Kloatdag

Zeilen op Ljouwerter skûtsje  - © Ruud F. Witte 2011
Varen met het Ljouwerter skûtsje

Heerlijke zeilmiddag gehad op het Snekermeer met de Kloatclub, de vriendenclub van het Ljouwerter skûtsje.


Skûtsjesilen op het Snekermeer

Scheepsbel Ljouwerter skûtsje  - © Ruud F. Witte 2011
De door de afd. Gouda van de Kloatclub aan het Ljouwerter skûtsje
aangeboden scheepsbel hangt in het ruim en wordt onder andere
gebruikt om de maaltijd aan te kondigen.

Nieuw schouwburgseizoen

Mijn schouwburgbestelling voor volgend seizoen in de Goudse Schouwburg:

04/11: Soweto Gospel Choir
11/11: Die Zauberflöte*
22/11: Helmert Woudenberg – Übermensch
16/12: Dolf Jansen – Als ik het niet doe
04/01: Het Thriller theater – 39 Steps
21/01: Het Toneel Speelt – Gijsbrecht van Aemstel
24/01: Het Nationale Toneel – Midzomernachtsdroom
06/04: The Celtic Tenor Celebration Tour
10/04: Scrum – A night at the pub
* Via een ander ook voor mij besteld

Uit schouwburgseizoen 2010 – 2011 doorgeschoven voorstellingen:

04/10: Jan Akkerman solo
06/10: Bert Vischer – Afijn
01/04: Najib Amhali

Lebbis

Niet constant onder de stoel gelegen van het lachen, maar over het geheeleen leuke voorstelling van Lebbis in de Goudse Schouwburg. Actueel en spitsvondig was het deel over Dominique Strauss-Kahn, de wegens verdenking van aanranding en poging tot verkrachting van een kamermeisje in zijn New Yorkse hotel. Volgens Sibbel heeft Strauss-Kahn de hotelgast in het algemeen juist een dienst bewezen, want die kamermeisjes komen altijd maar in jouw kamer (jij hebt betaald, dus is het jouw kamer en is het al van de gekke dat je zelf een bordje aan de deurknop moet hangen als je niet gestoord wilt worden…). De PVV krijgt er flink van langs, maar dat lijkt me na zoveel tijd wel iets te gemakkelijk om je theaterprogramma mee te vullen. 3 sterren

Scotland voorjaar 2011 4/4

Dit is zoals ik Skye het best ken: zon, wind, regen, wind, koud, warm, buiten zitten, naar binnen rennen. En dat allemaal binnen één uur. Uitvalsbasis hier zoals altijd, Sligachan. Zeer eenvoudige campsite, maar alles wat je nodig hebt is er: goed veld, toilet, douche en een pub (de Seamus bar).

Post in Saemusbar, Sligachan, Isle of Skye
Poster in Saemusbar, Sligachan, Isle of Skye

Leuk blijft altijd weer het opzetten van de tent. Als je blijft wachten tot er geen wind en/of regen is, kom je helemaal niet meer aan slapen toe… Ik zie dat vanuit een caravan een, naar later blijkt, wat ouder echtpaar, kijkt hoe ik met windkracht zoveel de stokken door de gleuven van de buitentent jaag en schijnbaar zonder problemen de tent op zijn plek zet. Tussen de buien door gaat de inventaris naar binnen. Geen shelter en teveel wind om te koken, dus dat wordt eten in de pub 🙂 Het is er cosy. De open haard brandt, er is bier van het eiland zelf en om de tijd te doden kun je gebruik maken van het gratis WiFi-netwerk. De dagen kennen hier bijna een vast ritueel. Uiteraard wordt de rit langs de Old Man of Storr, Staffin, de ruïne van Duntulm caste gemaakt. Even een bezoek aan de pottenbakker in Uig (die ik jaren geleden in Gouda heb leren kennen tijdens het pottenbakkersfestival) gebracht, maar hij heeft van mijn servies niets dat ik nodig heb.
Met de ochtendkranten de leesplek even voorbij de distilleerderij van Talisker opgezocht. De volgende dag wordt weer eens koers gezet naar Elgol. Het weer is te slecht om met een bootje naar de overkant van het water te gaan, naar Loch Coruisk. Geeft niks. There’s always next year.
Vrijdag wel gewandeld naar Boreraig, een al decennia verlaten dorp. Prachtige plek aan het loch, maar het gaat vooral om de schitterende wandelroute erheen. Op de parkeerplaats staan veel auto’s, maar iedereen is kennelijk een andere kant opgegaan. Ik kom geen hond tegen. De weergoden zijn me gunstig gezind. Warm is het niet, maar wel droog. En de zon schijnt. Prima wandelweer. In de middag wat doorgereden op deze weg (dezelfde als die naar Elgol), waar ik nog een heerlijke leesplek weet. Vooraf een waterval/rivier stroomopwaarts gevolgd. Het blijft altijd heerlijk, gewoon over de heuvels te wandelen zonder dat er iets is als een pad.
Het is stil op de camping en de wind is minder, net zoals de regen. Ik kan dus wel zonder oordoppen slapen, lijkt me. Rond half vijf word ik wakker en hoor het herkenbare geluid van grazende schapen. Het veldje rond mijn tent wordt gemaaid…

Schapen Sligachen - © Ruud F. Witte 2011
Schapen rond mijn tent op Sligachan

De zaterdag begint met een vervelende ontdekking: de douche geeft geen warm water. En zo’n bikkel ben ik nou ook weer niet; wel een groot liefhebber van (lang) douchen. Dus eerst maar tent opgebroken en ontbeten. Als ik leven zie in de caravan van de beheerder, stel ik hem op de hoogte van het euvel. Hij krijgt de boiler weer aan de praat zodat ik even later toch fris en fruitig achter het stuur plaatsneem.
Was van plan de laatste dagen naar Kinlochleven te gaan en van daaruit nog enkele tochten te ondernemen. Voordeel van alleen reizen is dat je zo’n plan à la minute kunt bijstellen. Ik besluit toch een weekeinde naar Mull te gaan, zodat ik op zondag de kerkdienst in de abbey van Iona kan bijwonen.
Onderweg wel een stop in Fort William. Kom er deze zaterdag enkele kennissen van de kerk hier tegen. De kerk is open vanwege activiteiten rond de viering van 400 jaar King James version van de Bijbel, zeg maar de Britse variant van de statenvertaling. Deze Bijbel wordt zelden meer gebruikt, alleen nog in de Schotse variant van de Bonders, de streng orthodoxe kerken en door predikanten die soms in een preek een vers duidelijker vinden spreken dan die in de ook in mijn kerk in Rotterdam gebruikte New International Version . In de kerk leest de hele dag een rij vrijwilliger delen uit die ‘oude vertaling’ voor. Even geluisterd, een expositie bekeken en daarna met de veerboot naar het schiereiland Morven. om vandaar verder te varen naar Mull.
Hier en straks ook in Kinlochleven is op de camping een shelter om te koken, maar deze zaterdag ga ik op Mull eert naar de hoofdplaats Tobermory om fish and chips te halen. De chippy is een wagen op de pier bij de haven. Ooit bezocht door prins Charles en bovendien aangesloten bij Les Routiers Eten wordt goed ingepakt zodat het de 35 minuten durende terugtocht overleeft. Bij de tent eerst een borrel en met een lekker zonnetje boven dit deel van Mull is het tijd voor het feestmaal. De vis en patat daarna weggespoeld met een beker heerlijke koffie (dank u Simon Levelt) en daarna met een pint of twee in de Craignure Inn, op nette loopafstand van mijn tent.

De zondag al vroeg naar Iona (veerboot is uur rijden vanaf de camping). In de nog lege abdijkerk klinkt al muziek (piano, sopraan, tenor). Een mooie entree. De tijd dood ik met een hoofdstuk van het boek van voormalig premier Dries van Agt, Een schreeuw om recht, De tragedie van het Palestijnse volk. Indrukwekkend. Jammer dat ik alleen tijdens de vakantie aan het lezen van boeken toe kom. Maar met nog twee avonden in Kinlochleven, moet het uit komen.

Iona abbey  © Ruud F. Witte - 2011
Iona abbey

Iona Abbey  - © Ruud F. Witte 2011
Iona Abbey

De kerkdienst zelf is inspirerend. Je moet er wat voor over hebben om hier te komen (de reis kost meer moeite dan een tripje naar Taizé en toch is de kerk bijna helemaal vol. Fraaie anekdote aan begin van de preek over lid van een klein kerkgenootschap dat de regel van het vierde gebod (Gedenk de Sabbath dat gij die heiligt…). Het handelt over een kerklid dat op zakenreis gaat en overnacht in een hotel dat een heel fraaie golfbaan kent. Lang verhaal, schitterende clou en wie het wil horen, moet me er maar eens naar vragen.
In de shop van de Iona community de puffinvoorraad aangevuld. Dat hoort erbij natuurlijk. Daarna met twee dikke zondagskranten terug naar de camping, waar ik het laatste deel van de middag sluit met het lezen van die Scotland on Sunday en The Sunday Times, onder het genot van een glaasje Orkney wine. Even belletje gepleegd naar K. en L. in Edinburgh om te melden dat ik graag nog even bij de overnacht later in de week, voor ik de terugreis naar Nederland onderneem.
Tijdens het lezen van de kranten begint het te regen en het wordt vijf uur lang niet meer droog. Gelukkig is het in de pub warm en wel droog. En de St. Andrews Ale smaakt weer prima. Twijfel nog even of nog even toetje zal nemen hier (bread and butterpudding die uitstekend is hier), maar besluit het toch maar niet te doen.

’s Nachts droom ik van een kind dat met een ballon tegen mijn hoofd slaat. En het gaat maar door. Waarom zeggen ouders daar niets van? Zo onbeschoft. Als ik wakker word, stopt het niet. Nee, geen vroege kater, het is tentdoek dat tegen mijn hoofd komt. Da’s niet leuk om vier uur! Dus aankleden voor inspectie in de regen! De haring aan de zijkant is losgeraakt. De wind is wat gedraaid en heeft zo tegen de zijkant gebeukt, dat de haring is losgekomen. De scheerlijn heeft dan geen functie meer om de muur vat te houden. Na herstel nog enkele uren geslapen.
Alles gebeurt de nieuwe dag in de regen: inladen, tent opbreken, De overtocht, de rit over Morvern. Een slecht voorteken. En inderdaad. Als ik tegen het einde van de middag in Kinlochleven (Lochaber) aankom, is het kampeerveld verandert in een modderpoel. De jeugdherberg die erbij hoort (Blackwater hostel)
blijkt vol. Maar dan breekt in figuurlijke zin de zon door. De kokervormige hutten zijn nog beschikbaar. En voor 20 pond per nacht (5 pond meer dan de jeugdherberg) heb ik zo’n hutje helemaal voor mezelf. Niet groot, maar wel goed. Een koelkastje (geen minibar, maar toch…), magnetron en een waterkoker voor mijn ochtendkoffie. Er is zelfs kabel-tv. ’s Morgens kan ik vanuit de slaapzak het BBC News bekijken. Wat een luxe.

hut1BEWERKT.jpg  - © Ruud F. Witte 2011

hut2bewekt.jpg  - © Ruud F. Witte 2011

hut3BEWERKT.jpg  - © Ruud F. Witte 2011
Impressie’s van de ‘microlodge’ op campsite Blackwater, Kinlichleven

De kers op de appelmoes is dat het de dinsdagochtend droog is! Zal niet lang duren, hoor ik in weerbericht, maar voorlopig oogt de dag prima. Tijd voor een wandeling in de glen.
Daar is het druk. Aan het einde van de lange, smalle weg staat hat vol auto’s, maar ook hier blijkt weer dat mensen alle kanten zijn opgegaan. Het is redelijk rustig. De tocht langs de bergwand blijft indrukwekkend. Sommige delen van de route naar het dal zijn zeer smal en glad. Een misstap en je komt een eind verder beneden terecht. Volgens mij heb je dan meer heel kort hoofdpijn… In het dal is het uitzicht als altijd adembenemend. Groen, water, waterval, en nog meer natuur.

Glen Nevis  - © Ruud F. Witte 2011
Glen Nevis

Staaldraadbrug Glen Nevis - © Ruud F. Witte 2011
Staaldraadbrug Glen Nevis


Filmpje Glen Nevis

En tot ik later in Fort William aan de thee zit (echt waar!), blijft het droog. Na boodschappen te hebben gedaan, gaat de reis een eind naar het zuiden, naar de pub Clachaig Inn in Glencoe voor een pint. Eentje maar, want de reis naar Kinlochleven voert van hier over een bochtige weg.

Scotland, voorjaar 2011 3/4

De tocht naar Applecross is met ruim 2,5 uur niet lang, maar wel mooi. Vooral het deel van Garve, via de rand van Torridon Wester Rosse) naar Strathcarron en dan de haarspeldbochten op de laatste heuvelgroep blijven na al die jaren fascinerend. Ik hoop in Torridon iets van de schade te zien van de bosbranden van de afgelopen dagen. Helaas niks te zien. Het gebied is ook zo groot, dat de fik ook op een heel ander deel, ver van de autoweg, kan zijn geweest. Net als in Nederland is het hier al weken kurkdroog en de enkele bui van de afgelopen dagen zet geen zoden aan de dijk. Niet alleen hier hebben branden gewoed, ook aan de oostkant van Scotland, zoals het koninklijke domein Balmoral, is het raak geweest. Iets teveel vuur tussen Wills en Kate die, zo zegt men, hier het huwelijksweekeinde hebben doorgebracht? Tijdens de rit weer eens lekker naar Runrig geluisterd, de Schotse rockband. Het was de eerste Schotse muziek waar ik kennis mee maakte na die eeuwig zuigende doedelzakmuziek 🙂 Het was nog in de tijd dat de ferry van IJmuiden naar Newcastle niet voer en ik in de Rotterdamse Beneluxhaven stond te wachten om in te schepen voor overtocht naar Hull. Vlak bij me stond auto waaruit rockmuziek klonk. Goede muziek, vond ook de eigenaar van het voertuig, een Schotse militair, op weg naar huis. Hij gaf me wat info en in Scotland ben ik op zoek gegaan naar – toen nog – cassettebandje van Runrig. In de loop der jaren mijn verzameling uitgebreid en zelfs eens naar concert geweest in Oban in de zaal waar het succes van Runrig ooit is begonnen. Zanger Donnie Munro heb ik later nog eens gezien, als bezoeker van het Skyefestival, Fèis an Eilean. Hij maakt inmiddels geen deel meer uit van Runrig maar ook zijn nieuwe cd’s (ik heb er 2 op mijn Ipod die in de auto aan het audiosysteem is gekoppeld) zijn het beluisteren waard. Zoals gezegd, heb ik veel cd’s van Runrig, mar zoals het vaak gaat, raken ze wel eens in de vergetelheid. Nu dus dik twee uur lang genieten.
Op Applecross, als de tent net opstaat, de vanochtend op de radio beloofde enkele bui. Komt mooi uit. Had me al voorgenomen eens goed in het boekje van de nieuwe auto te lezen, om enkele functies te doorgrondden. Zo is er een systeem dat (indien gewenst) een alarm geeft als harder dan een bepaalde snelheid wordt gereden. Maar hoe het werkt??? Gebruikershandleidingen zijn kennelijk nooit voor de gebruiker geschreven, maar na drie keer de tekst te hebben bestudeerd en wat te hebben uitgeprobeerd, verschijnt de juiste info in de display. Ook de cruise control (in de handleiding nog steeds heel vreemd kruissnelheidsysteem genoemd) blijkt meer mogelijkheden te bieden dan ik had gedacht. En als ik op hete dag naar auto loop, weet ik nu ook hoe ik alvast op afstand de ramen kan openen. En ook hoe ik na verlaten van de auto een vergeten openstaand raam nog kan sluiten zonder portier te oenen.
Na bijna 20 jaar in mijn rode Mazda coupé, is de verdeling van de (kampeer)spullen ook weer iets van uitproberen. Er is meer ruimte, maar wat is de beste, nee, meest logische plek voor alles nu ik 5 deuren (incl. de achterklep) heb? Na dikke week ben ik er wel uit en zie voor de vakanties de voordelen van een hatchback boven de coupé. Voor het overige oogt de coupé wel sportiever dan de ouwelullen hatchback. Tijd voor de maandagmiddagborrel.

Voor het diner in de Aplecross Inn had ik gehoopt op kreeft, maar helaas… OK, de Sirloin steak is prima en de Cranachan is beduidend beter dan die in Deacons Brodie in Edinburgh, maar toch… kreeft, met uitzicht op de zee en Raasay (eiland vlak voor Skye) was het eigenlijke doel van bezoek aan dit gat in niemandsland.

Applecross by night © Ruud F. Witte - 2011
Applecross by night


Applecross en de Applecross Inn

Afzien: geen internet (nou ja, soms ietsiepietsie WiFi van campinggebouw, maar veel stelt het niet voor). Aan de andere kant: vanuit de luie passagiersstoel in mijn auto heb ik ook uitzicht op Skye (ik denk dat het de toppen van de Cuillins zijn). Zo houd ik het nog wel een tijdje vol. Steeds minder bewolking, dus het zal wel koud zijn als ik vannacht voor kleine boodschap (na 3 pinten) de slaapzak uit moet.
Het blijkt iets anders uit te pakken. In de loop van de nacht begint het te regenen. Een buitje, dan weer droog, aar onder de morgen begint het stevig door te regenen. Het maakt in de tent altijd meer herrie, maar eenmaal buiten blijkt het echt raak te zijn. Eerst het weerbericht maar eens luisteren. Dat belooft iets beter weer voor de loop van de dag: droger, maar nog steeds kans op een bui. Hoe dan ook: het wordt in de regen tent opbreken. Look at the bright side (sic): alles is straks zo zeiknat, dat ik eens volop kan genieten van de automatische airo-installatie van de auto…

Nou, die kans krijg ik inderdaad op woensdag. Al vanaf onder de morgen is het regen, regen en nog eens regen. Meestal zeg ik dan: in een tent lijkt het altijd erger dan het is. Dit keer niet. Alles (douchen, ontbijt, afwas) moet tussen de buien door worden gedaan. Autodeur open en dicht, wachten, etc. tegen de tijd dat ik wegrijd, zijn alle ramen beslagen. Maar inderdaad, binnen no time heb ik zicht door de ramen.

Scotland, voorjaar 2011 2/4

De rit naar het zuiden is relaxed. Weinig verkeer en sinds ik nu alle onderdelen van de cruise control van de nieuwe auto onder de knie heb, is het hier heerlijk autorijden. Niet al teveel verkeer, zoals gezegd dus genoeg gelegenheid om rond te kijken. Vooral het stuk langs de Crommerty Firth blijft boeiend. De verleiding is groot voor een hernieuwde kennismaking met de distilleerderij van Glenmorangie, maar ik verman me. Het wordt een stop in Inverness, met bezoekje aan Starbucks in de Eastgate Shopping Centre.

Koffie at Starbucks - © Ruud F. Witte 2011
Koffie bij Starbucks inverness

Na nog eens veertig minuten in de auto, arriveer ik op de vertrouwde camping van Cannich aan het begin an Glen Affric. Tent staat snel, het weer is fantastisch en na zo’n lange reisdag smaakt de whisky meer dan prima.
Op vrijdag wordt uiteraard eerst koers gezet naar vertrouwde plekken in de glen. Fraai stukje lopen. Weinig wind (wel fris), maar geen midges. Niet dat die beestjes me nog erg hinderen, maar het loopt wel zo prettig. Uitzicht hier blijft me boeien. Voordeel van een vakantie in mei is, dat het heel rustig is met bezoekers. Ik kom bijna geen mensen tegen.

Glen Affric - © Ruud F. Witte 2011
Glen Affric

Na het avondeten uiteraard naar mijn stamkroeg, de Slaters Arms. Stamgasten Duncan (voor al uw vistochten en Bill (gepensioneerde politieman van de Met in Londen herkennen me direct bij binnenkomt. Hi Ruud, how are you doing Het voelt als thuiskomen. En ik weet dat na de eerste bestelling, Scott de landlord voortaan bij binnenkomst direct mijn pint 80/- tapt. Ik hoef niet meer aan te wijzen wat ik drink. Dat weet hij gewoon…
Bijpraten over het dorp, de roddels en uiteraard de parlementsverkiezingen. Het noordwesten van het vasteland van Scotland is altijd een LibDem gebied geweest, maar ook hier heeft men massaal op de SNP van Alex Salmond gestemd. Die heeft voor het eerst sinds de vorming van het Schotse parlement in 1999 de meerderheid (69 van de 129 stemmen) behaald.
Salmonds grootste uitdaging komen over zo’n drie jaar. Dan komt het door hem beloofde referendum over de Schotse onafhankelijkheid. Wie er nu naar vraagt, hoort verdeelde geluiden. De SNP is echt Schots, heeft het goed gedaan de afgelopen periode, maar onafhankelijkheid… Een belangrijke inkomstenbron moet de olie worden (de olievelden op de Noordzee liggen in de Schotse wateren), maar Londen zal die nooit uit handen geven. En Schotland heeft weinig andere ‘sterke’ inkomstenbronnen. Van alleen het toerisme kan de schoorsteen niet roken.

In de loop van de avond raakt de pub voller. Voor de jeugd is het weekeinde begonnen en veel meer dan deze pub, heeft Cannich niet. De eerste echte stad is Inverness en dat is, zoals gezegd, 40 autominuten weg. En na een paar pinten met de bus terug is er niet bij. Die rijdt een paar keer per dag, maar niet ’s avonds. En gelet op de reistijd is een taxi onbetaalbaar. de landlord heeft gelukkig een voorraad drank die de jeugd aanspreekt, leuke biertjes, mixdrankjes, enzovoorts. En zoals eerder, wordt de Nederlandse toeristen meegenomen in de conversaties. Ik hoor er helemaal bij. Ik hoor de geheimen over het omzeilen van de belasting op brandstof. Gewoon de goedkoper landbouwdiesel tanken. Dat is verboden en net als in Nederland is er een kleurtje aan toegevoegd, maar in Glen Affric is de politie wegbezuinigd, dus de kans om gepakt te worden, is verwaarloosbaar. Met wat rondjes uitdelen en terugkijken, zit ik zo aan zeven pinten (ruim 3,5 liter!) bier… Maar een leuke avond.

Zaterdag met de kranten koers gezet naar de waterdam bij Loch Mullardoch.(ochtend) en Flodda Falls (middag).

Flodda falls  - © Ruud F. Witte 2011
Flodda Falls

De avond voor me laten koken in de pub: lamsbout. Uiteraard weggespoeld met den pint 80/-.

Op zondag niet zoals voorgaande jaren, naar de kerk in Beauly, maar via website van mijn kerk de fraaie Cown Church in Inverness ontdekt. Door samenloop van omstandigheden moet de predikant vandaag ook het orgel bespelen. Het gaat het goed af. Dat klopt, zegt tijdens kopje thee na afloop, een kerkganger tegen me. Hij is een begenadigd musicus, met zelfs een voorliefde voor jazz. Inspirerende predikant, die door zijn verhaaltrant mij geen moment ‘verliest’.
Daarna even verfrissing genuttigd in pub Johnny Foxes, aan de oever van de river Ness.

Johnny Foxes, Inverness - © Ruud F. Witte 2011
Pub Johnny Foxes, Inverness (foto speciaal geplaatst voor G.P….)


Inverness en pub Johhny Foxes

Na ommetje op tijd terug op de camping met twee hele dikke zondagskranten, de Scotland on Sunday en de The Sunday Times. Glaasje ingeschonken en een paar uur heerlijk genieten an dit Britse fenomeen. Daarna eten koken (rijst, met Kip Korma uit blik) en eten aan de picknicktafel. Als de zon achter de bomen verdwijnt, is het gelijk uit met de pret. Tering wat koud.
De pub is vanavond veel stiller. Ja, zegt landlord Scott, de mensen moeten morgen werken en dan is het dus altijd rustiger…
Morgen opbreken en naar Applecross.

Scotland voorjaar 1/4

De, voor mijn doen, korte zomervakantie begint met een weekeinde Edinburgh. K. is naar Nederland, maar met L. vermaak ik me prima. Vrijdag gaan we onze eigen gang (zo vaak heeft hij geen super lang weekeinde: vrijdag vanwege huwelijk William en Kate en maandag Bank holiday). Rond vijven ontmoeten we elkaar in Deacon Brodie’s op de Royal Mile. En na wat omzwervingen komen we hier weer uit voor het diner (fish and chips en Cranagan toe).
Zaterdag is boodschapppendag: kijken of Clarks nog iets leuks in de aanbieding heeft (nee dus), after shave halen bij Crabtree and Evelyn in Hannover Street. Ook langs Vodafone voor simkaart voor mijn Britse dongel. Dat is nog niet zo eenvoudig. Wel 25 pond lichter, maar om die simkaart werkend te krijgen op een laptop die op Linux werkt… De instellingen moet ik ophalen bij de telefonische helpdesk. Die verwijst me door naar de winkel en de winkel weer naar de helpdesk. Inloggen via WiFi brengt me op internet niet veel verder dan methoden om de dongel van een Linux driver te voorzien. Dat is niet nodig. Dongel werkt, simkaart doet het ook, zie ik aan melding. Het enige dat moet gebeuren is de juiste instellingen in het Vodafoneprogramma op de laptop, zoiets als office.vodafone.co.uk (dat is ‘m niet, ook de gevonden pp.internet is niet de goede instelling. Klusje voor de komende dagen dus. Wie iets kan vinden: ik houd me aanbevolen.
Nederlandse Vodafone zegt voor mijn NL-smartfone dat ik Dagbundel internet kan gebruiken, maar als ik de opdracht stipt uitvoer, zegt een sms’je dat ik terugkrijg, dat ik 1 GB web eerst moet uitzetten. Pardon??? Die ergernis verdwijnt s avonds met bezoek aan Nederlands consulaat in Edinburgh, waar ik welkom word geheten door de niet-Nederlandse honorair consul, mr. Gul.. Op de Koninginnedagborrel ontmoet ik enkele Nederlanders die me vertellen waarom ze hier wonen. Zo is daar Chris, die drie jaar geleden min of meer op goed geluk naar Edinburgh is gegaan en hier een baan in de IT-sector heeft gevonden. Waarom Edinburgh? De relaxte sfeer van de stad en Schotland is gewoon een heerlijk land. Daar herken ik me wel in. Voor het eerst ook de Lord Provost (ceremoniële burgemeester) gezien. Niet alleen hij, maar ook zijn vrouw draagt een ambtsketen.
Na afloop van de twee uur durende ontvangst nog afzakkertje gehaald in bar 99 Hannover Street, tegenover onze bushalte, dus wel zo gemakkelijk.

De volgende ochtend (zondag) na ontbijt en laatste dingen, auto weer ingeladen en koers richting Durness, in het noorden van Sutherland. Tot voorbij Inverness verloopt de reis zeer voorspoedig, maar op 1/3 in Sutherland, kom ik in file terecht. Eindje voor me is ernstig ongeluk gebeurd en de traumaheli landt op de weg, vlak voor ik daar aankom. Maar ach, de zon schijnt en de sfeer onder alle wachtenden in uitmuntend


Rit over Sutherland naar het noorden

.De camping in Durness is gelukkig niet veranderd. Mooie strandlocatie zonder veel poespas. Barmeal met uitzicht op zee. Wat wil een mens nog meer.
De volgende ochtend (maandag) fraaie route door Sutherland nar Gills Bay, voor de ferry naar Orkney. Moet deze route eerder hebben gereden met G. P., maar ik herinner me er niets van. Schitterende route met prachtige uitzichten. Regelmatig gestopt om stukjes film te ‘schieten
op tijd n Gills Bay voor de ferry naar St. Margarets Hope, Orkney), met de catamaran van Pentland Ferrys. Fraaie overtocht en tegen half drie zie ik de pier al opdoemen. Na boodschappen in hoofdplaats (stad is teveel eer) Kirkwall, naar de camping op Deerness. Nou ja, camping…. grasveld naast het dorpshuis. Maar wel stroomaansluiting en de gebelde beheerster komt langs om geld (5 pond all in) te innen en me de sleutel voor het dorpshuis te brengen. Deel dorpshuis dat ik mag gebruiken (vooral om naar de keuken te gaan), Donderdagochtend zal het al vroeg druk zijn, wordt gezegd, want dan is het dorpshuis ballot office (stemlokaal) voor de Schotse parlementsverkiezingen.
Dorp ziet het belang in van de inkomsten die het grasveld genereert voor de exploitatie van het dorpshuis (en de kassa van de dorpwinkel natuurlijk), dus iedereen is zeer vriendelijk. Wie langsrijdt, zwaait. Kinderen die op het grasveld verstoppertje spelen, vragen elke dag of het OK is als ze zich achter mijn tent verstoppen. Ga je even naar het toilet, hoef je je auto niet af te sluiten. Moet je in Gouda eens proberen…
Tent opzetten is weer hele kunst, want het waait als een gek. Toch lukt het me. Rest middag doorgebracht met de nog niet uitgelezen zondagskranten, een borrel (de eerste pub is op 10 autominuten, dus dat wordt niks, want ik rijd niet als ik drink) in de auto. Prachtig,, helder uitzicht op zee. Wat wil een mens nog meer. Koeien dartelen in de wei, het wordt allengs kouder, tijd dus om de warme slaapzak op te zoeken. Morgen is er weer een dag.

Drie redenen heb ik dit keer voor bezoek aan Orkney. De eerste is rust en zeeeer langzaam tempo met alles. Ben zo moe, zo druk in lijf en hoofd, dat het de hoogste tijd is even paar dagen goed gas terug te nemen. Dat lukt hier voortreffelijk.
De tweede reden is het hoofdeiland beter te verkennen. Vorig jaar rotsachtige (rode steensoort nog van de tijd van 400.000 miljoen jaar geleden, toen Orkney nog ten zuiden van de evenaar lag) westkust ontdekt bij Yesnaby en daar wil ik wandeling maken. In de ochtend wandeling naar het noorden, richting Hole O’Row en ’s middags na tukkie in de zon op een groot rotsblok, naar het zuiden, eindje voorbij een grote stac in het water, Yesnaby Castle. Prachtige vergezichten, want geen wolkje aan de lucht.


Yesnaby, westkust Orkney mainland

De derde reden is Orkney Wine Company, van de Nederlander Emile van Schaik. Ben er eerder geweest en van zijn assortiment ben ik fan geworden van de portachtige Elderberry Borealis. Vorig jaar was die er niet. Nu tevoren gemaild of ik niet voor niks zou komen. Er is voldoende voorraad, dus er gaan 20 flessen de auto in. Eentje wordt deze vakantie al leeggedronken, de meeste andere flessen gaan thuis de garage in om te rijpen en te bewaren voor bijzondere gelegenheden..
Donderdag, laatste dag op Orkney, op tijd op, om nog paar uur hier te kunnen rondrijden, voor ik me kort na elven op de pier moet melden voor de bootreis terug naar het vaste land.


Ring of Brodgar, Orkney mainland


Italian chapel, Orkney

Mijn diner voor vanavond

Mochten jullie trek krijgen: ik schuif zo dadelijk aan in het 7 Seas restaurant a/b King of Scandinavia voor een smakelijke vismaaltijd met bijbehorende Chablis.

Uit de oude doos

Recent verbljid met cd vol oude familiefoto’s, mijn broers en zussen, (over)grootouders en zelfs een trouwfoto van mijn ouders. Dierbare beelden. Bedankt samensteller!

Mijn moeder en ik
Driemaal raden wie die kleine is…

Kom maar op met die reacties!

Trouwfoto's van mijn ouders
Trouwfoto van mijn ouders