebak, waarin hij gewag maakt van de slechte toestanden te Lebak. Havelaars voorganger, Slotering, had er al over geschreven; hij was echter gestorven. (Havelaar meende ten onrechte dat hij vergiftigd was.) Oorzaak van de misstanden is de Regent, een inlands vorst. Hij eigent zich bezittingen van zijn landgenoten toe en laat hen onbezoldigd voor zich werken. Havelaars onmiddellijke superieur, de Resident van Bantam, Slijmering genaamd, is op de hoogte van deze wantoestanden, maar doet er niets tegen. Havelaar richt vermaningen tegen de Regent, echter zonder resultaat. (De Regent werd slecht gehonoreerd en moest een uitgebreide hofhouding onderhouden.) Havelaar verneemt bij geruchte, dat zijn voorganger vergiftigd is door de schoonzoon van de Regent. Hij verzoekt de Resident de inlandse vorst naar Serang te roepen en zijn medestanders gevangen te zetten. De inlanders zullen dan vrijuit kunnen spreken. De Resident schrikt zeer van dit in zijn ogen overijlde optreden en reist naar Rangkas-Betoeng. Havelaar en Slijmering komen niet tot overeenstemming; de eerste wil handelend optreden, de tweede wenst de zaak te sussen. De Gouverneur-Generaal wordt in de zaak gekend en Havelaar wordt overgeplaatst; hij krijgt een officile afkeuring in een kabinetsmissive. Hij accepteert dit niet en vraagt ontslag. Dit wordt hem terstond verleend op 4 april 1856. Hij tracht zijn handelwijze persoonlijk te verdedigen bij de Gouverneur-Generaal. Deze staat op het punt om naar Nederland terug te keren en wenst Havelaar niet in audintie te ontvangen.
Einde van de roman. De laatste bladzijden neemt Douwes Dekker zelf het woord (zie hierboven).<BR<De feiten zijn door de auteur zeer nauwkeurig en waarheidsgetrouw weergegeven.
De meeste personen uit de roman zijn historisch, zodat de Max Havelaar niet alleen een tendensroman is, maar ook een sleutelroman. Slijmering is in werkelijkheid Brest van Kempen, de Gouverneur-Generaal is Duymaer van Twist, Havelaars voorganger Slotering is Carolus, controleur Verbrugge is Van Langeveld van Hemert, Duclari is Collard. De Indische figuren worden bij hun werkelijke naam genoemd; alleen de personen uit het verhaal “Sadjah en Adinda” zijn verzonnen. Dit verhaal is ingevoegd als illustratie van de kwalijke praktijken der inlandse hoofden en het niet optreden van het Ned. bestuur.
Na zijn ontslag is, Douwes Dekker naar Europa teruggekeerd; op een hotelkamertje in Brussel ontstond in 1859 de Max Havelaar. De eerste uitgaven zijn verzorgd door Jacob van Lennep, aan wie Multatuli zijn rechten had overgedragen. Het succes dat Multatuli van zijn boek had verwacht, is aanvankelijk niet gekomen, mede door de dure uitgave (vier gulden per exemplaar), die Van Lennep in beperkte oplage liet verschijnen. Verder had Van Lennep hier en daar iets uit de tekst weggelaten. Een en ander is hem door Multatuli zeer kwalijk genomen; een proces is gevolgd. Aan het eerste hoofdstuk gaat nog een “Onuitgegeven Toneelspel” vooraf. De beschuldigde, Lothario, moet ondanks de vele bewijzen van zijn onschuld hangen. De uitdrukking “Barbertje moet hangen” is dus eigenlijk niet juist: Lothario moet hangen.

Het stuk begint met Droogstoppel, werkzaam voor Last & co:
Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht No 37. Het is mijn gewoonte niet, romans te schrijven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aan te vangen, dat gij, lieve lezer, zoven in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffie zijt, of als ge wat anders zijt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelijks te lezen, omdat ik een man van zaken ben. Sedert jaren vraag ik mij af, waartoe zulke dingen dienen, en ik sta verbaasd over de onbeschaamdheid, waarmee een dichter of romanverteller u iets op de mouw durft spelden, dat nooit gebeurd is, en meestal niet gebeuren kan. Als ik in mijn vak — ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht No 37 — aan een principaal — een principaal is iemand die koffie verkoopt — een opgave deed, waarin maar een klein gedeelte der onwaarheden voorkwam, die in gedichten en romans de hoofdzaak uitmaken, zou hij terstond Busselinck & Waterman nemen. Dat zijn ook makelaars in koffie, doch hun adres behoeft ge niet te weten. Ik pas er dus wel op, dat ik geen romans schrijf, of andere valse opgaven doe. Ik heb dan ook altijd opgemerkt dat mensen die zich met zoiets inlaten, gewoonlijk slecht wegkomen. Ik ben drienveertig jaar oud, bezoek sedert twintig jaren de beurs, en kan dus voor de dag treden, als men iemand roept die ondervinding heeft. Ik heb al wat huizen zien vallen! En gewoonlijk, wanneer ik de oorzaken naging, kwam het me voor, dat die moesten gezocht worden in de verkeerde richting die aan de meesten gegeven was in hun jeugd.

Zo, genoeg literatuur voor vandaag. Wat zeg ik, voor deze week

De bankcrimineel

Zouden er nog steeds mensen zijn die in deze vorm van criminaliteit trappen? Kreeg mailtje van Drbillyingram die zich voordoet als Security Advisor Rabo Bank.(NL):,,We zijn contact met u op om u eraan te herinneren dat onze Account Review Team een aantal ongewone activiteit in uw account gedentificeerd. In overeenstemming met Rabobank gebruikersovereenkomst en ervoor te zorgen dat uw account niet is toegankelijk via frauduleuze locaties, de toegang tot uw account is beperkt. Uw account toegang zal beperkt blijven totdat dit probleem is opgelost kunt u inloggen in uw account door te klikken op mijn account activiteit hieronder: .
Daaronder volgt een aanklikbare link naar ‘mijn account-activiteit’.
Ha, meneer de crimineel Drbillyingram, als u echt van de Rabobank was, zou ik onmiddellijk overstappen naar een andere bank waar ze de Nederlandse taal beter machtig zijn…